[VER] Verjaardagsverhaal voor mijn vriend!

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

[VER] Verjaardagsverhaal voor mijn vriend!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-09-08 23:05

Mijn vriend is in december jarig, en ik ben een boek voor hem aan het schrijven. Hij mocht het onderwerp noemen, en het werd: 'intellectuele eigendom'. Clown Nou, ga er maar eens aan staan Tong uitsteken.
Ik ben nu bezig met het eerste hoofdstuk, en ik ben heel benieuwd wat jullie ervan vinden. Want hij moet wel perfect en mooi worden, natuurlijk!
En mochten jullie denken: 'hee, dat stukje tekst ken ik al', dan klopt dat, want hij is bijna hetzelfde als een eerdere tekst van mij, maar toch niet helemaal Tong uitsteken. En dit wordt de definitieve versie. Dus ik ben erg benieuwd!

=============
Madrin

De velden waren leeg. De wind sneed over de grijze heuvels, over het kale landschap dat zich uitstrekte tot achter de horizon. Nu de Winter was gekomen waren alle dieren weggetrokken uit het landschap, en weldra was het hun beurt. In de Zomer hadden ze de velden gedeeld met schapen, koeien, bloemen, vruchten en de warme zon, die met iedereen mee naar het Westen was getrokken. De laatste stam die met hun de zomer hadden doorgebracht op deze weiden was met de laatste zonnestralen weggegaan, en sindsdien waren de dagen koud en donker. Weldra werd het ook voor henzelf tijd om te vertrekken. Tussen het droge gras was niets meer te vinden, van de wind en de kale bomen konden ze niet leven. Het klimaat werd te guur aan deze kant van de Heuvels, waar de grote zwarte rotsen aan de Westzijde hen afsloten van de Zon.
Madrin stond met opgetrokken schouders op kleine rots op een heuveltop. Haar armen had ze over elkaar heen geslagen, om de koude die door haar dunne kleren drong een beetje tegen te houden. De wind gierde door haar haren, en het klonk zo hard, dat ze het geluid van haar tentenkamp achter zich niet meer hoorde. Hier had ze in de zomer vaak met Nandini gezeten, de dochter van Handas, van de Mandenmakersstam. Hier hadden ze gefantaseerd over de landen achter de donkere bergen, waar de zon heen ging in de Winter, en hadden ze bloemen geplukt en die in hun haar gevlochten. Nandini was weg, de bloemen waren weg. Weggereden met haar stam. Vanaf deze plek had ze haar uitgezwaaid, gekeken hoe de lange stoet mensen, karren en paarden langzaam voortbewoog over het smalle zandpad.
Ze keerde zich om en slenterde terug, terug naar de bedrijvigheid die zo normaal scheen te zijn als de Winter in aantocht was. Al van veraf zag ze vrouwen heen en weer rennen met water, kinderen, eten en stokken. Je hoorde allerlei geluiden door elkaar; geroep van mannen die elkaar van verre aanwijzingen probeerden te geven, vrouwen die hun kinderen bij elkaar probeerden te houden, en huilende baby's.
'Madrin! Madrin!'
Ze versnelde haar pas niet. De bedrijvigheid die iedereen in haar greep leek te hebben stootte haar af – maakte haar inactief en verlangend naar de rustige zomer. Ze kreeg een emmer in haar handen geduwd en werd naar de beek gestuurd om water te halen, een klusje dat vele vrouwen met haar zuchtend in beweging zette naar de beek, die een eindje van hun kamp stroomde. Iedereen werd gebruikt, iedereen maakte zich nuttig. Durac, het oude stamhoofd, was de ijzige winter van enkele jaren terug niet vergeten en spoorde nu iedereen aan om harde te werken dan ooit tevoren.
'De donkere wolken komen eraan,' zei hij. 'Ik zie ze achter de heuvels. We moeten opschieten voor de Zon ons te ver vooruit is.'
Het woord van de oude man was heilig; zijn wil was wet. Iedereen in de stam koesterde een diep respect voor de oude Durac, en het was ook moeilijk om niet een bepaald gevoel van nederigheid te hebben als je in zijn buurt kwam. Er was niet goed een vinger op te leggen, maar hij bezat iets wat alleen echte leiders bezaten, en hij was een geweldige verteller. Hij had de hele wereld gezien en meer jaren geteld dan wie dan ook in de stam. Hij wist raad, dat wist men zeker. Men vertrouwde hem zelfs nog meer dan Jacobo, de chirurgijn, die met zijn kruiden zelfs de zieksten beter kon maken.
Onder toeziend oog van deze man brak iedereen snel de tenten op waar ze de hete Zomer in doorgebracht hadden. De paarden werden voor de wagens gespannen en de ezels werden bepakt. Ook zij beseften dat er weer iets te gebeuren stond en lieten zich met tegenzin inspannen. Maar ook voor hen boden de weiden niet meer voldoende voedsel – het land werd droog en kaal.
Slechts een paar tenten stonden nog overeind: de Groepstent, waar iedereen vannacht nog zou slapen, en de tent van Durac, die alle voorraden bij zich genomen had en zorgvuldig liet beheren door een wachter. In de winter was voedsel schaars en al vertrouwde hij zijn stam volledig, door zijn ervaring wist hij dat je niet voorzichtig genoeg kon zijn. Bovendien waren de aanvallen van binnen niet zijn grootste vrees; in de heuvels voelde hij de aanwezigheid van andere dieren, te onaantastbaar om te benoemen, maar zeker aanwezig. Hij leunde op zijn stok en staarde naar de volle wagens, de rennende mensen, de dag die traag ten einde liep.

