[VER] Mïyna

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Limitless

Berichten: 2518
Geregistreerd: 08-04-06
Woonplaats: In my head

[VER] Mïyna

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-04-08 17:54

Ik ben sinds vandaag aan een nieuw verhaal begonnen. Al een aardige tijd liep ik met een ideetje rond, en dat ben ik dus gaan uitwerken. Omdat het al een tijdje geleden is en dit een van de eerste keren is dat ik in de Zij/Hij vorm schrijf, hoopte ik dat ik wat tips kon krijgen. Lachen

Citaat:
De duisternis rees door de zon. De lucht voelde ijskoud aan, voor de tijd van het jaar erg raar. Myra wist het, Myra wist dat er onheil op de loer lag. Ze voelde het gewoon, en ze was niet de enige. Haar paard voelde het ook. Uren geleden waren de twee gevlucht, weg van Myra’s man en haar dochter. Het deed haar pijn dat ze de twee had moeten verlaten. Maar wat moest ze dan? Ze konden haar beter hier vinden, dan dat ze ook haar dochter en man zouden vermoorden. Zij wisten immers van niks. Als hij had geweten wat er allemaal op het spel stond, als hij dat had geweten toen hij haar in huis had gehaald.. dan was ze nu dood geweest, nog voordat de mannen van de heer haar konden vinden. En vermoedelijk ging het niet lang meer duren. De mannen van de heer waren namelijk niet zomaar mannen, het waren krijgers die zó koelboedig waren.. ze genoten ervan om te moorden. Iedere heks die ook maar iets van de zon wist, wíst dat duisternis een slecht teken was voor een heks. En Myra had het zeker geweten toen ze s’ochtends naar de stallen was gegaan. Als een idioot had ze haar spullen gepakt, en haar man had haar gewoon laten gaan. Het enige wat hij wist, was dat het belangrijk was dat hij nooit over haar zou spreken en nooit een woord zou laten vallen.
Plotseling hoorde ze iets; geschreeuw, gegrom en het gekletter van paardenhoeven. Ja, dat waren ze. De mannen van de heer. Het duurde niet lang zoals Myra al had gedacht. Langzaam haalde ze een witte doek uit haar zadeltas; het enige middel om de mannen tegen te houden.

15 jaar later

Geconcentreerd keek ze naar het zwaard van haar vader. Om de een of andere reden had hij aangedrongen haar de kunst van het zwaardvechten te leren. Allereest had ze heel erg geprotesteerd; nog nooit had ze een meisje dat zien doen. Maar nadat ze zich een keer had overgeven aan haar vader om te zwaardvechten, was ze eraan verkocht. Mensen zagen haar daardoor eerder als jongen, ook omdat ze altijd spijkerbroeken droeg. Dat was niet het enige wat zo raar was aan Mïyne. Ze had eens een duisternis gezien op klaarlichte dag. Haar vader had haar toen verteld dat alleen heksen dat konden zien, wat inhield dat ook zij een heks moest zijn. Na al die jaren geloofde Mïyne dat alleen niet meer. Ze was toen tien jaar, en nu was ze er vijftien. Ze geloofde niet meer in dat soort onzinnigheden.
‘’Komop! Ik wéét dat je beter kunt dan dat.’’ zei haar vader grijnzend. ‘’Waar zit je toch weer met je gedachten.’’
Lachend kletste ze haar zwaard tegen het zijne en plaatste haar hand weer in haar zij. Op het moment dat ze haar hand hoog hief, sloeg hij zijn zwaard omhoog en sloeg het hare zo uit haar handen.
‘’En dat Madam, had je dood kunnen wezen.’’
‘’Doe normaal, ik ga echt niet dood. Het leren van de zwaardvechtkunst heeft toch geen zin. Er zal me nóóit wat overkomen, dat weet ik zeker.’’
Hoofdschuddend schudde hij zijn hoofd en pakte haar zwaard van de grond. Vervolgens liep hij mokkend met beide zwaarden naar de voordeur van het huis.
‘’Verzorg de paarden en geef Hji beweging.’’ zei hij tegen haar, waarna hij nukkig de deur opende en deze met een klap dichtsloeg.
‘’Nukkige oude man.’’ Bromde Mïyne terwijl ze naar de stal beende.
Af en toe had ze echt een hekel aan hem. Het feit dat híj rijk was, wilde niet zeggen dat hij haar zo erg kon commanderen, ookal was het haar vader. Maar toch, op het gebied van paarden boeide haar dat niet zozeer. Dat werk deed ze nou eenmaal graag, intgenstelling tot de meeste andere meisjes.

