[VER] Troostboek voor brugklassers

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

[VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-06-08 13:27

I

Dit is een boek voor iedereen die naar de middelbare school gaat. Het is een troostboek voor brugklassers. Brugklassers die geconfronteerd zullen worden met de moeilijkheden van de middelbare school.

Vol van je trotse gevoelens dat je de basisschool voltooid hebt, had je je met de grootste verwachtingen op de vakantie gestort. Deze vakantie zou nu eindelijk extra lang zijn. Bij ons op school keken de andere kinderen de achtstegroepers altijd jaloers aan, omdat zij maar liefst twee weken langer vakantie zouden hebben. Als je echter zelf in die positie verkeert, zijn die twee weken voorbij zonder dat je er erg in hebt. En als je eenmaal een paar jaar op de middelbare school zit, zou je willen dat je nog op de basisschool zat. Maar ik loop op de zaken vooruit.

Vóór je eerste schooldag heb je een mooie, stevige rugzak aangeschaft. Zo ook ik. Omdat ik me erop moest voorbereiden dat ik niet meer enkel een broodtrommel en een beker drinken mee moest nemen, maar in plaats daarvan de stapels boeken die me te wachten stonden, kocht ik er eentje die goed was voor mijn rug. Vastbesloten niets aan mezelf te verpesten nam ik er twee grote fietstassen bij; sommigen volstaan met snelbinders of een speciaal rekje voor achterop de fiets, waar de tas rechtop kan staan. Nadat je je rugzak eens goed hebt bekeken, hem nogmaals hebt gepast en hem goed zichtbaar op je kamer hebt gezet, wil je wel eens weten of hij nog steeds zo lekker zit met al die boeken erin. Een beetje benieuwd ben je toch wel naar die gevreesde boeken.
De dag waarop je boeken thuisbezorgd worden vergeet je niet snel. Er kwam een postbode bij mij aan de deur, die een enorm pakket overhandigde. Er had een flinke televisie in kunnen zitten, of een magnetron, maar de schrik sloeg me om het hart toen ik zag dat het mijn boeken waren. Die schrik was echter snel voorbij, want zo’n groot pakket wekt ook wel de nieuwsgierigheid van een toekomstige brugklasser. Ik zette de grote doos op tafel en begon er één voor één de boeken uit te halen. Er waren Engelse boeken, Franse boeken, en boeken waarvan ik geen idee had waar ik ze voor nodig zou hebben. Enkele dagen ervoor had ik kaftpapier gekocht, en ik kon niet wachten om aan mijn eerste kaftsessie te beginnen.
Kaften bleek nog niet zo’n eenvoudig karwei. Ik ben erg perfectionistisch ingesteld, en omdat ik toen nog de illusie had dat mijn boeken het hele jaar door gaaf en mooi zouden blijven, duldde ik geen kreukels in mijn kaftpapier. Tot in het oneindige zat ik alles glad te strijken en drukte er met de grootste moeite een plakbandje op, waarna het papier weer scheurde als ik het boek dichtdeed. Na een uur had ik ongeveer drie boeken klaar, maar ik had het gevoel alsof ik alle boeken wel drie keer ad gekaft. De drie gekafte boeken lagen op een keurig stapeltje bovenop elkaar, en ik keek er met tevredenheid naar, maar de stapel ernaast, die van de ongekafte boeken, was wel acht keer zo groot. Ik troostte me met de gedachte dat ik het hele jaar plezier zou hebben van mooi gekafte boeken en werkte stug door.
Hoewel mijn perfectionisme langzamerhand verminderde, wilde ik toch wel dat het boek niet schoof in het kaftpapier, en dat er geen zichtbare kreukels waren. Ik merkte dat mijn boeken op zo’n manier niet in één dag gekaft konden worden; ik heb er wel twee weekenden aan besteed.
Uiteindelijk lag er toch een mooie stapel gekafte boeken op mijn bureau. Het was tijd voor de etiketjes, die ik ook al ruim van tevoren had opgeslagen. Meteen ontmoette ik al de eerste moeilijkheid. In mijn totale onwetendheid wist ik echt niet meer welk boek bij welk van hoorde. Ik besloot de namen van de boeken maar met de grootste zorgvuldigheid over te schrijven. Ik aarzelde zelfs nog of ik de auteurs erbij moest noemen, maar ik besloot dat mijn eigen naam voldoende was. Toen toch, uiteindelijk, het werk voltooid was, en mijn boeken netjes in mijn kast stonden, had ik een gevoel van: “Zo, boeken, nu zijn het jij en ik.”


De eerste schooldag zou slechts introductie zijn. We zouden te horen krijgen in welke klas we terecht zouden komen, bij wie je in de klas zou komen, wat je rooster zou zijn en wanneer je officieel moest beginnen. Om half negen moesten we in de kantine aanwezig zijn, maar ik stond al om acht uur voor de school. Bang om naar binnen te gaan fietste ik nog een blokje om, en nog eentje, tot het kwart over acht was en ik plotseling bang werd dat ik te laat zou komen. Waar de kantine was wist ik niet. Ik wist niet eens waar de fietsenstallingen waren. Op goed geluk stuurde ik het paadje in dat mijns inziens nar de school leidde, en tot mijn grote opluchting zag ik daar inderdaad fietsenstallingen staan. Ik overzag het grote schoolplein, waarachter het gebouw opdoemde waar ik de komende zes jaar van mijn leven zou verblijven. Plotseling besefte ik hoe belangrijk en ernstig dit moment was. Dit moment zou de rest van mijn leven bepalen. Dit moment zou uitmaken wie mijn vriendinnen zouden worden; hoe ik me op school zou gaan handhaven. Dit was het moment van de eerste indrukken; dit moment zou mijn reputatie maken of breken. Zo platvloers dacht ik toen.

Ik stapte pas naar binnen toen ik zag dat er al meer mensen waren. Eén van de voordelen van zo’n dag is dat er alleen maar eersteklassers aanwezig waren. Zo hoefde je je nog niet te schamen voor het feit dat je een brugklasser was, en hoefde je niet tegen iedereen op te kijken. Meteen toen ik binnenkwam zag ik een groepje jongens stoer tegen elkaar kletsen, alsof ze hier al jaren op school zaten. Waarschijnlijk wilden ze dat ook zo laten overkomen, want ze spraken over ‘hun school’ alsof ze hem zelf hadden opgericht. Ik had geen vriendinnen; ik stond alleen. Vlug keek ik rond of er een onbezet bankje vrij was. Ik ontdekte er eentje naast het raam en daar ging ik op zitten. Al snel kwam er een ander meisje naast me zitten, die zich voorstelde als Marlies. We raakten aan de praat, en al sprekend kwamen we tot de conclusie dat er een grote kans was dat we bij elkaar in de klas zouden komen. We hoopten het tenminste; dan hadden we in ieder geval al iemand leren kennen.
Terwijl wij zo aan het praten waren hadden we niet gemerkt dat de kantine inmiddels bomvol zat met mensen. Het was ontzettend lawaaierig, en je hoorde mensen zenuwachtig giechelen en allemaal ‘rare’ dingen in het schoolgebouw aanwijzen. Marlies en ik konden elkaar door al het rumoer bijna niet meer verstaan.
Plotseling werd het doodstil. Een paar honderd ogen richtten zich één kant op. Daar verscheen Meneer de Directeur. Iedereen kek hem aan alsof hij een soort godheid was. Hij zou bekend gaan maken wie bij wie in de klas zou komen en dergelijke dingen. Tijdens het bekendmaken klonk er af en toe geroezemoes, uitingen van teleurstelling en blijdschap. Marlies en ik kwamen helaas niet bij elkaar in de klas. Zij kwam in 1Ga, ik in 1Gb.
Wat er daarna gebeurde herinner ik me niet goed meer, maar wat ik nog wel weet is dat we ons rooster kregen, te horen kregen wie onze mentor zou worden en dat we in een zaal moesten gaan zitten (op dat moment wist ik nog niet wat het was; het bleek de aula/gymzaal te zijn) om een optreden bij te wonen. Ik weet bijna zeker dat dat optreden aan de meeste brugklassers totaal voorbij is gegaan. Je bent in een staat van opwinding waarbij je heel veel in je opneemt, en dat is niet altijd de muziek. Een aantal zinnen herinner ik me nog wel heel goed, mede doordat ze de week daarna aldoor door mijn hoofd bleven malen:

Voor wie het horen wil
Voor wie het lef heeft
Voor wie vooruit wil en voor wie zijn hele hart geeft
Voor wie niet zitten blijft
Voor wie niet stil kan staan
Voor wie vooruit wil en ook door het lint kan gaan.

Enkele foutjes zijn voorbehouden. Toentertijd keek ik ontzettend tegen de mensen op die het zongen. Het feit dat ze al op de middelbare school zaten was al genoeg reden om ze op een voetstuk te plaatsen, waar ze niet zo één twee drie af te halen waren.
Zo eindigde dus mijn allereerste schooldag. Ik kwam thuis met een rooster dat ik de volgende dag al zou moeten gebruiken.
Het was dus zaak om mijn boeken heel zorgvuldig en goed in te pakken, in mijn splinternieuwe tas. Het rooster legde ik op tafel, waar ook mijn boeken lagen, en ik begon uit te zoeken welk boek bij welk vak hoorde. Voor sommige vakken hadden we wel vier boeken gekregen. Zou ik die allemaal moeten meenemen? Ik besloot het zekere voor het onzekere te nemen. Ik wilde niet op mijn eerste dag al boeken vergeten. Zo kwam het dat mijn tas zó ontzettend vol zat dat ik de twee laatste boeken plat bovenop de andere moest legen. Met veel geweld lukte het om het koordje dicht te krijgen waarmee mijn tas sloot. De flap ging erover, en mijn overvolle tas stond op tafel, klaar voor gebruik.

