Terwijl de zon langzaam ondergaat loop ik over het verlaten strand. Het langzaam afkoelende zand onder mijn voeten voelt aangenaam aan. Ik blijf een moment staan om de zon in de zee te zien zakken. Aan de horizon liggen wat schepen voor anker. Langzaam kleurt de lucht diep rood. Genietend van de rust om me heen besluit ik een moment te gaan zitten om te genieten van de prachtige natuur om mij heen. In de verte loopt een eenzame figuur die rustig dichterbij komt. Met zijn handen in zijn zakken komt hij dichterbij en wanneer ik hem begroet blijft hij een moment staan. Ik ken hem niet, maar omdat hij wat aarzelt nodig ik hem uit om bij me te komen zitten. Voor een moment is het stil en ik besluit me voor te stellen. Hij verteld dat hij Rob heet. Wanneer ik hem aankijk zie ik in zijn ogen dat er dingen zijn die hem dwarszitten. Voorzichtig begin ik een gesprek. We praten samen wat over de dag, het mooie weer en komen uiteindelijk bij het feit dat we hier zo met zijn tweeën zitten. Ik vertel hem dat ik de rust van het strand regelmatig opzoek wanneer het me teveel wordt. Op het moment ga ik door een moeilijke tijd door mijn depressie. Wanneer ik hem aankijk merk ik een zachte blik in zijn ogen op. Voor een moment verwart het me, mijn gedachten vliegen snel, ik ken hem helemaal niet, maar zit hier wel wat van mezelf te vertellen wat niet zomaar iets is. Voor een moment staar ik voor me uit naar de zee, even niet wetend wat ik zeggen moet. Rob vraagt mij of ik nog een uitweg zie uit deze zwarte periode. Ik kijk hem aan als ik heel eerlijk antwoord dat ik het soms niet meer zie zitten en dan vaak gedachten heb aan de dood. Maar dat ik aan de andere kant weet dat ik er uit zal komen, niet door mijn eigen kracht maar door mijn geloof in Jezus Christus, mijn redder die mij altijd nabij is. Ik vertel dat ik zonder Jezus waarschijnlijk niet meer in leven zou zijn. Mijn blik dwaalt weer richting het water, want het is moeilijk om dit soort gedachten uit te spreken.
De stilte tussen ons is vreemd genoeg niet vervelend zoals je dat vaak met vreemden hebt. Starend in de zee bedenk ik me dat ik me zelfs behoorlijk op me gemak voel ondanks de vreemde man naast me.
Na een kort moment van stilte begint Rob te praten en verteld me dat hij weet waar ik door ga, dat hij zelf die zwarte periode ook heeft meegemaakt en nog steeds niet helemaal genezen is. Ergens voel ik dat deze man veel meegemaakt heeft en er veel pijn en verdriet verborgen gaat achter zijn raadselachtige ogen. Voorzichtig vraag ik of hij ook in God gelooft. Wanneer hij dit bevestigend beantwoord, praten we samen over wie Jezus voor ons is. Intussen is het langzaam donker geworden en ik begin me nu toch wel wat ongemakkelijk te voelen, ten slotte is het strand nu donker en echt helemaal verlaten en mijn angst neemt de overhand. Ik sta op om afscheid te nemen en de in mijn ogen bedreigende situatie te ontvluchten. Rob stelt voor om e-mailadressen uit te wisselen en wat aarzelend stem ik toe. Wanneer ik zijn papiertje met het adres aangenomen heb loop ik na een vlug “doei” weg.
Gehaast loop ik het strand af richting de boulevard, toch wat ongerust kijk ik een aantal keren achterom of ik niet gevolgd word. Op de boulevard aangekomen voel ik me iets rustiger worden, hier lopen nog wat mensen rond en het licht van de straatlantaarns kalmeren me. Rustig loop ik naar de plaats waar mijn fiets staat. Aangekomen bij mijn fiets haal ik deze van slot en blijf een moment staan peinzen over wat er op het strand gebeurd is. Was werk van God dat ik die Rob ontmoette? Of toch toeval? Twijfelend stap ik op de fiets, waarom was ik nou zo laf om opeens weg te vluchten, wat moet hij wel niet denken? Toch een klein beetje balend van mijzelf stap ik op de fiets. Langzaam fiets ik naar huis en probeer de gedachten lost te laten en me te ontspannen. Tenslotte was ik daarvoor naar het strand gekomen. Ik merk dat ik het koud gekregen heb op het strand en besluit thuis gelijk te gaan douchen om warm en rustig te worden. Ik moet lachen wanneer 2 van mijn katten komen aanrennen en me al miauwend begroeten, die denken ook echt alleen maar aan eten!
Ik zet mijn laptop aan zodat die vast kan opstarten terwijl ik onder de douche stap. Na een minuut of 10 stap ik onder de douche vandaan, met mijn badjas en een handdoek om mijn hoofd loop ik de huiskamer in om nog even achter de laptop te internetten.
Ik meld me aan op MSN en zie dat Toni online is. We praten even over elkaars belevenissen van deze dag en ik vertel haar over mijn vreemde ontmoeting.
