Ik weet namelijk niet hoe ik schrijf, en weet ook niet of ik jullie met nog een verhaal kan opzadelen... Ik schrijf wel meer, maar heb het nog niet echt laten lezen door anderen.
Ik ben vandaag begonnen met dit verhaal, onder het mom van: "je moet toch iets doen wanneer het regent, je je verder niet nuttig kan maken en graag wilt SOG'en". Ik zal jullie niet langer lastig vallen met mijn al weer veel te lange inleiding, dus hier komt ie
.Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Weet ik daarna weer wat ik moet doen
Citaat:Hij wierp een laatste blik op het kleine papiertje, waarop hij het adres een paar uur geleden had neergeschreven. Door zijn zweethanden kon hij het bijna niet meer lezen, de letters waren half uitgelopen. Het was een geluk voor hem, dat hij kon beschikken over een ijzersterk geheugen. De straatnaam en het huisnummer stonden nog duidelijk in zijn herinneringen gebrand.
Het klopte allemaal. Hij stond in de bewuste straat, voor het huis met het juiste nummer. Het eerste wat opviel, was de goed onderhouden voortuin van het nieuwbouwhuis. Een tuin met twee bomen, een bankje, wat bloemen waarvoor het nog te vroeg was om in bloei te staan, een stel planten en een mooi aangelegd paadje van kleine klinkers.
Deze tuin tekende haar karakter, haar doen en laten. Hij herinnerde haar talent voor tuinieren, haar groene vingers. Ze kreeg het voor elkaar om de tuinen waarvoor ze zorgde er netjes en mooi uitzagen, zonder er veel tijd aan te besteden.
Hij schrok even toen hij het naambordje zag. Naast haar naam stond een naam van een man. 'Wendy en Thomas' stond er in sierlijke letters geschreven. Dit stond niet in de planning. Hij ging afrekenen met zijn verleden. Hij haalde een keer diep adem en liep het betegelde paadje op.
Ze schrok op van de bel. Diep verzonken in haar tekenwerk, waarvoor ze sinds een paar weken niet meer op kantoor zat, was ze de tijd vergeten. Haar muziek op de computer zorgde er ook voor dat ze geen besef meer had van de tijd. Ze vond het jammer om binnen te zitten. Het was heerlijk weer buiten. Ze zag op de klok dat het pas elf uur in de ochtend was, toch had de dag alles in zich om erg warm te worden. Er stond een klein windje, wat het voor dit moment nog verkoeling bracht. Helaas zorgde dit windje ervoor dat het voor haar onmogelijk was om buiten te zitten.
Ze zuchtte, voordat ze naar de deur liep om hem open te maken. Ze wist niet wie ze kon verwachten op dit tijdstip. Ze had geen afspraken staan, die waren de laatste tijd al minder geworden. Het was voornamelijk bedenken en uitwerken van opdrachten. Dat kon ze op dit moment aan. Mentaal gezien was dat het enige wat afleiding bracht. Ook rekening houdend met haar zwangerschap, waar ze in het begin veel last van had gehad, ging het allemaal nog maar net.
Door het raam van de deur zag ze een man die ongeveer even oud was als haar. Zijn gezicht was al meer getekend door de tijd of leven dat al zwaarder was geweest. Ze had geen idee wie het kon zijn. Ze keek even in de spiegel of ze er toonbaar uitzag en opende de deur.
Hij was opgelucht toen hij doorhad dat het een vrouw was, die de deur opende. Hij zag de moedervlek boven haar oog. Daar had hij haar een paar weken geleden aan herkend. Hij herinnerde zich die dag als de dag van gisteren.
Normaal gesproken deed hij niks met de lokale kranten en de grote hoeveelheid reclamefolders die elke dinsdag werden bezorgd. Hij besloot door een overvloed van tijd, hij moest wachten op de schilders en had voor de rest niets anders te doen, om de kranten en reclamefolders te gaan doorbladeren.
