. Ik hoop dat jullie wat opmerkingen/tips erover hebben.
Bij deze het eerste stukje.[i]Hij werd gewekt door de lieflijke tonen van een piano en een zachte, warme stem. Snel kleedde hij zich aan en sloop op zijn tenen naar de kamer. Ze slaakte een gilletje toen hij ineens zijn armen om haar nek sloeg.
‘Goedemorgen, lieverd,’ zei hij zachtjes. Zij keek hem aan met haar grote, zwarte ogen en op haar lippen verscheen een lieve glimlach. Hij streek zachtjes over haar zwarte krullen en verschoof het lint dat erin stak iets, om te voorkomen dat het eruit zou vallen. Zij lachte en probeerde het weer in model te brengen.
‘Niet doen,’ zei hij. ‘Het zit echt prachtig zo.’ Hij gaf haar een kusje op haar voorhoofd en bekeek haar mooie witte jurk, die met gouden draden was doorstikt. Hij viel losjes om haar heen en bewoog prachtig als ze zich bewoog.
‘Waarom heb je je zo mooi aangekleed?’ vroeg hij.
Ze keek hem met lachende ogen aan. ‘We krijgen bezoek.’ Ze stond op van haar pianokruk en bewoog zich naar de spiegel, waar ze even bleef staan om haar haar weer te fatsoeneren.
‘Bezoek? Van wie dan?’
Het bleef even stil. Ze had een haarspeld in haar mond gestoken, die ze eerst weer voorzichtig in haar haren liet glijden voor ze kon antwoorden.
‘Van meneer Roger.’
‘Meneer Roger?’
‘Iemand die ik heb ontmoet. Ik heb hem uitgenodigd. Je zult hem vast aardig vinden.’
Met haar handen streek ze het overgebleven haar naar achteren. ‘Vind je dat ik een ketting om moet?’
‘Waarom heb je hem uitgenodigd? Waarom weet ik er niets van?’ Charles stond haar een beetje onthutst aan te kijken.
‘Ik was het je vergeten te vertellen. Vind je dat ik een ketting om moet?’
Nog vóór Charles antwoord kon geven, werd er op de deur geklopt.
‘Daar zal je hem hebben! Charles, wil jij de slaapkamerdeur even dichtdoen?’ Anna snelde naar de deur, terwijl ze nog snel een band om haar middel trok.
Charles fatsoeneerde zijn eigen kleding snel en trok de slaapkamerdeur dicht. Op de gang hoorde ze hoe zijn vrouw de vreemdeling binnenliet en hem uitbundig begroette.
’Enchanté, madame!’
‘Binnen wacht mijn man. Ik zal u aan hem voorstellen. U vindt hem vast aardig.’
Nog vóór Charles goed en wel rechtop stond en de knopen van zijn jasje dicht had kunnen maken,, stonden zijn vrouw en de vreemdeling voor hem.
‘Dit is nu meneer Roger,’ zei zijn vrouw stralend. ‘Roger, dit is mijn man, Charles.’
Roger maakte een buiging. ‘Bijzonder aangenaam om kennis met u te maken, mijnheer.’
Charles knikte vriendelijk terug. Hij richtte zijn blik op zijn vrouw, die met pretoogjes naast Roger stond en zijn hand al vastpakte om hem mee te nemen naar de piano.
‘U bent schrijver, heb ik gehoord?’
Het was de stem van Roger. Een warme stem; laag en diep. Heel anders dan zijn eigen stem. Hij schraapte zijn keel.
‘Ach…’ zei hij. ‘Ik probeer af en toe eens wat. Ik schrijf een paar zinnetjes, en soms wil het lukken en ga ik wat langer door… Verwacht er niet te veel van.’
‘Niet bescheiden zijn! Ik heb uw werk gelezen. Ik vind het erg goed.’
‘U vleit me,’ zei Charles stijfjes.
‘Oh nee, helemaal niet! Uw vertolking van Homeros was subliem.’
Charles knikte kort. ‘U doet me echt te veel eer aan. Ik ben maar een eenvoudige schrijver. En u was…’
‘Ik ben ook schrijver,’ was zijn antwoord.
Charles keek blij verrast op. ‘Werkelijk?’
‘Niet alleen maar schrijver!’ vulde zijn vrouw aan. ‘Hij zingt ook. Hij is erg goed.’
‘Zo zo…’ Charles wist niet goed wat hij moest zeggen.
Anna liet de stilte niet te lang duren; met een zwierig gebaar pakte ze Rogers hand en trok hem mee naar de piano.
‘Wat een prachtig instrument heeft u, mevrouw.’
‘Kom ook luisteren, Charles!’
