Ik ben nu al een tijdje bezig met het schrijven van een verhaal. Ik ben al best ver en ben beniewd wat jullie er van vinden. Ik heb nu 4 hoofdstukken af en heb hier de eerste 2 hoofdstukken geplaatst. Ikzelf vind het 2e hoofdstuk wat beter dan het eerste... tips? Ik hoop dat jullie het verhaal leuk vinden, en als jullie willen kan ik ook de andere 2 hoofdstukken erop zetten.
Citaat:H1 De Strandrit:
Het is koud buiten. Lidia ploft op haar bureaustoel. Naast haar staat een warme kop chocolademelk. Ze heeft het koud. “Wat een karwei, al die stallen uitmesten”. denkt ze bij zichzelf. Die chocolademelk komt nu goed van pas. Ze pakt haar beker en drinkt alles in één keer op. Ze zet haar computer aan. MSN start op. *Ping* Ze heeft een nieuw e-mail bericht.
Het is van haar penvriendin Eva. Snel opent ze hem, ze is zo benieuwd. Misschien krijgt ze nu eindelijk paardrijlessen. Eva is net zoals Lidia gek van paarden, maar ze mag van ouders niet op paardrijles. Haar vader is werkloos geraakt, en daarom kunnen ze rijlessen niet betalen. Elke zomervakantie komt Eva naar de boerderij van Lidia en geeft Lidia haar les. Dit doet ze nu al 3 jaar, en het laatste jaar kon Eva al zo goed rijden, dat ze samen veel buitenritten en strandritten hebben gemaakt. Laura leest de e-mail hardop voor:
Hoi Lidia,
Hier Eva. Raad eens: ik heb heel goed nieuws! Mijn vader heeft weer werk! Hij werkt bij een super groot bouwbedrijf. Hij doet iets met de financiën. En daarom…… MAG IK OP PAARDRIJLES!!!!!!We zijn al op de manege wezen kijken, en raad eens, ik mag meteen naar de vergevorderde les! Ze vonden dat ik al heel goed kan rijden. Toen ik vertelde dat jij mij les had gegeven en hebt geleerd paard te rijden, stonden ze even perplex. Ze hadden veel bewondering voor jou, dat jij mij dat allemaal geleerd hebt! Ik vind het echt helemaal te gek. Iedereen heeft één paard of pony waar hij op rijd en die hij moet verzorgen na en voor het rijden. Mijn verzorgpony heet Rembo. Het is een welhsje! Een ruin. Hij is een echt deugniet maar op stal is hij echt een schatje! Ik moet nu gaan, ik ga mijn eerste les rijden op de manege. Ik ben toch zo benieuwd hoe het zal gaan. Ik ben ook benieuwd of er aardige kinderen bij mij in de les zetten. Stuur je snel iets terug?
Groetjes, (een hele blije) Eva
Onderaan de e-mail staat een foto. Het is een prachtige pony met een mooie lange staart. Hij is helemaal zwart met 4 witvoetjes. “Dat zal Rembo wel zijn. Wat een prachtige pony” dacht Lidia hardop. Van zo’n pony droomt zij ook . Ze print de e-mail uit. Ze pakt het printje en ze rent naar beneden om haar ouders het goede nieuws te vertellen. “Mam, mam! Moet je horen! Eva’s vader heeft weer werk en nu mag ze op rijles op een manege. Kijk, dit is haar verzorgpony. Lidia schuift haar moeder de geprinte e-mail onder haar neus. Ze wijst naar de foto van Rembo. Haar moeder zit even stil. Dan dringt het tot haar door. “Wat geweldig! Daar moeten we op drinken.” Ze pakt 2 glazen uit de kast en vult ze met appelsap. Lidia krijgt ineens een idee. Zij wil ook zo’n mooie sierlijke pony. “Zo’n pony wil ik nou ook. Dat zou het beste cadeau ooit zijn.” Haar moeder kijkt haar aan. Ze snapt best dat Lidia een Arabier of Welhs pony voor haar verjaardag wil. Dat wil ze al haar hele leven lang. “We zullen zijn meid, we zullen zien.” Antwoordt haar moeder. Dat is alles wat ze er over kan zeggen.