Ik twijfel of ik moet vertellen van mijn angst. Want nu ik terugdenk vind ik mijn eigen angst toch wel ongegrond, er was geen aanleiding om opeens bang te worden. Maar als Toni vraagt of ik me niet ongemakkelijk voelde besluit ik eerlijk alles te vertellen. Ook zeg ik dat ik het raar vind dat ik bang was terwijl er geen aanleiding voor was. Omdat het al laat is besluit ik naar bed te gaan. De katten krijgen hun voer en ik maak mezelf klaar om te gaan slapen. Voordat ik mijn bed instap leg ik mijn dag voor aan God in mijn gebed, ook mijn vragen, angst en twijfels leg ik voor Hem neer.
Ik draai op mijn zij en val langzaam in slaap. Het duurt niet lang of ik begin te dromen. Terwijl de beelden over mijn netvlies razen, gaat mijn ademhaling steeds gejaagder. Onrustig draai ik door mijn bed, zweet drupt op mijn voorhoofd. Voor een moment stokt mijn ademhaling. Plots trap ik hard van me af en met een schok zit ik rechtop in mijn bed. Mijn hart bonkt in me keel terwijl ik nog natrillend mijn flesje water pak. Een diepe trillende zucht ontsnapt van mijn lippen. Mijn tanden klapperen tegen het waterflesje wanneer ik een slok neem. Terwijl ik ga liggen probeer ik de beelden die nog voor me ogen dansen te laten verdwijnen. Ik ben moe maar eigenlijk bang om te gaan slapen, bang dat de nachtmerrie die ik nu al zo vaak gehad heb terug zal komen. Om weer rustig te worden denk ik aan de zee waarop mijn gedachten ook automatisch terugkomen bij de afgelopen avond. Zou Rob ook nachtmerries hebben? Wat zou hij dan doen?? Langzaam worden me ogen zwaarder en na een paar keer weer wakker te zijn geschrokken val ik in een rustige droomloze slaap.
Het is al weer vrij laat in de ochtend wanneer ik uiteindelijk alsnog moe wakker wordt. Ik sta op en zet de laptop aan om te kijken of er mail is. De katten lopen miauwend om me heen dus ik besluit ze maar snel te voeren voordat ze nog meer gaan zeuren of ik over een van hen struikel. Terwijl zij eten bekijk ik mijn ingekomen mailtjes. Tot mijn grote verbazing is er ook een mailtje van Rob. Toch wel enigszins nerveus open ik het mailtje van Rob en begin te lezen. Het is een simpel mailtje over de onze ontmoeting, dat hij het fijn vond om te praten en hoopt dat we via de mail een beetje contact kunnen houden. Met toch wel wat twijfel beantwoord ik het mailtje. “Natuurlijk kunnen we contact houden, ik vond het ook heel gezellig de afgelopen avond” . Ergens voel ik me nu wel een leugenaar want ten slotte was ik er op het laatst gewoon vandoor gegaan omdat ik bang was. En zelfs nu ik terugmail spookt in me achterhoofd dat het via mail nog altijd wel veilig is, ten slotte weet hij niet waar ik woon en kan je mail gemakkelijk blokkeren of negeren.
Nadat ik in huis wat opgeruimd heb besluit ik naar stal te gaan om met Thinka een buitenrit te gaan maken. De zon schijnt en het is lekker weer al is er wel erg veel wind. Na een ritje langs de weg ga ik de duinen door om voor het eerst over strand te gaan rijden. Bij het strand aangekomen voel ik toch wel een beetje adrenaline stromen, want hoe zal Thinka reageren op die grote ruimte en op de zee?! Wanneer we samen het strand opstappen spert Thinka haar neusgaten open en kijkt verbaasd om zich heen. Braaf stapt ze langs de waterkant en ik zet haar in draf. Vrolijk draaft ze over het rustige strand en ik geniet! Om even de remmen te testen laat ik haar stappen. Aangezien ze nog altijd braaf is laat ik haar in galop aanspringen. Steeds harder razen we over het strand, ik geniet van de wind in mijn gezicht en Thinka geniet van de snelheid die ze mag maken. Plots verlies ik een van me stijgbeugels en een moment ben ik bang om van haar af te vallen. Gelukkig reageert ze direct op mijn “hooo” en verminderd ze vaart tot stap. Wanneer ik me voet weer in de beugel heb galopperen we nog een stukje verder. Tot we uiteindelijk van het strand af stappen. Wanneer ik moe maar met een heel fijn gevoel thuis kom stap ik eerst onder de douche. Wanneer ik wat gegeten heb kruip ik achter mijn laptop en start MSN op. Bovenin mijn scherm verschijnt de vraag of ik Rob toestemming wil geven om mijn online status te zien. Weer voel ik een gevoel van twijfel, en vraag ik me af: ‘wil ik dit ?‘. Toch besluit ik het te accepteren, ik kan hem blokkeren wanneer ik wil en dat geeft nog steeds een veilig gevoel.
