
[quote="Hitime"]Snel werp ik een blik in de voetbal kantine, als ik langs loop. Het is aardig donker, maar toch zie ik dat hij er is. Ik merk het aan z’n manier van staan, nonchalant met z’n handen in z’n zakken. En zijn lach, zijn eeuwige lach. Altijd als ik hem zie, lacht hij. Gewoon een volmaakte lach, om bij weg te dromen. Ik wend m’n gezicht af, ik wil niet kijken, ik wil hem niet zien. Ik doe net of het me allemaal niks kan schelen. Toch gluur ik stiekem onder m’n wimpers door. Hij staat er nog steeds. Hij kijkt me aan. Ik kijk gauw weer naar de grond en loop door. Ik krijg een raar gevoel van binnen. Ik vind het geweldig, dat ik hem zie. Maar ik weet dat het niet klopt. Wat ik voor hem voel, hoor ik niet te voelen. Ik denk weer aan het moment dat ik hem voor het eerst zag. Die blik, die blik greep me meteen aan. Hij was zo, zo anders. Hij lachte, hij was vrolijk en een geweldige uitstraling. Hij was niet bijzonder knap ofzo, maar hij had gewoon wat voor mij. Meteen denk ik daarna aan zo ongeveer een jaar later, hij liep door de stad, met een meisje aan zijn zijde. Dat gevoel dat ik toen had, is moeilijk te omschrijven. Ik was boos, verward, het liefst zou ik willen gaan slapen en nooit meer wakker worden. Nu, een maand of 3 later ben ik er denk ik nog steeds niet helemaal overheen. Ik zucht diep. ’T Leven is hard, zegt Lisette altijd. Ik hoor voetstappen achter me. Iets in me, zegt iets dat hij het is, dat Moos nu achter me loopt. Ik kijk niet om, ik kijk naar beneden en loop stug door naar het fietsenrek. Het is donker, en ik kan de fietsen niet goed van elkaar onderscheiden.
‘Daar, die rode is toch van jou?’ Ja hoor, het is Moos inderdaad. Ik knik en pak zwijgend m’n fiets. Alsof er geen ontkomen meer aan is. Aan de ene kant wil ik gewoon keihard wegfietsen, om hem te ontwijken, maar ik doe het niet. Ik ben nog steeds gek op ‘m, ik wil hem gewoon ieder moment van de dag naast me hebben, voor altijd. Moos komt naast me fietsen.
‘Lekker gekeept vandaag Soof?’ Vraagt hij belangstellend. Hij moet niet zo aardig doen, hij moet niet zo lief voor me zijn!
‘Ja hoor, jij ook lekker getraind?’ Moos knikt.
‘Ik ga hier naar links, doei.’ Zeg ik kortaf en ik sla linksaf. Ik hoor Moos nog iets van ‘Daag’ roepen, maar ik wil er niet opletten. Nou moet ik een heel eind omfietsen, maar dat moet dan maar. Ik wil niet langer naast Moos fietsen. Ja, ik wil het wel, maar ik mag het niet, ik mag het niet van mezelf. Laat Moos maar lekker voor wat het is, ik kan ook wel zonder hem leven. Denk ik. Hoop ik.
‘Kijk, daar gaat Sofie met haar boekentas. Sofie, met al haar vrienden. Sofie, heb je je boeken al uit, vast wel, nerd!’ Troy treitert me. Dat doet hij altijd. Ik negeer hem, ik doe net of ik hem niet zie. Pok. Een stok tegen m’n hoofd. Als ik me omdraai kijkt Troy opvallend onschuldig. Bah, kreng. Welke gek gaat er nou met stokken gooien?! Toch reageer ik niet. Ik zeg het tegen niks, tegen niemand. Het leven gaat door, altijd. Troy loopt achter me aan.
‘Zeg, toch verloren? Dat komt vast door al dat leren, iets anders doe je toch niet! Nerd!’ Dat laatste gilde hij hard in m’n oor. Hou op, hou alsjeblieft op! Ik bijt op m’n lip en doe moeite om hem geen klap in zijn gezicht te geven.
‘Nerd..’ Zegt hij weer. Nou is het genoeg. Ik draai me om en geef hem een klap, in zijn gezicht. Daarna loop ik weer verder. Ik zie de school al liggen, ik versnel m’n passen om er maar sneller te zijn. Ik hoor Troy kermen. Aansteller, hij zal straks wel weer bij de leraren zielig gaan doen. Ik heb helemaal geen zin meer in school. Ik heb helemaal nergens meer zin in! Troy, die me altijd treitert, maakt me gek. Iedere dag als ik naar school loop kom ik hem tegen, hij achtervolgt me, schreeuwt naar me, maakt me belachelijk. En ik trap er nog in ook. Iedere keer weer, ik probeer hem te negeren, maar het lukt niet! Iedere keer gil ik terug, iedere keer schreeuw ik dat hij moet ophouden, maar hij luistert niet, hij vindt het alleen maar leuk! En nu heb ik hem geslagen, nu heb ik het weer gedaan. Ik loop het schoolplein op, met Troy op de hielen. Ik loop gelijk naar binnen en ga in de aula zitten. Het is zo vol hier, hier laat hij me wel met rust. Ik kijk op mijn horloge, en zie dat het tijd is. Nog een paar seconden en de bel zal wel gaan.. Inderdaad, de bel gaat. Ik pak m’n tas en loop richting het klaslokaal.