Charles reageerde niet. Hij slenterde terug naar zijn werkkamer, waar hij zich diep over zijn vellen papier boog, terwijl hij vanuit de kamer gefluister en gelach hoorde. Langzaam vulde het huis zich met de tonen van een prachtig duet. Hun warme stemmen vulden het gehele huis en zweefden langzaam, ineengestrengeld, door de open ramen naar buiten, de velden over, de hemel in, begeleid door de prachtige klanken die Anna’s vingers ter begeleiding aanvulden.
Toen de laatste tonen van de aria voorbij waren keken hij en Anna elkaar met een glimlach aan. Anna schrok toen ze Charles plotseling achter zich zag staan, maar hij leek helemaal afwezig.
‘U zingt werkelijk voortreffelijk…’ fluisterde hij.
‘Niet zo veel eer, alstublieft.’
‘Nee, ik meen het. Het deed me denken aan die keer dat mijn vader me mee naar de opera nam…’
Roger glimlachte. ‘Uw vrouw is een geweldige zangeres,’ zei hij. ‘En daarbij ook nog een prima pianiste.
Charles knikte. ‘Ik weet het. Ze is geweldig.’
Anna lachte. ‘Blijft u eten, meneer Roger?’
De jongeman schudde langzaam zijn hoofd. ‘Het spijt me, mevrouw,’ zei hij. ‘Ik heb andere verplichtingen. Het was me een waar genoegen om samen met u te zingen. Ik zal zeker een goed woordje voor u doen.’
Anna glimlachte en begeleidde hem naar de deur. Charles meende te horen dat hij haar bij het uitgaan een kleine kus op haar hand gaf.
‘Doe uw man de groeten van mij,’ hoorde hij zeggen. ‘Hij is een geweldige schrijver.’
De deur viel in het slot en Anna vloog Charles om de hals.
‘Zingt hij niet geweldig?’ lachte ze.
Charles aaide haar afwezig over haar haren. ‘Wat bedoelde hij?’
‘Waarmee?’
‘Met ‘een goed woordje doen’.’
Annas ogen begonnen te stralen. ‘Zou je het niet geweldig vinden als jouw vrouw de nieuwe Susanna zou worden?’
‘Susanna?’
‘Uit de opera: Le Nozze di Figaro! Roger speelt Figaro, en hij hoorde mij zingen, en hij wilde dat ik met hem… nou ja, toen heb ik hem dus uitgenodigd want ik wilde zo graag, en hij gaat dus vragen…’
‘Met hém?’
‘Moet je nu echt al weg?’
‘Dat weet je toch,’ zei ze lachend. Ze stond voor hem in de deuropening. Haar lange zwarte krullen had ze losjes opgestoken, en haar jurk zwierde elegant om haar heen. Achter haar waren de koffers opgestapeld. Haar ogen lachten en keken in de bedremmelde blik van Charles.
‘Ik schrijf je vaak.’
‘Ze zullen je goed vinden,’ zei hij. ‘Je bent de beste ter wereld.’
Ze liep naar hem toe en gaf hem een kusje op zijn voorhoofd. ‘Ga jij het jezelf hier nou maar naar de zin maken…’
Ze streek haar rokken glad en telde de koffers. Haar hand ging omhoog, naar haar haar, waar hij even bleef hangen.
‘Ik heb het gevoel dat ik wat vergeten ben…’
‘Je boek?’ probeerde Charles voorzichtig.
‘Nee, niet mijn boek. Ik denk toch niet dat ik veel aan lezen toe zal komen… Nee, het was wat anders…’‘Zit het goed, zo?’
‘Het zit prachtig.’
Anna zuchtte. ‘Ik hoop dat ze me goed genoeg vinden.’
Charles streek haar door haar zwarte krullen, maar zij duwde lachend zijn hand weg en fatsoeneerde haar haren weer. ‘Niet doen, joh.’
‘Natuurlijk vinden ze je goed,’ zei hij. ‘Je bent lief, je bent mooi, je…’
‘Dat heeft er niets mee te maken.’
‘Ik was nog niet klaar! Je hebt een prachtige stem…’ Met die woorden tilde hij haar omhoog en ze slaakte een klein gilletje.
‘Ik zal je vreselijk missen,’ zei hij. ‘Schrijf me vaak.’
Anna maakte zich los uit zijn greep en streek voor de tweede maal haar rokken glad. ‘Natuurlijk. Als jij me terugschrijft.’
Ze kuste hem en pakte twee koffers in iedere hand, die ze met geweld naar de gang begon te slepen. Charles snelde toe om haar te helpen met de vijfde koffer. ‘Lukt het, zo?’
‘Natuurlijk.’ Met veel moeite sleepte ze de koffers de deur uit en zette ze in het rijtuig. De koetsier snelde toe om haar te helpen, maar ze had het al voor elkaar gekregen. Charles laadde de laatste koffer in.
‘Dank je.’ Anna veegde het zand van haar rokken af en kwam omhoog. De inspanning had haar kleine rode blosjes op haar wangen bezorgd, waar Charles verliefd overheen streek.
‘Hou op,’ lachte ze. ‘Ik schrijf je wel, hoor!’
