Op een keuring wordt een fjord beoordeeld op 5 punten:
1. Rastype
2. Lichaamsbouw en gespierdheid
3. Beenkwaliteit en beenstanden
4. Correctheid van de gangen (stap en draf)
5. Algemene indruk en ontwikkeling
Per onderdeel kan max. een 10 gegeven worden. Theoretisch gezien zou een fjord dus 50 punten kunnen halen, maar geloof dat er in NL nog niet meer dan 42 punten is gegeven.
Veulens, enters en twenters krijgen een voorlopige primering. In de volgende klassen:
A - 35 punten en hoger
B - 30 t/m 34 punten
C - lager dan 30 punten
Een driejarige kan voorgesteld worden voor stamboekopname (stokmaat, kleur en aftekeningen worden genoteerd). Daarbij kan de fjord op de premiekeuring verschijnen.
De indeling in premies is als volgt:
1e premie - 35 punten en hoger
2e premie - 30 t/m 34 punten
3e premie - lager dan 30 punten
Bij een 1e premie is de fjord voorlopig model. Om definitief model te worden krijgt het dier de gelegenheid t/m het volgende jaar om een proef af te leggen.
Er kunnen Fjordsport proeven gereden worden. Vereist wordt minimaal L-dressuur en B-springen.
Ook kan een verrichtingsproef worden afgelegd. Dit is er in aangespannen vorm (men- en trekproef) en onder het zadel (zadelproef). Hiervoor moet minstens een B gehaald worden. Een B betekent gemiddeld een 7 (hiervoor zijn meer eisen per proef, maar die ga ik niet allemaal overtypen).
De fjord is dan model. Een volgende keer op de keuring wordt hij/zij dan geplaatst in de categorie modelpaarden (ruinen en merries apart). Behaald hij/zij dan 37 punten of hoger, dan is het dier 1e klasse model en aspirant ster. Bij het halen van een A voor de verrichtingen of LL-dressuur en B-springen is hij/zij definitief ster. Onder de 37 punten betekent 2de klasse model, je komt dan in principe niet verder (je kunt natuurlijk ieder jaar opnieuw proberen de 37 te halen).
Sterpaarden worden alleen op volgorde geplaatst en krijgen geen punten meer.
Verder heb je nog de volgende predikaten: prestatie, keur en preferent.
Voor prestatie moet een fjord óf een A voor een aangespannen proef en een A voor de zadelproef gehaald hebben, óf een A voor een aangespannen proef en LL-dressuur en B-springen.
Keur: geeft aan dat de merrie vruchtbaar is, hiervoor moet de merrie minstens 6 veulens uit 7 dekkingen hebben gegeven. Hoe ouder de merrie wordt, hoe minder streng deze eis wordt (aantal dekkingen gaat met 2 omhoog, aantal veulens met 1).
Preferent betekent dat de merrie goed vererft. Hiervoor moeten 3 nakomelingen model zijn (i.p.v. model wordt ook een ggk. zoon voldoende bevonden).
Elite wordt een merrie wanneer zij alle predikaten heeft behaald (model, ster, keur,preferent, prestatie). Dit gebeurt niet zo vaak.
Voor hengsten gelden andere regels, maar ook zij kunnen elite worden.
Voor ruinen gelden alleen model, ster en prestatie.
*heb ik net een heel verhaal getypt, is Rianne me net voor...maargoed, toch nog even mijn reactie*