Langzaam laat ik toch weer mijn gedachten afdwalen, eigenlijk weet ik best waardoor ik gisteren zo plots op de vlucht ging en waarom ik Rob op een afstand wil houden. Tenslotte heb ik niet voor niets zo regelmatig nachtmerries. Met wat tegenzin laat ik mijn gedachten afdwalen naar de reden van mijn angst. De gebeurtenissen op het werk met Ben schieten door mijn hoofd, mijn spieren verkrampen iets en mijn hart voel ik weer in me keel kloppen. Waarom kan die klootzak zijn handen nou niet bij zich houden, waarom luisterde hij niet naar me wanneer ik zei dat hij op moest rotten? Ondanks dat ik juist gedoucht heb voel ik me weer vies, ik kan hem bijna ruiken en als ik me ogen dichtdoe zie ik zijn gezicht. Rillend herinner ik me waar zijn handen geweest zijn. Voor een moment verlang ik weer naar de dood, ik wil deze gedachten niet meer, wordt er zo moe en angstig van. Is het dan nooit voorbij? Terwijl ik steeds gejaagder wordt zie ik plots een oranje balkje knipperen onderin mijn scherm, iemand op MSN wil schijnbaar met me praten. Wanneer ik kijk zie ik dat het Rob is. Ergens voel ik tegenzin, moet dat net nu, ten slotte roept hij angst op bij me. Maar aan de andere kant is het afleiding en dat heb ik nu op dit moment nodig. Wanneer Rob vraagt hoe het met me gaat knal ik er zomaar opeens alles uit. Ik vertel hem over Ben, eigenlijk alleen globaal wat er gebeurd is, want in detail treden wil ik niet dat roept teveel op. Door het op deze manier van me af te schrijven merk ik dat ik rustiger wordt. Rustig en geduldig is de reactie van Rob. Voor we afsluiten typt hij een gebed en een heel stuk rustiger sluit ik na een uurtje het gesprek af. Mijn hoofd is vol gedachten wanneer ik op bed lig. Wie is toch die Rob, zelden heb ik iemand meegemaakt die zo begrijpend kan reageren. Ja, Kees wel, maar dat is toch anders, Kees heb ik nu langzaam leren kennen en voor hem hoort het ook deels wel bij zijn bediening. Maar gewoon zomaar een vreemde die je zo goed lijkt te begrijpen…… het blijft nog een tijdje door mijn hoofd spelen tot ik in slaap val.
Na weer een onrustige nacht duik ik op de bank achter de laptop, vandaag hoef ik niet naar Thinka en heb eigenlijk niets op mijn agenda staan. Na wat gerommel met mijn foto’s van Noah vul ik de vragenlijsten van de psycholoog in. Ik vind het moeilijk want sommige vragen zijn best confronterend. Vooral vragen over mijn zelfbeeld laten mij duidelijk zien dat het daar niet zo goed mee gesteld is. Ook wordt me heel duidelijk dat mijn depressie behoorlijk diep zit. Ergens zie ik behoorlijk op tegen de aankomende therapiesessies. Ik ben zo gewend om dingen weg te stoppen dat ik bang ben voor wat er allemaal boven zou kunnen komen. Bang voor de dingen die ik weggestopt heb en wat het ophalen daarvan teweeg zal brengen. Om wat tot rust te komen stap ik op mijn fiets en rijd naar het strand. Met de wind in de rug begin ik te lopen en probeer de gedachten met de wind weg te laten waaien. In de verte meen ik Toni te zien lopen met Sherra haar hond. Dichterbij gekomen blijkt het inderdaad zo te zijn en we lopen samen verder. Door het gebabbel met Toni ontspan ik me langzaam. We bespreken de reis die we zaterdag moeten maken om naar het concert van Kees Kraayenoord en band te gaan in veenendaal. Als snel liggen we in een deuk als we herinneringen ophalen over Arend en de foto’s die hij maakte. Ik pik me fiets op en loop mee met Toni naar haar huis. Daar blijf ik nog wat nakletsen en na een dikke knuffel ga ik naar huis. Ik heb besloten nasi te koken voor mijzelf en na het eten duik ik onder de douche.
Na het douchen ga ik op de bank wat muziek liggen luisteren om weer rustig te worden. Al sinds een tijdje wordt ik geplaagd door nare gedachten die telkens weer opkomen in mijn hoofd. Vaak komen er gedachten in me op dat ik dood wil, of mezelf pijn wil doen. De muur ziet er weer erg aanlokkelijk uit om daar eens met mijn hoofd tegenaan te gaan bonken. Er woedt een flinke strijd in mijn hoofd tussen mijn gevoel en mijn verstand. Ik probeer me uit alle macht te concentreren op de cd die ik aangezet heb. Ik sluit mijn ogen als K’s het nummer Father’s love zingt. Broken and unclean, ja zo voel ik me ook, het stelt me gerust te horen dat God niet van me wegloopt nu ik zo ben. Langzaam voel ik wat van de spanning uit me wegvloeien.