Fluitend liep ze naar de oude tuigkamer waar ze vrolijk een emmer met poetsgerij pakte, een zadel en een hoofdstel. Het waren oude spullen, van haar moeder geweest. Tenminste, dat was wat haar vader erover gezegd had. Ze hadden ook nog steeds het paard van haar moeder, het dier was ‘op een dag’ richting huis aan komen lopen. Het dier was al vier jaar dood, maar ze hadden nog steeds een nakomeling van hem, namelijk Hji. Een friese merrie die volgens zijn vader evenveel pit had gehad als het paard van haar moeder.
‘’Hallo lieve schat,’’ zei Mïyna vrolijk tegen de friese merrie. Mïyna had de merrie een zomer geleden helemaal zelf ingereden, zonder enige hulp. Het had een prachtige band tussen de twee gecreërd, iets dat ze voor geen goud had willen missen.
Glimlachend stapte ze de box van de merrie in, waarna ze het zadel en hoofdstel over de deur hing. Daarna haalde ze kalm een borstel uit de emmer en liet deze langzaam over de vacht van Hji gaan, net zolang tot ze helemaal zuiver was. Pas daarna zadelde ze het dier op en liep samen met haar richting de binnenplaats.
Gaatje voor gaatje singelde ze aan en steeg op, waarna ze het paard gelijk de sporen gaf en van het terrein weg reed.
Zo hard als ze kon spoorde ze de merrie aan, volgde het gemarkeerde pad in het bos. Iets zei haar dat ze dit móest doen, dat ze geen andere keus had. Toen er plotseling een grote boom op haar pad verscheen, schrok ze. Hji kon niet springen, dat had ze nooit geleerd. Angstig probeerde ze de merrie terug te pakken, maar het lukte niet. In volle kracht sprong de merrie over de boom heen, waarbij Mïyna uit het zadel vloog. Haar hoofd raakte volop een grote steen. Het zorgde ervoor dat ze bewusteloos raakte, weg van de wereld.


Langzaam knipperde ze met haar ogen. Een fel zonlicht scheen in haar ogen. Uit automatisme wilde ze een hand voor haar ogen leggen, maar ze werd door een onbekende vrouwenhand tegenhouden. Met moeite keek ze opzij. Een vrouw met lange, rode haren en felgroene ogen zat naast haar. De vrouw maakte een gebaar richting de gordijnen, welke daarna half dicht gingen. Gefacineerd keek ze ernaar, en toen weer naar de vrouw.
‘’Weet je nog wie je bent?’’ vroeg de stem. ‘’Waar je woont en wie je ouders zijn, en hoe je heet bijvoorbeeld?’’
Haar stem klonk teder en zacht, en Mïyna wilde van harte dat ze ja kon knikken, maar haar hoofd deed iets anders. Ze knikte van niet, ze wist niks meer.
‘’Dat is jammer,’’ Verzuchtte de vrouw. ‘’Nugoed. We vonden je een paar dagen geleden. Nouja, ik. Je paard staat nu bij ons in de stal. Tot de tijd dat je weer weet wie je bent kunt je bij ons blijven.’’
Langzaam knikte Mïyna waarna ze de deken van zich afschoof en haar benen uit het bed gooide. De vrouw duwde haar hoofdschuddend weer terug.
‘’Morgen.’’ Zei ze tegen haar, waarna ze opstond en langzaam wegliep.
Verward keek Mïyna haar na. Ze voelde zo goed, zo vertrouwd. Als ze wist wie het was had ze de vrouw misschien herkend. Maar de vrouw had geen naam genoemd, helemaal niks over zichzelf verteld.
Toen Mïyna recht wilde gaan zitten voelde ze eigenlijk pas hoe verzwakt haar lichaam eigenlijk wel niet was geworden. Alsof er geen levenskracht meer in haar lijf zat. Daarnaast begon ze nu de pijn in haar hoofd te voelen, misschien kwam dat doordat ze vermoedelijk van dat paard af was gevallen. Met die gedachten begon ze langzaam maar zeker in slaap te doezellen.

