
Mijn kat Tijgertje was mijn maatje, mijn vriend, mijn toeverlaat. En nu is hij niet meer, en dat besef doet pijn. Zestien juli (gisteren dus) is hij aangereden voor mijn huis, en als laatste eerbetoon open ik dit topic.
Gewoon, omdat mijn kleine vriendje dat verdient.
Tijger kwam bij ons als kitten - niet dat ik dat nog herinner, want ik was toen vier. Of vijf, dat weet ik niet precies. Hij was gekocht door de zwager van mijn zus, zonder te overleggen, maar mijn zus wilde hem helemaal niet en hij zou naar het asiel gaan. Dat gebeurde niet: Tijger kwam bij ons terecht.
Ik kan niet al te veel vertellen over het opgroeien, want ik was jong, maar ik weet wel dat ik zo'n twee jaar geleden Tijger trucjes ben gaan leren. En dat ging goed: het begon met pootje geven voor een stukje kroket, gewoon omdat het kon, maar ging al snel verder. Ik ontdekte dat Tijger het geweldig vond om te leren en dat hij er plezier uithaalde - en dat deed ik ook.
Pootje geven had hij snel onder de knie, net zoals het voetballen (met een knikker). Uiteindelijk kon hij zelfs zitten en volgen op commando. Ik was trots op hem, ben nog steeds trots op hem en dat zal ik ook altijd blijven.
Hij leerde zichzelf om de Whiskas-snoep bakjes open te maken, en dat werd zijn grote hobby. Elke avond kwam hij bij me op bed zitten en probeerde het bakje open te maken. En dan zei ik: "Morgen krijg je snoepjes, echt waar." Eergisteren loog ik. Ik wist niet dat Tijger de dag daarna niet meer zou afmaken, dus ik heb de tijd er niet voor gehad. En daar heb ik spijt van, want mijn jochie was gek op snoepjes.
Zo gek zelfs, dat hij minuten lang kon miauwen voor de kast waar de snoepjes stonden. Normale katten miauwen voor de buitendeur, Tijger voor de snoepkast.
Tijger was een goedzak. Heel bijzonder, alhoewel iedereen dat waarschijnlijk van zijn eigen huisdier zegt. Ik heb nog drie katten moet je begrijpen, en met één van die was die ontzettend goede maatjes. Helaas had die kat er wel een handje van om Tijger te slaan - niet meer dan een zachte tik tegen zijn kop, maar het is en blijft slaan. Elke andere kat zou terug meppen, Tijger niet. Tijger sloeg nooit terug, blies nooit terug zelfs. Hij liep weg, keerde later weer terug, maar vocht nooit terug.
Iedereen mocht hem, juist om zijn zachtaardige karakter. Zelfs de buren, waar hij bij op het balkon poepte, hielden van hem. Lieve, kleine Tijger, met zijn engeltjeskarakter.
Toch was Tijger nooit saai, eerder heel erg ondeugend. Wanneer hij eten wilde, begon hij je te plagen en hij stopte niet voor hij eten kreeg. Dat waren dan dingen als spullen van kastjes afgooien, voor je beeldscherm langslopen, tegen je op gaan staan et cetera.
Als je naar boven liep, wist hij nooit hoe snel hij mee moest komen, in de hoop dat hij snoepjes kreeg of dat we naar bed gingen. In het laatste geval liep hij eerst altijd naar de kamer van mijn ouders om ze 'welterusten' te zeggen en dan ging die mee naar mijn kamer. Hij kon niks zeggen natuurlijk, maar zijn oogjes spraken boekdelen.
Hij praatte met zijn lichaam, zijn streken en zijn ogen. Toen ik Tijger gisteren zo op straat zag liggen, zo met het bloed uit zijn neus en bek druipend, was het mijn Tijgertje niet meer. Of natuurlijk was hij wel mijn Tijger, maar het was slechts een omhulsel. Zijn oogjes waren gebroken, zijn altijd vrolijk swingende staartje was stijf, zijn ziel was weg. Ik heb gehuild als een klein kind, ik huil nu ook als een klein kind, maar het boeit me niet zoveel, want Tijger is een kat waarom gehuild mag worden. Hoewel hij dat zelf nooit zou willen zien. Als ik eens verdrietig was, kwam Tijger me altijd troosten met zijn gekke streken, want hij haatte het als ik huilde, maar hij hield ervan als mensen om hem lachten - als hij midden in de aandacht stond. En dat deed hij gisteren voor de laatste keer, toen hij daar zo op straat lag.
Vele mensen stonden er om heen - sensatiezoekers, behalve de politieagent en nog enkele mensen dan. Ik zelf vond het erg vervelend, want ik wilde het liefst in stilte afscheid kunnen nemen, maar ik denk dat Tijger het zelf prachtig zou hebben gevonden.
En met die gedachte in mijn achterhoofd ga ik verder, want hoe rot het ook is: Tijger zou me het liefst zien opstaan en verdergaan. En dan het allerliefste met een grote lach, gevuld met herinneringen aan zijn rode vachtje en ondeugende kuren.