De eerste dag was vooral een dag van kennismaken. Het is een belangrijk moment voor alle brugklassers. Toen ik de klas binnenstapte had ik het gevoel dat het nu of nooit was. Dit moment kon mijn reputatie schaden of breken. Ik moest aardig doen, vriendelijk, welwillend, ik moest luisteren, spreken, verdraagzaam zijn, maar niet met me laten sollen. Ik moest me van mijn beste kant laten zien. De reputatie van de basisschool was van je af gevallen; hier begon je nieuwe leven. Je kon geheel opnieuw beginnen.
Je snapt wel dat ik met al deze gevoelens nauwelijks de klas binnen durfde te stappen. Ik zag door het raampje dat de helft al binnen was. Ik bleef nog even buiten staan, tot ik besefte dat ze mij natuurlijk al door het raampje hadden zien kijken. Ik had geen keus; ik moest naar binnen.
Gelukkig bleek het allemaal geweldig mee te vallen. Ik denk dat iedereen wel zenuwachtig was. Sommigen waren zeer duidelijk aanwezig, maar de meesten zaten, net als ik, een beetje onwennig voor zich uit te kijken.
Onze mentrix bleek een echte Francaise, wiens achternaam met een H begon. En aangezien de h in de Franse taal niet uitgesproken wordt, kon ze dat ook niet met haar eigen achternaam. Dat zijn de nadelen als je met een Nederlandse man trouwt. Ze gaf Frans, sprak Nederlands met een erg mooi Frans accent, had meestal roze kleding aan en ze rook altijd naar parfum. Als je onderaan de trap stond kon je ruiken dat zíj bovenaan stond. Desondanks was ze erg aardig, en ze deed haar best om iedereen zich op zijn gemak te laten voelen. Aan het eind van het uur was de sfeer iets meer ontspannen, en met een beetje geluk had je een paar namen onthouden. Dus, brugklassers, wees niet bang als je na één uur nog niet alle namen kent. Bij mij hebben ze er langzaam in moeten slijten, en niemand heeft zich er ooit aan gestoord.

De eerste dag was een beetje chaotisch. We voldeden aan alle vooroordelen die men over brugklassers had, als probeerden we ons zo normaal mogelijk te gedragen. We waren doodsbang dat we te laat zouden komen, we klitten in een kluitje op elkaar en we moesten erg ons best doen om niet te rennen in de gangen. De trappen leken eindeloos als de eerste bel had geklonken, maar de tweede bel nog niet. Naast de stress van het lokalen zoeken was er nog de angst van elkaar kwijtraken. Je moest er niet aan denken dat je in je ééntje in die grote mensen massa zou staan.

Bij de middelbare school horen natuurlijk ook een paar testjes. We kregen er in de eerste week twee: één voor Nederlands, om te zien hoe ver wij al wel niet gevorderd waren met de spelling, en één voor wiskunde. Deze testjes zouden uitmaken of wij in een bijlesklas geplaatst werden of niet.
Een beetje zenuwachtig begon iedereen aan het testje Nederlands, dat werd uitgedeeld. Het was een dictee. Helemaal vervuld van de gedachte dat we hier per se geen fouten in mochten maken, maakten sommigen er juist meer. Ik heb later niets meer over het testje gehoord; ik vermoed dat er niet veel fouten in hebben gezeten.
Bij wiskunde lag dat anders. Na het testje zei mijn (overigens strenge) lerares glashard tegen mij: “Jij kunt niet rekenen.” Je kunt je mijn wanhoop en schrik voorstellen. Het is waar, ik ben niet goed in rekenen, maar dat is ook te wijten aan het feit dat ik op de basisschool bijna geen rekenen had gehad en van groep zeven naar de eerste klas was gegaan. Daar kon ze mij toch niet op afrekenen? Ik kon dus niet rekenen. Voor haar stond het vast. Tot mijn grote ongeluk was zij zo’n lerares die goede mensen bevoordeelt, en slechte mensen benadeelt. Tegen mij was ze dus vaak onaardig en ongeduldig, terwijl ik die begeleiding juist nodig had. Gelukkig zag ik een kans om wraak op haar te nemen. Het enige wat ik wèl goed kon, waren de staartdelingen. We moesten er een keer één op papier maken, en tot maximaal 4 decimalen gaan. De staartdeling kwam toen nog niet goed uit, dus ik ging maar door, en door, totdat ik vier schriftkantjes vol had. Die liet ik aan haar zien, en toen moest ze toegeven dat ik inderdaad wél staartdelingen kon maken.

De eerste weken verliepen vrij rustig. De gebouwen leken wat minder groot qua omvang, de afstand tussen de lokalen werd steeds kleiner (er bleek warempel een systeem te zitten in de lokaalnummering); als je via een andere trap ging dan normaal wist je waar je was. Je wist hoe je het beste met de massa mee kon bewegen, welke plekjes nog over waren in de pauzes, waar gerookt werd, en wie je docenten waren. Dit was ook de tijd om nieuwe vriendschappen aan te knopen. En denk niet dat je in één dag al de perfecte vriendin hebt gevonden met wie je je leven kan delen. Zelfs in één week lukt dat niet. Mensen doen zich soms anders voor dan ze zijn. Het is een methode van aftasten om uit te vinden wie ze in werkelijkheid zijn. Zo heb ik ook een paar mensen ontmoet die handig waren in de eerste dagen, toen we allemaal nog wat verlegen waren, maar die achteraf zo anders bleken te zijn dan ik dat we al na een week bijna niet meer met elkaar omgingen. Word zelfs niet ongerust als je op een gegeven moment alleen komt te staan; groepjes zijn nog niet zo hecht als ze lijken. Uiteindelijk ben ik mijn vriendin tegengekomen doordat ik op weg naar huis naast haar was gaan fietsen, toen ik zag dat ze alleen fietste. Dat kostte me vanwege mijn verlegen aard wel moeite, maar ik vond mijn toekomst op school toch belangrijker dan mijn gevoelens van dat moment. Ik besloot me over mijn angst heen te zetten en ik heb er geen spijt van gehad: na zes jaar gaan we nog steeds met elkaar om. Een andere manier om mensen te leren kennen is het plaatsen uitzoeken bij een nieuwe les. Soms vraagt iemand of jij naast hem wilt zitten, en daar moet je dan natuurlijk geen nee tegen zeggen, tenzij je al een andere afspraak hebt gemaakt. Het kan best zo uitpakken dat je elkaar helemaal niet ligt, maar dan ga je het jaar daarop gewoon ergens anders zitten.
Waar je je na een tijdje wel aan gaat ergeren is het gedrag van de ouderejaars. Terwijl je zelf al het gevoel had dat je de meest ervaren brugklasser van de school was, dat je heel goed wist hoe het er op school aan toe ging, waar alle lokalen zaten en hoe je docenten heten, schenen de ouderejaars dat niet te beseffen. Steeds als je voor een lokaal stond te wachten, botsten sommigen tegen je tas aan, zodat je een zwieper naar links of naar rechts maakte. Een hobby van hen was ook om je op de trap aan je tas te trekken, zodat je bijna achterover viel. Wij vonden dit, en ik citeer: ‘kinderachtig, onnadenkend, onvolwassen, kortzichtig en oneerlijk’. Wij hadden de mening dat iedereen brugklasser was geweest, en dat ze het vanzelfsprekend ook niet leuk hadden gevonden als mensen dat toen bij hen deden. Daarom vonden wij dat ze de beleefdheid moesten opbrengen om ruim baan te maken voor de brugklassers; of ze tenminste net zo te behandelen als zijzelf. De ouderejaars waren van hun voetstuk gevallen.
Natuurlijk keken wij nog wel op een andere manier tegen hen op. Het besef dat er mensen rondliepen die bijna eindexamen deden deed ons onszelf weer heel klein voelen. Het eindexamen was een stadium van superieure intelligentie en levenswijsheid, dat wij waarschijnlijk nooit zouden kunnen bereiken. Voor dit moment leek de middelbare school nog een eindeloos lang traject, waarin wij ons maar zo goed mogelijk moesten zien hand te haven.

Bij de middelbare school horen natuurlijk ook de gevreesde, maar onvermijdelijke Schriftelijke Overhoringen. Deze zogenaamde SO’s werden gedurende de lessen afgenomen, en ze gingen over de stof van de afgelopen tijd.
Het enige SO van het eerste jaar dat ik me echt goed kan herinneren was er één van Klassieke Culturele Vorming, ook wel KCV genoemd. Tijdens dat SO werden we geconfronteerd met de strengheid van de leraren, de oneerlijkheid van het schoolsysteem, het niveau dat van ons verwacht werd en heel nieuw taalgebruik. Ik was in volle ijver aan mijn overhoring bezig, ik ging er helemaal in op en had het idee dat het wel goed ging, tot ik ineens op een vraag stuitte waar ik niets mee kon. Ik herinner me de desbetreffende vraag nog precies:

Er was iets onbillijks aan de straf van Apollo. Wat?