De koetsier kuchte als teken dat hij wilde vertrekken.
‘Heb je alles?’ vroeg Charles met een brok in zijn keel.
‘Ja, ik heb alles,’ zei ze. ‘Ik kan gaan.’
De koetsier hield de deur voor haar open en ze stapte via het kleine houten trappetje in de koets. Ze maakte het zichzelf zo comfortabel mogelijk en wachtte tot de koetsier de bok op was geklommen en de koets in beweging was gezet. Toen schoof ze het gordijntje opzij om Charles nog een laatste kushandje toe te werpen.
-----------------------------
Volgende hoofdstuk
-----------------------------
Waarom had hij haar laten gaan? Soms begreep hij werkelijk niets van zichzelf. Zijn eigen vrouw, in Parijs, met een man die hij nauwelijks kent – van wie hij niet eens weet of hij wel te vertrouwen is, waar hij vandaan komt, welke ouders hij heeft... misleid door een man met een mooie stem en innemende manieren. Innemend voor Anna althans – dat was duidelijk. Ze was weg van hem geweest en hij... hij had alleen maar haar stralende gezicht kunnen zien, haar lieve lach toen ze hem aankeek en zei dat het haar zo gelukkig zou maken. En wat kon hij er dan tegen doen? Zijn vrienden zeiden dat hij te toegeeflijk was, soms – hij wist dat – maar hoe kon hij zijn vrouw iets ontzeggen wat haar zo blij zou maken? Kon hij haar een prachtige toekomst ontnemen omdat hij twijfels had? Hoe egoistisch kon hij zijn?
Hoewel, egoistisch... misschien was het gewoon beschermend. Beschermend om dat hij Anna zo lief had, en omdat hij het vreselijk zou vinden als haar iets overkwam. Ze leek nog zo naief toen hij haar in de koets zag stappen, uitgelaten, klaar om naar Parijs te gaan. Hij had wel verhalen gehoord over Parijs. Afschrikwekkende verhalen over dieven, verkrachters... verhalen zo tegengesteld aan het rustige, vredige leven bij hen op het platteland. Maar waren dat niet alleen de verhalen die hij via-via had gehoord? Hij had zich er nooit druk over gemaakt, tot het moment waarop Anna in de koets was gestapt en uit zijn gezichtsveld was gereden. Toen leek alles erg, Parijs leek een verschrikking, en de wielen van de wagen dreunden nog lang na in zijn hoofd.
'Goh Charles, jij hebt maar geluk met zo'n vogeltje!' riep een stem. 'Werkelijk, als ik zo'n vrouw had, had ik haar een een kooitje gedaan!'
Een luid, bulderend gelach steeg op uit het kleine cafe. Charles zat aan tafel, met een stapeltje papier voor zijn neus en een glas drank naast zich. Vanaf het moment dat hij het had verteld was het cafe niet meer te stoppen geweest. Verhalen over opera's, vrouwen, intriges, operaplotjes en verlaten mannen. Schertsen over Don Giovanni-verhalen en enge vertellingen over Parijs. Charles kende de mensen wel, de boeren uit het dorp. Maakten overal grootse dingen van.
'En ondertussen schrijft Charles maar door. Man, ga feesten!'
Een glas vol drank stootte zo hard tegen het zijne dat het bijna omviel. Zonder van zijn papier op te kijken hield Charles het tegen en zette het buiten bereik van de anderen. Hij pende ijverig door en liet de opmerkingen langs zich heen glijden.
'Charles is geen man. Charles is...'
Charles keek verstoord op van zijn papier. 'Charles is een schrijver en als jullie hem even zijn werk kunnen laten doen...'
De man keek hem recht aan met een spottende blik in zijn ogen. 'Schrijvers... Romantici zijn het. Denken dat ze een hele hoop doen maar wat heb je nou uiteindelijk aan ze? Gewerkt moet er worden! Zie de waarheid nou eens onder ogen Charles! Hoe kun je nou ooit je geld verdienen als je je voor die Handel in de papieren blijft storten?'
Charles stond op, pakte de papieren bij elkaar en stopte het bundeltje onder zijn arm. Hij groette en wandelde rustig het cafe uit. Zijn toneelstuk moest af. Handel had het gezegd - voor het einde van de maand moest het af zijn. Hij moest opschieten, want aan luie schrijvers had Handel niets. Maar hoe kon hij schrijven als zijn vrienden maar tegen hem aan bleven praten? Gewoonlijk maakte het hem niets uit. Dan hadden ze het over andere dingen. Maar als het gesprek op Anna kwam merkte hij dat hij ging luisteren, al deed hij nog zo zijn best om de flauwe opmerkingen niet te horen.
.
Echter heb je het snel geprobeerd te corrigeren, dus ik zal je aanvulling in je eerste bericht er bij zetten. Volgende keer gaat er gewoon een slotje op.