Die ochtend stonden er weer mensen aan haar bed, al werd er dit keer niet zo verzichtig richting haar gedaan. Sterker nog, er waren twee mensen die stonden te pushen dat ze moest opstaan omdat er zometeen ontbeten moest worden. Slaperig knikte ze en stond op. Langzaam keek ze de kamer rond. Op een of ander tafeltje stond een spiegel met op het tafeltje een borstel. Loom pakte ze de borstel van het kastje af, borstelde haar haren en pakte toen de jurk en de schoenen die klaar stonden. Ongemakkelijk kleedde ze zich om; het werd haar iniedergeval duidelijk dat ze dit soort kleding níet gewend was. Waarschijnlijk had ze bij haar eigen huis altijd spijkerbroeken aan.
Nadat ze haar gezicht nog had gewassen met water en een zeepje liep ze kalm het kamertje uit. Voor de deur stond al iemand te wachten. Het was een meisje, vermoedelijk van de leeftijd van Mïyna.
‘’Volg mij maar.’’ zei het meisje vriendelijk tegen Mïyna, waarna ze haar gebood mee te komen. Mïyna knikte en volgde.

Toen ze de eetzaal naderde stopte het meisje met lopen en gebood me te stoppen.
‘’Mijn moeder is al binnen, eveneens als mijn vader.’’ Ze zweeg even. ‘’Garandeer je maar dat je van mijn vader een kruisverhoor krijgt.’’
Na die woorden opende ze de gigantische deur, waarna Mïyna als betoverd door de kamer keek. Nou, het was beter te omschrijven als zaal. Een overdreven lange tafel stond in het midden van de kamer, met aan de punt vier borden.
Toen Mïyna naar de tafel liep weerklonken de hakken van de schoenen die ze aan had door de hele zaal. Dit zorgde ervoor dat de vader van het meisje geinteresseerd naar haar keek.
Ook de moeder van het meisje keek haar zo aan, zo verward en toch zo geinteresseerd.
Mïyna bleef achter het meisje lopen, nu met haar hoofd op de grond gericht. Toen ze eindelijk de kop van de tafel hadden bereikt durfde ze de ouders van het meisje pas aan te kijken.
‘’Ga zitten, alsjeblieft,’’ zei de vrouwelijke stem tegen Mïyna. ‘’Jij ook Charlotte.’’
Nog voordat Mïyna haar stoel weg kon trekken werd dit vóór haar gedaan, vermoedelijk door een hulp die er werkte. Kalm liet ze haar blik op hem hangen. Hij was knap, bijna te knap om als hulpje te werken hier. Iets verward door haar interesse in de jongen ging ze zitten, waarna ze zenuwachtig naar de vader van het meisje – Carlotte – keek.
‘’Ik ben Djurn,’’ stelde hij zichzelf voor. ‘’En dit is mijn vrouw Myra, en dat dus mijn dochter Charlotte.’’
Hij glimlachte naar haar. Toch voelde het onaangenaam, een opgezette lach. In zijn ogen leek ze een duivelligheid te zien, alsof hij bezeten was. Snel schudde ze die gedachte van zich af en keek Mïyna voor zich uit, in de richting van Myra – de vrouw van Djurn.
Myra keek terug, op een verwarde manier. Diep dacht ze na, aan die nacht die zoveel ellende had bezorgd en toen ze van Samuel weg had moeten gaan. Ze wist het niet zeker, maar ze had het vermoeden zó sterk dat het wel moest kloppen. Het meisje leek namelijk sprekend op Charlotte, maar dat was maar een stomme gedachte van Myra. Waarschijnlijk klopte het niet.
‘’Waar zit je met je gedachten?’’ vroeg Djurn op een gegeven moment aan zijn vrouw. Iedereen keek op, alsof ze allemaal diep in gedachten waren geweest.
‘’Oh, gewoon. Ik was een naam aan het verzinnen omdat we niet weten hoe ze heet.’’ Vertelde Myra, zo kalm als dat maar ging.
‘’Weet je, dat is een excellent idee!’’ zei Djurn grijnzend.
‘’Ik weet wel een naam,’’ zei Myra. Ze had een ideetje, misschien dat het werkte. ‘’We noemen haar Mïyna. Een oude kennis van mij noemde zijn dochter zo. Misschien dat we hem kunnen uitnodigen op het aankomende feest.’’
Mïyna keek verward naar de vrouw bij het horen van die naam. Ze herkende de naam, heel goed zelfs. Maar ze wist totaal niet waarvan.
Net toen ze een hap van haar zojuist opgediende eten wilde nemen, zag ze dezelfde jongen gehaast de eetzaal binnen komen.
‘’Graaf!’’ Als een gek rende hij op ons af.

1.945 woorden, ver over het limit dus Haha!
Graag bruikbaar kritiek Lachen Zodra ik weer wat af heb plaats ik het er bij Knipoog