. Overigens is het NIET de bedoeling hier een discussie te gaan houden over wat/wie nu wel of niet penny is. Dit gedicht is voor het plezier (met een zeer serieuze ondertoon
) geschreven en niet bedoelt om wie dan ook aan te vallen
.Commentaar, tips, kritiek enzovoort, alles is welkom
Het Grote PennyPatrouille Gedicht
Zie ginds komen penny's met hengsten weer aan,
Wij als ervaren strijders zien ze al staan,
Hoe zwaaien ze de zwepen op de kont op en neer,
Hoe prikken ze hun sporen in de vacht wat een zeer.
De Patrouille staat te kijken, en zucht wat een leed,
Hoe toch die penny, haar kennis verbreed,
Och arme penny, waar zou ze toch zijn,
Zonder haar boekjes, met verhaaltjes zo fijn.
Arme paarden wat een leed,
Met roze strikjes aangekleed,
Ook de slof, thiedeman en martingaal,
ontbreken er niet aan.
Inmiddels staan te koken van woede,
Onze PennyPatrouillanten wat te bebroeden,
Want een flikflak, salto en spagaat,
Dat is toch echt te grijs voor een paard!
Ook Pennyprix is niet pluis,
Dat staat niet als een huis,
En levert een enkeltje ziekenhuis,
Met een demonstratie voor het stadhuis.
Want, beste Patrouillanten,
Wij weten van wanten,
De Penny's zitten op Bokt,
Fijn opgehokt.
We hebben een taak,
Wij stellen Penny's aan de kaak,
Tot wanhoop van de mods,
Dus krijgen we een arbeidsverbod.
Maar wij zijn niet voor één gat te vangen,
En houden vast aan onze belangen,
Want wij hebben een taak,
Wij strijden voor een Penny-vrije zaak!
UN's, OW's en bans nemen we voor lief,
Dus schrijf geen dreigbrief,
Met bloemmotief,
Want dat nemen we voor lief.
Een boycot op de Penny,
Zal leiden tot veel agressie,
Want dat mooie blad,
Wordt door alle Penny's aanbad.
Iedere maand boordevol verhalen,
Vol penny's die wilde hengsten aanhalen,
Ze winnen wedstrijd na wedstrijd,
Met veel avontuurlijkheid.
Iedere oprechte Penny zal verklaren,
Het onmogelijke te evenaren,
Want het temmen van wilde hengsten,
Zal leiden tot hoge opbrengsten.
Daarbij schuwen ze niet,
Om arme paarden in het geniep,
Te ontvreemden uit vele weiden,
Wat zal leiden tot veel verdriet.
O jee, dacht de Sint, dat kan toch niet!
Hij riep snel Zwarte Piet,
Die kwam al met de roede aan,
Voor te straffen is die heel bekwaam.
Maar triestig zei de arme heilige man,
Dat poepeklets niet meer kan,
Dat valt onder mishandeling,
En dat dat verboden is, is één duidelijk ding.
Dus wij als hechte groep moeten het klaren,
Onze eerste ideeën laten varen,
Samen een nieuw plan uitstippelen,
Want onze trouwe strijdrossen staan al te trippelen.
In ridderuitrusting gehuld op de fiets,
Want een paard dient voor zo iets niet,
Trekken we er op uit,
Tot een van ons op een penny stuit.
Dan halen we bazooka's boven,
En ook de netten moeten er aan geloven,
Hier en daar vliegt een granaat,
Want de penny's moeten van straat.
Oeps, een pin vergeten uit te trekken,
En *KLABOEM* uit ons kantoor kunnen we vertrekken,
Oei, komt dit nog goed?
We worden zo hard beboet.
Want waar zijn we zonder Bunker, Slotgracht en Kantoor,
De Penny's glippen tussen onze netten door,
Gelukkig zijn we niet voor één gat te vangen,
En hebben we allemaal afleidingsuitgangen.
Zo is The Lord of the Penny's geboren,
En zijn we niet verloren,
We hebben al veel overwonnen,
Een reisje rond de wereld, PP-Crisis, anti-Sinterklaas, we hebben het allemaal uitgezongen.
