Hoi,
Ik wil eens proberen een verhaal te schrijven. Laat maar horen wat jullie ervan vinden.
Zij opent haar ogen, waar is ze? Niets te zien, alleen maar donkerheid om haar heen en de geur, wat is dat? Christie voelt zich misselijk en heeft het gevoel, dat ze over moet geven. De vieze geur om haar heen maakt het alleen maar erger. Ze probeert overeind te komen, want ze voelt de stenen in haar rug steken. Christie heeft geen idee waar ze is en hoe ze hier gekomen is. Kreunend probeert ze rechtop te gaan staan, maar komt tot een pijnlijke ontdekking dat ze helemaal niet rechtop kan staan, de wanden zijn misschien net anderhalve meter hoog. Christie begint nu toch wel bang te worden, wat is het laatste wat ze zich herinneren kan?! Ze was op weg door het bos met haar paard Utah, maar ze kan geen beelden voor zich halen, dat ze terug gekomen is op stal. Er moet iets gebeurd zijn in het bos, maar wat? Langzaam tast ze de vochtige muur af, het lijkt wel alsof ze in een grot is. Voetje voor voetje tast Christie verder in de duisternis, na een paar minuten buigt de muur sterk af naar rechts. Het lijkt wel of er heel licht een koud briesje waait, maar het is nog steeds aardedonker. Er moet toch een uitgang zijn als de wind hier te voelen is. Ze loopt verder en langzaam aan verdwijnt de rare geur en daarmee ook de misselijkheid. Zal ze tijdens het rijden in een gat gevallen zijn, maar waar is Utah? Eerst moest ze hieruit zien te komen en zien wat er gebeurd is, dan kan ze een verder plan bedenken. Ondertussen is Christie al een half uur aan het lopen en ze kan al meer rechtop staan. Ook heeft ze het gevoel alsof ze aan het dalen is. Verderop in de gang is een schuivend geluid te horen, alsof er iets uit ijzer verschoven wordt. Christie blijft staan en blijft muisstil. Na een tijdje geluisterd te hebben en er geen verder geluid te horen is, loopt zij verder. De gang maakt weer een bocht naar rechts en nu heeft ze toch het idee, dat het iets lichter begint te worden. Weer datzelfde geluid, maar nu dichterbij en daarna een soort getik. Verder is er niets te horen. Ze begint nu wel erg zenuwachtig te worden en het zweet begint haar uit te breken. Ze kan hier wel blijven staan, maar daar schiet ze niets mee op, dus besluit ze verder te lopen op het geluid af. De gang maakt nog een aantal flauwe bochten, terwijl het steeds lichter wordt. Ondertussen kan ze de omgeving al wat beter herkennen. Het is een onderaards gangenstelsel, het lijkt wel op een oude mijn, want overal zijn steunbalken te herkennen. Dit lijkt wel een nachtmerrie, niet te weten waar je bent, daarnaast lijkt het wel alsof ze al uren aan het lopen is. Het rare is, dat ze nergens pijn heeft, want als ze ergens ingevallen zou zijn, zou ze dat voelen. Voor zich ziet ze iets dat sterk lijkt op een metalen deur. Deze zal toch niet versloten zijn! Ze drukt er tegen aan, de deur gaat open en het geschraap is weer te horen. Het geluid was van de deur! Het getik is ook weer te horen, dat is het geluid van de ketting welke aan de andere kant van de deur aan de deurgreep bevestigd is en nu zachtjes heen we weer slingert. De deur en ketting zijn totaal verroest maar het rare is, dat er een nieuw hangslot aanhangt. Wat nog vreemder is, is dat er een sleutel in het hangslot steekt met nog meer sleutels aan de sleutelring. Zal ik de sleutels meenemen? Christie twijfelt, het is een zeer vreemde situatie. Misschien is het beter de sleutels mee te nemen, je weet nooit. “Ik vindt het wel een hele dom zet van je Jef” Uit de gang waar ze net vandaag kwam hoort ze stemmen en voetstappen haar kant op komen. Ze schrikt op, wat nu. Vertrouwen doet ze het niet, want hoe komt ze hier terecht en dan dat slot. “Ja, ik kan toch ook niet weten, dat ze al zo snel bij positieven komt, het slaapmiddel had veel langer moeten werken en ik moest toch eerst van die knol af zien te komen. Weet je wel hoe wild dat beest was!” De stem klonk boos en geïrriteerd. Ze hadden het over haar! De andere stem klonk weer “Zie dat je haar vindt, hij zal razend zijn als we haar niet meebrengen en vergeet het geld