Laura schiet overeind. Ze zet haar wekker af. “Pas 6 uur!” Dan herinnert ze zich het weer. “Oja, we gaan vandaag op strandrit.” Ze was helemaal vergeten dat ze vandaag op buitenrit gaan. Ze pakt haar sokken, een trui, en… nu moet ze haar paardrijbroek nog hebben. “Mam, waar is mijn rijbroek?!” Even is het stil, dan hoort Lidia voetstappen op de trap. Haar deur gaat zachtjes open. Er kijkt een hoofd naar binnen. Het is haar moeder. Ze heeft Lidia’s rijbroek in haar handen. “Hier is ie. Ik heb hem uitgewassen zodat we goed uit de verf komen als iemand naar ons kijkt!” Lidia keek blij op. Wat is haar rijbroek toch mooi. Helder licht blauw met een donkerblauw zitvlak. Hij past precies bij haar sjabrak en haar bandages. “Dankje mam”. Haar moeder doet de deur dicht. Lidia trekt haar rijbroek snel aan. Ze gaat voor de spiegel staan. “Wow, hij staat me écht heel erg mooi.” Ze draait zich een paar keer om om de rijbroek nog beter te zien. Dan gaat ze naar beneden. Daar zit Samuel al aan de ontbijttafel. Hij heeft de tafel gedekt en heeft stokbrood warm gemaakt. Lidia gaat zitten en pakt een stukje stokbrood. Ze hoort de douche. Als ze goed luistert hoort ze haar moeder onder de douche zingen. Ze moet lachen. “Moet je horen Sam, mama zing de sterren van de hemel!” Ze beginnen allebei te lachen. Hun moeder kan niet goed zingen. Ze zingt vaak heel erg vals. Lidia ,daar in tegen, kan juist heel erg goed zingen. Op school doet ze ook wel eens mee aan musicals, en dan krijgt ze altijd een solo.
Lidia is net klaar met eten als haar vader naar beneden komt. “Hoi pap, hoe is het? Op wie ga jij rijden?” Haar vader gaapt een keer en antwoord dan: “Goedemorgen kinderen. op wie ik ga rijden? Ik denk dat ik Mira neem. Wie willen jullie?” “Dat je dat nog moet vragen! Ik neem natuurlijk Rinus, en je weet toch dat Lidia Thor neemt!?” Roept Samuel. “Haha, ja natuurlijk weet ik dat, jongen. Het was maar een grapje.” Grinnikt zijn vader. Hij pakt een flink stuk stokbrood en begint te eten. Mira is een hele lieve merrie, maar als je er op zit moet je toch wel opletten dat ze je er niet afgooit. Alleen bij Lidia’s vader is ze lief. Samuel houdt ook wel van wat uitdaging. Hij rijd meestal op Rinus, een flinke Friese hengst. Samuel rijdt ook wedstrijden met hem. Meestal heeft hij hem wel in de hand, maar soms, vooral als hij een merrie ziet, is Rinus echt niet te houden. En Thor, dat is een charmante ruin. Lidia vind hem wel leuk. Hij is met rijden redelijk rustig en niet al te sterk. Ze kan echt alles met hem doen. Toch is het niet haar droompaard. Want haar droom zal pas werkelijkheid worden als ze een eigen arabier of welhs krijgt.
Zodra iedereen heeft gegeten en aangekleed is, gaan ze met z’n vieren naar stal. Moeder rijdt op een merrie. Ze heet Achel. Ze is heel erg lief, vind Lidia zelf, maar ze is nog maar net ingereden en is nog heel schrikachtig. Lidia doet Thor zijn halster om. Ze geeft hem een klopje op zijn hals. “Ja jongen, vandaag gaan we lekker buiten rijden, samen met Samuel, papa en mama. Het gaat echt hartstikke leuk worden, maar je moet wel lief zijn hé.” Thor briest zachtjes. Lidia geeft hem een aai over zijn hoofd en leid het naar de poetsplaats. Daar zijn de andere al bezig met het poetsen van hun paarden. Ze willen om 8 uur aanrijden met de vrachtwagen. Snel pakt Lidia de borstels voor Thor en begint te poetsen met de rosborstel. Thor hinnikt zachtjes. Het is te merken dat hij van zijn poetsbeurt geniet. Na een goede poetsbeurt doet Lidia Thor zijn transportbeschermers aan en zet iedereen zijn paard omstebeurt in de paardenvrachtwagen. Als alle paarden er in staan en alles gecheckt is, stappen ze in en rijden ze aan. Op weg naar de zee, het strand en de lucht.