Wij overwinnen alles,
Met onze Penny-Gids ter hand,
En Schepnet bij de hand,
Houden we ons aan onze beloftes,
Een Penny-vrij Land!
Na maanden radiostilte,
Was het gedaan met de kilte,
Aldus werd besloten om niet meer onderkoffer op te treden,
En werd een nieuw PP-Kantoor betreden.
Voorzien van de nieuwste snufjes,
Klonken er overal opgeluchte zuchtjes,
Want de PennyPatrouille was weer in het land,
En zij bestrijden Penny's nonchalant.
Met de kerstman voor de deur,
Is het tijd voor veel grandeur.
Aldus zingen wij uit volle borst:
Pennyfreak Pennyfreak Penny heel de weg,
Oh wat fijn om penny te zijn,
't is te mooi zoals ik zeg.
Oh Pennydroom,
Oh Pennydroom,
Wat zijn uw hengsten wonderschoon,
Toen ik ze laatst in't wei zag staan,
Hadden ze nog geen glitters aan,
Oh pennydroom,
Oh pennydroom,
Wat zijn uw hengsten wonderschoon.
Stiiiiiihillli naaaacht, Peeeennnyyy nacht,
Penny Patrouille, lang verwacht,
Die tienduizenden eens zaligen zal,
Werd geboren in de bokthuiskamersstal,
Zij, de pennyjagers,
Zij, de pennyjagers,
Stille nacht, pennynacht,
Alles slaapt, de patrouille wacht,
Eenzaam waakt het hoogheilige team,
Slaan stoute penny's met gouden riem,
Sluimert in hemelse rust,
Sluimert in hemelse rust.
De pennykes lagen bij nachte,
Ze lagen bij nacht in het veld,
Zij hielde vol trouwe hun wachte,
Ze hadden hun hengsten geteld,
Daar hoorden zij de patrouillanten roepen,
Hun stemmen zo gevaarlijk en klaar,
De penny's op de vlucht gingen,
't liep tegen het nieuwe jaar.
Penny: "Last Christmas I gave him my heart, but the very next day, he kicked me away. This year, to save me my tears, I'll give it to some horse special".
De Penny's gaan massaal op de loop,
Want zoals wij zingen is er geen hoop,
De ramen springen,
En zo komt er ook een eind aan de begoochelingen.
Gelukkig zitten we op onze strijdrossen,
Klaar om achter de penny's aan te crossen,
Het is gedaan met de vrede,
En zitten we weer in onze eeuwenlange vete.
Maar daar staat de kerstman op de stoep,
En plegen we een coupe,
Het is gedaan met de bakstenen, hoestdrank en groentesoep,
En niet te vergeten boegeroep!
Veiligheid voor Anky's Bonnie,
Met de patrouillanten op de koffie,
Geen paard hoeft nog te vrezen,
Voor het roze-strikjes-leven.
Want waar de PennyPatrouillanten zijn,
Verdwijnen Penny's groot of klein,
We laten er geen gras over groeien,
En weten ons met alles te bemoeien.
Onderling verloopt het vlotjes,
Elk in onze eigen kotjes,
Atoombomvrij dus geen gezeur,
Beantwoord gewoon dat klopje op de deur.
Blauwe ogen, uitgeslagen tanden,
Gebroken voeten en losse handen,
We hebben het allemaal wel gehad,
Terwijl heel bokt voor ons bad.
Dat het ooit nog goed zou komen,
We in vrede konden samenwonen,
En kijk waar we nu zijn,
Zonder een bommengordijn.
Zelfs de Oppermod is verdwenen,
En kunnen we weer ouderwets donderstenen,
Want een rel schuwen wij niet,
En er liggen vast nog heel wat in het verschiet!
Ook een expeditie,
Is een zeer aannemelijke optie,
Want naar het Hol van de Leeuw,
Wordt de expeditie van de eeuw.
Gezamelijk trekken wij door bokt,
Onze ideeën laten wij niet opgehokt,
Als HAW weer door een penny wordt opgeschrikt,
Komen wij ten strijde met ons genadeloos verdict.
Ook paardenpraat is geen penny veilig,
Het welzijn van paarden is voor ons heilig,
En gaat het op rijtechnisch over gebruik van slof,
Dat vinden wij niet tof.
