Ik heb een verhaal geschreven (nou ja, een deel) en ik wist niet zo goed of ik ermee verder moest gaan of niet.
Dus daarom plaats ik het hier.

Dan kunnen jullie commentaar geven (als jullie willen natuurlijk
), graag onderbouwend 
Alvast bedankt!

En veel leesplezier natuurlijk!
Maandag 3 september
6.00
Vandaag begint mijn nieuwe leven. Vraag me niet hoeveel nieuwe levens ik al ben begonnen. Elke keer als ik weer met mijn moeder mee moet verhuizen verteld ze me dat het niet erg is om te verhuizen, maar dat het juist mooi is omdat je dan een nieuw leven kan beginnen. Ik heb nog nooit langer dan 2 jaar op dezelfde plek gewoont, omdat mijn moeder dan weer een nieuw leven nodig had. Op zich is het niet zo erg meer, ik maak snel nieuwe vrienden, dus of ik nou in den Bosch of in Groningen woon, maakt niet uit. Alleen die stress! 3 weken voordat we verhuizen heb ik altijd al mijn spullen al ingepakt. Mijn moeder niet.
Mijn moeder vindt alles belangrijk genoeg om het tot op de dag van de verhuizing nog niet in te pakken. We verhuizen altijd aan het eind van de middag. Zodat mijn moeder ’s ochtends om 5 uur op kan staan om alles in te gaan pakken. Nou ja, om al ons personeel te vertellen hoe alles ingepakt moet worden.
Ja, wij hebben personeel en dat vertel ik niet om op te scheppen of zo, maar je moet het toch weten om mijn leven te kunnen begrijpen. Ik heb een heel raar leven sinds de dood van mijn vader. Mijn vader stierf tijdens een auto ongeluk toen was ik één. Ik zat ook in die auto, we zijn geloof ik wel 3 keer over de kop gevlogen, maar wonder boven wonder had ik niks. Mijn vader? Die was op slag dood. Ik kan me dus helemaal niks meer herinneren van mijn gewone leven. Maar als ik er ook maar iets over vraag aan mijn moeder, zegt ze dat ze daar niks meer over wil horen. Ik denk dat ze de gedachte probeert te verdringen. Dat doet ze door steeds een nieuw leven te beginnen. Elk nieuwe leven dat ze begint, begint en eindigt hetzelfde. Alleen het middenstuk verloopt steeds net iets anders. Het begint altijd met de verhuizing en haar goede voornemens, de goede voornemens verteld ze altijd tijdens het avondeten op de avond voor de verhuizing. Elke keer zijn het dezelfde goede voornemens, op 1 staat afvallen op 2 staat trouwen en op 3 staat meer tijd met mij doorbrengen. En elk nieuw leven eindigt met een grote ruzie tussen haar en haar nieuwe geliefde (die ze binnen 1 week sinds de verhuizing al heeft gevonden) dan schreeuwen ze naar elkaar en gooien borden naar elkaars hoofd. (het blijft leuk om ernaar te kijken) Dan vlucht de geliefde het huis uit en gooit de deur met een harde knal dicht. Gelijk daarna komt van alle kanten personeel aangerend om het gebroken servies op te ruimen (Het blijft meestal niet bij borden, 1 keer heeft mijn moeder een glazen vaas van een meter hoog naar het hoofd van haar ex-geliefde gegooid, ze gooide raak, maar de vaas brak niet omdat mijn moeder totaal geen kracht in haar armen heeft en de arme man een paar meter verder stond. Uiteindelijk kwam de onderkant van de vaas terecht op zijn teen. Waarna het ding omviel boven op onze kat Vlekje, Vlekje was op slag dood. (Niet dat ik hem mis of zo, het was een hele gemene kat! Hij krabde altijd iedereen die ook maar naar hem keek, dus eigenlijk was het wel een opluchting dat hij dood was. Maar dit is voor een kat natuurlijk niet de leukste manier om je leven te beëindigen.)
