Ik ben weer een verhaal aan het maken. Het is al lang geleden dat ik echt wat geschreven heb dus ik moet een beetje inkomen. Ik hoop dat jullie het leuk vinden en nog goede tips voor mij hebben.
Groetjes, Zoë.
Citaat:Hoofdstuk 1.
“Vandaag worden de studenten bekend gemaakt die voor twee maanden op stage in Amerika mogen” galmt het door de aula van het St. Florijn college. Terwijl de docent achter de microfoon de brief pakt waar de namen op staan, kijkt Christa Kourtakis haar beste vriendin Maaike Scheffer zenuwachtig aan. “Ik ben zo benieuwd!” Maaike knikt en ze knijpt Christa gespannen in haar hand. Christa had zich een maand geleden voor de stage opgegeven, samen met nog honderden andere studenten. Vandaag wordt bekend gemaakt welke twee studenten er uitgekozen zijn om stage te mogen lopen in één van de meest beveiligde gevangenissen van de U.S.A.
“De twee uitgekozen studenten zijn..” De docent blijft even stil en kijkt de aula rond. Dan glimlacht hij. “Simon Gaping en Christa Kourtakis!” Christa geeft een gil en ze springt van haar stoel. “Dat ben ik, dat ben ik!” krijst ze. Maaike lacht en knijpt Christa in haar handen. “Wat gaaf voor je!” Dan kijkt Christa om, naar haar beste vriend Simon, die wonder boven wonder ook genoemd is. Met grote sprongen rent ze naar hem toe en ze vliegt hem om zijn hals. “We gaan samen naar Amerika!” gilt ze. Simon lacht en omhelst Christa even. “Geweldig!” Daarna lopen ze samen naar het podium om hun vliegtickets op te halen. “Jullie vliegen volgende week vrijdag om 11 uur ’s Ochtends. Zorg dat je op tijd aanwezig bent” zegt de docent glimlachend als hij de tickets overhandigd. Christa knikt en bedankt hem nog eens. Daarna springt ze vrolijk het podium weer af. Nu snel naar huis om het nieuws aan haar ouders te vertellen!
Thuis aangekomen gooit Christa haar fiets tegen de schuur en ze gooit de voordeur open. “Mam!” roept ze hard en ze rent de woonkamer binnen. Haar moeder kijkt geschrokken om een hoekje. “Wat is er aan de hand?” Christa lacht en houdt het ticket voor haar moeder haar gezicht. “Dit is er aan de hand!” Haar moeder bekijkt het ticket en een brede glimlach verschijnt op haar gezicht. “Maar dat is geweldig meid! Wat ontzettend leuk voor je!” Christa haar moeder pakt Christa beet en omhelst haar. “Ik ga je wel missen hoor, twee maanden is erg lang!” Christa grijnst. “Ik ga jullie ook missen, maar deze kans laat ik niet liggen!” Haar moeder knikt en ze bekijkt het ticket nog eens. “Welke leerling gaat er nog meer?” Christa glimlacht weer en ze wijst naar het huis van de buren, waar haar beste vriend woont. “Simon?” Christa knikt. Haar moeder glimlacht. “Dat is helemaal gezellig, wat ontzettend leuk voor jullie!”