Ik voel de bekende drang weer opkomen, de rare kriebel in mijn handen en de gedachten die zich blijven vormen in zinnen. Ik pak een pen en mijn schrijfblok en begin een gedicht te schrijven. Het verwoordt weer mijn diepste gevoel van dat moment, al snel volgt er nog een. Na deze twee gedichten voelt mijn hoofd zwaar en leeg en ik besluit naar bed te gaan. Liggend in mijn bed bedenk ik dat ik nog moet bidden, maar wat moet ik in vredesnaam bidden na die gedachten die ik had?? Want dat zelfmoord of zelf verminking is toch best heftig en God staat dat toch niet toe?? Wat nou als Hij boos is op mij? Wat moet ik zeggen tegen Hem? Voor een moment staar ik twijfelend voor me uit in het donker. Plots besef ik me dat God alles weet….. het geeft me een heel dubbel gevoel. Aan de ene kant voel ik angst, wat nou als Hij me loslaat? Dan….dan ben ik pas echt diep in de problemen. Aan de andere kant voel ik me gerustgesteld, want God houd toch van mij, ondanks alles? Langzaam vouwen mijn handen zich en ik sluit mijn ogen en bid tot mijn hemelse Vader: “Vader, ik weet dat U mij ziet, altijd en overal. Ook nu bent U bij me, maar Vader het is meer een weten dan dat ik U echt voel. Vader U weet toch de gedachten die ik net had? Over de dood of mezelf pijn doen, Vader ik wil dat eigenlijk niet denken, maar het komt zo vaak opeens in mijn hoofd. Ik vind het zo moeilijk om er weerstand aan te bieden en ben zo vaak geneigd er aan toe te geven. Vader wilt U mij daarvoor vergeven en mij helpen deze gedachten te weerstaan?? Vader wilt U mij heel dicht bij U vasthouden? Want zonder U ben ik echt verloren. Vader dank U wel voor Uw oneindige liefde voor mij! Vader leer mij Uw wegen begrijpen waar ik vaak moeite heb om ze te volgen, zoals de ontmoeting met Rob. Vader ik heb nu geen idee waarom U ons op elkaars pad bracht maar ik geloof dat U mij hierin zal leiden. Wilt U mij alstublieft een rustige nacht geven en over mij waken in mijn slaap. Vader ik heb niet verdiend dat U naar mij luistert, maar uit genade door onze lieve Here Jezus Christus vraag ik U dit, amen.” Vermoeid en toch nog wat gespannen draai ik in me bed. Morgen naar de huisarts, zucht wat moet ik tegen hem zeggen? Eigenlijk wil ik graag iets van medicijnen om me wat beter te voelen en niet zo vaak die vreselijke gedachten te hebben. Maar ik vind het zo moeilijk om deze dingen uit te spreken, niemand weet het eigenlijk dat ik zo regelmatig dood wil. Na bijna 2 uur draaien val ik in een onrustige slaap. In me droom wordt ik achterna gezeten en wanneer ik struikel voel ik me vallen. Met een schok schrik ik wakker en merk dat ik rechtop in mijn bed zit. Zuchtend ga ik weer liggen en kijk op mijn wekker, 04:00 uur geeft die aan. Ik kan de slaap niet vatten en zie zelfs 06.00 nog op de klok verschijnen. Het is voor mijn gevoel niet veel later als de wekker gaat. Met veel moeite kom ik uit mijn bed om naar de huisarts te gaan. Gelukkig zit deze dichtbij en om even over negen zit ik nerveus in de wachtkamer. Het blijkt dat de dokter op het moment een stagiair heeft, maar gelukkig is hij zo vriendelijk om alleen met mij samen te praten zonder de vreemde stagiair erbij. Belangstellend informeert hij waar ik voor kom en enigszins aarzelend vertel ik hem dat ik sinds mijn laatste bezoek in de ziektewet beland ben en dat het eigenlijk heel slecht gaat. Eerlijk vertel ik hem over mijn “zwarte”gedachten. Ik voel me toch wel een beetje opgelucht als hij voorstelt om een anti depressiva te gaan gebruiken. Natuurlijk is dit geen wonder middel maar het zou al heel fijn zijn wanneer die “zwarte” gedachten minder worden of nog beter zouden verdwijnen. Natuurlijk is therapie ook belangrijk en ik probeer ook zo vlug mogelijk een afspraak te regelen maar dat gaat nog niet zo gemakkelijk. Nadat ik op stal geweest ben rijd ik direct langs de apotheek om het recept op te halen. Uit gewoonte lees ik de bijsluiter en krijg de bibbers als ik de bijwerkingen lees, maar ja, het hoeft niet dat je er last van krijgt. Ik vertel via MSN aan Toni dat ik nu medicijnen krijg, maar dat het helaas nog wel twee weken gaat duren voor ik er wat van ga merken. We bespreken nog even de laatste details voor ons tripje naar veenendaal morgen. Ik zie intussen dat Rob online is gekomen en besluit eens spontaan een gesprek te beginnen. Ik vertel hem van het bezoek aan de huisarts en de medicijnen die ik nu krijg. Hij hoopt voor me dat het snel gaat werken en dat de bijwerkingen mee zullen vallen. Geïnteresseerd lees ik als hij mij het een en ander van zichzelf verteld. Rond een uur of zes bedenk ik dat ik nog wel wat zal moeten eten aangezien ik dat de hele dag nog niet gedaan heb. Eigenlijk heb ik nog steeds geen trek, maar ik weet dat ik al 3 kilo afgevallen ben en wil eigenlijk ook niet dat dat meer wordt. Ik rijd naar de snackbar om dan maar een patatje te halen want ik moet toch wat naar binnen krijgen. Na het eten bel ik mijn vader om te vragen of hij mij naar rehoboth wil brengen, op zich wil ik er wel even heen, want het is weer wat afleiding maar fietsen heb ik nu even geen puf voor. Gelukkig heeft pa wel even tijd en de avond is best gezellig met een leuk spel. Natuurlijk is de voorpret met Toni voor morgen ook wel erg gezellig. Toch merk ik dat ik ook behoorlijk gespannen ben. Ik ontwijk vragen van mensen en zoek zo veel mogelijk de rust op. Wanneer ik weer thuis ben probeer ik voor het slapen gaan rustig te worden door alvast aan morgen te denken.
