chanicha schreef:Het ging ook om lichamelijke gebreken superwoman, kon er niet opkomen
Maar dat is dus al vastgelegd in de wet
Moderators: Neonlight, C_arola, Firelight, Sica, Dyonne, NadjaNadja, balance, Essie73
Esthermuis schreef:@Superwomen:
We hebben een geluk niet te laten keuren, want dan was ze goedgekeurd!! Er heerst sterk het vermoeden dat ze gedrogeerd is geweest de eerste dagen.
En wat wil je, het is het eerste paard dat wij kopen, we waren ook wat dat betreft een beetje leek. En je gaat er niet vanuit dat je door particulieren zo bedonderd wordt.
De mensen deden zich nogal fijntjes voor (nu achteraf!) en gaven je direct een goed gevoel. (niet dat ik daar ooit nog op af ga!)
Graag zouden wij zien dat het paard teruggaat naar de vorige eigenaar en het geld terug. Hier hebben we uiteindelijk hard voor gespaard en weggooien is ook zonde. En ik heb mij voorgenomen niet na te denken wat er daarna nog met het paard gebeurd. Liefst zou ik zelf een goede plek voor haar willen vinden, maar ja als ik mijn geld terug heb, heb ik er niets meer over te zeggen.
Citaat:Dwaling: paard lijdt aan hoefkatrolontsteking
Inleiding
Drie weken nadat de koper een paard had gekocht, hoorde hij van iemand anders dat die persoon hetzelfde paard enkele maanden eerder hetzelfde ook had willen kopen. Uit een toen uitgevoerde röntgenologische keuring door een dierenarts bleek echter, dat het paard aan hoefkatrolontsteking leed. De kwaliteit van de straalbeenderen werd met een 4 beoordeeld. Dit duidt op een zeer slechte kwaliteit van de straalbeenderen, wat in de toekomst een grote kans op kreupelheid geeft. Het paard werd daardoor niet geschikt geacht voor de sport. De verkoper was bij deze keuring aanwezig geweest en was zodoende volledig op de hoogte van de aandoening waaraan het paard leed. De verkoper had de koper hiervan nooit op de hoogte gesteld, ook niet nadat de koper had gevraagd of het dier gezond was. De verkoper bleef volhouden dat het paard gezond was en de verkoper ontkende dat hij bij de eerdere keuring aanwezig was geweest.
Vordering ontbinding koop
De koper stuurde de verkoper een aangetekende brief, waarin de koper de verkoper liet weten dat hij de koop van het paard ongedaan wilde maken. De verkoper had niet voldaan aan diens wettelijke mededelingsplicht en had de kennis omtrent de slechte gezondheid van het paard voor de koper verzwegen. Het paard was door de aandoening immers niet geschikt voor het doel waarvoor het was gekocht (sport). De koper had het paard willen trainen om er wedstrijden mee te doen. Had hij van te voren van de aandoening van het paard geweten, dan had hij het nooit gekocht. De koper vorderde van de verkoper dat deze het paard terugnam en hem de koopsom terugbetaalde. Ook wilde hij vergoeding van de kosten die hij had gemaakt. De verkoper weigerde echter op de vorderingen van de koper in te gaan.
Kort geding
Omdat voor de koper de kosten bleven oplopen (stallingkosten, kosten voor voer, stro, dierenartskosten, verzekering enzovoorts) spande de advocaat van de koper een kort geding aan. De koper vorderde ontbinding van de koopovereenkomst op grond van dwaling. De verkoper had de koper immers een verkeerde voorstelling van zaken gegeven door hem willens en wetens in de waan te laten dat het paard ten tijde van de koop helemaal gezond was. Voorts werden vergoeding van de koopsom en vergoeding van de door de koper gemaakte kosten gevorderd.
Uit schriftelijke verklaringen van getuigen en van de dierenarts, die indertijd de keuring had uitgevoerd, bleek dat de verkoper bekend was met de aandoening van het paard en dit tegenover de koper had verzwegen.
