. (springgefokt, liefst met Holsteins bloed)Haar afstamming:
http://www.paardenfokken.nl/pedigree.php?horseid=84742&maxniveau=5
standfoto:
halsaanzet:
draffoto van eind juli 2006:
draffoto van enkele jaren terug:
Exterieurbeoordeling van arie53:
We hebben hier te maken met een 8jarige merrie en dus volgroeide merrie. De pedigree bestaat uit een mix van 2 x Sf, 2 x Holsteiner en 1 x Hannoveraan en dat is het paard ook aan te zien. Ze heeft eigenlijk een beetje van alles meegekregen en helaas niet altijd de sterke maar wel aanwezige genetische kenmerken.
De merrie beschikt op bepaalde onderdelen over harmonie en
op andere onderdelen ontbreekt de harmonie.
Alhoewel ze wat weinig rompdiepte heeft, doet ze toch voldoende vrouwelijke aan.
Het hoofd zou iets meer ras en adel mogen tonen en het oog zou iets ronder en groter(karakter) mogen zijn.
De verhouding tussen de hals-en ruglengte is goed. Dat geldt ook voor hals-en rugwelving die nagenoeg gelijk is. Daarentegen is de lengte van de hals en de rug meer dan de helft van de romplengte en staat ze daarbij nog net over voldoende bodem. Dat is de lengte tussen de achterknie en de elleboog. Een sportpaard dient over veel bodem te staan om aan de onderkant te kunnen rekken (verruimen). Dat is immers zowel bij het springen als de dressuur van het allergrootste belang. De lengte van het paard wordt derhalve bepaald door de ligging van de schouder en van het darmbeen.
De hals is goed aangezet (begint op de punt van het boeggewricht) , maar zou bij de aanzet eerst meer een verticaal verloop moeten hebben en vervolgens de welving aan de bovenzijde moeten volgen. De nek is weing geprononceerd en de hals zou een meer natuurlijke ronde welving aan de bovenzijde moeten tonen. Een typische erfenis van de franse (lees xx) genen in de pedigree. De goede verhouding tussen de hals-en ruglengte stelt het paard echter wel in staat om met deze hals voldoende tegengewicht van de romp te vormen en daarmee de balans in de beweging te kunnen bewaren.
De schouder is voldoende schuin met een goed hooggelegen boeggewricht en een laaggelegen ellebooggewricht die net onder de romp uitkomt. Bovendien staat het ellebooggewricht voldoende ver van de romp af, om in de beweging de romp de noodzakelijke stabilisatiemogelijkheden te kunnen geven. Het hooggelegen boeggewricht bevordert in hoge mate de goede schoudervrijheid en het heffen van het voorbeen.
De schoft is voldoende hoog ontwikkeld, maar zou verder tot aan het midden van de rug mogen doorlopen. Dit zou bovendien een meer schuinere ligging van de schouder en een iets kortere rug hebben bevorderd.
Zoals gezegd zou de merrie over meer rompdiepte mogen beschikken. De rompdiepte correspondeert niet helemaal met de lengte van het voorbeen, maar wel weer met de helft van de romplengte en bijna met de rug-en halslengte.
Het voorbeen staat iets onderstandig en zou met name aan de bovenzijde (de opperarm) meer ontwikkeld (breder) mogen zijn. Hier liggen immers de spieren die het voorbeen in de beweging voldoende hoog en, in tijd, voldoende lang omhoog moeten houden!
Het fundament is voldoende ontwikkeld en een forser fundament zou de merrie zeker niet hebben misstaan.
Van de kwaliteit van het beenwerk is op deze foto's niets te zeggen.
De koten zijn goed gesteld en de kootlengte is goed. Dat geldt ook voor de verhouding tussen de lengte van het pijpbeen en die van de opperarm.
De bovenlijn is juist voldoende gewelfd en doet vanwege de iets lange lendenpartij enigszins strak aan. De ligging van de croupe is lichthellend en dus goed. De croupe zou iets meer lengte mogen hebben. De ideale verhouding is: 1/3 croupe, 1/3 lendenen, 1/3 ruglengte.
Toch kan ze vanwege de goed croupeligging het bekken voldoende naar voren kantelen, die het mogelijk maakt om de onderliggende gewrichten goed te kunnen verkleinen (buigen).
Het achterbeen staat iets achter de massa, met een laag gelegen en goed gehoekt spronggewricht.
Ook de hoek van het darmbeen- en die van het kniegewricht zijn prima en eerder klein dan groot. Daarmee komt het kniegewricht ook aanmerkelijk hoger te liggen dan het ellebooggewricht. Deze constructie biedt het paard voldoende mogelijkheid om de gewrichten optimaal te kunnen buigen, om de massa voldoende hoog te kunnen heffen en vervolgens in balans met een zweefmoment voort te kunnen stuwen.
De voeten zijn voldoende ontwikkeld en ook een iets forsere voorvoet zou haar zeker niet misstaan. De bespiering is eerder lang dan rond en dat biedt goede mogelijkheden om de gewrichten voldoende bij elkaar te trekken. Een sportpaard kan niks met ronde korte spieren.
Moederrapport van Alba Z: Zij is de zus van de grootmoeder. Moeder van L.A (ggk hengst, KWPN)
1993
Alba-Z is een goed ontwikkelde, royale, voldoende rijtypische fokmerrie.
Het hoofd is voldoende sprekend. De hals is goed van vorm en wordt goed gedragen. De schoft is goed ontwikkeld en loopt lang door. De schouder is van goede lengte, maar kon wat schuiner liggen. Rug en lendenen zijn goed. De croupe is goed van vorm en goed van lengte. Het voorbeen is iets strak en het achterbeen is wat gebogen. De koten en voeten zijn goed.
De stap is ruim en gemakkelijk, maar toontredend. De draf heeft voldoende ruimte en kracht.
Stokmaat: 167.0 cm.
verbeterpunten:
meer maat en kader
iets koeler in de kop
merrie heeft 3 goede gangen. Ze is wel een karakterpaard (brutaal maar eerlijk
)Op basis van de foto's en exterieurbeoordeling, voor welke hengst zouden jullie dan kiezen ? Graag onderbouwde reacties
.