Die avond was het gezellig en warm in de Groepstent. De laatste avond op deze plek wekte bij sommige mensen een melancholisch gevoel op, dat ze uitten door liederen te zingen bij het geluid van een luit. De mannen genoten van het laatste Zomerbier en de vrouwen bonden linten in hun haar en maakten muziek of dansten in prachtige jurken. Mensen klapten en juichten ze toe. Sommige vrouwen keken door hun dansende haar lonkend naar de mannen, maar iedere keer als iemand te dichtbij kwam sprongen de vrouwen sierlijk weg en verleidden verder van een afstand, zodat ze een onbereikbare droom bleven voor de mannen, een zomerdroom. Midden in de tent brandde een vuur, waarvan de rook door een gat in het dak naar buiten kon. De wanden werden verlicht met een onregelmatig schijnsel, en de schaduwen op de muren maakten de mensen drukker dan ze in werkelijkheid waren. Kinderen vormden met hun handen schaduwfiguren op de muren en maakten zo toneelstukjes, die begeleid werden door de dansmuziek en het gestamp op de achtergrond.

Me milar de bendetar
Alin hannan endetar.

Wees mijn vriend en dans met mij
Al is de Zomer nu voorbij

'Kom, dans ook met mij, Madrin!' De lichte ogen van een jongen keken haar aan. Ze kende hem; het was Andir, de zoon van een zekere Hallad. Hij was degene die vorige winter de Sneeuwbeer had verjaagd. Hij was de held van de stam geweest toen hij het agressieve dier, dat hun voorraden vernielde en stal, wist te verjagen door een gigantische muur van vuur. Met zijn lachende ogen had hij haar toen aangekeken en hij had haar vervuld met een diep respect. Dezelfde blauwe lichtjes keken haar nu aan.
'Dansen?' vroeg hij nogmaals.
Madrin protesteerde. Ze zat liever in de warmte van de vuren rustig naar de dansende mensen te kijken, zodat ze alles tot haar door kon laten dringen en kon genieten van deze laatste avond, dan dat ze meegesleurd werd in enkele dansjes die ze niet goed kende.
'Nee, ik heb geen zin.'
'Ach kom op, het is toch leuk!' Hij trok haar mee aan haar arm en leidde haar de kringen van dansende mensen in. Achter zich hoorde ze gejoel, gejuich en geklap. Was het omdat iedereen zo verbaasd was dat Andir Madrin op de dansvloer had weten te krijgen?
Ze deden een vrolijke rondedans, waarbij je iedereen zag en met iedereen danste. Durandy had de dans slechts een paar keer gedaan, maar Andir sleurde haar mee en lachend zwierden ze over de vloer. De mensen rond het vuur klapten en juichten ze toe, dronken Zomerbier op hen en op de onvergetelijke avond.
En toen het vuur bedaard was en de mensen zich verzamelden om het vuur en zich tegoed deden aan de lekkernijen die speciaal voor deze avond waren klaargemaakt, glipten Aretio en Durandy naar buiten en renden naakt over de heuvels.

Alleen de oude Durac feestte niet. Misschien was het omdat hij al teveel feesten had gezien, en er al teveel ellende aan zijn oude hoofd voorbij was getrokken. Zijn ogen staarden in de vlammen en zijn gedachten waren elders, bij de lange weg, morgen. De Winter was een tijd vol ontberingen en moeilijkheden, en Durac wist het. De Stam was zijn verantwoordelijkheid. Hij had het recht en de er om de stam te beheren geerfd van de oude Produr, een man voor wie hij veel respect en bewondering had gekoesterd. Stamleider werd je niet zomaar. Ervoor uitgekozen worden was een eer, het zijn was een enorme opgave. Moeilijk maar dankbaar.
