Gespleten persoonlijkheid Felle kleuren, Een behoorlijke attitude, Maar zo verlegen Zichzelf wegcijferend Mensen hier ben ik Niet kijken Het hardst schreeuwend Verborgen in ieders schaduw Schoppen tegen alle hokken Uit pure opvalrebellie Een aandachtsschuwe aandachtstrekker Wild zwaaiend in gespleten persoonlijkheid
of
Egpcentrische trut Als ik in de spiegel kijk, zie ik alleen mezelf, arrogante blauwe ogen, spottende glimlach, egocentrische trut!
De wereld is te ver weg, het nieuws te saai, van honger word je slank, milieuproblemen ken ik niet, ik ken alleen mezelf, egocentrische trut!
Mijn problemen zijn belangrijk, wereld hoor me aan, vindt mij ongelofelijk zielig, vice versa dacht het niet, ik ben de reden van jouw bestaan, egocentrische trut!
Een belediging so what, kan mij jouw mening schelen, ik ben toch alleen maar ikke ikke, zie hier het resultaat, altijd maar alleen mezelf, hoe egocentrisch kun je zijn?
Er bestaat bij dichten IMO niet iets als 'niet goed' want er is altijd iemand die het 'wel goed' vind. Ik ben alleen niet diegene, bovendien vind ik het overmatig gebruik van de 'y' heel storend.
je kan oko een gedicht/verhaaltje doen van Toon Telligen uit het boekje 'Maar niet uit het hart' dat is zo schaatig. Het gaat over een mier en een eekhoorn en die mier is de filosoof en de eekhoorn stelt allemaal vragen. Een aanrader! En voor kinderen geschikt
ik weet niet of je zoiets bedoelt, maar goed hier een gedichtje van mij....
Vleermuisje.
Stil hang ik in het duister, mijn kopje naar benee. Ik mijmer maar een beetje, over het wel en wee. Zonneschijn of regen, het is mij om het even. Pas als de dag gestorven is, begin ik weer te leven. Slechts af en toe dan ziet men mij, mijn roep kan men niet horen..... Ik ben een wezen van de nacht, als vleermuisje geboren.
of deze.....
hondeleven.
Twee donkerbruine ogen, kijken me smachtend aan. Ik moét een knuffel geven, ik kan ze niet weerstaan. Zijn neus tegen de mijne, een kus zo vochtig nat. Ik fluister in zijn oren, je bent mijn lieve schat. verheerlijkt draait hij op zijn rug, rekt zich behaaglijk uit. Met, echt ik zou het zweren, een grijns op zijn hondensnuit.
in jouw ogen zijn het jonge kinderen, maar ik ben zelf 13.. en ik schrijf zelf van die 'deprimerende' gedichten, ook gedichten die niet voor 'jonge kinderen' bedoeld zouden zijn. maar volgens mij zijn die jonkies toch wel verder ontwikkeld dan jij denkt dan