Bij HAR legt geen penny een zadel op een jaarling,
Anders spelen wij wel even de naarling,
Bij Omgang laten ze beter de hengsten gerust,
want penny's met de vingers wijzen is daar een must.
Penny Penny, opgepast,
Voor je het weet wordt je verrast,
Want wij komen ons ermee bemoeien,
We zijn niet voor niets, de Penny Patrouille.
Op ITP strooien ze strikjes in het rond,
Her en der een hartje op de kont,
De arme pony weet niet wat er gebeurd,
En al helemaal niet, waarom zijn voerbak zo meurt?
Waarschijnlijk zijn het nog pepernoten,
Want het interesseert de Penny geen klote,
Dat de pony dit helemaal niet lekker vind,
De penny denkt: Leuk, zo'n kadootje van de Sint.
Wij redden de pony's in nood,
Scheppen de pepernoten uit de bak,
En trekken de pony weg van de dood,
De penny gaat met Sinterklaas, mee in de zak.
Helaas is Sinterklaas niet genoeg,
Omdat hij van het aantal Penny's achteroversloeg,
Was de PennyPatrouille de aflossingsploeg,
Want Sint lag in de ziekenboeg.
Moraal van het verhaal,
Ga niet met een Penny aan de haal,
Want voor je het weet,
Heb je beet.
Wij patrouillanten weten waar we het over hebben,
Tussen alle spinnenwebben,
Over studie, paarden en andere perikelen,
Schrijven we hele artikelen.
Penny's zijn bij ons in goede handen,
Want wij weten wel van wanten,
Daarom screenen we aspirantleden goed,
Want anders worden we beboet.
We leggen het Examen af met vlijt,
Voor Penny's kennen we geen respijt,
Wij staan bekend om dapperheid,
Dat is wat ons onderscheid.
Ja, ridderlijkheid, durf en lef,
En een groot plichtbesef,
Ook vind je hard werken oke,
En heb je geduld voor twee.
We blinken uit van trouw,
En tonen geen berouw,
Ook vind je hier mensen met verstand,
Dus altijd wel een geestverwant.
Die geleerd en bij de pinken zijn,
En altijd klaar bij een aanvalssein,
Dus raak vooral niet in paniek,
En verander waar nodig van aanvalstactiek!
Overnachten in de kantoren,
Is iets waar wij wekelijks van horen,
Doorwerken en weinig slapen,
Gezamelijk naar ons pc'tje gapen.
Verslavend is de PennyPatrouille wel,
Het is immers niet altijd kommer en kwel,
Ook voor leuke dingen is er tijd,
Die worden echt niet gemijd.
Lachen gieren en er voor elkaar zijn,
Hier en daar wat verliefd gezwijm,
Luisteren en reageren,
We zullen het echt niet verleren.
Ook al vallen we niet meer op,
Dat betekent nog steeds geen stop,
Slechts een stilte voor de storm,
Een nieuwe groep krijgt stilaan vorm,
Waarin we weer kunnen rellen,
Met een knipoog kan ik wel vertellen,
Want de puberteit zijn de meeste uit,
Dat was een heuse kluit.
Elkaar zien veranderen en groeien,
Dat kan alleen maar boeien,
Een jaartje van wat verder weg,
Maar let goed op wat ik nu uit leg.
Uit het oog is niet uit het hart,
En tussen al dat bokkers-namen-zwart,
Vonden we elkaar steeds weer,
Dat bracht ons tot ommekeer.
Samen sterk, samen vrolijk,
Dat is wat nu wel blijkt,
Stiekem kunnen we niet zonder...
Want wat is een wereld zonder patrouillanten,
Echt van de paardenhemel gestuurde gezanten,
Wij vangen penny's licht en zwaar,
En we kennen geen gevaar.
Met harnassen aan trekken we van topic naar topic,
We controleren zeker ieders nick,
Lovertje of ‘juh is uit den boze,
Net als dat breezahgedoe van die domme dozen.
Geen MSN-taal ontsnapt aan ons scherpe oog,
En dan starten we alvast ons betoog,
Dat de Nederlandse taal het waard is te onderhouden,
Het is iets waar onze voorouders al aan bouwden.