Ik tuurde naar het woord ‘onbillijk’. Allerlei beelden schoten door mijn hoofd, maar ik wist niet wat het betekende. Ik had werkelijk geen idee. Ik zag reeds allemaal doemscenario’s voor mijn ogen voorbijtrekken. Enen, tweeën, dikke rode strepen, kruisen, verfrommelde papiertjes, uitroepen als ‘Jij kan geen mythologie’. Gelukkig zag ik op hetzelfde moment een andere vinger omhoog gaan.
“Meneer, ik weet niet wat onbill…”
De leraar maande tot stilte.
“Maar,” ging de jongen die aan de vinger vastzat door.
“Ik mag geen vragen beantwoorden tijdens een SO,” zei de leraar nogmaals. “Sorry, het zijn schoolregels.”
Hierdoor kwam het dat bijna niemand wist wat onbillijk was en een verkeerd antwoord invulde. Gelukkig was onze leraar wel zo redelijk dat hij niet zoveel punten aftrek gaf. Hij had er niet bij stilgestaan dat wij misschien niet wisten wat ‘onbillijk’ was. Het bleek dus ‘oneerlijk’ te zijn. Ik vergeet het nooit meer.
Later bleek dat onze leraar Latijn en KCV dat soort woorden vaak gebruikte, en dat het dus inderdaad niet vreemd was dat hij zo’n woord in het SO had geplaatst. We wenden er heel snel aan, spoedig viel het zelfs niet meer op, maar bij dat eerste SO schrokken we ervan. Ook wat betreft dat ‘geen vragen stellen’ versoepelde hij snel. Hij wilde de brugklassers waarschijnlijk in het begin nog een beetje onder de duim houden. Je weet immers nooit wat je aan ze hebt. Er zijn inderdaad types die alle kansen aangrijpen om vervelend te gaan doen. Niemand had bij die leraar echter neigingen om vervelend te gaan doen. Die ene, zeldzame keer dat het toch gebeurde, wist hij het zó goed op te lossen dat het niet nogmaals voorkwam. Hij schreef zijn Latijnse SO’s altijd zelf, en die waren zó onleesbaar dat we af en toe moesten vragen wat er stond. Daar antwoordde hij dan vaak onmiddellijk op, soms lachend omdat hij ook zelf zijn handschrift niet goed meer kon lezen. Dan hield hij zijn blaadje tegen het licht en zocht hij uit wat er gestaan moest hebben.
“Ik schrijf wel héél onduidelijk, hè?” zei hij dan.

Aan het begin van het jaar ben je erg trots op je mooi gekafte boeken. Iedere dag stop je ze zo netjes mogelijk in je tas, en je laat aan iedereen het mooie kaftpapier zien dat je ervoor hebt gebruikt. Ook je agenda had je met de grootste zorg uitgezocht; er moesten plaatjes in staan, maar natuurlijk moest er ook voldoende ruimte over zijn voor de bergen huiswerk die je ging krijgen. Er mochten geen vlekken op je kaftpapier komen, ook kreukjes waren niet toegestaan, en iedereen die erop wilde schrijven kreeg een boze blik toegeworpen. Schoolboeken hoorden netjes te blijven.
Van die illusie waren we ook snel verlost. Zodra het kaftpapier onvermijdelijk wat smoelezig was geworden, zodra de hoekjes begonnen af te slijten, zodra de agenda ondraaglijk saai werd, begonnen we met het tekenen in elkaars agenda’s en op elkaars kaftpapier. Er kwamen leuke verhaaltjes op te staan, over hoe saai de Nederlandse les was, de beste roddels… Gezichten van leraren werden nagetekend (met natuurlijk overdreven gelaatstrekken) en we hadden er de grootste lol om. Al snel ontdekten we dat volgetekend kaftpapier veel leuker en makkelijker was dan kaftpapier dat mooi is van zichzelf. Ook de agenda’s ontkwamen niet aan onze pennen. We schreven ze helemaal vol, we plakten er plaatjes in, we knipten er stukjes bladzijde uit… iemand uit mijn klas had van de voorkant van haar agenda zelfs een knipmatje gemaakt. Ze had er allerlei figuren uit geknipt, zodat je de binnenkant al kon zien. Agenda’s volschrijven was een geliefde bezigheid tijdens saaie lesuren.
Ook onze tassen waren niet veilig. Mensen die een wat goedkopere tas hadden lieten er al snel mensen op schrijven. Als de tassen donker waren met tipp-ex (wat ik zelf erg lelijk vind) en als de tassen licht waren met pen. Zo kwamen er de leukste uitspraken op onze tassen te staan. Een nadeel daarvan was wel weer dat je na een jaar die uitspraken zó zat was dat je spijt had dat je ze erop had laten zetten. Smaken kunnen veranderen.

Langzamerhand begonnen we te denken dat we al jarenlang op school zaten. We hadden onze eigen plekjes in de pauze, we kenden de leraren (naar onze eigen mening) door en door, we wisten ongeveer wie er in de hoogste klassen zaten, we wisten waar alle lokalen waren, we renden niet meer in de gangen, wij stonden rustig drie minuten na de bel pas op (als het de bel was die de pauze afkondigde) en wij probeerden ons zo goed mogelijk de relaxte loop van de zesdejaars aan te meten.
Daar moet ik nog wel even bij stilstaan; de relaxte loop van de zesdejaars. Of beter gezegd: hun hele uitstraling, Op de één of andere manier stralen zesdeklassers iets uit waaraan je meteen kunt zien dat ze in de zesde zitten. Het is niet alleen een kwestie van lengte en kleding, hoewel die twee dingen er natuurlijk ook veel mee te maken hebben. Brugklassers kleden zich (vraag mij niet waaraan het ligt) anders dan zesdejaars. Misschien zijn ze wat kinderachtiger, ik weet het niet, maar het is in ieder geval wel anders. Aan lengte ligt het ook niet. Sommige zesdejaars zijn even klein, of zelfs kleiner, dan brugklassers. Natuurlijk is hun gezicht wel iets ouder, daar kun je het ook aan zien, en zijn brugklassers over het algemeen nog iets dunner, iets ‘kinderlijker’ dan de zesdejaars. Maar wat vooral opvalt is het loopje, of liever gezegd: de kalmte. Het lijkt alsof ze volledig boven het hele schoolsysteem staan. Ze gaan om met de leraren alsof ze elkaar al jaren kennen (wat natuurlijk ook zo is), en gaan heel ontspannen met ze om. Leraren lijken al hun strengheid te laten vallen tegenover de meeste zesdejaarsleerlingen. Ook de schoolbellen lijken ze weinig te doen: als wij zenuwachtig werden of we wel op tijd in de les zouden komen, pakten zij nog rustig een boterham en begonnen een nieuw gesprek. Eén keer hadden we geprobeerd net zo lang te blijven zitten als zij, maar we werden zó nerveus dat we toch eerder weg zijn gegaan. Toen we achterom keken zagen we ze rustig hun schooltas pakken en op hun dooie gemak richting trappen lopen. Ook in de gangen leken ze nooit veel haast te hebben. Wij hadden nog wel eens de neiging om overal doorheen te dringen. Je kunt je dood ergeren aan een lange slungel voor je, die loopt alsof hij in één uur drie meter moet afleggen. Waarschijnlijk is dát ook de reden waarom de ouderejaars de brugklassers zo ‘gehaast’ noemen.
Waarom ik dit allemaal vertel terwijl ik het over de brugklas heb? Omdat het zo ontzettend opvalt als je in de brugklas zit. Bewust of onbewust probeer je je aan te passen aan de omgeving, en wie zijn betere voorbeelden dan de zesdejaars? Zij hebben immers de meeste ervaring op de plek waar jij thuis wil horen. Als je je aan hen spiegelt, word je zelf ook zo. Dat was onze gedachtegang. Wij vonden het namelijk erg vervelend om als brugklassers aangekeken te worden. Liever hadden we gezien dat mensen dachten dat wij in de tweede zaten, door onze relaxte manier van lopen, onze niet-zenuwachtigheid, onze onverschilligheid en onze koelbloedigheid. Waarschijnlijk voldeden wij zó weinig aan deze eisen dat het zelfs aan het begin van het tweede jaar niet lukte om tweedeklasser te lijken.
Wat ons wel opviel was dat de mensen over het algemeen veel vriendelijker waren. De achtstegroepers van mijn basisschool waren ontzettend vervelend. Ze scholden je uit, ze vielen je lastig en af en toe stompten ze je. Ik was dan ook diep bedroefd toen ik hoorde dat iemand van die achtste groep bij mij in de klas zou komen. Tot mijn grote verbazing echter merkte ik nu niets van die jongen. Waarschijnlijk worden pesters uit hun oude verband gerukt, waardoor ze er eenvoudigweg mee ophouden. Dat was een geluk voor mij. pesten was absoluut geen gewoonte bij ons op school. Als je het mij vraagt zijn pesters gewoon kinderachtig, en zijn ze op de middelbare school dat bedenkelijke niveau ontgroeid. We hebben maar één keer gezien dat iemand uit een andere klas lastiggevallen werd door een andere jongen. Onmiddellijk stonden er allemaal mensen omheen, die het ‘geen stijl’ vonden en de pester ruw bevalen op te houden. Dat is ook de enige keer dat ik zoiets op mijn school heb zien gebeuren. Misschien ligt het aan mijn school, maar ik denk serieus dat mensen op de middelbare school al volwassener zijn geworden, en in toom worden gehouden door de mensen uit de hogere klassen.

