Bij ons in de straat woonde de familie Tientje. Mijn vader ging zich voorstellen aan de nieuwe buurtbewoners “goede middag meneer Tientje, ik ben Wim …” Meneer keek heel raar. Het gesprek liep ten einde. Mijn vader vertelde ‘s avonds bij het avondeten dat hij zich voorgesteld had aan meneer tientje. “Aan wie?” Vroegen wij. Wat bleek, wij noemden dat de familie Tientje. Ze hadden ongeveer 10 kinderen en die heetten Martientje, Albertientje, Jantientje, etc etc.
M’n vader kon niet stoppen met lachte. En hoe heetten ze echt? Geen idee.