We hopen nog steeds dat die meisjes,
Luisteren naar onze wijsjes,
Ook al is dat misschien overdreven,
Iemand moet er wat voor geven.
Anders zullen ze nooit vergaan,
En zal deze roze wereld eeuwig blijven bestaan,
En dat is niet wat we willen,
We zullen die pennymeisjes wel drillen.
Daarom vervullen wij onze plicht,
En nemen deze niet licht,
We slaan de handen ineen,
En blijven bijeen.
Wij willen penny-vrije paarden,
En zullen iets anders niet aanvaarden,
Ieder paard verdient een dierenvriend,
En wij zijn van iets anders niet gediend.
Daarom, tot slot, worden in dit gedicht,
Enkele penny-kenmerken toegelicht,
We hebben er al een paar behandeld,
Maar nog niet alles afgehandeld.
Onthoud het volgende dus goed,
Liev, sielugh en zielug worden beboet,
Ook groentesoep, Bossche bollen en bakstenen doen geen goed,
Sielughe paardjuhs redden wordt ook beboet.
Met veulens, enters en twenters wordt niet getut,
Paarden houden niet van dat gefrut,
Dode paarden en pony's horen erbij,
Dat is hoe het leven zij.
Penny's zijn niet altijd groen,
Ook doorgewinterde Bokkers moeten penny's soms nadoen,
Hou je ogen dus open,
En laat de Penny, jong of oud, niet lopen.
Houd voet bij stuk,
En communiceer met veel nadruk,
Laat je niet van de wijs brengen,
Door die kleine penny-krengen.
Roze strikjes hier en daar,
Dat maakt de penny aanwijsbaar,
De penny is geen droom,
De appel valt niet ver van de boom.
Van slofteugel, thiedeman tot pelhambit,
De Penny zit graag in amazonezit,
Wees op je hoede,
Want dit komt niet ten goede.
Kijk uit voor 'girly', 'lady' en 'love',
Voor je het weet zit je gevangen in een doolhof,
Maar wees zeker van zaak,
Je zit niet altijd raak!
Zwarte Arabische hengsten zijn favoriet,
Vooral wanneer men ze van een zonsondergang voorziet,
Ook ontelbare verzorgpony's- en paarden,
Laten veel te raden.
Dan zijn we nu bijna aan het einde gekomen,
En hebben we alles doorgenomen,
Rest nog een laatste waarschuwing,
Smiley's zorgen voor schaduwing.
Dus alle penny's jagen we weg voor altijd,
En nu nog een kleinigheid,
PennyPatrouille, een geweldige groep,
En nu lust ik wel PennySoep.
Nee geen groente gevuld met baksteen,
Een soep van Penny’s alleen,
Ankylover, Pennygirl en Pokemon,
Ik wou dat ik ze allemaal de soep in krijgen kon.
Want soms lopen boktpennys je voor de voet,
En weten de andere bokkers heel goed,
Dat de pennypatrouille daar al klaar staat,
Dan vragen ze: "Waar blijven die? we zijn moe van dat geblaat”.
Wat ooit begon als grap,
Groentesoep, hoestiroop en de hele hap,
Liep lichtjes uit de hand,
De penny's veroverden boktland.
Shethengsten leren steigeren,
Verantwoord kledijgebruik weigeren,
Springen over ijzeren staven,
Nee de penny's van vandaag zijn niet meer van de braven.
Gelukkig is er een ras in opstand,
Eentje die rebelleert tegen het bestand,
Waar alle penny's voor bibberen en vrezen,
Ja, ze durven dit topic nauwelijks lezen!
Dan zijn we nu aan het eind gekomen van dit gedicht,
En hebben we enkele zaken toegelicht,
Rest ons nog een laatste ding te zeggen,
Voor we de pen er bij neer leggen.
PennyPatrouille, doe je naam eer aan,
Met paarden zijn we zeer begaan,
Maar wees voorzichtig, want:
IT’S A JUNGLE OUT THERE!!!
Geschreven door: Nerwen, xKatleentjex, Unwritten, Pharagirlke, Flowerpull, Elaine