Zo ging mijn eerste jaar voorbij. De tentamenweken leken steeds makkelijker te gaan, omdat je gewend raakt aan die manier van leren. Het huiswerk bleef een steeds terugkomende last, maar ook dat wende. Op een gegeven moment besef je ook wel dat het niet nodig is om ál het huiswerk te maken, Sommige dingen, die echt zinloos zijn, sla je soms over. Dit is overigens geen advies of tip voor de toekomstige brugklassers; ik wil niet op mijn geweten hebben dat iemand blijft zitten door mijn verhaaltje.

In het begin van het jaar namen we al onze boeken mee. Voor elk vak dat we hadden pakten we alle geschriften die bij dat vak hoorden, plus nog een aantal schriften. Daarom hebben brugklassers ook altijd zo’n volle tas. Wij wilden alles meenemen en waren doodsbang dat wij een boek zouden vergeten. In de loop van het jaar veranderde dat ook. Omdat we met twee mensen naast elkaar zaten, kon je makkelijk één boek in het midden leggen. Zo hoefde ert maar één boek meegenomen te worden. We wisselden af; op dinsdag de één, op donderdag de ander. Of de één het tekstboek en de ander het werkboek. Door deze methode werden onze tassen zoveel leger dat we de trap op konden lopen zonder bovenaan ontzettend zere knieën en benen te hebben.
Helaas had deze aanvankelijk zo toegejuichte methode ook nadelen. Het gebeurde emer dan eens dan één van de twee zijn boek vergat, zodat ze allebei niets hadden om uit te werken. De docent kwam dan vaak kwaad aangelopen om te vragen wie van de twee zijn boek niet bij zich had. Soms leende de docent een boek uit, soms werden kinderen eruit gestuurd, maar meestal kwamen we er met een waarschuwing vanaf. Soms leidde het tot frustraties onderling, maar meestal reageerden we vrij koelbloedig en kwam de zogenaamde ‘boekvergeter’ er met een boze blik vanaf.
Desondanks keken we met jaloezie naar de tassen van de zesdejaars. We snapten niet hoe die zo leeg kwamen. We maakten er allerlei theorieën over, maar niet één was afdoende. Ze zaten immers evenveel uren op school als wij. Pas vier jaar later konden we het mysterie oplossen. Zelf keken we vol verlangen uit naar de dag dat onze eigen tassen zo licht zouden zijn, en sleepten met tegenzin alle schijnbaar nutteloze boeken mee de school door.

Inmiddels hadden we ook wel door dat we, om minder op te vallen op weg van school naar huis, onze tassen beter niet met snelbinders achterop konden binden. Vaak zaten onze tassen aan alle kanten ingesnoerd achterop de fiets, terwijl die van de andere mensen op hun rug zaten. Velen uit mijn klas waren al begonnen hun tassen op de rug te dragen. Dit leidde af en toe wel tot rugpijn, maar je viel inderdaad minder op in het schoolverkeer. Blijkbaar doet een tas achterop de fiets te veel denken aan een moeder die bezord is om je rug. Ik bleef mijn tas in mijn fietstas dragen. Ik had zo’n last van een tas op mijn ruig dat ik vond dat de voordelen niet opwogen tegen de nadelen. Bovendien kon het me niet erg veel schelen wat iedereen ervan vond, zolang ik me er zelf prettig bij voelde. Het is me uiteindelijk niet duur komen te staan; in de zesde fietste ik nog steeds met dezelfde fietstas, en niemand die er wat van zei.

Er is een moment dat ik me nog heel goed kan herinneren. Ik stond met mijn klas voor de deur van een klein lokaaltje te wachten, waar pasfoto’s werden gemaakt. Op de basisschool heb ik nooit langer dan twee of drie jaar bij dezelfde persoon in de klas gezeten, en ik besefte plotseling dat deze klas (bijna) helemaal in deze samenstelling zou blijven tot we van school af zouden gaan. Ik zag al die mensen en probeerde me voor te stellen hoe ze er over zes jaar uit zouden zien. Ik vroeg me af of ik tegen die tijd nog wel zou weten hoe ze er nu uitzagen. Ik kon me op dat moment nog niet voorstellen dat wij, een eerste klas, ooit ook zo oud zouden zijn als die geweldige, grootse, ervaren zesdejaars.

Aan het eind van het schooljaar waren we allemaal behoorlijk zenuwachtig. Niet iedereen stond er even goed voor, en voor sommigen was de overgang geheel afhankelijk van hun laatste toetsweek. Voor weer anderen stond al vast dat ze niet naar 2 gym zouden gaan, maar naar 2 VWO. Erg treurig waren ze daar niet over; Latijn en KCV waren toch niet onze favoriete vakken. Bovendien kostten ze ontzettend veel tijd. Mijn vriendin en ik wisten bijna zeker dat we wel over zouden gaan, maar toch bleef onze toetsweek spannend. Het is misschien nog wel erger als je niet overgaat als je het niet had verwacht; dan komt de klasp des te harder aan.
Gelukkig viel de toetsweek voor niemand echt tegen, hoewel er een behoorlijk aantal uit mijn klas overstapte naar VWO. Niemand doubleerde, en het merendeel ging naar 2 gym. Zo ook ik en mijn vriendin.
Het is een bijzonder moment, de eerste overgang op de middelbare school. We hadden het er kort van tevoren nog over gehad hoe erg het zou zijn als je in de eerste zou blijven zitten. Dan zou je als ‘tweedeklasser’ in een brugklas komen, tussen de mensen die de hele school nog moeten leren kennen. Zo dachten wij, in onze waan van uitgebreide ervaring.

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-06-08 14:39

Ohja, dat moet ik er nog even bij vermelden: dit is het eerste jaar. Hierna komen uiteraard nog 5 delen.

Ik had het gepost om te kijken wat jullie ervan vonden, en wat ik kon verbeteren aan mijn schrijfstijl enzo. Waarschijnlijk is het verhaal niet echt boeiend voor de meesten. Ik wilde graag een herkenbaar verhaal schrijven, maar jij bent natuurlijk niet zoals alle anderen. Daarom ben ik benieuwd hoe jullie het zien Lachen.

Jaimyliefje

Berichten: 5007
Geregistreerd: 03-05-06

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 14:51

ik heb nog niet alles gelezen, maar het is erg goed en wanneer ik terug kijk op het vorige schooljaar zeker herkenbaar!
Nu ben ik benieuwd naar het tweede en derde deel!

Gypsy
Soort van gewaardeerd verhalenverteller

Berichten: 20066
Geregistreerd: 09-08-07
Woonplaats: The world is my playground.

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 15:05

Wat leuk zeg, je schrijfstijl is geweldig, je maakt me helemaal nieuwschierig! Ik wil meer!

Abracadabra9

Berichten: 5017
Geregistreerd: 23-03-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 15:19

Helemaal gelezen, echt goed ! Super herkenbaar ook omdat ikzelf nu pas in 2 Gym (Jaja, bijna 3 alweer) zit, dingen zoals jij ze verteld, kloppen echt gewoon, petje af! Lachen

GuitarLove
Berichten: 415
Geregistreerd: 02-12-06

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 16:10

Heel leuk bedacht! Leuk geschreven ook. Er zitten af en toe wat foutjes in, zoals ergens zeg je 'dit kan je reputatie schaden of breken', zou eigenlijk sowieso die zin veranderen omdat je die uitdrukking een paar regels ervoor ook al gebruikt hebt Knipoog
Maar erg leuk om te lezen, ben zeker benieuwd naar de volgende delen.
Ga volgend jaar naar 6V en heb me al een paar keer zitten afvragen hoe het toch kwam dat die mensen in de zesde er zo oud uitzagen 5 jaar geleden haha!
En dat snel opstaan naar de bel, hoe herkenbaar! Wij gingen altijd een paar minuten vóór de bel weg, omdat we anders zo 'in het gedrang' kwamen op de trappen en nog te laat kwamen Vork

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-06-08 16:25

Dank jullie! Niet gedacht dat iemand het leuk zou vinden Haha!.
Vanavond of morgen post ik deel 2 Lachen

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-06-08 16:45

II

Aan het begin van het tweede jaar overheerst vooral het gevoel van superioriteit. Ik geef dit niet graag toe, maar dat gevoel was bij ons best wel erg. Wij waren zo ontzettend blij dat wij eindelijk geen eerstejaars meer waren, dat we er alles aan deden om dat ook te laten zien. Als we wanhopige brugklassers tegenkwamen duwden we ze aan de kant, in plaats van ze te helpen. Dit was precies het tegenovergestelde van wat we het jaar daarvoor hadden gezegd. Toen zeiden we namelijk, als we weer eens opzij geduwd werden: “Zij zijn toch ook brugklassers geweest? Ze hebben het recht niet om ons zó te behandelen! Ze moeten rekening houden met ons.”
Misschien hebben onze wraakgevoelens toch meer invloed op ons dan we hadden gedacht. We gedroegen ons alsof we de oudsten op school waren. We waren hoogstwaarschijnlijk nog onuitstaanbaarder dan de brugklassers, die net zo op ons mopperden als wij vorig jaar zelf hadden gedaan. Misschien ligt het wel aan het feit dat je als tweedeklassers nog vrij makkelijk voor brugklasser aangezien kan worden, vanwege je lengte en postuur. Misschien deden we daarom wel zo ons best om te bewijzen dat we het écht niet waren. Als je eenmaal in de vijfde of zesde klas zit heb je dat gedrag niet meer nodig om te bewijzen dat je ouder bent.
Misschien wek ik nu de indruk dat ik ontzettend onbeleefd was tegen brugklassers, en altijd beter wil zijn dan anderen. Dit moet ik wel even rechtzetten. Ik was absoluut niet onbeleefd tegen de brugklassers, en ik had ook niet het gevoel dat ik veel beter was, maar een gevoel van standsverschil blijft ergens toch aanwezig. Vraag me niet hoe het kan; dit had ik ook nooit in mezelf gezocht.