Het is drie uur in de nacht wanneer ik weer eens rechtop in bed wakker wordt. Ondanks de warmte van mijn dikke dekbed klappertand ik. Even voel ik mij gedesoriënteerd en vraag ik me angstig af waar ik ben. Langzaam kom ik tot mezelf en sta op om naar de wc. te gaan. Ondanks dat ik nu wakker ben blijft er een onheil spellend gevoel in mij hangen en wanneer ik mijn ogen sluit komen de droombeelden direct terug. Even weet ik niet maar wat ik doen moet en word overspoeld door angst. Ik besef dat er maar een is die mij helpen kan nu, met mijn ogen open uit angst voor de beelden bid ik tot mijn hemelse Vader. Ik leg mijn angst bij hem neer en smeek Hem of Hij mijn angst wil wegnemen en me rustig wil laten slapen. Langzaam voel ik me rustiger worden, wanneer ik in mijn bed terugkruip voelt het haast alsof God naast me bed staat en zacht tegen me fluistert en mijn haar streelt. Ik geef mij over aan dit gevoel en al snel voel ik me rustig in slaap zakken. Nog diverse keren schrik ik wakker maar de dromen blijven weg.
Gedurende de ochtend ben ik wat bezig met opruimen. Slaapkamer moet netjes zijn want Toni zal vannacht blijven slapen. Om een uurtje of twee arriveert Toni met haar spullen en kort daarna stappen we op de fiets richting leiden. Daar aangekomen zetten we onze fietsen vast aan een paal en lopen druk pratend naar het station. Terwijl we een kaartje Veenendaal -west aan het halen zijn bij de ticketautomaat voel ik me wat onrustig en vaag voel ik een angst. Ik weet waar dit gevoel vandaan komt. De angst om “hem” tegen te komen is hier groter, want hij woont ook in Leiden.
Even twijfel ik of ik het tegen Toni moet zeggen wat ik nu voel. Tenslotte kan ze me er niet mee helpen. Terwijl we op de roltrap richting perron een staan slaak ik een diepe zucht. Toni kijkt me vragend aan en ik besluit toch maar te zeggen wat me dwars zit. Nuchter vraagt Toni hoe groot de kans is dat we hem tegenkomen, waarop ik moet antwoorden dat het erg onwaarschijnlijk is. Toch voel ik een soort van opluchting wanneer de trein gaat rijden. Er wordt niet veel gepraat tussen ons, het is erg druk in de trein en we luisteren dus beiden naar ons eigen mp3 spelers. Ik zit een tijdje voor me uit te staren door het raam als de conducteur komt. Terwijl ik mijn portemonnee pak valt mijn oog op mijn mobiel, ik heb een berichtje. Wanneer de conducteur weer weg is open ik de sms. Hij is van Rob die ik vanmorgen mijn telefoonnummer gemaild heb. Een glimlach glijd over mijn gezicht bij het lezen van het berichtje, waarin me een hele fijne avond gewenst word en dat hij aan me denkt. Ergens vind ik het nog wel vreemd, tenslotte kennen we elkaar nauwelijks. Ik stoot Toni aan en vraag haar of Anja een Eva nou ook zouden komen. Dat blijkt inderdaad zo te zijn en al pratend komen we aan op Utrecht centraal. Daar stappen we over op de trein naar Veenendaal. We hebben geluk en vinden een kleine coupe in de trein waar maar 1 man zit met 2 kinderen. De kinderen blijken echter nogal irritant en wanneer ze onze namen vragen antwoord ik dat ik Klara heet en Toni zegt dat zij Jut heet. Onze blikken naar elkaar zeggen op dit moment meer dan woorden en we zijn beiden erg blij dat ze de eerste stop uitstappen. Echter dan komt het kind in ons los en vlak voor onze stop hangen we om beurt met ons hoofd uit het raam te schreeuwen. Vrolijk en uitgelaten stappen we uit de trein en hobbelen de paar meter naar de sporthal. Het is prettig dat we direct naar binnen kunnen en gelijk lopen we Anja en Eva tegen het lijf. Een druk gepraat volgt en een tijdje later mogen we de zaal in. Natuurlijk nemen we direct onze plekjes in, voor het podium. Wanneer we wat rond staan te kijken zien we Willem lopen, de manager van Kees. Ik roep hem en hij komt even langs voor een knuffel en een praatje. De zaal stroomt langzaam vol en ik krijg steeds meer zin in de avond. Eindelijk is het dan acht uur en de band gaat van start met “Jezus More” ik geniet van het zingen en de interactie met de band. Al snel volgen “light of the world, blessed