Een klein foldertje sprong er meteen uit. Het was een foldertje van een ontwerpbureau, welke speciaal gericht was op het ontwerpen van tuinen. De foto van het team dat verantwoordelijk was voor de opdrachten viel meteen op. De ontwerpers waren een man en een vrouw. Een man van een jaar of veertig, en zijn mond viel open van verbazing toen hij haar naam onder de foto zag staan.
Hij had haar niet herkend. Hij zou op straat voorbij haar zijn gelopen en daarna weer zijn omgedraaid om de vrouw die vol van schoonheid was, nog een keer te zien. Ze was veranderd. Hij keek of hij haar herkenbare moedervlek boven haar rechteroog kon zien. Deze zat er. De bevestiging was er, het ging om haar en niet om een vrouw die toevallig dezelfde naam droeg.
Daarna begon de zoektocht naar haar adres. Hij moest haar vinden, hij moest zijn keuzes uit het verleden uitleggen, voordat het te laat was. Eigenlijk wilde hij haar niet opzadelen met het verleden, maar gesterkt door het moeten en wat er kon gebeuren wanneer ze van niets wist, zag hij zich geen andere keuze gedwongen om haar te vinden.
Hij vervloekte haar achternaam. Hij keek in de telefoongids en zag een pagina vol met alle personen die dezelfde achternaam droegen die woonde in deze stad. Hij herinnerde zich het telefoonnummer dat stond bij haar naam in de folder. Dit maakte het al makkelijker. Bij een van de laatste namen had hij beet. De achternaam, de voorletters en het telefoonnummer klopte. Ze was gevonden.
Het duurde een paar weken voordat hij al zijn moed bij elkaar had geraapt om naar het adres toe te gaan. Hij wist dat het geen goede zet van hem was wanneer hij meteen met de deur in huis viel en meteen de geschiedenis vertelde. Hij moest de zekerheid hebben dat ze hem herkende.
Zijn hoop vervloog toen hij haar uitdrukking zag op haar gezicht. Het was een uitdrukking van vertwijfeling, haar uitdrukking die ze gaf wanneer ze iemand onbekend ontmoette. Na al die jaren was ze wel veranderd, maar uitdrukkingen veranderen niet. Ook haar manier van praten, het zenuwachtige praten was niet veranderd. Het enige wat opviel, waren haar niet stralende ogen, haar opbollende buik die een zwangerschap verried en een hartvormige hanger, waar ongetwijfeld de foto van haar geliefde inzat.
"Sorry dat ik u stoor op deze prachtige dag, maar ik ben op zoek naar Wilco Pietersen. Weet u misschien waar ik hem kan vinden". Dit waren de eerste woorden die ze hoorde. Ze hoorde ze uit een mond van een persoon die ze niet kende. Ze kende de persoon ook niet wie hij bedoelde.
Ze voelde zich niet op haar gemak. Haar angst voor vreemde mensen die bij haar op de stoep stonden was nog steeds niet verdwenen. Ze antwoordde dat ze het niet wist en ook niet wist of deze man in deze stad woonde.
De muisgrijze en sprekende ogen van de man hadden iets herkenbaars. Plaatsen van deze ogen kon ze niet, maar ze wist dat ze deze eerder had gezien. Waar en wanneer kon ze niet zeggen, ze had de laatste paar maanden veel mensen ontmoet. Het talent om gezichten te onthouden ontbrak haar. Het gezicht van Thomas kon ze nog duidelijk voor de geest halen, daar had ze geen foto's voor nodig, ook al had ze deze drie maanden niet meer gezien.
Het was apart dat ze van deze man wel de ogen herkende, maar niet zijn gezicht, zijn naam en de manier waarop ze hem kende. De man leek teleurgesteld toen ze het hem vertelde dat ze Wilco Pietersen niet kende. Waarschijnlijk was hij per toeval naar het adres van een W. Pietersen gegaan en toevallig had gehoopt dat het Wilco Pietersen was.