In het tweede jaar waren er niet alleen gymnasiasten naar het VWO gegaan, maar waren er ook een paar VWO-ers naar het gymnasium gegaan. We kregen er vier bij ons in de klas. In het begin hadden zij het best moeilijk, omdat zij een half jaar Latijn moesten inhalen. De meesten ging het echter vrij goed af, en na twee maanden jaar deden ze met ons mee alsof ze nooit anders gedaan hadden. Onze leraar Latijn was één van de weinige leraren die we gehouden hadden. De rest van de leraren was bijna helemaal nieuw voor ons. Tot onze grote vreugde werd ook onze wiskundelerares vervangen. Deze nieuwe vrouw was ook niet mijn favoriete leraar, maar ze bevoordeelde mensen niet zo erg als de vorige.
Bij haar kreeg ik ook voor het eerst bijles wiskunde. Wiskunde is nu eenmaal altijd mijn zwakste vak geweest. Ik heb het nooit leuk gevonden, en juist voor dat vak moest ik een paar uur extra werken. Ik werkte zo ijverig dat ik oefeningen inleverde die we achteraf helemaal niet hoefden te maken. Ze beloofde ze voor me na te kijken, maar ik heb er nooit meer iets van gehoord.

Onze school werd te klein voor de leerlingen. Ze wezen een schoolgebouw in de buurt aan als dependance, waar we vanaf die tijd ook af en toe lessen moesten volgen. Iedere dinsdag en donderdag moesten we onze fiets pakken om van gebouwen te wisselen. Het oneerlijke (of ‘onbillijke’) daarvan was dat we de pauzes moesten opofferen om te fietsen. Dat was nog niet zo erg geweest als we hadden mogen eten tijdens de lessen, maar dat was streng verboden. Aan eten kwamen we op zulke dagen dus nauwelijks toe. Bovendien gebeurde het meer dan ééns dat iemand vergat dat hij naar het andere gebouw moest, en zo de les dus half miste. Mij is dat nooit gebeurd, maar dat was alleen dankzij mijn grote oplettendheid en het feit dat ik mijn klas op zo’n moment nooit uit het oog verloor.

Mijn eerste grote ‘cijferschok’ was eveneens in de tweede klas. Dat ik niet goed was in wiskunde, en daarvoor lage cijfers haalde, had ik inmiddels geaccepteerd. Ik had mezelf aangepraat dat je niet in ieder vak even goed kon zijn, en dat het dus absoluut geen schande was dat ik bij Wiskunde regelmatig wat puntjes liet vallen. Talen beschouwde ik als mijn sterke kant, en mijn trots werd nauwelijks tegengesproken, tot op dat moment. Ik haalde een 5,6 voor Engels. Als ik een 5,6 voor wiskunde had gehad had ik een gat in de lucht gesprongen, maar voor het vak waar ik volgens mijzelf goed in zou moeten zijn, was het absoluut onacceptabel. Het was beneden mijn waardigheid om nu ook al voor de talen een laag cijfer te halen. Opnieuw trokken de doemscenario’s aan mijn ogen voorbij. Als nu de talen ook al niet goed gingen, wat moest er dan later van mij worden? Tot overmaat van ramp voegde mijn tactische lerares Engels er nog aan toe: “Het ging niet zo best, hè? Dat valt me wel een beetje van je tegen.” Waarom zien docenten nooit in dat ze op zo’n moment beter bemoedigend kunnen zijn, zoals mijn leraar Latijn ooit was toen ik een 4 haalde? Hij had er, dik en groot, een 7 en een acht boven gezet, en erbij gezegd: “Dit kun je gemakkelijk halen.” Waarom snappen ze niet dat zulke dingen veel beter werken dan pessimistische opmerkingen? Mijn leraar Latijn heeft gelijk gekregen; op mijn volgende proefwerk had ik inderdaad een 8 gehaald. Bij Engels is het ook beter gegaan, maar ik ben ervan overtuigd dat dat niet was gekomen door de motiverende woorden van de leraar.
In de tweede klas kenden we zoiets als ‘levensbeschouwing’. Ik weet nog goed dat we, toen we ons in de Islam moesten verdiepen, op een dag met ons allen naar Mekka hebben gebeden. De leraar levensbeschouwing liet ons allemaal in rijen op de grond zitten, met ons gezicht naar Mekka, en deed zelf voor hoe het moest. Onder luid gegiebel baden we allemaal op Islamitische wijze. Sinds die dag wisten we als geen ander aan welke kant van de school Mekka lag.

Het tweede kwartaal begon een beetje teleurstellend. Van de vier VWO-ers die bij ons in de klas waren gekomen gingen er drie weer weg. Het viel ze volgens hun zeggen toch behoorlijk tegen, en ze zagen niet in waarom ze Latijn en Grieks nodig hadden in de toekomst. Wijzelf zagen dat ook niet in. De meesten van ons gingen door omdat we het eigenlijk zonde vonden om te stoppen. Het was wel waar dat VWO een lagere normering hanteerde, en dat je veel meer tijd overhield, maar dat was voor de meesten niet genoeg reden om te stoppen.
Waar we ons wel aan konden ergeren waren de zogenaamde ‘grapjes’ van de leraren. Als wij weer eens klaagden over een veel te grote hoeveelheid huiswerk, zeiden zij: “Jullie zijn troch gymnasiasten? Dat vinden jullie leuk.” Hoe erg kan iemand ernaast zitten?

In de tweede klas kregen we een vervanger voor geschiedenis. Het was een aardige man, een beetje té aardig misschien, maar toch moesten we een beetje om hem lachen omdat hij zijn ongekamde haar in een erg lelijk staartje droeg. Achteraf vraag je je af waarom je daarom moest lachen. Ik kan er ook geen verklaring voor geven. Misschien had het feit dat hij beweerde thuis vlechtjes te dragen en af en toe lippenstift op te doen ook bijgedragen tot zijn zonderlinge imago. Of hij het verzon wisten we niet; feit is wel dat hij een aardige docent was, èn een beetje goedgelovig. Eén voorval zal ik nooit vergeten; en zó zal ik me die docent ook altijd blijven herinneren.
Wij waren vrij rustig bij hem in de klas. Hij had geen problemen met ons, wij hielden ons in het algemeen keurig aan de afspraken. Misschien was het ook wel daarom dat hij ons niet zo verdacht had gevonden.
In de les geschiedenis zat ik naast een meisje dat op volleybal zat. Ook de twee meisjes voor ons hielden wel van volleybal, en voordat de les begon ‘volleybalden’ we wel eens propjes naar elkaar. De propjes werden steeds groter, en het was ontzettend leuk om te doen. We vulden er zelfs onze vrije tijd in de les mee op, zonder dat onze docent er wat van zei. Al snel hadden we een naam voor onze ‘sport’ bedacht, een naam die erg voor de hand lag: volleyproppen.
Toen wij daar weer eens mee bezig waren, kwam de docent naar ons toe.
“Wat doen jullie?” vroeg hij.
“Wij sporten,” was het antwoord.
Hij keek erg geïnteresseerd. “Doen jullie dat erg vaak?”
“Ja,” zei het meisje naast mij, bij wijze van grapje, “wij doen dit wel vaker bij de sportvereniging.”
Hij keek zo mogelijk nóg geïnteresseerder. “Hoe heet het?” vroeg hij.
“Volleyproppen,” giechelden wij.
“Ooooh,” zei de docent weer. “En doen jullie dat dan ook met echte koppen?”
We kwamen niet meer bij van het lachen. Uiteindelijk konden we hem duidelijk maken dat het allemaal maar een grapje was. Wie zou dan ook ooit kunnen denken dat iemand serieus dacht dat zo’n sport bestond? Gelukkig kon hij er de grap er ook wel van inzien, en sindsdien liet hij ons altijd maar begaan.
Dat volleyproppen leidde wel tot een flauwe, misschien gemene grap van ons. Ik geloof dat niemand er daadwerkelijk achter stond, maar dat we door het groepsgevoel werden opgehitst. Iemand had een (volgesnoten) zakdoekje, en wist niet waar hij hem moest laten. We besloten hem naar de tafel van de docent te volleyproppen. Lachend zagen wij hoe het propje op zijn bureau belandde, en hoe hij binnenkwam. Aandachtig bekeek hij het witte, ineengefrommelde dingetje op zijn bureau. Vragend keek hij de klas in. Ons schuldgevoel werd toch te erg toen hij het propje wilde oppakken.
“Niet doen!” riep iemand. “Dat is een zakdoekje!”
Ik hoop dat hij blij is geweest dat we zo eerlijk waren geweest. Persoonlijk vind ik dat we het goed hebben gedaan. Een grapje uithalen mag wel, vind ik, maar niet zó dat de ander er nadeel van ondervindt. Grapjes zijn leuk zolang ze aan die voorwaarde voldoen. Als hij daadwerkelijk dat zakdoekje had opgepakt, waren we echt te ver gegaan.