be Your name, Jezus leven van mijn leven enz” veel te snel naar ons zin is de avond voorbij. Na een vlug gesprek met Kees zien we dat we nog net de trein kunnen halen wanneer we opschieten. Snel nemen we afscheid van Anja en Eva en hun moeder en rennen naar het station. Precies op tijd arriveren we op het perron en stappen in de gereedstaande trein. Wanneer deze gaat rijden slaken we beiden een diepe zucht, het was weer een fantastische avond die voor ons beider gevoel voorbij gevlogen is. Omdat het al erg laat is moeten we in utrecht een uur wachten op onze volgende trein. Het is hartje winter dus toch best koud zo op hoog caterijne. Vlak voor sluiting halen we bij de burger king nog wat warms te eten. Daarna lopen we wat rond niet goed wetend wat we moeten doen. Dan bedenkt Toni dat het wel leuk is om in een fotohokje een tekening te laten maken van ons. Dus met veel lol schrapen we ons kleingeld bij elkaar en proppen ons in een hokje. Het wordt een karikatuur en we hebben er de grootste lol om. Zo gaat de tijd toch nog redelijk snel voorbij. We verbazen ons over de drukte die er zo laat nog is, je zou toch niet zo veel mensen verwachten om een uurtje of 2 in de nacht. Het laatste stuk naar Leiden gaat redelijk vlot en al snel zitten we weer op de fiets, we fietsen flink door want het is koud. Wanneer we tegen half 4 in bed kruipen zijn we erg moe, maar hebben wel een hele fijne dag gehad. We overleggen of we wel of niet naar de kerk zullen gaan en besluiten maar een keertje over te slaan gezien het late tijdstip dat we thuis waren.
Ik slaap deze nacht redelijk, maar kort. Deze zondag houd ik me erg rustig. Door de vermoeiende dag ben ik echt helemaal gesloopt. Toch kan ik met een goed gevoel terugkijken op de vorige dag. De hele dag lig ik op de bank en praat via MSN met wat mensen. Langzaam voel ik me toch weer down worden. Verdorie ik was gister zo vrolijk en blij, waarom voel ik me nu dan weer zo klote. Ik probeer afleiding te zoeken maar langzaam komt dat zeurende stemmetje weer opzetten, telkens maalt het door mijn hoofd: “ik wil dood, ik wil dood, ik wil dood”, ik kan er niet meer tegen en ga douchen om te kijken of dat me rust brengt, wanneer ik op mijn krukje onder de douche zit gaat het malen verder. Ik kan het niet meer hebben en bonk met me hoofd tegen de muur. Steeds harder stoot ik me achterhoofd tegen de muur aan, ik wil dat niet meer denken. Het stoten wordt een ritme, ik denk niet meer na. Plots besef ik me heel helder waar ik mee bezig ben en zit stil. Verdwaasd staar ik een moment voor me uit. Eigenlijk voel ik me nu nog rotter, want ik heb nu het gevoel mensen teleur te stellen door mijn gedrag van zojuist. Ik draai de douche uit, droog me af en trek wat aan. Een gevoel van radeloosheid maakt zich van mij meester. Gedachten overspoelen elkaar het is een grote mengeling van: ik wil dood, als ik nou gewoon een mes pak en in me arm snij is de pijn in me even weg, hoeveel pillen zou je moeten slikken, nee ik wil niet dood, ik mag niet snijden, ik wil me kop tegen de muur rammen!!’ overspoelt door al deze gedachten raak ik bijna in paniek, wat moet ik nou doen?! Totaal uitgeput van al deze emoties zit ik nog even achter de computer. Rob komt online en vraagt hoe het gaat, ik stort een deel van mijn hart voor hem uit en hij begint voor mij te bidden. Het gebed typt hij uit zodat ik het meekan lezen. Ik voel wat van de spanning van me afglijden. Na nog wat praten sluit ik af en ga op bed liggen. Ik wil bidden maar krijg niet meer over mijn lippen dan : Vader ik weet het niet meer! Help me toch! Ik ben zo bang! Ik ben U kwijt! Alstublieft, help me, ik kan niet meer!!!!! Het is een ware noodkreet aan God. Half huilend lig ik in mijn bed, bang voor morgen, bang voor de nacht, bang voor mijn eenzaamheid, waar moet ik heen? Wie geeft er nou om mij? Ik ben zo waardeloos!! Uiteindelijk val ik uitgeput in slaap. Door de vele onrustige nachten ben ik blijkbaar zo uitgeput dat ik het grootste deel van de nacht rustig slaap zonder nachtmerries.