‘Sofie. Boekentas. Sofie, Boekentas. Sofie, nerd. Sofie NERD!’. Ik maak mijn handen tot een vuist. Troy. Troy en zijn vrienden. Tot mijn verbazing is het Troy niet, maar wel zijn vriendin. Troy is er niet, raar, normaal loopt hij altijd met die jongens, met Timo, Ruben en Hasse. Nu lopen Timo, Ruben en Hasse samen. En ze pesten mij, zoals ze altijd doen. Het valt me nog mee dat ze dat durven zonder hun leider Troy. Het zit mij ook niet mee hè.. Alleen omdat ik toevallig niet zoveel moeite hoeft te doen voor leren, en aardig slim ben, en toevallig ook niet echt een grote bek durft te geven (Verder dan HOU OP, kom ik meestal niet), gaan ze mij maar pesten. Timo, Ruben en Hasse zijn erg, maar Troy is de ergste. Hij pest me op school, na school, hij pest me altijd. En dat jong woont nog bij me in de straat ook.. Timo, Ruben en Hasse pesten me ook, o ja, zeker wel. Maar minder. En alleen op school. Ik loop de klas in, en ga zitten. Ik zit alleen, zoals gewoonlijk. Echt vriendinnen heb ik ook niet. Soms vraag ik me wel eens af, of ik gewoon anders ben. Volgens mij niet echt, ja ik ben wat slimmer dan de gemiddelde leerling, maar daar is volgens mij ook alles mee gezegd. Je hoort me niet zeggen dat ik knap ben, maar lelijk ben ik niet. Gewoon blond, met blauwe ogen. Normale kleding, die iedereen draagt. Niet overdreven veel make-up, gewoon wat oogschaduw, mascara en dat soort dingen. Net als iedereen. Maar toch ben ik het mikpunt.. Madame Beau komt de het lokaal binnen, en de les Frans begint.
We zijn nog geen 10 minuten bezig als de rector binnen komt.
‘Wil Sofie De Haan meekomen alstublieft?’ O help. Troy, dat was ik alweer vergeten. Hij heeft me vast verlinkt. Ik sta zo langzaam mogelijk op, berg m’n boeken op in m’n tas en loop de gang op. Achter de rector aan. Nu heb ik het gedaan hoor, let maar op.
‘Ga maar zitten’. Zegt de rector als we in het kamertje zijn. Ja hoor, daar zit Troy bij het raam. Zijn wang is nog opvallend rood. Hij kijkt me doordringend aan. De hufter.
‘Zeg, Sofie. Volgens mij ben jij best een aardig meisje, ik heb nooit echt klachten over je gehoord. Totdat Troy vanochtend bij me kwam. Hij beschuldigt je ervan, dat je hem in zijn gezicht hebt geslagen.’ De rector kijkt me aan. Hij kijkt beschuldigend, ik word er zenuwachtig van.
‘Ja. Ik heb hem geslagen. En het was terecht ook.’ Zo, dat ik dat durf te zeggen, dat valt me nog alles mee.
‘Sofie de haan. Het gaat er nu niet om wie de schuldige is, maar om het feit dat je lichamelijk geweld gebruikt. Dat wordt niet getolereerd, snap je dat?’ Ja hoor. Lichamelijk geweld mag niet, en geestelijk geweld wel? Eén keer een klap geven, en Troy lijkt het niks te doen eigenlijk, het enige wat hij vind, is dat hij het leuk vind dat ik op m’n kop krijgt. En hij mag mij gewoon pijn doen, door te schelden, te plagen, en te treiteren. Dat mag wel gewoon. Bah, misselijk zeg. Toch houd ik m’n mond over het pesten, hij zou me er alleen maar mee gaan treiteren, ik ken Troy zo onderhand wel.
‘Mag ik alstublieft even naar de WC? Ik moet echt heel nodig meneer!’ Pleit ik.
‘Even dan, daarna direct weer terug komen hoor!’ Ik knik. Ik zet een snelle pas in naar de WC. Ik heb er hoofdpijn van gekregen. Ik ben nog geen kwartier op school, de dag is nog maar net begonnen, en ik voel me nu al zó vreselijk. Ik sloeg Troy. Nou en? Wat doe ik hier eigenlijk nog? Ik doe verwoed de deur van de WC open, en loop weg, richting de uitgang van de school.
‘Sofie?’ Ik hoor de stem van de rector door de gangen schallen. Verdorie. Rennen Sofie, rennen! En ik ren, zoals ik nog nooit gedaan heb. Ik Sofie de Haan, ren weg van school. Heb Troy geslagen. Ren weg van school. O, dat had ik al gehad. Jeetje, normaal ben ik zo verlegen. Ik realiseer me dat m’n tas nog op school zit. Nou en, het kan me nu niks meer schelen. Ik ben ‘Vrij’. Maar wat nu? Waar heen?
[/qoute]
Wordt vervolgd..