Ik speel piano. Ik vind het een heel mooi instrument en ik heb (bijna) nooit spijt van mijn keuze gehad, tot het moment dat ik op het idee wam om auditie te doen voor het schoolorkest. Toen kwamen de nadelen van de piano toch goed aan het licht.
Onze school heeft een schoolorkest. Leerlingen uit allerlei klassen komen dan bij elkaar met hun instrumenten, ze spelen elke vrijdagmiddag samen en een paar keer per jaar zijn er uitvoeringen. Omdat ik van muziek houd, leek het me erg leuk om ook in het schoolorkest mee te spelen. Om daarvoor toegelaten te worden moest je audities doen; die waren in de kantine, op een vrijdag. Er waren mensen met violen, saxofoons, trompetten en bovendien vijf meisjes en één jongen die ook auditie gingen doen voor de piano. Je moest een stuk meenemen dat je zou gaan spelen. Ik had een stuk van Chopin meegebracht; ik had niet zoveel geschikte dingen om die dag te laten horen. De audities waren in een lokaal, zodat je ook de anderen kon horen spelen. Veel vioolaudities gingen niet goed, dat hoorde ik zelfs. Toch werden ze allemaal aangenomen. Mijn piano-auditie ging ook goed. De muziekleraar vroeg of ik niet een keer op de klasieke-muziekavond wilde spelen. Toch vond hij me minder geschikt voor in het orkest. Chopin lijkt natuurlijk ook niet op de stukken die zij daar spelen. Ik werd dus niet aangenomen. Ik baalde behoorlijk. Alle valse violisten mochten in het orkest, omdat er plaats was voor veel violen. Violen had je nooit genoeg in een orkest. Helaas is er maar plaats voor één pianist, en die pianist was ik niet. Ik was er op dat moment van overtuigd dat, als ik een ander stuk had uitgekozen, ik wel aangenomen zou zijn. Bovendien had ik al eerder in een orkest gespeeld, dus ik had, volgens mezelf, heus wel wat ervaring. Later verweet ik mezelf dat ik dat niet tegen de leraar had gezegd. Misschien had hij dan anders over mij gedacht.

In de tweede klas kwamen er formulieren binnen voor uitwisselingen naar Zweden en Denemarken. Tijdens onze Engelse les kreeg iedereen zo’n formulier voor zijn neus, met een korte toelichting erbij. Als we met de uitwisseling mee zouden gaan, zouden we in een gastgezin komen, waarmee je van tevoren contact kon krijgen via e-mail. Iedereen was een beetje zenuwachtig. Een uitwisseling leek ons superspannend, erg leerzaam, erg leuk, maar ook eng. Eerst zou je zelf één week lang naar Zweden of Denemarken gaan, en daarna zou de Zweed of Deen bij wie je in huis zat naar Nederland komen. Je zou daar een dag naar school gaan, en daarbuiten waren allerlei andere leuke en leerzame activiteiten.
Sommige leerlingen waren onmiddellijk razend enthousiast en hadden de neiging zich ter plekke op te geven. Enig overleg met ouders was echter noodzakelijk. De meeste leerlingen wisten nog niet zeker of ze zouden gaan. De uitwisseling kostte behoorlijk wat geld, en bovendien vond iedereen het toch wel eng. Zo ook ik. Ik besloot, na lang nadenken, om niet te gaan; ook omdat ik wist dat we aan het eind van de vierde klas met ons allen een reis naar Rome zouden maken. De Rome-reis was bekend, beroemd, nog net niet berucht; maar ik vond dat ik het aan mezelf verplicht was om in ieder geval met die reis mee te gaan. Voor zover ik wist hadden de uitwisselingen naar Zweden en Denemarken geen speciale status, en was het niet iets waar je per se bij moest zijn; zonder die reizen zou je je schoolcarrière ook zonder problemen kunnen afleggen. Dat nam echter niet weg dat het wel een erg leuk voorstel was, en dat het erg leerzaam is om een tijd in een vreemd land te verblijven. Mijn vriendin gaf zich uiteindelijk wel op; zij zou naar Zweden gaan. Van tevoren konden ze inderdaad, zoals gezegd, internetcontact onderhouden, en zo kwam mijn vriendin erachter door wat voor soort mensen ze opgevangen zou worden. Dat is tenslotte niet onbelangrijk als je in een gastgezin verblijft.

Toen alle mensen die zich opgegeven hadden voor de uitwisseling opgepropt in bussen zaten, was onze klas onwennig rustig. Ik meen me te herinneren dat we maar met ongeveer tien personen in de klas zaten. Het was een rustige week, mede omdat de leraren niet te veel stof wilden behandelen als driekwart van de klas er niet bij was. We hadden erg gezellige lessen, en met zo’n klein groepje praat je ook meer met elkaar. Kortom; we misten de mensen die op uitwisseling waren eigenlijk totaal niet.
Ze hadden behoorlijk wat te vertellen toen ze terugkwamen. Ze waren in Zweden en Denemarken op school geweest, en ze hadden hele mooie plaatsen bezocht. Achteraf had ik er een beetje spijt van dat ik niet was meegegaan. Dat soort dingen heb ik wel vaker. Ik vind altijd achteraf dat ik met iets mee had kunnen gaan. Helaas heb ik daar zo weinig aan; ik kan het beter van tevoren denken. Daar ben ik nog hard op aan het oefenen. Vanaf dat moment heb ik ook aan mezelf beloofd dat ik, wat er ook mocht gebeuren, mee naar Rome zou gaan.
De Zweden en Denen kwamen natuurlijk ook naar Nederland. Ze kwamen een dag op onze school, zodat wij, de mensen die niet op uitwisseling waren geweest, ze toch even konden ‘bewonderen’. Ze zagen er helemaal niet zo buitenlands uit; ze waren bijna even blond als ik. Helaas kwamen ze niet bij ons in de les; alleen in de kantine konden wij, de thuisblijvers, even zien welke Zweed en welke Deen bij wie hoorde.
Ze waren al langs de tulpenbollen geweest, ze waren in Madurodam geweest, ze waren in Den Haag geweest en morgen zouden ze naar Amsterdam gaan. Daar zouden ze een rondvaart gaan maken door de grachten. De Keukenhof stond ook nog op het programma. Kortom: wij zaten ook die week bijna alleen in de klas.

Op een dag zijn mijn vriendin en ik behoorlijk geschrokken. We waren op de dependance, en we hadden net aardrijkskunde gehad. Die dependance heeft trappen, waarbij je af en toe een stukje vlak loopt en dan weer omhoog gaat. Op die vlakke stukken loopt de leuning ook recht. Wij zagen zo’n 7 meter boven de grond een klasgenootje hangen. Ze hing aan de leuning alsof ze een koprol wilde maken op zo’n rek dat vaak in speeltuinen staat. Dat betekende dus dat ze met haar hoofd zo’n 6,5 meter boven de grond hing, met alleen haar handen om zich vast te houden. Als ze los zou schieten (het was een gladde, vlakke leuning) zou ze met haar hoofd naar beneden op de tegels zijn gevallen. We riepen meteen of ze daarmee op wilde houden; we vonden het doodeng. Natuurlijk pasten we er wel voor op dat we haar niet aan het schrikken maakten, want dan zouden we nog verder van huis zijn geweest. Ze kwam, tot onze grote opluchting, van de leuning af, maar ging even later vrolijk weer hangen. Nogmaals kwam ze naar beneden, en gelukkig ging nu de bel. We hadden het idee dat ze niet helemaal begreep hoe onverstandig en gevaarlijk wij het vonden dat ze daar zo hing.

In de tweede klas kregen we ook een nogal vreemde opdracht van onze biologiedocente. We moesten, in groepjes van twee of drie, in de buurt van de school een boom gaan uitzoeken en die gaan determineren. We gingen met pen en papier over straat; mensen keken ons vreemd aan, maar uiteindelijk vonden we allemaal een leuke boom. We moesten met behulp van een determinatiegids erachter komen met wat voor soort boom we te maken hadden, en de blaadjes, vruchtjes, bloemetjes en meer van dat soort dingen drogen en opplakken. Bovendien moesten we ook nog weten waar de boom gewoonlijk groeit, uitgebreid beschrijven hoe het blad eruit ziet, en op welke manier de zaden van de boom verspreid werden. Eén van de vreemdste vragen was nog wel deze: ‘Heeft de boom een symbiose met paddestoelen’. Ten eerste hadden we geen idee wat symbiose was; en toen we het eenmaal wisten (symbiose is een samenwerking tussen een paddestoel en een boom) moesten we nog erg lang zoeken voor we wisten of dat bij de hopbeuk het geval was.
We hebben ook een tijdje een wit papiertje tegen de boom aangehouden en daar met potlood overheen gekrast, om ‘de structuur van de schors'’ aan te geven.
De boom bleek een zogenaamde Hopbeuk te zijn. In het Latijn heet hij Ostrya Carpinifolia. En iedere keer als ik langs die plek fiets, herinner ik me die opdracht. Ik zal nooit vergeten hoe een Hopbeuk eruitziet.

