De trein waarvan ik dacht dat hij mij naar mijn tentamen zou brengen vanmorgen, bleek de trein naar niemandsland te zijn. Zoals iedere gewone morgen stapte ik in Utrecht helemaal voorin de trein omdat ik dan op het station in Den Bosch lekker dichtbij de trappen uit zou kunnen stappen. Het was lekker rustig in de trein en daar genoot ik van. Meestal reis ik in de spits, maar omdat het tentamen wat later op de dag was kon ik om half 11 de trein vanuit Utrecht pakken. Ongeveer 4 minuten voordat we in Den Bosch aan zouden komen hoorde ik een doffe klap gevolgd door een ijzingwekkend geluid dat klonk alsof iemand heel hard met een hamer tegen het onderstel van de trein aansloeg. Een geluid dat ik niet snel meer zal vergeten. Ik hoopte dat er een grote tak in het onderstel van de trein was blijven hangen, maar omdat ik op dat moment nog naar buiten keek werd al snel duidelijk dat het hier geen tak betrof. Het geluid bleef een tijdje aanhouden, tezamen met een schel geluid alsof er iets over het spoor sleepte. De trein begon te remmen, ik hoorde gekraak en het gebons tegen het metaal hield op.
Nog voordat de trein tot stilstand gekomen was, werd er al omgeroepen dat we een persoon aangereden hadden. Mijn gedachten gingen direct uit naar het treinpersoneel, waar zij nu doorheen moesten. Iets later vroeg ik mij af hoe het nu precies gebeurde. Er werd niet geclaxonneerd en de trein begon pas met remmen op het moment dat de 'klap' al geweest was en het lichaam onder de trein meegesleept werd. Omdat ik helemaal voorin de trein zat heb ik wat gesprekken opgevangen tussen het treinpersoneel. De machinist had de persoon pas heel laat gezien en het blijkt dat ik mazzel had dat ik achteruit reed. Wanneer ik in de stoel tegenover mij gezeten had, had ik het slachtoffer waarschijnlijk zien springen. Vervolgens wordt er omgeroepen dat de hulpdiensten onderweg zijn en dat het nog wel een uurtje of 2 zal gaan duren voordat de reis vervolgd kan worden. Het is doodstil in de trein en je begint te denken. Je vraagt je af wie de persoon is die zijn leven beëindigd heeft. Je denkt na over het feit dat er deze ochtend die doodnormaal begon, een familie is die straks te horen gaat krijgen dat ze een geliefde verloren zijn. Wie zal het zijn? Een vader? Een moeder? Een zoon of dochter? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat deze persoon het niet meer zag zitten en besloot om de trein naar niemandsland te nemen? Vragen waarop ik nooit een antwoord zal gaan krijgen.
Na ruim 2 uur roept het treinpersoneel om dat de trein geëvacueerd zal worden en er verschijnt een sprinter naast onze trein. Het personeel haalt ons op uit de coupés en vraagt ons om naar het 3e treinstel te gaan. Je kunt duidelijk zien dat de gebeurtenis een grote impact heeft gehad op het treinpersoneel, maar ondanks alles lijken ze rustig en blijven ze professioneel. Via een loopplank worden we naar de evacuatietrein geleid. Ik vang de blikken van de mensen. Sommigen kijken geïrriteerd, sommigen bedroefd en anderen hebben lachend een gesprek met elkaar. Ik zie wat ouder echtpaar over de plank geholpen worden, ze zijn aangeslagen van het gebeuren en geven een compliment aan het treinpersoneel omdat ze ondanks de heftige gebeurtenis iedereen goed op de hoogte houden en alle vragen van de reizigers beantwoorden. Ik kijk schijnbaar ook behoorlijk aangeslagen. Bij het oversteken van de loopplank vraagt een van de medewerkers of alles wel in orde is en hij legt een hand op mijn schouder. Ik antwoord dat het prima gaat, maar diep van binnen voel ik mij slecht. Ik neem plaats in de sprinter die ons naar Den Bosch zal brengen. Tegenover mij neemt een vader met zijn 2 dochters plaats in een vierzits. Ik vang hun gesprek op en de twee jonge meiden stellen allerhande vragen en hun vader antwoordt eerlijk. 'Wie is het dan die gebotst heeft met de trein'? Vader geeft aan dat hij dat niet weet. 'Het had ook opa Koen kunnen zijn!' roept een van de meiden dan. 'Dan zou ik heel erg huilen'. De vader geeft aan dat opa Koen dat niet zou doen. 'Maar waarom doet deze meneer of mevrouw dat dan wel?' 'Ik snap het niet!'. Twee jonge kinderen, van een jaar of 5 oud. Nog lekker onbevangen en zich niet bewust van alle grote mensenproblemen. Ik denk aan vroeger, aan de aanslagen op het WTC toen ik 10 was en niet begreep waarom mensen een vliegtuig kaapten en deze lieten neerstorten. 'Maar dan gaan ze zelf toch ook dood?'. Eigenlijk ben ik niks veranderd.. Ik begrijp het nogsteeds niet.
De trein komt ondertussen aan op het station in Den Bosch en de reizigers vliegen alle kanten op. Ze zijn laat voor hun afspraken en er staan bussen klaar voor de reizigers naar vliegveld Eindhoven. Ik heb niks meer te zoeken in Den Bosch, mijn tentamen is al voorbij en ik kan alleen nog maar terug naar Utrecht. De treinen rijden nog niet, dus ik neem plaats op een bankje op het station en denk nog eens na over wat er zojuist gebeurd is. Ik vraag mij af hoe het met de machinist en de conducteurs gaat en ik denk aan de familie van het slachtoffer. Zouden zij al weten dat hun geliefde die ochtend besloten had om uit het leven te stappen?
Er wordt op het station omgeroepen dat er voor alle reizigers gratis koffie of thee aangeboden wordt. In de eerste instantie wil ik dat niet hebben, die kop koffie kan de gebeurtenissen niet goedmaken. Ik besef mij dat het niet drinken van de koffie ook geen effect heeft en ik ondertussen wel dorst gekregen heb. Met de beker koffie in mijn hand neem ik weer plaats op het bankje. Een medewerker van de NS loopt naar mij toe en geeft aan dat de trein voorlopig nog niet rijdt en dat ik beter kan omreizen. Maar eigenlijk komt het mij wel goed uit dat er geen treinen rijden. Ik had nou niet bepaald de behoefte om in een trein te stappen. Ik raak met de medewerker in gesprek en wij staan samen nog even stil bij het feit hoe moeilijk het slachtoffer het gehad moet hebben. Zo zwaar dat je alle natuurlijke instincten kunt overtreffen en toch de sprong maakt die aan alles een einde maakt. Om 15:39 uur rijden de treinen weer. De eerste intercity sla ik over omdat het mij te druk is. Alle coupés staan vol met mensen en ik heb behoefte aan wat rust. Uiteindelijk ben ik om 17:15 uur weer thuis en ik denk bij mezelf: Ik stapte vanmorgen op de trein voor mijn tentamen, maar als ik had geweten dat die trein de trein naar niemandsland zou zijn, ik in mijn bed had blijven liggen.
blijf er vooral open over als je daar behoefte aan hebt. Het vergeten is haast onmogelijk, maar het loslaten dat komt wel. Hopelijk heb je toch een beetje kunnen slapen..
al heeft hij nog minstens 10 jaar te gaan bij de NMBS. 