soms is ze een eigenwijsje.
Ze is niet lelijk en niet mooi,
maar ze houd haar geest in de plooi.
Soms werd er geroddelt,
maar ze bedoelen het eigenlijk dollend.
Niemand voelt de pijn met haar mee,
want ze leeft in niemandszee.
Ze laat zicht niet uit het veld slaan,
en ze laat het maar gaan.
Ooit komt er een einde aan,
maar nu laat ze toch stiekem een traan.
Haar hart is soms zwart,
en voelt ze zich nog veel minder dan een kwart.
Niemand ziet haar staan,
zelfs haar ouders laten haar gaan.
Thuis is het een hel,
op school een rel.
Ze wil weg uit dit leven,
en naar de hemel zweven.
Ze hoopt ooit het keerpunt te vinden,
tot ze zich echt aan iemand kan binden.
Ze zegt tegen de mensen dat ze moeten kappen,
maar elke keer weer weten de mensen haar te pakken.
Dit is niet met een pen te beschrijven,
mensen moeten verder dan uiterlijk kijken.
Haar ogen vol verdriet,
en niemand die het ziet.....
en
?
..