Als iedereen dan hard werkt om alles op te ruimen gilt mijn moeder: ‘We gaan verhuizen!’ Meestal verhuizen we dan helemaal naar de andere kant van het land, de vorige keer waren we zelfs naar Duitsland verhuisd, omdat er eigenlijk geen plek meer over was in Nederland waar geen ex van mijn moeder woont. Maar in Duitsland ontdekte ze na 8 maanden dat de mannen daar ook niet de mannen waren naar wie ze op zoek was. En na een knallende ruzie met Rudolf (altijd Roedolf zeggen want als je Rudolf gewoon op z’n Nederlands uitspreekt, wordt hij woedend!) klonk er een wanhopig gegil door ons huis: ‘We gaan verhuizen!’ En nu woon ik dus weer in Nederland. In Rotterdam dit keer. Daar woonde ook een ex van mijn moeder, maar die is inmiddels geemigreerd met heel zijn familie. Ik heb geen idee of dat met mijn moeder te maken had, maar ik ben blij dat ik geen duits meer hoef te praten en dat we eindelijk eens zijn verhuisd naar een plaats waar ik al mensen ken. Ik zit wel op een andere school dan die waar ik eerst op zat. Dat is wel jammer natuurlijk, maar ik ben het gewend. Gisteren zijn we verhuisd. Nu is het personeel druk bezig met uitpakken. We hebben weer nieuw personeel. Het personeel verhuisd natuurlijk niet elke keer mee, zeker niet als we steeds ver weg gaan wonen ten opzichte van het vorige huis.
Vandaag moet ik voor het eerst hier naar school. Ik heb eigenlijk helemaal geen zin. Wie wil er nou elk jaar nieuwe vrienden maken? Ja, voor mij is het wel makkelijk, ik ben rijk en heb merkkleding, maar ik zou soms best wel eens beoordeeld willen worden op mijn innerlijk. Lang niet altijd natuurlijk, soms is het wel handig om heel de klas op jouw hand te hebben. En jongens die als hondjes achter je aanlopen is ook niet erg. Maar toch, heel soms zou ik toch wel willen dat... Nou ja.. laat maar, ik moet me maar eens gaan voorbereiden voor school.
Xx Larissa
Larissa zoekt met haar hand het lichtknopje van de badkamer. Ze voelt alleen maar tegels, hoogstwaarschijnlijk paarse of felblauwe tegels. Haar moeder heeft nou eenmaal een rare obsessie voor felgekleurde badkamers. Larissa had nog lang niet heel het huis gezien, na de verhuizing was ze gelijk naar boven gerend om haar nieuwe kamer te bekijken. Ze had tot op de dag van de verhuizing nog geen idee hoe haar kamer eruit zou zien. Vroeger koos ze altijd zelf het behang en haar meubels uit. Maar daar was ze mee gestopt toen ze op 8-jarige leeftijd naar friesland verhuisde en daar zag dat haar bloemtetjesbehang totaal niet paste bij het huis. Ook haar meubels pasten totaal niet bij haar kamer. Ze was erg teleurgesteld geweest, maar het gaf niet zo veel, want na 5 maanden daar gewoond te hebben waren ze, na een knallende ruzie met ene Jelle, verhuisd, naar limburg dit keer.
Larissa had nog steeds het lichtknopje niet kunnen ontdekken, met een zucht loopt ze terug naar haar kamer om haar zaklamp te pakken, die ze voor de zekerheid altijd naast haar bed heeft staan. Ze loopt weer terug over de paarse vloerbedekking van haar kamer, richting de badkamer. Larissa knipt de zaklamp aan om vervolgens tot haar grote afschuw te ontdekken dat de badkamer dit keer felroze is, met gouden accessoires. Natuurlijk hebben ze wel meerdere badkamers in hun grote huis, maar dit was volgens haar moeder de grootste en mooiste. ‘Nou, over smaak valt niet te twisten’ mompelt Larissa. Ze gaat voor de grote spiegel met een gouden rand staan en bekijkt zichzelf. Ze schrikt zich kapot als ze de grote wallen onder haar ogen ontdekt, maar ook haar haar ziet eruit alsof ze het voor het laatst vorige maand heeft gewassen. Larissa loopt naar de ruime stortdouche, felroze met gouden deurknoppen.
