greetje schreef:Waar ik nu aan zit te denken en dan moet ik deze vraag denk ik aan Margreet stellen, zou het niet beter zijn als Nonnie zich ook liet testen op deze ziekte. Bij dieren is het namelijk zo, dat als je 2 dragers bij elkaar brengt er een verhoogd risico is. Wil hiermee dus niet zeggen dat ik Nonnie met een dier vergelijk. Margreet kun jij mij hierop een antwoord geven?
Ik zal m'n best eens even doen! Wel een interessant vraagstukje, al vrees ik dat mijn kennis op het gebied van de genetica van deze ziekte ernstig tekort schiet!
Dat hangt er een beetje vanaf of de ziekte veroorzaakt wordt door een recessief gen (waar haar vriend er dan dus 2 van heeft, anders wordt de functie overgenomen door het 'gezonde' gen) of door een dominant gen. Anders gezegd, of haar vriend aa is (waarbij a staat voor het 'zieke' gen, maar waar hij er dus wel 2 van heeft, homozygoot) of Aa (waar A staat voor een dominant gen dat de ziekte veroorzaakt en a voor een recessief 'gezond' gen dat helaas niet tot expressie komt omdat het onderdrukt wordt door het dominante, zieke gen).
Stel dat haar vriend aa is, dan geeft hij altijd een 'zieke' a door aan zijn nageslacht, 100% kans, maar als Nonnie dan een gezond gen levert (100% kans als zij dus geen drager is) is er niets aan de hand, dan is het kind drager, maar niet ziek, het heeft immers een gezond gen van Nonnie. Stel dat Nonnie ook drager is, maar maar 1 recessief ziek gen heeft, zij is immers niet ziek, dan is de kans dat zij haar 'zieke' gen doorgeeft 50%, dan is dus de kans dat het kindje de ziekte krijgt ook 50%. In dit geval zou testen dan dus zinvol kunnen zijn, omdat het kindje dan altijd gezond zou zijn omdat het een gezond gen van Nonnie krijgt als zij geen drager is. Is Nonnie drager, dan is die kans 50%
Stel dat haar vriend Aa, dan is de kans dat hij de zieke, maar dominante A doorgeeft 50%, dit gen is dominant en daar kan Nonnie niets aan veranderen, of ze nou wel drager is of niet, in dit geval is testen dus zinloos.
Het wordt weer een ander verhaal als dit een geslachtsgebonden ziekte is die alleen bij jongetjes voorkomt omdat het gen op het geslachtschromosoom ligt. Dan ligt de kans bij jongetjes weer anders dan de kans bij meisjes.
Ik weet veel te weinig van deze ziekte af, en die 4 varianten kan ik ook niet genetisch verklaren, bovendien is mijn genetica-kennis een heel eind weggezakt, was een 1e jaarsvak en daarna heb ik er nooit meer iets mee gedaan, dus ik vermoed dat de hele kwestie toch een stuk ingewikkelder ligt dan dat ik 'm nu geschetst heb, maar ik hoop dat het een beetje helderheid heeft opgeleverd.
Maar waarom Nonnie testen als je ook het kindje kunt testen? Lijkt me veel zinvoller! Als nou uit de testen bij Nonnie zou kunnen komen dat de kans op een ernstig ziek kindje 100% is, maar die mogelijkheid is er niet, de kans is hooguit 50% of misschien nog wel minder.


