. Verder weet ik nog niet of ik hem af ga maken. Ik heb het nogal druk. Al het commentaar is welkom.Ineens krijg ik gevoel en word ik wakker. Ik knipper met mijn ogen en hoor twee opgewonden stemmen. Mijn hoofd bonkt. Ik moet overgeven, denk ik. Ik besluit mijn ogen open te doen. Ik zie een oudere vrouw met lange grijze haren en een bezorgd maar opgewonden gezicht. Daarnaast staat een oudere man met grijs haar. Ik weet zeker dat ik ze ken. Ik denk en ik denk. Plots weet ik het. Het zijn mijn ouders. Naast hen staat een dokter met kort bruin haar en een witte doktersjas. Ik probeer geluid uit te brengen. Mam,pap zeg ik schor. Mijn moeder kust me op mijn wang en geeft me een knuffel. Tranen lopen over haar wangen. Mijn vader huilt ook. Waarom ben ik hier eigenlijk denk ik plotseling. Ik voel een ontzettende pijn in mijn rug en in mijn been. Hoe… kom ik ..hier? vraag ik hakkelend aan mijn ouders. Ze kijken me beide met grote verbaasde ogen aan. Weet je dat niet? vraagt mijn moeder aarzelend. Ik zie dat de dokter iets opschrijft. Ehh, nee antwoord ik zenuwachtig voor het antwoord dat gaat komen. Kun je je nog herinneren dat Micheal jarig was? Heel diep denk ik na. Wie is Micheal? De naam zegt me iets. Ik kan het niet thuisbrengen. Wie is Micheal? vraag ik met iets vastere stem nu. Mijn ouders zijn nu nog verbaasder, zie ik in hun gezichten. Maak je een grapje? vraagt mijn moeder. Nee, echt niet zeg ik. Micheal en jij hadden verkering vertelt mijn vader. Jullie waren non-stop bij elkaar. Waaaaat? roep ik nu. Ik kan me echt niets meer herinneren. De dokter mengt zich met het gesprek en vertelt mijn ouders dat het geheugenverlies van de klap kan komen. Ik denk na. Kan ik me nog iets herinneren van de laatste tijd? Wanneer was de laatste tijd eigenlijk? Gelukkig gaat mijn vader verder. Jij was dus op Micheals feestje en na afloop wilde hij je perse naar huis brengen. Ik twijfel. Ik geloof het eigenlijk helemaal niet. Het lijkt meer een verhaal uit een krantenartikel. Mijn vader gaat verder. Jij zat bij Micheal achterop de motor. Toen is er zomaar iemand op jullie ingereden. Micheal probeerde de auto te ontwijken maar de hand waarin hij jou tasje hield schoot los. Zijn vinger en jou tasje zijn toen in de spaken van Micheals motor gekomen en daarna is de motor over de kop geslagen. Jij werd weggeslingerd en Micheal viel voorover. Gaat het wel goed met die jongen? De dokter vertelt dat hij half in de berm viel en zijn kin openlag en dat zijn vinger gebroken was. Hij vertelt ook dat mijn been gebroken is en ik in coma lag. Nu word het me allemaal wel een beetje veel. Ik word duizelig. Mijn ogen vallen dicht, maar ik probeer ze te stoppen. Ik wil weten wie het gedaan heeft! Ik wil weten wie die jongen is! Ik wil weten wie het alarmnummer heeft gebeld en zo mijn leven heeft gered! Maar toch val ik weg.
Weer hoofdpijn. Ik doe mijn ogen open en kijk om me heen. Ik voel me een stuk energieker. Ik kijk om me heen. Er liggen nog twee mensen in de zaal. Eentje slaapt nog. De ander leest de krant. Hij groet me. Ik groet hem terug. Dan verbaas ik me ineens over wat ik aanheb. Het is een soort nachtjapon die ik wel vaker heb gezien in…. Ja, waarin eigenlijk? Ze komen me in ieder geval heel bekend voor. Ik sta op. Het draait even maar dan ben ik weer helder. De man van de krant ziet het. Hij vraagt of ik een zuster wil. Dankbaar knik ik van ja. Hij drukt op een knopje naast zich en ik zie nu pas dat ik er ook een heb. Er komt een wat oudere verpleegster met grijs haar aan. Op haar mond staat een vrolijke lach. Ga maar weer in je bed liggen zegt ze. Ik moet echt naar de wc zeg ik. Ze leid me naar de wc en wacht buiten tot ik klaar ben. Dan brengt ze me terug naar mijn kamer. Ik bedank haar. Ongeveer 30 minuten later komt het ontbijt binnen. Ik smul van mijn boterhammen met kaas en kijk wat tv. Een klein uurtje later komt er een jongen binnen. Ik ken hem niet en toch wel. Hee zegt de jongen. Ik kijk hem aan. Ik zie een litteken onder zijn kin. Hoi, jij bent zeker Micheal? vraag ik. Ja, je ouders hadden me al verteld dat je niet meer wist wie ik was vertelt Micheal. Ik vind het echt heel vervelend zeg ik. Ja, jij kan er ook niks aan doen zegt Micheal. Hij kijkt me aan. Zijn gezicht staat vrolijk. Lieve grote bruine ogen. Het is niet zijn mond die lacht, maar zijn hele gezicht doet mee. Als het niet al mijn vriendje was, was ik nu voor hem gevallen denk ik. Ik vertel het hem. Hij lacht nu nog breder. Fijn, ik dacht al dat je niks meer van me moest zegt hij. Hij kust me op mijn wang. Plots moet ik huilen. Flarden schieten door mijn hoofd. Micheal en ik in het park. Micheal en ik in de bioscoop. Micheal en ik op een feest. Plots weet ik dat ik van hem hou. Ik knuffel hem stevig en vertel hem dat mijn geheugen terugkomt. Hij kijkt blij en geeft me een knuffel. Wanneer mag ik hier weg, weet je dat? Vraag ik. Micheal vertelt dat ik morgen weg mag. Samen spelen we nog een spelletje en kijken we wat tv.
.