Wandeling in het duister
Huizen in het duister
warme wolken blaas ik voorruit
de gure kou zal dan wel blijven
de lichtjes zijn eindelijk uit
De stad gehuld in stilte
enkel een dronkeman over straat
er wordt gevrijd in het stadspark
een zwerver die in zichzelf praat
Ik, wandelend in mijn eentje
geen angst voor een voetbalrel
niet gestoord door de wereld
want die komt morgen toch wel
Onze nacht
De donkere straten
gehuld in enkele stille lichten
er wordt niets meer gezegd
geen langslopende gezichten
De slapende huizen
waar je geen gedrommel hoort
er wordt door kinderen geslapen
ouders samen, eindelijk ongestoord
De laatste cafés
waar je nog een biertje kunt halen
nog een kansje op romantiek hebt
voordat de eigenaar gaat slapen
De stille mensen
met hun viervoeters over straat
of nog hun huis proberen te halen
net voordat er wordt gebraakt
De duistere stad
waar toch altijd lichten schijnen
waar nooit niemand wakker is
maar waar je zo heerlijk kunt verdwijnen