Als Christa een half uur later haar vader heeft gebeld op zijn werk om het goede nieuws te vertellen, besluit ze om even langs de buren te gaan. Simon zal onderhand ook het nieuws wel verteld hebben en dus kunnen ze misschien alvast wat afspraken maken voor volgende week vrijdag. Met de gedachten dat ze precies over een week al in het vliegtuig zit, wordt Christa al zenuwachtig. Met grote stappen loopt ze naar de poort van de buren. De poort is altijd open en dus loopt Christa eigenlijk altijd achterom. Als ze de tuin binnenkomt, ziet ze door de ramen de familie Gaping aan de keukentafel zitten. Zodra Simon haar ziet, zwaait hij opgewekt en hij doet de schuifdeur voor Christa open. “Daar is de andere geluksvogel!” roept Simon zijn moeder als Christa de keuken binnenstapt. Christa knikt blij en ze gaat naast Alex, Simon zijn broer, aan de tafel zitten. “Ook een koekje?” vraagt die en hij houdt de koektrommel voor. Christa pakt er een koekje uit en ze neemt er een hap van. “Ik kwam eigenlijk om te vragen hoe we dat vrijdag gaan doen” zegt ze. Simon knikt en kijkt zijn moeder aan. “Misschien dat jij ons naar Schiphol wil brengen en dat Christa haar moeder of vader ons over twee maanden weer ophaalt?” Simon zijn moeder knikt. “Dat vind ik goed hoor. Jullie vliegen om 11 uur, dus dan moeten we zeker rond een uur of zeven hier weg aangezien je twee uur van te voren moet inchecken.” Christa knikt instemmend. “Het is zeker twee uur rijden vanaf hier, dus dan is zeven uur inderdaad een mooie tijd.”
Na nog een poosje met de familie Gaping gekletst te hebben, staat Christa op. “Ik ga maar weer eens richting huis, we gaan strakjes uit eten.” “Lekker” zegt Simon en hij staat ook op. Hij maakt de schuifdeur voor Christa open en hij loopt nog even met haar mee naar buiten. “Ik ben echt superblij dat jij ook bent uitgekozen” zegt Christa als ze bij de poort staan. Simon knikt. “Ik ook, ik was zo bang dat Florien werd uitgekozen!” Christa lacht, Florien is een klasgenoot van hen en ze loopt al maanden achter Simon aan. Simon moet helemaal niets van haar hebben maar dat lijkt Florien niet door te hebben. “Dan had je jouw kaartje zeker weggegeven?” Simon knikt. “Maar dat is nu gelukkig niet nodig!” Samen lachen ze even en dan zucht Christa. “Ik ga nu echt naar huis, anders zijn ze straks weg zonder mij!” Ze zegt Simon gedag en dan springt ze over de bloembakken die hun voortuinen van elkaar scheiden, naar hun eigen tuin. Snel doet ze de voordeur open en ze loopt de huiskamer binnen, waar haar ouders en zusje al zitten te wachten.
Die avond zit Christa gezellig met haar familie bij een Grieks restaurant. Grieks eten is Christa haar favoriet, maar gelukkig kan ze ook genieten van hamburgers en frieten, die ze over een week erg veel zal moeten eten. “Ik hoop niet dat ik al te dik terug kom” zucht Christa. Haar moeder kijkt haar lachend aan. “Vast niet joh, jij hebt geen aanleg om dik te worden en als jullie niet iedere dag hamburgers eten komt het vast goed.” Christa grinnikt en ze neemt nog een hap van haar vlees. Gelukkig is Simon ook geen moeilijke eter, dus kunnen ze lekker van alles uitproberen.
“Vind je het niet jammer dat je niet samen met Maaike naar Amerika gaat?” vraagt Anne, Christa haar zusje. Christa haalt haar schouders op. “Met Maaike was gezellig geweest, maar met Simon is net zo gezellig. Ten slotte zijn ze allebei mijn beste vrienden.” Haar zusje lacht. “Ben je ook niet een klein beetje verliefd op Simon?” Christa schudt haar hoofd. Simon mag dan wel een ontzettend knappe jongen zijn met zijn donkerblonde haar en grote, donkere ogen, maar verliefd is ze zeker niet. Ze kent hem al tien jaar, vanaf dat hij 11 en zij 9 was. Ze zijn altijd vrienden geweest en dat wil Christa ook graag zo houden, zeker nu ze de komende twee maanden met elkaar opgescheept zullen zitten.