Wanneer ik wakker wordt voel ik me erg gespannen, het liefst zou ik vandaag binnenblijven, niemand zien, niets hoeven. Maar ik moet naar Thinka. Wat vroeger een vreugde was, is nu een grote moeite. Haast elke keer zie ik er enorm tegenop om naar stal te gaan. Het onbegrip van de mensen daar vermoeid me. Ik wil heus wel, maar ik kan echt geen energie uit me paard halen. Ja, dat lukt als je een dipje hebt maar een depressie is velen malen heftiger. Ik ben nu op een punt dat het me niets zou doen als ze verkocht werd. Het enige wat ik wil is van me pijn en somberheid af, het enige wat ik wil is dood! Maar ja als je dat zegt krijg je te horen, kop op! En je moet de leuke kanten zien. Ja makkelijk gezegd maar ga jij eens in mijn schoenen staan, ik zie geen leuke kanten aan het leven! Het leven is voor mij alleen maar zwaar! En wanneer ik het gevoel heb dat het een beetje beter gaat en ik weer een tegenslag overleefd heb dan is de volgende er al weer, ik trek het gewoon niet meer! Mijn gedachten zoeken uitvluchten om maar niet naar stal te hoeven. Uiteindelijk besluit ik toch maar te gaan. Op stal probeer ik zoveel mogelijk contact te vermijden. Snel mest ik uit, zet voer klaar en jaag Thinka door de longeercirkel. Binnen een uur ben ik klaar en fiets snel weer naar huis, de enige plek waar ik me een klein beetje veilig voel.
Thuis plof ik als een zombie neer op de bank en staar voor me uit. Bailey mijn poes springt op schoot en geeft al spinnend kopjes. Zonder na te denken aai ik haar. Zo blijf ik een hele tijd zitten en wanneer ik me weer wat bewuster wordt van mijn omgeving merk ik dat de katten mij als het ware omsingelt hebben. Het komt niet vaak voor dat ze alle drie bij me liggen. Bailey op schoot, whisky kijkt naar me vanaf de leuning en achter me ligt de jongste telg, malibu. Het geeft me een soort gevoel van troost dat in ieder geval zij in me buurt willen zijn en om me geven. Ik schuif achter me laptop om te kijken of er nog een interessante mail is of niet. MSN messenger geeft aan dat ik 5 nieuwe mailtjes heb. Veel interessants is het niet drie mailtjes klik ik gelijk naar verwijderde items. Verder is er nog een mail van Toni en een mail van een meisje dat ik nog niet ken, maar die Rob aan me wil voorstellen. Ik lees eerst het mailtje van Toni, de schat is bezorgd om me. Ik mail terug dat het wel gaat en of we nog naar Rehoboth gaan vrijdag. Daarna open ik het andere mailtje. Het is wel lief hoe ze zich voorstelt bedenk ik… vind het eigenlijk allemaal wel grappig en besluit haar dan ook kort terug te mailen met daarbij de uitnodiging om ook op MSN te praten. Zelf voeg ik haar alvast toe aan de lijst op messenger. Nu maar afwachten of ze accepteert. Ergens moet ik lachen, zijn nu al 2 onbekenden erbij, want laatst was er ook al een ander, maar ach ik sta tenslotte altijd open voor contacten. En op zich vind ik het prima zeker omdat ze ook over het geloof willen praten. Gewoon simpel als meiden onder elkaar. Ik zit zo even te denken aan de verhalen van die twee, Carmen die ik als eerst een beetje leerde kennen en ook al op MSN gesproken heb en nu Margo. Nu ja hoe meer zielen hoe meer vreugd en hoe meer afleiding hoe beter. Het is alweer half tien als ik bedenk dat ik nog moet eten. Eigenlijk heb ik nergens trek in en heb ook geen zin om nog naar de snackbar te fietsen. Dus ik ga onder de douche en kruip in bed. Helaas kan ik de slaap niet echt vatten. Ik blijf maar draaien en draaien. En in mijn hoofd begint opnieuw de maalstroom aan gedachten. Alsof er een bandje wordt afgespeeld dreunt het in mijn hoofd: “ik wil dood, ik wil dood,’ ik probeer het stop te zetten maar het lukt niet, sterker het deuntje breid alleen maar uit, : “ik wil dood, niemand houd van mij, ik wil dood, niemand zal me missen, ik wil dood, niemand houd van mij….”. Radeloos wordt ik er van. Ik kan het wel uitschreeuwen “God waar bent U nu, waarom legt U die stem niet het zwijgen op?!! Ik hou dit niet vol!!” in een wanhopige poging de stem het zwijgen op te leggen bonk ik met me hoofd tegen de muur. In het begin doet het even zeer maar al snel kom ik in een ritme en daardoor een soort trance. Hierdoor worden de gedachten even uitgeschakeld. Wanneer ik stop komen er ander verwijten boven “sukkel, waarom doe je dat nou”. Ik stap me bed uit, ga naar de wc en bid nogmaals : Vader, alstublieft help me! Ik kan niet meer, ik ben zo moe. Wilt U me alstublieft in slaap wiegen en mij heel dicht bij u vasthouden? Ik weet het niet meer, alstublieft, ik verdien niets, maar ik smeek het U uit genade! Amen.