De kort geding rechter oordeelde op grond van de onderzoeken en rapportages van deze en een andere dierenarts, dat het paard niet geschikt was voor sportdoeleinden zoals de koper die voor ogen hadden gestaan. Ook gewoon recreatief rijden zou op grond van de meningen van de dierenartsen al problemen opleveren. Kortom: het paard beantwoordde niet aan hetgeen de koper op grond van de koopovereenkomst had mogen verwachten.
De rechter achtte voldoende aannemelijk dat in een vervolgprocedure (bodemprocedure geheten) zou worden geoordeeld dat de koopovereenkomst als ontbonden diende te worden beschouwd. De verkoper werd derhalve door de rechter veroordeeld het paard van De koper terug te nemen. De gevorderde vergoedingen werden voor een kort geding te gecompliceerd geacht en er werd doorverwezen naar een bodemprocedure
Bodemprocedure
In deze procedure oordeelde de rechter dat de verkoper de koopsom aan de koper terug moest betalen. Kosten, gemaakt vóór ontbinding van de koopovereenkomst, kwamen in principe niet voor vergoeding in aanmerking. Als peildatum werd de datum gehanteerd, waarop de verkoper de aangetekende brief van de koper had ontvangen. Alle kosten van na die datum kwamen in principe wel voor vergoeding in aanmerking. De koper zou deze kosten immers niet hebben gemaakt als de verkoper het paard meteen na ontvangst van de aangetekende brief had teruggehaald. De kosten die na de ontbinding waren gemaakt kwamen alleen voor vergoeding in aanmerking als ze voor de verzorging en het gezond houden van het paard waren gemaakt en als ze niet voor een ander paard aangewend konden worden. Ook de proceskosten kwamen voor rekening van de in het ongelijk gestelde verkoper.
Conclusie
Iedere verkoper heeft de wettelijke plicht de koper te informeren over gebreken, tekortkomingen, ziektes etc. van de te verkopen zaak (het paard). Verzwijgt de verkoper tegenover de koper bewust kennis omtrent hetgeen hij wil verkopen, dan is er volgens de wet sprake van dwaling. De overeenkomst is dan tot stand gekomen door een verkeerde voorstelling van zaken en is volgens de wet vernietigbaar. Degene die zich op dwaling beroept moet zelf het bewijs hiervoor leveren. In het boven beschreven voorbeeld is de koper daarin geslaagd. De koper kon de eerdere potentiële koper als getuige opvoeren, evenals de dierenarts, die indertijd de röntgenologische keuring had verricht. Beiden konden verklaren dat de verkoper bij de keuring aanwezig was geweest en van de aandoening van het paard op de hoogte was. Uit het indertijd opgemaakte keuringsrapport van de dierenarts bleek de aandoening van het paard. Uit een aanvullende rapportage van een andere dierenarts, door de koper ingeschakeld, bleken de gevolgen van de aandoening voor de toekomst. Het paard had een verhoogde kans op kreupelheid in de toekomst. Het voldeed dus niet aan de afspraak dat de koper een gezond rijpaard zou krijgen.
De koper had de ontbinding van de koop reeds per aangetekende brief aangekondigd. De rechter bevestigde de ontbinding van de koopovereenkomst.
Uit dit voorbeeld bleek duidelijk dat de verkoper geen eerlijk spel had gespeeld. Hij had een aandoening opzettelijk verzwegen. Tegenover de mededelingsplicht van de verkoper staat overigens de onderzoeksplicht van de koper. De koper moet alvorens tot koop over te gaan, goed onderzoeken of een paard wel gezond is en aan de verwachtingen kan voldoen. Laat de koper voor de koop geen keuring verrichten door een dierenarts en blijkt het paard dan na de koop toch niet gezond, dan staat de koper er juridisch gezien slecht voor.