‘Can you feel it, can you feel it, can you feel it!’ Klinkt het ruim een half uur later. ‘Mam! Stop, alsjeblieft! Dit is echt niet goed voor mijn humeur!’ ‘Maar wel voor dat van mij!’ gilt Larissa’s moeder terug. Met een zucht begint Larissa te zoeken naar haar make-up. Onderste laatje, nee. Het laatje daarboven, nee. Het laatje daarboven, ook niet. ‘Maaaaaam! Waar is mijn make-up?’ gilt Larissa naar beneden. ‘Weet ik veel, vraag maar aan Davy.’ ‘Wie?’ ‘Davy!’ ‘Kan je me dan misschien even uitleggen wie dat is?’ Geen antwoord. ‘Wat voor **** is Davy nou weer?’
‘Ik ben Davy.’ Opeens staat er een knappe donkerblonde jongen in de deuropening. ‘Leuk dat ik mijn eerste werkdag in jouw huis zo gezellig begin.’ Zegt Davy met een brede glimlach. Larissa staart hem een paar tellen met open mond aan, dan herstelt ze zich. ‘Sorry, ik bedoelde het niet zo.’ antwoordt Larissa. ‘Geeft niet hoor. Het spijt me heel erg, maar ik heb geen idee waar je make-up is.’ ‘Jammer’ vindt Larissa. Samen zoeken ze de hele badkamer door. ‘Waarom ligt het altijd op de plaats waar je het laatst zoekt?’ gromt Larissa, terwijl ze uit het allerbovenste laatje van de grootste kast haar foundation, camouflagestick, lipgloss, mascara, eyeliner en rouge haalt. ‘Ach joh, boeiend, het maakt toch niet uit? Het is best gezellig om samen de hele badkamer te doorzoeken.’ lacht Davy. ‘Nou, voor mij maakt het wel uit, ik had mijn tijd veel beter kunnen besteden. Het is nu al kwart over zeven en ik moet mijn make-up en mijn haar nog doen. Daarna moet me nog aankleden, mijn tas inpakken eten en..’ ‘Rustig,rustig, ik zal je wel helpen.’ kalmeert Davy Larissa. ‘Ik zal je tas wel inpakken en ik zet eten voor je klaar.’ ‘Dankje! Ik was even bang dat jij mijn haar en make-up wilde gaan doen, maar dit klinkt een stuk beter!’ En lachend begint ze foundation op haar gezicht te smeren.
‘Larissa, waar blijf je nou?’ roept haar moeder naar boven ‘Over een half uur moet je op school zijn en je hebt nog niet eens gegeten!’ ‘Jahaa, ik kom zo, ik ben nog niet klaar, want ik kon die stomme make-up toch niet vinden!’ Wat kan haar moeder toch zeuren. Als ze ook maar één keer te laat op school komt, begint haar moeder al te zeuren. Daarom verteld Larissa haar moeder ook bijna niks meer, zeker niet over school. Zo zorgt ze ervoor dat ze heel wat gezeur misloopt. En haar moeder heeft het toch veel te druk om naar de ouderavonden op school te gaan. Ze werkt altijd zo hard aan de trouwjurken die ze ontwerpt, dat ze bijna nergens anders tijd voor heeft. Op de school in Zwolle vonden ze dat haar moeder toch een keer naar school moest komen om kennis te maken. Maar haar moeder had het weer veel te druk. Dus stuurde ze 1 van de personeelsleden, om over haar te gaan praten! De volgende dag durfde Larissa haar mentor niet meer onder ogen te komen. Ze was ook erg boos geweest dat haar moeder niet zelf was gegaan.
‘oliebol! Rotmascara!’ Driftig begint larissa de zwarte streep onder haar ogen weg te vegen, maar het wordt alleen maar erger. ‘Larissa! Nu naar beneden komen!’ Stampend loopt Larissa de badkamer uit, de trap af, de woonkamer in, daar staat ze stil en kijkt boos naar haar moeder. ‘Wat is er met je oog gebeurt?’ brengt haar moeder verbaasd uit. ‘Ja wat zou die zwarte veeg onder m’n oog nou zijn?’ antwoordt Larissa sarcastisch. ‘Kom hier.’ Commandeert haar moeder. Larissa loopt met tegenzin naar haar toe. Larissa’s moeder haalt de mascara met 1 veeg onder haar oog vandaan. ‘Nou, ga nu maar eten Larissa, anders kom je je eerste dag nog te laat op school.’ Larissa laat zich in een een mooie eetkamerstoel zakken en kijkt naar haar ontbijt. ‘Hmm, gebakken ei en toast, lekker!’ ‘Dan moet je de kok maar badanken.’ Glimlacht haar moeder.