Na een half uurtje rijden zien ze de zee. Vader draait van de weg af naar een parkeerterrein. Als ze stil staan springt Lidia uit de vrachtwagen en holt naar de achterklep. Ze doet de klep naar beneden en loopt naar Thor. “Dag schatje, hoe was je reis? We gaan nu lekker rijden! Kom, ik breng je naar buiten.” Ze klikt een halstertouw vast en neemt hem mee naar buiten. Ze maakt hem aan de vrachtwagen vast, doet zijn beschermers af en poetst hem nog snel even. Dan pakt ze het zadel en hoofdstel. “Niet schrikken jongen, ik ga opzadelen.” Lidia geeft Thor nog snel een klopje op de hals en legt dan het zadel op zijn rug. “Brave jongen.” Ze singelt aan. Dan kijkt ze of iedereen zijn zadel er al op heeft liggen. Alleen haar moeder moet het zadel nog vast maken. Ze loopt naar het bagageruim en tovert er een cap uit. Ook pakt ze handschoentjes. Ze trekt ze aan en pakt het hoofdstel. Iedereen doet het hoofdstel om. “Goedzo, bitje in Thor.” Thor gehoorzaamt braaf en doet zijn mond open. Lidia doet het hoofdstel om en als iedereen klaar is lopen ze met z’n allen naar het strand. “Oke, is iedereen er klaar voor?!” “Ja, ik ben klaar!” “Ja, we kunnen.” “Hup met de geit!” “Oke, dan stijgen we op! Zit iedereen?”
Na 10 minuten te hebben gestapt, gaan ze over in draf. Er staat een koel windje en het is erg rustig op het strand. Er passeren een paar mensen die naar de paarden wijzen en vol bewondering de bewegingen van de zwarte dieren volgen. Lidia glimlacht. “Wat dachten jullie er van om eens het water in te gaan?” Vraagt Marion aan de andere. Dit was een beetje onverwacht. Lidia lijkt het een leuk plan. “Het lijkt mij geweldig, maar ik wil nog eerst even een rengalopje over het strand maken.” Zonder op het antwoord van haar broer en haar vader te wachten geeft Lidia Thor het teken voor de galop. Thor vindt dit ook altijd geweldig en springt meteen aan. Lidia gaat in de verlichte zit zitten. Thor’s manen vliegen in plukjes in haar gezicht. Wat een heerlijk gevoel is het toch. Met een ruk wordt Lidia uit haar droom getrokken. Thor stijgert erg hoog, Lidia kan zichzelf nog net op tijd redden en zich vastgrijpen aan Thor’s lange, gekrulde manen. Thor staat stokstijf stil. Dan geeft Lidia hem een berustend klopje op zijn hals. “Rustig maar jongen, er is helemaal niets aan de hand.” Samuel komt aanrijden, hij lacht zich kapot. Ook Marion en Paul komen in een snelle draf op haar af, maar zij hebben geen lach op hun gezicht. “Wat valt er te lachen, Samuel?!” Lidia is duidelijk een beetje geïrriteerd. “Ho rustig maar, het zag er gewoon erg komisch uit.” Samuel merkt dat zijn zusje boos is en probeert haar zo rustig mogelijk te houden. “Nou, ik kon er anders niet om lachen.” Marion en Paul staan nu ook langs Lidia. Wanneer ze zeker weten dat er niks aan de hand is kunnen ze hun rit vervolgen. “De zee in!” Lidia wil alweer met hoge snelheid naar het water toe rijden. Haar moeder houdt haar tegen. “Hoho jonge dame, we blijven nu bij elkaar. Je ziet wat er kan gebeuren als je opeens weg crost. Paul en Lidia, jullie gaan als eerste in het water. Ik en Samuel komen jullie dan achterna. Al snel zijn alle 4 de paarden tot hun buik kletsnat. Na wat rondrijden door het water is het weer tijd om uit het water te komen. “Wat leuk is dit mam, dit moeten we zeker nog vaker doen.” Lidia kan goed aan Thor merken dat hij wat moe begint te worden. Ze streelt met haar hand langs zijn hals. “Wat ben je toch weer braaf, Thor.” “Ik denk dat het het beste is als we de paarden terug naar de vrachtwagen stappen, en weer naar huis gaan. Dit was wel genoeg inspanning voor vandaag.” “Lijkt me een goed idee.” Samen stappen ze terug naar de vrachtwagen.
Citaat:Het telefoongesprek:
Lidia en Samuel zitten voor de TV. Ze kijken naar een comedy film. Er staat een grote bak chips op tafel, en er staan 2 grote glazen vol met cola. Lidia graait met haar hand in de bak. Ze pakt een handje chips en eet het op. Het is rustig in huizen Winterdijk. Plotseling gaat de telefoon. Lidia springt van de bankt en rent naar de telefoon. Ze is benieuwd wie het is. Ze neemt op. “Hallo, met Lidia Winterdijk.” Aan de andere kant van de lijn antwoord een zware mannenstem. “Met mr. van Goelen. Is mr. Winterdijk in de buurt?” Mr. van Goelen? Daar heeft Lidia nog nooit van gehoord. “Ik zal hem voor u roepen.” Ze loopt naar haar vader. Ze houdt haar hand voor de microfoon van de telefoon, zodat mr. van Goelen hun gesprek niet kan horen. “Pap, ene mr. van Goelen aan de telefoon.” Haar vaders gezicht krijgt een vreemde gloed. Lidia kan niet inschatten wat hij daar mee bedoeld.
