Emmaa_ schreef:Ik wil graag dat jullie mijn verhaal even lezen. Het is de eerste keer dat ik niet over paarden schrijf, en ik moet maar iets weten te vertellen.
Graag opbouwende kritiek, dus ook je mening geven waarom je het goed of minder goed vind
Hallo. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, ik ben Femke. Ik woon in een klein boerendorp, aan de rand van de heide met het bos. Veel mensen vinden mij raar. Ik lijk totaal niet op andere mensen uit het dorp, of zelfs niet op mijn ouders, of mijn broertjes en zusjes. Die hebben allemaal een donkere huidskleur, en zwarte haren. Ik heb blonde haren, vol en dik, en blauwe ogen. Mijn huid is gewoon blank. Niemand geloofd mij als ik iets zeg, ze geloven alleen dat ik niet van mijn ouders ben. Mijn ouders houden heel veel van me, dat weet ik zeker. Ik krijg gewoon genoeg te eten, en wordt niet geslagen of mishandeld. Ik heb 2 zusjes, waar ik veel voor moet zorgen. En slechts 1 vriend. Hansje. Hij is niet klein, maar hij wordt Hansje genoemd omdat hij nogal een piepstemmetje heeft, wat lijkt op de stem van een kleiner kind. Hij is de enige uit het hele dorp die om me geeft, die van me houd, gepaard met mijn ouders. Samen met hem maak ik regelmatig korte trektochten over het stuk van de heide waar we mogen komen. Achter het bos is verboden toegang voor ons. In het bos zelf leven allerlei beesten waar we niet eens van durven te dromen, en achter het bos, is een enorme zandvlakte, die later overloopt in een nog grotere heide. Waarschijnlijk is dat alles zo 50 km lang, als je het bij elkaar optelt. Dat is natuurlijk veel te groot om op te verdwalen, dus willen onze ouders niet dat we daar komen.
‘Femke!’, schalde het door het kleine hart van het dorpje. Hier waren een aantal winkels te vinden, en bovendien was hier een keer in de week de markt. Het was Hans, hij was me aan het zoeken. Ik snelde naar hem toe, en toen hij me zag, pakte hij me bij de schouders. Ik zag duidelijk een aantal tranen in zijn ogen. Hij pakte mijn hand, en sleurde me mee naar ons huisje. Het was een piepklein huisje, net groot genoeg om met zijn allen in te leven. Ik woonde met mijn zusjes in een kamertje, vlak naast de woonkamer. In totaal waren er 4 kamers. Een woonkamer, een slaapkamer voor mijn ouders, een slaapkamer voor ons, en een badkamer. Hij gooide de deur open, en plantte me neer op een stoel. De tranen in zijn ogen waren verdwenen. Mijn moeder kwam ook naar binnen. Haar ogen waren doordropen van de tranen. De rest van haar gezicht ook trouwens. Hans pakte mijn hand. Je vader is dood, zei mijn moeder kortaf. Ik merkte aan haar dat ze al haar moeite moest sparen voor het inhouden van mijn tranen tegenover mij. Ik had haar altijd gezien als een sterke, moedige moeder, die nooit huilde, nooit een traan liet vallen, zelfs niet in benarde situaties. Ik had haar nog nooit zo gezien. Ze zag er zo kwetsbaar uit, teder, verdrietig. Ik had hele erge behoefte om haar om te hals te vliegen, maar ze liep alweer weg. Ik kon geen woord uitbrengen. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik wist niet wat ik moest doen.
Die avond lag ik in mijn bed. Iedereen was verbaasd dat ik nog geen traan had gelaten. Ik wist niet waarom, maar het kwam niet in me op om te gaan huilen. Vanbinnen huilde ik zeeën vol. Mijn vader. Mijn lieve, sterke vader, die me altijd op zijn schouders had genomen als ik me verdrietig voelde, en die ik wel helemaal kapot had kunnen knuffelen, al de tijd dat hij bij me was. En nu was hij er niet meer. Die avond had ik zo veel mogelijk taken van mijn moeder overgenomen. Ik had gekookt, de was gedaan, de kinderen in bed gestopt. Ik was bekogeld met vragen van hun. De oudste had wel door dat papa niet meer terug zou komen. De jongste, die dan ook nog maar 5 was, begreep het niet. Ze wou dat papa haar een nachtkusje kwam geven. Mijn moeder ging vroeg naar bed, ze voelde zich beroerd, en ik hoorde haar later nog snikken. Ik vond het vreselijk voor haar, helemaal in haar eentje, in dat grote bed, waar ze de rest van haar leven in haar eentje in zou moeten liggen. En dat was nog niet eens het ergste. Ze moest in haar eentje 3 kinderen grootbrengen, zelf gaan zorgen voor de kost.
Ik heb je verhaal aandachtig gelezen;
Ik geef je commentaar/ mijn mening, als je het er niet mee eens bent, ieder zijn eigen mening..
Maar ik vertel je ervan wat ik er van vind, zodat je later het misschien wel anders zou kunnen doen!

Het eerste stuk vind ik niet fijn. Niet fijn om te lezen. Je begint niet leuk, en maakt er een te lang verhaal van. Je vertelt wat over die Femke, das prima.. maar maak het verder niet zo uit gebreid.
En dan het zinnetje 'Veel mensen vinden mij raar', vind ik ook niet helemaal geschikt. Het stukje dat dikgedrukt staat vind ik ook niet fijn. Probeer het eens anders te verwoorden/op te schrijven. Dat 2 keer 'of' hoeft niet.
Daarnaast vertel je ook veel 'onzin' dingen, die we niet hoeven te weten. ('Ik krijg genoeg te eten, word niet mishandeld enz..)
Het 2de stukje,
Ik heb de eerste zin dikgedrukt gemaakt. Je hebt d'r naam heel goed met 'naam' geschreven. Dat doe je netjes, alleen vervolgens ga je er op in over het dorp.. En daarna merk je pas dat Hans het zei.
Ik zou gedaan hebben als voorbeeld.. 'Femke', riep Hans die al zoekend om zich heen keek. Het is een voorbeeld, zeg niet dat het per defenitie goed is, maar ik zou het iig zo gedaan hebben. In zo'n soort zin, snappie!?

De 2de zin die ik dikgedrukt heb is ; je vader is dood zei moeder kortaf. Ten eerste ben je de aanhalingstekentjes vergeten, en ik voel geen énkel gevoel erbij.. En dat lijkt me een beetje maf, als je man/echtgenote is overleden? Je vertelt daarna wel dat het een moedige, sterke vrouw is.. maar dit is zo gevoelloos. Zou dat toch wel een beetje veranderen.
Alleen ik vind dat je weer te veel verteld over van alles en nog wat. Het lijkt net een Real life verhaal in combinatie met een verhaal/dagboek. Vind het persoonlijk niet echt fijn.
('Je vader is dood', zei moeder)
Het 3de stukje vind ik al een stuk beter!

Hopelijk heb je er wat aan!




Morgen tot kwart voor 5 maar woensdag wel lekker vroeg , zodat ik optijd bij de manege ben