
De afgelopen week ben ik drie keer aangesproken door gelovigen. Oké, vast wel meer keren, maar drie keer door mensen die mij probeerden over te halen om ook gelovig te worden.
De eerste keer gebeurde het voor het station. Een vrouw van een jaar of dertig met prachtig lang haar tot over haar billen sprak me aan. "Mag ik je een boodschap geven?"
"Ja, natuurlijk," antwoordde ik, zo sociaal als ik ben.

Het bleek een boodschap te zijn van ene G. Od, die blijkbaar had gezien hoe ongelooflijk ongelukkig ik was en die het mij gunde om een gelukkig en compleet mens te worden. Dat verbaasde me enigszins, want het gaat goed met me, ik heb net een leuke nieuwe bijbaan, ik heb veel vrienden, noem maar op, maar hé, Mr. G (zoals de vriendin die bij me was hem noemde
) zal wel gelijk hebben."Hoe word ik dan gelukkig?" vroeg ik.
Nou, ik kon ermee beginnen door eens in de Bijbel te kijken. Toen ik vertelde dat ik dat al eens had gedaan en dat ik de verhalen die daarin staan niet echt feel good vind, kwam de suggestie om naar de kerk te gaan.
Op dat punt moesten we onze trein halen, dus ik heb het gesprek daar vriendelijk afgekapt.
"Ik kan wel meelopen naar het perron?" bood de vrouw aan.
Maar nee, zo geïnteresseerd waren we niet.
"Maar ik vind het echt niet erg, hoor."
"Maar wij wel," heb ik toen maar gezegd.
En daarna waren we inderdaad van haar af.De tweede keer zat ik in een studieruimte van mijn opleiding. Een student en een oudere vrouw (zijn docente) gingen tegenover me zitten. Of ze me een paar vragen mochten stellen, vroegen ze.
Natuurlijk. Ik weet zelf hoe vervelend het is om enquêtes te moeten houden en ik werk graag mee aan die van anderen.
Het bleek iemand die zijn die iets filosofisch studeerde, want de vragen gingen over wat ik dacht dat er na de dood zou zijn, of een mens een ziel en een lichaam was of juist niet, noem maar op. Best interessant. Het onderwerp kwam als vanzelf op religie, logisch, want zoiets hoort natuurlijk ook bij de filosofie.
Na ongeveer twintig minuten en een docente die al mijn antwoorden opschreef, vroeg de student of ik een week later nog eens een gesprek wilde voeren.
"Ik weet niet hoe nuttig dat is," vertelde ik hem, "want zoals ik al zei, geloof ik niet in een god en ik heb het idee dat jullie juist op zoek zijn naar mensen die dat wel doen."
Hoe naïef van mij! Want, zo legde de jongen uit, het was juist zo dat ik héél nuttig was, aangezien ik wél in God geloofde maar dat niet van mezelf accepteerde. Hij - en zijn kerk - konden me helpen om het rechte pad te vinden, zodat ik geen crimineel zou worden maar een doel in mijn leven zou vinden.
Ik zat dus niet tegenover een student en een docente. Ik zat tegenover twee christenen die hun clubje wilden uitbreiden.
De derde keer werd ik op straat aangesproken en was ik het zo zat dat ik de man in kwestie (zwart haar, bril, soort Harry Potter zonder litteken) heb verteld dat ik satanist was. Dat bleek hét antwoord te zijn, want hij droop meteen af.
Ik vermoed dat dit stukje respectloos over kan komen naar gelovigen, maar zo bedoel ik het niet. Ik ben bevriend met gelovige mensen en ik weet hoe het geloof een leven kan verrijken of bijvoorbeeld verdriet kan verzachten. Ik heb respect voor iedereen, maar aan dat ronselen heb ik een hekel. Ik ga zelf toch ook niet heel de wereld overhalen om juist niet naar de kerk/synagoge/moskee/tempel te gaan en gezellig atheïst of agnost te worden?
Maar goed, de kern van dit topic: Wat vinden jullie van mensen die hun religie op deze manier aan anderen opdringen?
' 