Thuis zoekt Christa alvast een aantal adressen op van het hotel waar ze in logeren, de gevangenis waar ze stage mogen lopen en het kantoor van de connecties van school. Daar moeten zij en Simon één keer per week een verslag leveren van wat ze gedaan hebben en wat ze hebben opgestoken voor hun opleiding criminologie. Verder stuurt Christa nog een aantal e-mails naar mensen waarvan ze denkt dat die van belang kunnen zijn in de tijd dat ze in Amerika zit. Uiteindelijk, rond 2 uur in de nacht is Christa klaar en sluit ze tevreden haar computer af. Snel kleedt ze zich om en ze poetst haar tanden. Daarna duikt ze haar bed in, met de hoop dat ze vannacht en de andere komende nachten een beetje kan slapen ondanks de zenuwen voor vrijdag.
Citaat:Hoofdstuk 2.
De dagen voor de grote reis vliegen om, en voor Christa het goed en wel doorheeft gaat vrijdagmorgen om half 6 haar wekker. Eerst geeft Christa een flinke tik tegen haar wekker, ze wil weer verder slapen. Maar dan opeens bedenkt ze zich dat vandaag de grote dag is en met één sprong staat ze naast haar bed. Snel knipt ze het licht aan en ze pakt haar kleren van haar stoel. Dan verdwijnt ze naar de badkamer om zich om te kleden en haar donkere krullen in een paardenstaart te binden. Nog snel even een laagje mascara op en daarna is ze klaar om te eten en weg te gaan.
Om precies 7 uur staat Christa bij Simon voor de deur. Die is ook al klaar, maar hij moet nog even wachten op zijn moeder die de autosleutels kwijt is. Zodra ze die heeft gevonden, komt Christa haar moeder er ook aan. Die gaat mee om Christa en Simon uit te zwaaien. Christa neemt afscheid van haar vader en zusje en daarna stapt ze de blauwe fiat van Simon zijn moeder in. “Daar gaan we” zucht ze en ze zwaait nog een laatste keer naar haar vader en zusje. Simon zijn moeder start de auto en zo rijden ze de straat uit.
Na twee uurtjes in de auto gezeten te hebben, komen Christa en Simon met hun moeders aan op Schiphol. De zenuwen van Christa worden steeds erger, nu wordt het echt menens! Ze neemt afscheid van haar moeder en daarna loopt ze samen met Simon naar de incheckbalie. “Zwaai nog maar even naar je moeder, als we hier door zijn zie je haar twee maanden niet meer” knipoogt Simon als ze bijna aan de beurt zijn. Christa knikt en volgt zijn raad op. Daarna laat ze haar ticket zien aan een norse mevrouw die staat te controleren. Die knikt en Christa mag haar tas op een rolband neerzetten. Haar tas wordt ook gecontroleerd en als het apparaat groen licht aangeeft, mag Christa doorlopen.
Even later zitten Christa en Simon iets te eten bij een friettent op het vliegveld. Christa kijkt hoe Simon zijn frietjes achter elkaar naar binnen werkt. Zelf kan ze nauwelijks iets op, zo zenuwachtig is ze. Simon lijkt het te merken en hij kijkt haar bezorgd aan. “Gaat het wel?” Christa knikt en ze dipt een frietje in de mayonaise. “Je hoeft niet zenuwachtig te zijn joh, het komt allemaal goed” zegt Simon en hij knijpt Christa even in haar hand. Christa knikt, maar erg overtuigd is ze niet. Ze ziet zichzelf al in het vliegtuig zitten en dat er een mededeling komt dat ze de eindbestemming niet zullen halen. Veel tijd om er over na te denken heeft Christa niet, want ze wordt opgeschikt door twee giechelende meisjes die naast hen aan een tafeltje gaan zitten. Geërgerd ziet Christa toe hoe de meisjes Simon zijn aandacht proberen te trekken. Veel succes hebben ze niet, want Simon is druk bezig met zijn frietjes. Christa grinnikt en ze kijkt naar de knappe jongen tegenover haar. Simon heeft altijd hordes meisjes achter zich aan, maar hij heeft eigenlijk nooit een vaste vriendin. Zo af en toe zoent hij eens een meisje bij het uitgaan, maar tot zover Christa weet heeft hij nooit een echte relatie gehad. Eigenlijk vindt ze dat niet erg ook. Zijn vriendin zou het vast nooit goed vinden als Simon zoveel tijd met Christa door zou brengen. Hun vriendschap zou er dan dus wel eens onder kunnen leiden.
