Moll schreef:trustHim schreef:@moll, mag ik dan van jou weten waar dat staat
En wie een van deze kleinen, omdat hij een discipel is, ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar Ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaan." (Matteüs 10:42)
Iemands houding tegenover Gods volk is belangrijk bij Gods beoordeling van iemands levenswandel. God zei tegen Abram dat Hij zou zegenen wie hem en zijn nageslacht zou zegenen en andersom (Gen.12:2)
bron, het boek vor bijbelstudie H E R S C H E P P I N G - VERSIE 1.1
Goede daden van een ongelovigen zijn niet vruchteloos omdat ze ongelovigen zijn, zoals vaak wordt beweerd. Paulus schrijft hierover:
"Zal dan, indien de onbesneden de eisen der wet volbrengt, zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden?" (Romeinen 2:26)
zomaar wat losse teksten rukt vaak uit zijn verband
uit mattheus 10 vanaf vers 38, het gaat hier over de uitzending van de 12 disicpelen. Er staat inderdaad dat mensen beloond zullen worden maar er staat niet dat die beloning de hemel is, het gaat er ook om dat die mensen deze disipelen helpen OMDAT ze volgelingen van Jezus zijn
38 Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. 39 Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.
40 Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft. 41 Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. 42 En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’
In romeinen schrijft Paulus heel wat meer dan jij neerzet:
25 Dat u besneden bent strekt u weliswaar tot voordeel wanneer u de wet naleeft, maar wanneer u de wet overtreedt bent u toch in wezen onbesneden. 26 En wanneer iemand die niet besneden is de voorschriften van de wet in acht neemt, zal hij dan door God niet als besneden worden beschouwd? 27 Wie onbesneden is gebleven maar zich aan de wet houdt, zal zijn oordeel vellen over u die, ook al hebt u de wet op schrift en bent u besneden, de wet overtreedt. 28 Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis. 29 Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God.
Het gaat hier meer om het gegeven of de besnijdenis je nu tot gelovige maakt of je innerlijk. Ik denk dat wel duidelijk wordt dat uiterlijkheden niet belangrijk zijn maar het innerlijke geloof. overgens is de wet na de komst van Jezus minder belangrijk geworden. Jezus zegt ook n.l. dat iedereen die in Hem gelooft eeuwig zal leven. En wat volgens mij al eerder gezegt is het verhaal van de jood die aan Jezus vroeg hoe hij het eeuwige leven kon krijgen, deze hield zich aan de wet. Hij moest al zijn bezittingen verkopen en Jezus volgen