Het gaat om de filosofie van Plato. Hij had natuurlijk de bijzondere gedachtegang dat in de bovennatuurlijke wereld zich de perfecte 'Ideeën' of 'Vormen' bevonden waarvan alles op aarde een meer of minder geslaagde kopie is.
Via de volgende redenering kom ik bij mijn vraag.
Henk Piet en Marie zijn allemaal mens. Maar wat maakt hen tot mens? Wat is het dat je uitdrukt met het woord 'mens'? Het antwoord hierop is: de Vorm 'mens'.
De eigenschappen van de Vorm zijn dan als volgt:
- Als verschillende dingen F zijn, dan is dat omdat ze participeren in de Vorm F
- Er is maar één Vorm F
- De vorm F is
- - Zelf F
- De volmaakte instantie van F
- Maar participeert niet in zichzelf
Mijn vraag is nu: Wat houdt dat participeren in de Vorm F nou precies in? En de belangrijkste, waar ik echt niet uitkom is hoe de Vorm F niet participeert in zichzelf. Wat wordt hier nou precies mee bedoeld en hoe is dit mogelijk? Hoe kan iets zelf F zijn maar toch niet participeren in zichzelf (F)? Of is het Plato's bedoeling dat dit volledig onbegrijpelijk is
? Als iemand me hierin een beetje op weg kan helpen: alvast heel erg bedankt

Ik ook niet. Wel een troost dat ik dan niet de enige ben.
Participeren in Vormen heb ik niet gehad, maar wel de hele (basis) gedachtegang van Plato 
)