Het kon haar ook niet bezig houden wie deze man was en wat hij wilde. Ze was blij toen hij weer ging, ze kon merken dat ze weinig energie had. Beleefd en met een kleine glimlach nam hij afscheid van haar, hij draaide zich om en liep weer richting de straat. Daar stapte hij in zijn auto en reed de straat uit.
In zijn auto overdacht hij de situatie nog een keer. Hij was teleurgesteld en geschokt. Haar ogen, die altijd straalden, straalden niet. En wat hem het meest verwonderde was dat ze hem niet had herkend. Waarschijnlijk had ze andere dingen aan haar hoofd dan haar verleden. Zo te zien was ze zwanger, was ze nog niet getrouwd en had ze het druk gehad, waar ze het ook druk mee mocht hebben. Ze had in ieder geval haar dromen waargemaakt: een eigen ontwerpbureau voor tuinontwikkeling en een sterke mate van huisje, boompje, beestje. Ze was doorgegaan, na alles wat haar in het verleden al was overkomen. Waarschijnlijk hadden de gebeurtenissen van vroeger haar sterker gemaakt.
Hij vroeg zich wel af wat de reden was van haar niet stralende ogen en afstandelijke reacties. Ze had beleefd antwoord gegeven op zijn vragen, iets wat ook kenmerkend was voor haar. Luisteren, met korte zinnen antwoorden en uitvoeren wat er gevraagd werd.
Ook verwonderde het hem dat ze zijn stem niet had herkend. Hij was veranderd qua uiterlijk. Qua postuur niet veel, maar in zijn gezicht hadden zich enkele rimpels gevormd en zijn haar droeg hij op een moderne manier. Ook de bril wie hij vroeger had gedragen, had hij vervangen door lenzen. Een kleine metamorfose, net zoals zij zich ook had laten veranderd of was veranderd.
Hij vond het jammer dat het gesprek niet zo was verlopen als hij had gehoopt. Misschien was hij wel te voorbarig geweest, dat hij er bijna vanzelfsprekend was vanuit gegaan dat ze hem herkende en hem binnen vroeg. Hij baalde er eigenlijk wel van. Hij vroeg zich af hoe hij haar kon bereiken om de waarheid en alles wat ze moest weten te vertellen. Hij had geen idee hoe hij dit kon doen. Net zoals hij geen enkel idee had over zijn volgende baan, want hij kon moeilijk blijven teren op het geld dat hij tot een paar weken geleden had verdiend.
Nadat ze een flinke kop thee had gedronken, ging ze weer verder aan haar opdracht. Ze moest een plan maken voor een tuin bij een nog nieuw te bouwen huis. De opdrachtgevers zaten niet om geld verlegen. Ze mocht zich helemaal uitleven, was haar verteld. Zolang het resultaat maar ontzettend mooi en praktisch te onderhouden was, waren ze tevreden met het resultaat. En met deze woorden was ze helemaal gelukkig.
Dat was iets wat ze in de vingers had, haar talent, haar kunst om van een kale, grijze vlakte iets moois te maken. Net zoals ze van haar eigen leven een soort sprookje had gemaakt. Ondanks het feit dat ze in het verleden veel had meegemaakt en beïnvloed was door gebeurtenissen had ze alles gekregen wat ze wilde. Dat ze de laatste tijd weer veel dingen was kwijt geraakt, was iets wat bij haar paste.
Dit was natuurlijk niet bepaald een goede eigenschap, of iets waar ze trots op kon zijn, maar ze had allang voor zichzelf besloten dat ze haar schouders onder haar leven en onder het leven van haar ongeboren kind moest zetten.
Wat gebeurd was, was gebeurd en was ongetwijfeld ook gebeurd met een reden. De toekomst kon alleen nog maar beter worden, iets wat altijd was voorgekomen. Haar motto was dan ook: "Lach zoals nooit tevoren, het zal de wolken doen verbleken. Lach zoals de mooiste zon ooit.".