“Hallo, met mr. Winterdijk. Kan ik u helpen” “Over die Fries waar u interesse in heeft, u kunt nu komen of hij gaat weg.” “Bedoelt u naar de slacht?” “Maar natuurlijk bedoel ik dat niet. Als u haar niet koopt, dan heb ik al een andere koper. ” “Kan ik nu meteen komen?” Lidia kijkt haar vader aan. Wat zou er aan de hand zijn? “Oke, dan ben ik er over een uurtje. Tot dan.” “Tot ziens.” Lidia staart haar vader aan. Haar ogen zijn groot, haar pupillen staan helemaal open. Dan zegt haar vader: “Jongens, ik heb laatst iemand gebeld die een goedkope, goede Friese merrie te koop had. Ik heb gezegd dat ik geïnteresseerd ben, maar nu heeft hij een andere koper gevonden. Als ik niet vandaag nog kom, verkoopt hij hem aan die andere man.” Vader onderbreekt zijn verhaal even om adem te kunnen halen, en vertelt dan verder: “Ik heb besloten er nu naartoe te rijden. Ik kan altijd nog zeggen dat ik haar niet wil, toch? Gaat er iemand mee?” Vader kijkt naar moeder, alsof ze wel mee móét. Moeder knikt “Ja hoor, ik ga mee.” Lidia aarzelt, ze wil wel mee maar wordt het dan niet te laat voor haar? “Pap,” zegt Lidia, “Hoe lang is het rijden naar die man?” Haar vader antwoord zonder na te denken: “Ongeveer een uur.” Lidia denkt na. “Het is nu 9 uur, en het is 1 uur heen, en 1 uur terug. Dan moeten we ook nog naar het paard kijken en met de eigenaar in overleg gaan. Dan kan het goed zijn dat we pas op 1 uur ’s nachts terug zijn! Ik vind het jammer, maar dan ga ik niet mee, ik heb morgen ochtenddienst!” Die laatste zin zegt Lidia grinnikend. Zij maakt op zondag altijd het ontbijt klaar en mest de stallen voor 7 uur uit. “Dan blijf ik ook hier.” zegt Samuel. “Want anders moet Lidia hier helemaal alleen blijven.” Grinnikt hij.
Zijn vader pakt zijn schoenen en doet ze aan. Hij pakt zijn jas van de kapstok en loopt naar de vrachtwagen. Moeder loopt achter hem aan. Bij de deur blijft ze staan. "Als jullie nog honger hebben, staat er een pizza in de koelkast. Samuel weet wel hoe hij die warm moet maken." Samuel is al aan het watertanden. Hij vind pizza verrukkelijk. "Wachten jullie maar niet tot wij thuis zijn, dat kan nog wel even duren." Lidia gaapt. "Nee mam, dat beloof ik." Moeder pakt haar jas en loopt naar de vrachtwagen. Vader start de moter en de vrachtwagen rijd weg. Lidia hoopt stiekem dat ze niet terugkomen met een Fries, maar met een Arabier. Maar dat zal wel atlijd een droom blijven. Samuel kreeg wel een paard voor zijn 14e verjaardag, maar dat was een Fries, die konden ze zelf ook voor de fok gebruiken.
"We zijn er." zegt Paul. Ze rijden het erf op. Het is al een beetje donker. Ze parkeren de vrachtwagen. Ze lopen naar het woonhuis. Het ziet er oud en verlaten uit. Bijna een spookhuis. Op het naambordje dat aan de muur naast de deur hangt staat 'Mr. van Goelen'. Paul belt aan. Het is stil. Alleen de wind is te horen. Als er na een poosje nog niemand opendoet, belt Paul nog een keer aan. Er klinken voetstappen op de trap. Ze komen steeds dichter bij. Marion vind het maar een eng geluid. De klink wordt omlaag geduwd. De deur gaat langzaam en piepend open. Paul kijkt naar de man. Hij schat de man ongeveer 40 jaar oud. Hij heeft een snor en in zijn linker oor zit een oorbel. De kleding van de man ziet er versleten uit. "Goedendag, we komen voor de Fries." zegt Paul beleeft. "Volg mij maar." De man gebaard, zonder zich voor te stellen, naar een grote loods.De man maakt de grote schuifdeur open loopt naar binnen.