Hij nam nog een trek van zijn pijp. En hoewel hij in gedachten verzonken was, ontging het hem niet dat iemand hem traag van achteren naderde. Hij hoorde niet wie het was, maar het was een jonge man, vol energie en ongeduld, want zijn voeten shuifelden alsof hij niet keek waar hij liep. De stappen klonken onzeker en hielden stil vlak achter Durac. Hij voelde dat de persoon aarzelde om hem aan te spreken, alsof hij wat moeilijks te zeggen had. Durac zweeg stil, ingespannen starend naar de warmte van het vuur dat de achtergrond deed trillen, alsof hij niet merkte dat er iemand was genaderd.
'Oudste?'
Hij was geroepen. Durac draaide zich bij en keek in het gezicht van Denthin, een jonge, avontuurlijke man. Het schijnsel van de vlammen speelde over zijn krachtige gezicht en Durac zag dat hij iets belangrijks te zeggen had.
'Denthin.'
'Ik word Talethar.'
Het bleef stil. Wie de oude Durac toen van dichtbij kon zien, had gezien dat zijn ogenzich een klein beetje verwijdden – de manier waarop een wijze oude man schrikt.
'Het is mijn roeping, Oudste.'
Het rumoer op de achtergrond leek te verstommen toen Durac nadacht. Denthin stond onbeweeglijk bij hem, zijn blik volgend.
'Taletharid zijn anders, Denthin. Anders, heel anders dan wij.'
Denthin knikte. Hij wist het. 'Maar ik ben vastbesloten. Ik pas bij ze, het is mijn thuis. Daar wil ik zijn. Laat me gaan...'
De wijze Durac streek met zijn hand over zijn kin en wangen.
'Ieder lid van de Broodbakkersstam is vrij om te gaan en te staan waar hij wil, Denthin, dat weet je.'
'Ik wil uw zegen, Durac.'
Ieder lid van de Mandenmakersstam wist dat de zegen van de Oudste deuren voor je open lieten gaan. Het was een teken dat je respectabel was, een goed man. Ook zonder zegen kon je je redden, daar was iedereen het over eens, maar de zegen vand e Ouste gaf je een status die moeilijk te bereiken zou zijn. De Oudsten stonden zeer in aanzien en nooit was het vertrouwen in hen beschaamd. Men vertrouwde op hun wijze oordeel en plaatste zijn lot in hun handen.
'Mijn zegen...' Durac keek Denthin aan en nam hem bij de hand. 'Wat zul je doen met mijn zegen?'
'Het koesteren als een groot geschenk. Het vertrouwen dat ik in u heb niet beschamen. Nooit vergeten dat ik een lid was van de Mandenmakersstam, de geboden naleven. Dat zal ik doen. En het belangrijkste, Durac... ik wil mensen helpen. Ik wil dat mensen beter worden van onze uitvindingen, ik wil het leven voor iedereen makkelijker en aangenaam maken. Dat men moge zeggen dat de Broodbakkersstam trots mag zijn Denthin in hun midden te hebben gehad.'
Durac zuchtte en keek naar Denthins ogen. Ze straalden net als het vuur, het vuur van het hout en het vuur in zijn ogen. 'Je krijgt mijn zegen, Denthin. Je krijgt mijn zegen.'

