
Stilaan bloedde mijn hart leeg, zijn mes was de dader, scherp en snel.
Mijn hart klopte niet meer. Het enige wat van mij overbleef was een schim.
Zonder besef van tijd heb ik dagen, weken of misschien maanden rondgedwaald, tot hij me vond.
Hij kon me genezen zei hij, ik wilde hem geloven.
Hij blies terug lucht in mijn longen, zijn bloed gaf mij weer kleur en zijn lichaam leerde mij terug voelen.
Mijn hart was zwak maar klopte weer. Maar zou het ooit weer slaan als vroeger?
Slaan alsof niets het kon stoppen, het bloed bijna uit mijn aders barstte, wat mij kleurde, mij verwarmde.
Helemaal genezen zou ik nooit volgens hem, de wonde was te diep geweest en ik zou het mes altijd blijven voelen,
maar mijn lichaam zou de pijn gaan verdragen.
Ik geloofde hem niet, hij wist niet hoe het voelde, die eeuwige pijn,
alsof een stuk van het mes in mijn hart was blijven steken. Of voelde hij diezelfde pijn?
Had hij niet enkel mij gered, maar ik ook hem?