Ondertussen is Lidia met een stuk chocolade naar haar kamer gegaan. Ze heeft haar computer aangezet."Ik moet Eva nog terug mailen". Ze opent haar e-mail scherm en klikt op 'nieuw bericht'. Ze begint te typen.
Hoi Eva,
Wat geweldig dat je vader weer werk heeft. Heeft hij het een beetje naar zijn zin? Wat is Rembo een prachtige pony! Daar zou ik ook wel op willen rijden. Ik vind het echt heel leuk voor je dat je nu naar de manege gaat. Wat voor lessen krijg je? Springen, of dresuur, of misschien wel allebei? Hier bij ons is alles goed. Mijn vader en moeder zijn nu naar een merrie kijken. Misschien gaan ze haar kopen. Heeft de manege waar je nu rijd ook een website? Ik zou het leuk vinden om er eens op te kijken. Nou, dit was het wel weer zo'n beetje voor vandaag.
Liefs, Lidia
Lidia typt het e-mail adres van haar vriendin in en klikt op 'versturen'. "Zo, dat is ook weer gebeurd." Lidia loopt naar beneden en zet de televisie aan.
Het is donker in de loods. De man drukt op een knopje. Het licht springt aan. Paul en Marion moeten knipperen tegen het felle licht. Na een paar minuten zijn ze gewend aan het licht. Dan pas valt het hen op dat ze niet in zomaar een loods staan, maar dat het een mooie binnenbak is. De man loopt dwars door de bak heen en opent een andere schuifdeur. "Deze kant op". Marion en Paul staren elkaar aan. "Dit had ik niet verwacht." "Nee ik ook niet." Paul en Marion wisten niet zo goed wat ze er nu van moesten denken. Ze lopen verbaast achter de man aan. Nu staan ze in het stallenblok. In tegenstelling tot de bak ziet de stal er vies uit. Houten balken die rotten, deuren van lege stallen die schuin hangen en overal spinnen. In de achterste box staat een Fries. Paul loopt er op af. Hij streelt haar over haar neus. "Dag lieverd. Je ziet er mooi uit." De man pakt een halster en een halstertouw. Hij doet het halster over de neus van het paard, en klikt het vast. Hij begeitd het paard haar box uit. Hij loopt naar de bak. Maar het paard blijft midden op het gangpad staan. Ze hapt naar adem, en hinnikt dan zo hard dat iedereen in het volgende dorp het moet hebben kunnen horen. Marion schrikt ervan. Heel even is het doodstil. Dan klinkt er een zacht, zielig, bijna griezelig hinnikje uit een van de boxen. De man slaat de Friese merre. Hij loopt door naar de ak. Paul rent verbaasd achter hem aan. Heel even staat Marion perplex. Ze had zich wel iets anders voorgesteld bij een bezoek aan deze man. Even aarzelde ze. Zal ze opzoek gaan naar het 2e paard, of zal ze naar der merrie gaan kijken. "Ach, Pual is al bij die marrie." Ze besluit om op onderzoek uit te gaan. Ze denkt diep na. "van welke kant kwam de hinnik? Oja!" Ze begint met de boxen aan haar linkerkant. Ze hoeft niet lang te zoeken.
Ze kijkt over de staldeur van de 3e box heen. Marion schrikt. Op de grond ligt een paard. Het dier ziet er bang uit. “Wat zie je er verwaarloosd uit. Het is net alsof je in geen jaren meer gepoetst bent!” Heel langzaam en heel zacht maakt Marion de boxdeur open. Het paard tilt zijn hoofd op. Marions blik gaat over het paard. Het is een merrie. Het dier kijkt haar recht in haar ogen aan. Dan laat ze haar hoofd weer zakken. Marion doet een sap naar voren. De merrie reageert niet. Marion zet nog een stap. Ondertussen praat ze tegen de merrie. “Ho, meisje, rustig maar. Alles is goed. Hoho, ik doe je geen pijn.” De oren van de merrie gaan alle kanten op. Intussen staat Marion voor de merrie. Heel rustig zakt ze door haar benen. Marion zit op haar hurken en kijkt naar de merrie. Het paard briest. Voorzichtig legt Marion haar vingers op de hals van het dier. Ze beweegt haar vingers heen en weer. Dit moest ze aan Paul vertellen!
.. Oohw.. wat ben ik ongeduldig 