Hoe hypocriet het ook klinkt; we waren blij dat we tweedeklassers waren. Het ergste wat er bestond aan het einde van het eerste schooljaar was dan ook: blijven zitten. In de tweede leek dit al veel minder erg. Je zou niet meer bij de ‘absolute beginners’ horen. Nee, je was nu echt beter dan de eersteklassers.
We ergerden ons enorm aan onszelf. Ik en mijn vriendin in ieder geval wel. We wisten nog als de dan van gisteren dat we ons ontzettend konden ergeren aan de ouderejaars die op ons neerkeken. Waren wij niet goed genoeg? Wij verdienden ook een kans! Maar toen we zelf in de tweede klas zaten keken we daar vreemd genoeg heel anders tegenaan. We konden ons vreselijk storen aan de kinderachtigheid van kleine jochies die blikjes door de gang trapten en met eten zaten te gooien. Dat ging naar ons idee veel te ver en we voelden ons daar ver boven verheven. Vlakbij de mediatheek zaten ook altijd drie meisjes met hun mobieltjes te spelen. De ringtonetjes die ze constant afspeelden maakten ons helemaal gek en we begrepen niks van zo’n lage vorm van vermaak.

Het heerlijke moment van het ‘kaftpapier van boeken scheuren’ was weer aangebroken. Eindelijk kon ik mijn boeken ontdoen van die kaft waar ik gedurende het jaar een hekel aan had gekregen. De vieze, gescheurde kaften gingen eraf en er kwamen prachtige boeken te voorschijn. Met een onbeschrijflijk genoegen stopte ik de boeken in een doos, om ze in te leveren bij de boekenleverancier, en ze nooit meer terug te zien.

TheaD

Berichten: 683
Geregistreerd: 27-01-06
Woonplaats: Zweden

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 17:45

je schrijfstijl is erg leuk ben benieuwd naar de volgende delen.
was voor mij ook erg herkenbaar

Abracadabra9

Berichten: 5017
Geregistreerd: 23-03-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 18:50

OK dan!
Echt heel erg goed Wow!

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-06-08 21:11

Dank jullie Haha!

Wat vinden jullie leuke stukken en wat vinden jullie ontzettend saaie, langdradige, aanstootgevende of anderszins vervelende stukken?

LaUrOssssss

Berichten: 1774
Geregistreerd: 12-05-07
Woonplaats: Schoten, België

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-06-08 21:46

ik vind het echt heel tof geschreven!
super verhaal, ik vind eigelijk alles wel boeiend!

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 03-06-08 09:11

Dat mag natuurlijk ook Tong uitsteken

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 03-06-08 16:36

Nog een deel erbij! Ik snap dat het heel veel leeswerk is, maar commentaar is altijd leuk! Haha!


III

We gingen over naar de derde klas. Nu zouden we officieel brug- af zijn. Al is de eerste klas toch de enige échte brugklas; pas na de tweede klas ben je officieel uit de brugklas en kun je het ook zeggen. Als je in de tweede klas zegt dat je uit de brugklas bent, dan weten mensen je toch altijd weer te beledigen door te zeggen dat je echt nog wel een brugklassertje bent.
Van dat probleem waren we dus af. Na de voor mijn gevoel veel te korte vakantie pakte ik zuchtend mijn schoolboeken weer in. Het kaftpapier zag er tien keer minder netjes uit dan in de eerste klas. Toch bleef ik naar omstandigheden redelijk perfectionistisch: de boeken moesten er wel goed uitzien. Ik wilde niet aan het begin van het schooljaar al een lelijke kaft hebben. De grote boekentas voelde aan alsof hij nooit was weggeweest. Verbaasd vroeg ik me af of ik eigenlijk wel vakantie had gehad.

Ieder jaar neem ik me voor om netjes te zijn. Om zuinig te zijn op mijn boeken, om netjes te schrijven in mijn agenda, om nooit te vergeten huiswerk te noteren en om nooit te vergeten mijn boeken mee te nemen. Ook dit jaar zou er geen onzin in mijn agenda komen te staan; hij zou overzichtelijk en mooi worden. Al het huiswerk zou ik op de dag zelf maken, onder het motto ‘stel niet uit wat je vandaag kan doen’, en voor mijn proefwerken zou ik extra hard leren. Ik zou ook ontzettend goed gaan opletten in de les, want dat zou een hoop schelen wat betreft het leerwerk. Kortom: ik was vol goede bedoelingen en het was aan mij ze uit te voeren.
Zoals gewoonlijk kwam daar ook dit jaar niet veel van terecht. De eerste week hou ik het wel vol en zijn mijn schriften echt ontzettend netjes, maar als ik één keer mijn dag niet heb en wat slordiger ga schrijven, kan ik het niet opbrengen om daarna weer netjes te gaan schrijven. Voor mijn gevoel is het schrift dan toch al verpest en heeft het geen zin meer om er moeite voor te doen. Dit is dan ook de reden waarom mijn schriften naarmate het jaar vordert steeds slordiger en dus onoverzichtelijker worden.

In de derde klas konden we de Geweldige Griekse Taal op ons rooster verwelkomen. Het was qua grammatica dan wel ongeveer zoals Latijn, maar het andere alfabet maakte het toch moeilijk. In het begin onthielden we de woordjes aan de vorm van de tekentjes, zonder dat we daadwerkelijk wisten wat er stond; zonder dat we het in ons hoofd konden uitspreken. Het ging niet zo van: ‘To Thèrion is het wilde dier’. Maar ‘het woord dat ‘het wilde dier’ betekent heeft een rondje met een streepje in het midden en verder nog een soort p erin.’ Geen wonder dat het ons niet lang lukte de woordjes te onthouden. Onze lerares drong erop aan de woorden in ons hoofd uit te spreken. We konden ons eerst niet voorstellen dat dat zou gaan lukken, maar na een hoop oefening werd het beter en lazen we Grieks na enige moeite hardop voor. Drie jaar later zou ik Grieks even snel kunnen lezen als Nederlands. Dat vereiste echter wel de nodige discipline en die was bij ons vaak te ver te zoeken. We waren niet echt gemotiveerd om Grieks goed te gaan leren, omdat we het idee hadden dan we, als het niet goed ging, gewoon naar VWO over zouden stappen, en dat was ook goed genoeg. Gelukkig duurde dit gebrek aan discipline bij de meesten niet zo lang. Zodra wel over de eerste ‘schok’ heen waren konden we eindelijk de woordjes gaan leren en inzien dat het best een leuk vak was.

Gym daarentegen bleef eentonig en saai. Het enige wat we deden als we buiten op het sportveld gymnastiek hadden was softballen en hardlopen. Aan hardlopen heb ik geen hekel, maar aan softballen wel. Ik snapte nooit hoe sommige jongens de bal konden raken met die dunne knuppel, terwijl hij van meters afstand op je afgegooid werd. En raakte ik hem toch, dan kwam de bal nooit zo ver als bij hen. Slaan was overigens nog beter dan aangooien. Als je niet oplette kreeg je zó de bal van de slagman in je gezicht. Je staat dan ook precies op de plek waar de bal heen moet, en je wil niet weten met wat een enorme kracht sommige jongens de bal wegslaan. Alsof hun leven ervan afhangt. Alsof ze met die bal minstens drie huizen omver moeten krijgen. ‘Ziekenhuisballen’ noemde onze lerares dat altijd.
Ik wil overigens ook niet zeggen dat hardlopen een pretje was. Hardlopen moest namelijk altijd gepaard gaan met de gevreesde coopertest: twaalf minuten hardlopen en dan zo veel mogelijk kilometers maken. Onze lerares had de vervelende gewoonte ons eerst een rondje in te laten lopen alvorens te beginnen aan de coopertest, zodat we eigenlijk langer dan twaalf minuten liepen. De rek- en strekoefeningen mochten we nooit vergeten, maar spierpijn kregen we toch wel.

Als je derdeklasser bent krijg je onvermijdelijk te maken met de profielkeuze. Dat is een gebeuren waarbij je voor een richting moet kiezen: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid of natuur en techniek. Over dit proces wordt ontzettend ingewikkeld gedaan, en op dat moment waren we doodsbang om een verkeerde keuze te maken. Onze mentor deed zo ontzettend moeilijk over die profielkeuzes dat we ontzettend onzeker werden. Later bleek het allemaal onnodig te zijn, en bleek die hele tweede fase reuze mee te vallen. Het was helemaal niet zo ingewikkeld als onze mentor ons wilde doen geloven, en we snapten niet waarom er nou zo’n heisa over was gemaakt.
Het begon met het feit dat de mentorlessen weer ingevoerd werden. Ieder woensdagmiddag zaten we tot vier uur op school, in een stinkend lokaal bij onze mentor. Hij had voor ons allemaal een boekje, waarin allerlei vragen stonden die we moesten beäntwoorden. Het ging over onze interesses, over onze toekomstplannen en meer van dat soort dingen. Het boekje was een hulpmiddel om tot een profielkeuze te komen. De mentor had een eindeloos aantal lessen uitgetrokken om daaraan te werken, en ik begreep niet waarom er zoveel tijd voor nodig was. Ik had mijn profielkeuze eigenlijk al gemaakt, omdat er maar één profiel was dat echt bij mij paste; cultuur en maatschappij. Toch moest ik het heel boekje doorploeteren, allemaal onzinnige vragen beantwoorden en zogenaamd goed nadenken. Ik had het gevoel dat ik het boekje binnen een uur uit kon hebben, maar werkte wat langzamer omdat ik aan het aantal lessen dacht dat er voor uitgetrokken was, en omdat ik zag dat het meisje naast mij minder hard opschoot dan ik. Achteraf was het niet nodig om er zolang aan te werken, maar je gaat toch erg op het tempo van de anderen af, en je denkt al snel dat je iets verkeerd gedaan hebt als je iets gedaan hebt in de helft van de tijd die ervoor stond.
In de derde klas zit je nog vol ideeën over het beroep dat je later wil gaan uitoefenen. Ik bijvoorbeeld wilde altijd erg graag dierenarts worden. In de derde heb ik die droom definitief in de kast gedaan, met een slotje erop. Het sleuteltje heb ik ergens verstopt. Ik merkte, zoals ik al eerde zei, dat het profiel cultuur en maatschappij de enige was die echt goed bij mijn interesses aansloot. Het bevatte ook de vakken waar ik het beste in was. Om dierenarts te worden had ik het profiel Natuur en Gezondheid moeten kiezen. Maar omdat daar veel wiskunde in zat, en bovendien nog natuur- en scheikunde, ook niet twee van mijn beste vakken, heb ik de (verstandige) keuze gemaakt het niet te doen. Ik denk dat wel meer mensen toen hun toekomstdroom min of meer moesten opgeven.
Voor de mensen die echter wel blij waren met de uitslag van de tests leek het einde van de school dichterbij te komen, wat reden was tot een enigszins trots gevoel niet meer zo ver van de zesdeklassers af te staan. Als je volgend jaar in de lokalen zou zitten waar ANW gegeven werd, of CKV, dan wist iedereen dat je een echte vierdeklasser was. Minstens. Ook in de derde was dat al zo: het vak scheikunde kregen we pas in de derde klas, net als het vak natuurkunde. Over Grieks heb ik al eerder gesproken. Het leidde later nog tot een verontwaardigde klas en een licht wrokgevoel van ons allen: Grieks zou voortaan al vanaf de tweede klas worden gegeven. Daar ging onze status.