niet, dat we voor die griet vangen” De voetstappen klonken nu al een heel stuk dichterbij. Christie raakte in paniek, moest ze het op een rennen zetten? Maar dat zouden de twee mannen horen en zij weten de weg hier beter, dus ze zullen haar snel ingehaald hebben. Daarnaast heeft ze helemaal geen idee, waar ze naartoe moet rennen! Er zat maar ėėn ding op, de deur moest op slot. Gelukkig waren de mannen zo stom geweest om de sleutels in het slot te laten hangen, dit is haar kans. Snel pakt ze de ketting en haalde die door de ring aan de wand en de deur en knipt het hangslot dicht. Hopelijk houd de ketting het uit, want door de roest ziet het er uit, of deze zijn beste tijd heeft gehad. Ze hoorde de mannen achter de deur rennen en vloeken, ze kwamen nu heel snel dichterbij. Christie stopt de sleutelbos in haar zak en zet het op een rennen. Gelukkig is het nu licht en hoog genoeg om er flink de pas in te zetten. Ze is alleen niet blij met haar rijlaarzen, want daar valt niet echt hard mee te rennen. Ze rent weer een hoek om, eindelijk ziet ze het einde van deze verschrikkelijke tunnel. Nog twee honderd meter te gaan en ze is weer buiten in de frisse lucht! Christie stopt met rennen en loopt langzaam op het einde af, want wie weet staan er buiten nog meer mannen. Lopend op haar tenen komt ze buiten aan. Niemand te zien, het enige geluid komt van de vogels, in de verste verte geen brommen van een auto te horen. Het terrein komt haar niet bekend voor. Met Utah heeft ze al heel wat jaren door het bos geslenterd, dus kennen doet ze de omgeving als haar broekzak. Christie slikt, wat nu weer, waar ben ik terecht gekomen, ik wil naar huis, ik wil weten waar Utah is. Ze is de wanhoop nabij, de tranen staan haar in de ogen. De sleutels drukken in haar zak. Hmm waar staat hun auto, er staat er geen in de directe omgeving en de omgeving ziet er niet bepaald zo uit, alsof je hier met de auto kunt komen. Aan beide kanten ziet ze steile bergwanden met verderop een rivier die zich tussen de steile wanden doorslingert. Ze bekijkt de sleutels,waarna ze tot ontdekking komt, dat er geen autosleutel aanzit. Verdorie, die moeten ze dan uitgerekend wel bij zich dragen. Hier buiten is het gedreun tegen de deur te horen, de mannen proberen er met alle geweld doorheen te breken, ze moet zien dat ze hier weg komt! Maar waarheen? Het enige pad, dat te herkennen is loopt richting de rivier, dan die maar volgen en zien waar deze heen leid. Christie komt dichter bij de oever en ziet een motorbootje liggen. Zouden de mannen deze gebruikt hebben om hier te komen? Ze kruipt bij aankomst in de boot en probeert de sleutels uit. Ja er is een sleutel bij die past! Op het moment dat ze de sleutel omdraait en de motor aanslaat, ziet ze de twee mannen het pad af komen rennen. Haar hart maakt een sprong, terwijl haar nekharen overeind gaan staan. Snel het touw moet los waarmee de boot aan de kant gehouden wordt. Met veel moeite krijgt ze het touw los en de mannen komen al snel dichterbij. Christie springt in de boot en duwt de hendel voor in de boot naar voren. Zo moet het toch lukken, want zo heeft ze het vaak genoeg op tv gezien. De boot schiet vooruit zodat de mannen die bijna bij de rand van het water aankomen zijn een grote golf water over zich heen krijgen. Door het lawaai van de motor en haar zorgen om de boot onder bedwang te houden, merkt ze de mannen en hun gevloek al niet meer op. Ze krijgt de boot onder controle waarna ze de gelegenheid heeft eens goed om zich heen te kijken. Als ze achterom kijkt, ziet ze dat de twee niet meer op de plek staan, waar de boot aangemeerd lag. In ieder geval kunnen ze haar niet achtervolgen. Wel begint ze zich af te vragen, of ze de juiste kant op gaat, nu voert de rivier haar naar het noorden, Misschien moet ze naar het zuiden, maar terug langs de plek durft ze niet. Christie gooit haar lange blonde haren naar achter en geeft gas, ze moet zo snel mogelijk zien dat ze in de bewoonde wereld terug komt.
Laatst bijgewerkt door Fnanne op 07-07-08 18:36, in het totaal 1 keer bewerkt
Reden: [TAG] aangepast; (verh) -> [VER]