Na het ontbijt stapt Larissa in de grote zwarte limo. De chauffeur draait zich om en steekt een grote grove hand uit. ‘Ted’ zegt hij kortaf. Larissa schudt de hand en zegt ‘Ik ben Larissa.’ ‘Ja, weet ik.’ Antwoordt de blonde man nors. En hij start de auto. Larissa conteroleert of al haar spullen in haar tas zitten. Ze haalt haar schoolboeken eruit en ziet haar make-up tasje liggen. Davy heeft zelfs aan een spiegeltje gedacht. Denkt Larissa. Ze kijkt in het spiegeltje en ontdekt dat ze nog geen lipgloss op heeft. Ze zoekt in haar zak naar lipgloss en smeert het op, wat een beetje moeilijk gaat, omdat de weg steeds hobbeliger wordt. Ze kijkt naar buiten. ‘Uh, Ted? Volgens mij rijden we verkeerd.’ ‘hm’ bromt Ted. Larissa laat het maar, Ted weet immers de weg. Hij gaat steeds harder rijden, 50km per uur, 60km per uur, 70, 80... Als ze 130km per uur rijden wordt Larissa toch wel een beetje bezorgd. ‘Ted, volgens mij rijden we te hard.’ Hij gaat nog harder rijden. ‘Ted?!’ Nu raakt Larissa in paniek. ‘Ted! Stop! Ik wil er nu uit!’ Ted gaat iets langzamer rijden omdat ze nu niet kunnen passeren. Larissa trekt aan het portier, op slot. Ook het raam gaat niet naar beneden. Ted heeft intussen een manier gevonden om te passeren en ze rijden inmiddels 140. ‘Ted!’ gilt Larissa met overslaande stem. Ted zegt niks. De wijzer van de snelheidsmeter geeft nu 160 aan. ‘Ted! Alsjeblieft laat me eruit!’ vol afschuw ziet ze hoe ze met volle snelheid op de gesloten slagboom van een spoorwegovergang af rijden. ‘Ted! Zo vermoordt je ons nog!’ roept Larissa. Ted kijkt achterom. Hij zegt niks, hij remt af. Heel even denkt Larissa dat hij stopt. Nog 60 meter en dan zijn ze bij de spoorwegovergang. Dan geeft Ted weer gas. Nu! Denkt Larissa, ze slaat met haar tas tegen het raam, het breekt niet. Nog een keer slaat ze tegen het raam, nu breekt het wel. Ze wurmt zich erdoor heen, ze voelt de scherven van het grote raam in haar zij snijden. Nog 20 meter. Larissa zet heel hard af met haar handen en voeten en ze valt uit de auto. Vijf meter voor de slagboom, in de berm. Ze ziet nog net hoe Ted verbaast achterom kijkt. Dan knalt hij met een noodgang tegen de slagboom aan, de auto schiet door tegen de voorbij rijdende trein. Heel veel herrie. Geschreeuw, krassend metaal. Mensen die uit de trein proberen te komen. Vuur. Dan ziet ze de lijkbleke hand van Ted. Hij beweegt niet meer. Overal hoort ze mensen schreeuwen. Overal rennen mensen heen en weer. Larissa voelt een stekende pijn in haar zij. Ze kan haar been niet meer bewegen. Maar als ze niet uit de auto was gesprongen was ze nu dood geweest. Alles om haar heen begint te draaien, al het geluid doet pijn aan haar oren. Haar hoofd bonkt. Er loopt een vrouw op haar af en vraagt hoe het met haar gaat. De vrouw begint tegen haar te praten. Dat ze erbij moet blijven, dat ze wakker moet blijven, dat ze weg moet bij het vuur, dat dat heel gevaarlijk is. Overal hoort Larissa sirenes, alles wordt steeds vager, ze kan er niet bij blijven. Ze ziet de schim van de vrouw die tegen haar praat. Ze verstaat haar niet meer. Dan sluit ze haar ogen.