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Verjaardagsverhaal voor mijn vriend!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-09-08 23:17

De Herfst was in die streken slechts een vaag uitvloeisel van de zomer. Hoewel de dagen minder warm waren, voedden ze iedereen met vruchten en gewassen, die lang bewaard konden blijven in de grote opslagtonnen van de stam. De Herfst was de Oogsttijd. De Winter was leeg. De opslag die ze dit jaar hadden gemaakt deed de karren bijna bezwijken – het was een vruchtbaar seizoen geweest. Dankzij de milde, maar constante regenval in de zomer hadden de gewassen beter gedijt dan ooit tevoren, en dankzij de samenwerking met de 'Groene Stam' van de Muzakil hadden ze geleerd hoe ze de insecten van hun gewassen weg konden houden, en zo een groot deel van hun oogst konden sparen. Ze hadden het opgeschreven in hun Boeken, zodat ze het nooit meer zouden vergeten. Nog enkele flesjes waren over van het zogenaamde 'wondermiddel', die, naar de oudsten zeiden, hun diensten goed konden bewijzen tijdens te volgende oogst.
De wagens waren bijna volgepakt. Iedere keer dat ze verder trokken werden ze zwaarder zakten ze verder door op hun wielen en moesten de paarden harder trekken om het geheel in beweging te krijgen. Vooral na de zomer, met de oogst die meegedragen moest worden, hadden de dieren het zwaar. Vaak werd er dan een extra kar gebouwd om de dieren wat te ontlasten.
De oude Durac zat opeen rotsblok, moe van alle bedrijvigheid. In zijn jonge jaren had hij geholpen met karren bouwen, tenten opzetten en paarden inspannen, maar nu was hem dat teveel. Hij kon het nog coordineren, dat wel, maar zijn dagen van kracht liepen ten einde. Het deed hem pijn dat hij werkeloos moest toezien hoe iedereen de wagens gereedmaakte voor vertrek.

Plotseling was het inpakrumoer echter veranderd in jammerklachten, gelach en geklap. Denthin had groots aangekondigd dat hij zich aan ging sluiten bij de Taletharid. Dat had een grote opschudding in het kamp teweeggebracht. Nooit eerder had iemand uit hun midden een dergelijk besluit genomen. Madrin zat naast Andir in de luwte van een boom, moe van het inpakken. Sinds de vorige avond waren ze niet meer uit elkaar geweest. De wagens waren klaar, het vertrek was de volgende stap. Maar dat vertrek werd uitgesteld door het vertrek van de Scheppende Denthin.
'Hij gaat bij de Taletharid...' mompelde Andir. 'Hij verlaat ons.'
Madrin keek hem aan. 'Was hij een goede vriend van je?'
'Ik kende hem goed.'
'Hij zal een goede Talethar zijn.'
'Ja... dat zeker. Dat zeker.'
Andir keek over zijn opgetrokken knieen hoe iedereen afscheid nam van Denthin en hem geluk wenste. Geluk in zijn nieuwe leven, geluk met zijn roeping die hij eindelijk gevonden had.
'Wees blij voor hem,' zei Madrin. 'Hij kan nu eindelijk doen wat hij zo graag doet.'
Andir zuchtte. 'Toch ga ik hem missen.'
'We gaan hem allemaal missen, Andir.'
'Waarom komen de Taletharid nooit terug?'
'Ze kunnen het niet, dat weet je. Het is geen vak. Het is een leven.'