“We moeten maar eens richting de gate” zegt Simon als het half 11 is. Christa knikt en ze staat op. Simon gooit de lege frietbakjes in een prullenbak en daarna lopen ze samen naar gate 23, waar hun vliegtuig al staat te wachten. Christa bijt op haar lip zodra ze de gate inlopen. Nu kan ze echt niet meer terug. Simon merkt dat ze niet op haar gemak is en hij slaat zijn arm om haar heen. “In dat vliegtuig hebben ze lekker eten en leuke films, voor je het weet is de reis voorbij.” Christa knikt en ze drukt zich tegen Simon aan. Wat is ze blij dat hij mee is en niet een andere klasgenoot. Niemand kan haar beter op haar gemak stellen dan haar allerbeste vriend. Bij de ingang van het vliegtuig wijst de stewardess de plaatsen waar Christa en Simon mogen gaan zitten. “Wil jij bij het raam?” vraagt Simon als ze bij de stoelen staan. Christa haalt haar schouders op. “Ga jij maar.” Dat laat Simon zich geen twee keer zeggen en hij ploft op de stoel neer. “Kijk, tv’s in de stoelen” zegt hij vrolijk. Christa knikt. Ze snapt niet hoe Simon nog zo relaxed kan zijn.
Even later verschijnt dezelfde stewardess als die Simon en Christa hun plaatsen had gewezen. Ze laat de reizigers zien hoe ze een zuurstofmasker om kunnen doen, waar ze een zwemvest kunnen vinden en hoe de noodhouding is. Het maakt Christa allemaal nog zenuwachtig. “Dat doen ze voor elke vlucht” stelt Simon haar gerust. Hij maakt zijn gordels alvast vast. Christa volgt zijn voorbeeld en ze ziet buiten dat het vliegtuig naar de startbaan wordt gereden. Na een paar minuten gaat het vliegtuig zelf rijden en al snel begint het toestel vaart te maken. Christa pakt Simon zijn hand en ze knijpt er zo hard als ze kan in. Dan voelt ze dat het vliegtuig begint te stijgen. Ze knijpt haar ogen dicht en pas als het vliegtuig wat minder schuin lijkt te gaan, durft ze naar buiten te kijken. Alles is al erg klein en het duurt niet lang voordat ze de wolken in gaan. Christa laat Simon zijn hand los, die er pijnlijk over wrijft. “Tjonge, wat kan jij hard knijpen” zegt hij als hij naar zijn rode hand kijkt. Christa glimlacht even en ze legt haar hoofd op Simon zijn schouder. “Sorry.” Daarna zet ze haar tv aan en ze begint aan de eerste film.
“Chris, wakker worden we gaan zo landen!” Christa schrikt op van Simon, die haar hoofd voorzichtig van zijn schouder aftilt. “Huh, wat is er?” zegt Christa verdwaasd. Simon lacht. “Je was in slaap gevallen tegen mij aan en je hebt ongeveer 3 uur zitten slapen.” Christa voelt dat haar wangen kleuren. “Sorry.” Simon grinnikt. “Geeft niet joh! Maar maak je gordel even vast. We moeten nog een kwartier tot de landing.” Christa knikt en ze doet haar gordel vast. Buiten is het donker, maar ze ziet wel allemaal lichtjes onder hen, die langzaam dichterbij komen. De landing vindt ze een stuk minder eng dan het opstijgen, omdat ze dan bijna bij de grond zijn. “Wat mooi al die lichtjes” zucht Christa. Dan gaat ze rechtop zitten. Er wordt door de piloot omgeroepen dat ze de landing gaan inzetten. Niemand mag meer van zijn stoel af en ook de stewardessen gaan in de gordels zitten. Christa voelt haar oren dichtklappen en het vliegtuig gaat met een vaartje naar beneden. Niet veel later voelt Christa het vliegtuig de Amerikaanse grond raken. Blij knijpt ze weer even in Simon zijn hand. “We zijn er!”