Waarom het zo belangrijk is ouder te lijken? Ik weet het niet. Sommigen kan het niets schelen, en mij zou het eigenlijk ook niets moeten kunnen schelen. Eigenlijk is dat ook niet zo, maar het 'voelt' gewoon anders om ouderejaars te zijn. Dan kun je ook net doen alsof je wat van de school weet. Toch valt het me op dat brugklassers dat ook heel goed kunnen. En het is ook niet zo dat alle ouderejaars op brugklassers neerkijken. Je merkt alleen te veel van de mensen die dat wel doen en je aan de kant duwen met hun langere armen en veel kleinere rugtas.
Ik weet nog wle ho eik als brugklasser heb geprobeerd om net zo te lopen als de ouderejaars. Op de een of anere menier lukt dat niet. Het moet erin groeien. Er waren momenten waarop ik dacht dat anderen me we als een tweedejaars zouden beschouwen (toen hadden wij als eersteklassers het achtste uur les, terwijl je dat normaal niet hebt als je eerstejaars bent), maar toen ik zelf tweedejaars was merkte ik dat dat niet zo was. Je moet iedereen gewoon wat bekender voorkomen en dat komt pas in het tweede jaar. Ofzo.

Tegen het einde van het derde jaar gebeurde er nog iets wat ons altijd zou bijblijven. Met 'ons' bedoel ik in ieder geval mijn vriendin en ik, en, volgens mij, nog een jongen in de klas in het bijzonder. We hadden het in de les een tijdje over hart en bloedvaten gehad, en over organen, en hoe die met elkaar in verband stonden. Dat waren best leuke lessen, want erg onbekende stof was het niet en de lerares haalde de hele tijd torso 'Mieke' uit elkaar. (De naam Mieke was overigens niet naar volle tevredenheid van mijn vriendin, want haar moeder heette ook zo). Het werd nog leuker toen de lerares aankondigde dat we een film te zien zouden krijgen over het menselijk lichaam. Het was niet dat we enthousiast waren over het menselijk lichaam zelf, maar een film kijken in de les betekende dat je geen aantekeningen hoefde te maken, bijna niet hoefde op te letten en gewoon leuk t.v. kon kijken.
Het was een film met een paar niet zo subtiele scènes van een openhartoperatie. Voor we goed en wel doorhadden wat er gebeurde was een jongen lijkwit geworden en flauwgevallen.
Daarom was de volgende les waarschijnlijk ook zo leuk voor hem. Onze lerares kondigde met een stralend hoofd aan dat we gingen ontleden. Ontleden kon, volgens ons, met zinnen. Maar als we de televisie mochten geloven, kon het ook met dieren, en dat was precies wat onze lerares voor ons in gedachten had.
'Hier hebben we kippenhartjes,' zei ze, 'en die gaan jullie opensnijden.'
Geluiden van afkeuring vulden het lokaal. 'Kloppen ze nog?' 'Nee, gek!'
Er was geen ontkomen meer aan. Even later zaten we twee aan twee met een kippenhartje voor onze neus. Twee snijmesjes lagen ernaast. Eentje zou snijden, en eentje zou aantekeningen maken. Iedereen wilde ineens wel aantekeningen maken. En wat was het doel? Een bloedvat vinden. Van ons hoefde het al niet meer. Mijn vriendin en ik zijn naar de w.c. gegaan en er pas tegen het einde van de les weer uit gekomen.

Het derde jaar liep ten einde en we 'genoten' van de laatste momenten van het 'onderbouwer-zijn'. Met veel vreugde woonden we onze laatste colleges natuurkunde, scheikunde en biologie bij. We wisten wel dat we volgend jaar weer wiskunde zouden hebben, maar dat zou heel anders zijn, omdat we nu de wiskunde zouden krijgen die we zelf gekozen hadden, voor zover er iets bevredigends is om te kiezen, natuurlijk.

Abracadabra9

Berichten: 5017
Geregistreerd: 23-03-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-06-08 18:50

Nogsteeds goed, de stukjes van 'boeken netjes, er word niet geschreven in mijn agenda, ik ga beter me best doen, goed opletten, niet klieren' komen echt zo terug gewoon bij iedereen waarschijnlijk, her en der vind ik het verhaal nu wel ietsje te 'langdradig' worden om te lezen eigenlijk, niet echt een idee waar het hem in zit, maar het blijft erg leuk om te lezen en te herkennen ! Lachen

JorisDy

Berichten: 8420
Geregistreerd: 05-09-06
Woonplaats: Amersfoort

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-06-08 18:53

vind het heel fijn geschreven, en het is toch wel een beetje herkenbaar Nagelbijten / Gniffelen

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 03-06-08 18:57

Amburtjoz schreef:
Nogsteeds goed, de stukjes van 'boeken netjes, er word niet geschreven in mijn agenda, ik ga beter me best doen, goed opletten, niet klieren' komen echt zo terug gewoon bij iedereen waarschijnlijk, her en der vind ik het verhaal nu wel ietsje te 'langdradig' worden om te lezen eigenlijk, niet echt een idee waar het hem in zit, maar het blijft erg leuk om te lezen en te herkennen ! Lachen


Grappig dat je dat zegt, want net in dit stuk liep ik inderdaad vast, en vond ik het zelf ook niet boeiend meer. Ik had het idee dat het wat teveel van hetzelfde werd. Ik zal er bij het volgende stukje op letten. Maar hee, school is saai, toch? Haha!

Abracadabra9

Berichten: 5017
Geregistreerd: 23-03-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 03-06-08 18:59

Hihi, ja, teveel van hetzelfde, precies wat je zegt Ja
School is niet altijd saai hoor, als je gewoon goed met leraren op kan schieten en niet elk lesuur naar een saai verhaal hoeft te luisteren niet, en so what, anders dan kun je er zelf altijd nog een gezellige boel van maken Haha! *Mits de docent het toelaat Huilen van het lachen

Surion

Berichten: 3067
Geregistreerd: 13-07-04
Woonplaats: La douce Belgique!

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 13:52

Hoe herkenbaar allemaal. xD

Ir111

Berichten: 12986
Geregistreerd: 06-04-04
Woonplaats: home is where the heart is...

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 14:23

Ontzettend leuk om te leze sheran! Ja

ZusJacobs

Berichten: 8530
Geregistreerd: 31-12-07
Woonplaats: Nederland en Duitsland

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 14:24

ik moet nu weg, maar heb het eerste deel bijna gelezen en herken er echt heel veel van Tong uitsteken
morgen lees ik de andere delen.

Cherellee_
Berichten: 1094
Geregistreerd: 17-10-05
Woonplaats: Amsterdam

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 14:28

Hele leuke verhalen! Ik hoop dat er nog verdere delen komen!

_Eveline

Berichten: 2283
Geregistreerd: 15-05-06
Woonplaats: Wageningen

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 14:39

Heel herkenbaar allemaal. Haha!
Leuke verhaaltjes, erg goed geschreven! Ja
Ik ben benieuwd naar de verdere delen.

Sheran

Berichten: 17863
Geregistreerd: 20-10-07

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 15-06-08 14:56

Jaa, er komen nog andre delen. Sterker nog: ik heb ze al, maar dat is nog meer van hetzelfde Huilen van het lachen

Colorado
Berichten: 4209
Geregistreerd: 11-10-05

Re: [VER] Troostboek voor brugklassers

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-06-08 15:03

Heel leuk om te lezen! En erg herkenbaar Ja
Begin me nu wel meer te bevatten wat het betekend dat ik volgend jaar op een andere school zit Nagelbijten / Gniffelen Clown Maargoed, deze laatste weken dan maar lekker doen waar ik zin in heb Vork