De Taletharid waren oorspronkelijk een soort bannelingen, ontevreden jongeren met revolutionaire ideeen. In de bedomptheid van hun stam voelden ze zich ingesloten, de grote ideeen die zich langzaam vormden in hun gedachten konden geen uiting vinden in het saaie leven van alledag. Het waren de mensen die tienmaal tegen hun moeder probeerden te zeggen dat ze iets prachtigs konden maken waarmee zij wol zouden kunnen spinnen of heel snel manden konden vlechten. Mensen die hunkerden naar meer kennis, meer ideeen, meer leven. Een ander leven. Uit hun stam gestapt zwierven ze samen door het land en maakten de prachtigste uitvindingen, die ze op de vele kleine marktjes die gedurende het jaar werden gehouden toonden en weggaven. Samen bedachten ze de hele dag nieuwe dingen waar iedereen wat aan kon hebben. Dingen die nog niet bestonden, maar die een goede aanvulling zouden zijn op het dagelijks leven. Dingen die alles makkelijker, mooier of allebei maakten. De Vrijen, de Uitvinders. De Taletharid. Ze trokken door de landen om alle scheppende geesten de mogelijkheid te bieden bij ze te komen. De komst van de Taletharid was voor de meeste stammen zowel een geweldige gebeurtenis als een droevig iets, omdat je er dikwijls een stamgenoot aan verloor die je nooit echt opmerkte, of die je vervelend vond, maar die je ineens vreselijk gaat missen als hij er niet meer zal zijn.

De mist boven de heuvels was zo dicht, dat ze het licht van de maan leken te vangen om het de hele nacht vast te houden. De karren waren nu een halve Wende onderweg, en de duisternis was snel gevallen. In de duisternis trokken de paarden minder hard, verstomde het rumoer van de mensen die op de karren zaten. Tijd voor nachtrust was het nog niet. In de Trekdagen werd er weinig geslapen.
Madrin zat voorop een wagen, die vastgemaakt was aan een andere. Ze was alleen met haar gedachtes. Gedachtes die gingen over het leven dat verder reikte dan deze stam. De nachtelijke hemel met de duizenden sterren deed haar beseffen dat ze maar zo klein was, en dat er zoveel buiten haar stam was waar ze niets van wist. Gedachtes over de Taletharid, die ineens zo dichtbij waren gekomen. Slechts een paar keer had ze ze gezien, verscholen in de wijde rok van haar moeder. Iedereen wilde ze bekijken, maar niemand wist waar en wanneer ze verschenen. Als ze te zien waren hadden ze vele prachtige dingen bij zich, nuttig en mooi. Ze leerden dan iedereen hoe ze ermee om moesten gaan, en hoe ze ze zelf ook konden maken. Het Grote Brein, werden ze ook wel eens genoemd. Ze zagen er mooi uit, de Taletharid. Mooi en geleerd. Precies zoals zij zelf ook wel zou willen worden. Precies zoals iedereen ook wel zou willen worden. Iemand die mensen helpt.
==========================================

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Verjaardagsverhaal voor mijn vriend!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 12-09-08 09:01

Ik ontdekte net dat er ergens nog 'Aretio' en Durandy' staan... dat moeten 'Andir' en 'Mardin' zijn, haha. 't wordt wel heel onduidelijk zo... ROFL