Rillend kruip ik terug in bed, mijn ziel doet zo veel pijn dat het lijkt alsof iemand met een gloeiend heet mes erin zit te porren. Ik wil zo graag huilen maar zoals altijd zit er een blokkade en kan ik geen traan laten. Ik leg mijn hoofd uitgeput op het kussen en slaak een diepe zucht. Ik kan het niet helpen dat de gedachten toch weer komen maar al snel voel ik me rustiger worden. En niet lang erna val ik in slaap. Het is al ochtend als ik zwetend wakker wordt uit weer een nachtmerrie. Ik zucht diep terwijl ik probeer de beelden van me netvlies te verbannen. Ik voel me nog zo moe dat ik toch nog wel wat wil proberen te slapen. Wanneer ik weer wakker wordt is het al 13:00, mijn bed ziet er uit als een slagveld, de dekens liggen door elkaar, hoeslaken ligt los van de matras kussen ligt zowat in de muur en ik ben dood en doodop.
Wanneer ik naar buiten kijk zie ik dat het een donkere grijze dag is, nou dat past lekker bij mijn stemming. Ik zit achter mijn laptop maar heb eigenlijk nergens zin in, het is stil in de kamer en ik staar maar een beetje naar het scherm. Mijn staren wordt verstoord door het trillen van mijn telefoon. Een sms. Rob smst en vraagt hoe het gaat, eigenlijk heb ik totaal geen zin om antwoord te geven en geef me mobiel een gooi de bank op. Toch pak ik hem nog geen minuut later weer op en sms de stand van zaken. Niet lang daarna verschijnt er een oranje balkje onderin mijn scherm wat mij verteld dat Rob online is en wil praten. Met tegenzin geef ik antwoord op zijn vragen. Hij maakt grapjes en langzaam ontdooi ik een beetje uit mijn bevroren cocon. Wanneer we afsluiten voel ik me een stukje beter en zet een cd’tje aan. Niet veel later loop ik met de nr’s van K’s Kraayenoord mee te zingen en voel me langzaamaan ontspannen. Met me diskman stap ik op de fiets naar stal en heb het zowaar aardig naar mijn zin. Het is rustig en ik kan lekker even een uurtje ontspannen rijden. Wanneer ik weer thuiskom ben ik kapot. Bijna te moe om nog maar iets te bewegen informeer ik bij pa en ma of ze toevallig in de buurt zijn. Dit blijkt het geval en ze komen wel even wat te eten brengen. Dankbaar neem ik het eten aan lig daarna de rest van de avond wat op de bank te hangen. Het is al weer laat als ik daadwerkelijk naar bed ga. Het is tegenwoordig vaak laat voordat ik ga slapen. Het lijkt alsof ik niet op de tijd let, maar ergens denk ik dat ik bang ben om te gaan slapen. Bang voor de nachtmerries die bijna elke nacht wel komen. Ook deze nacht ontkom ik niet aan de nachtmerries. De beelden vormen zich…………… ik ben in een bekende ruimte maar voel me ongemakkelijk. Deels herken ik de ruimte uit eerdere dromen, deels uit mijn werkelijke leven. Ik sta aan het aanrecht een vissenkom te verschonen als hij achter me komt staan. Doordat de keuken vrij klein is sta ik nu klem tussen hem en het aanrecht. Op het moment dat zijn handen mijn schouders aanraken verstart alles in mij van angst. Ik voel mijn hart bonzen en tegelijkertijd voel ik hoe hij zijn lichaam tegen mij aandrukt. Zijn stinkende adem gaat langs me oor en maakt dat ik me adem wil inhouden om het niet te hoeven ruiken. Ik voel hoe zijn handen mijn schouders “masseren” terwijl hij zegt dat me spieren zo strak staan en dat een massage wel goed zou zijn daartegen. Hij doet een stap naar achter terwijl zijn handen naar beneden glijden. Plots voel ik een van zijn handen eerst op me buik, later bemerk ik een hand op mijn billen…………..rillend wordt ik wakker…….ik voel me vies, ondanks dat ik nu wakker ben en het al even geleden is dat dit daadwerkelijk gebeurde voel ik nu nog zijn handen, kan ik hem ruiken en wanneer ik me ogen dichtdoe zie ik steeds zijn gezicht. Ik bid om rust en val door uitputting vrij snel weer in slaap. Helaas dit is echt mijn nacht niet de volgende nachtmerrie dient zich direct aan………… ik kijk om me heen en ben in een onbekende badkamer. Het bad waar ik in lig is lekker warm en ik voel me rustig en ontspannen. Met een blad in de hand lig ik rustig in het bad te lezen als plots het slot van de deur van de badkamer opengedraaid wordt. Ik ga recht opzitten in het bad, mijn hart klopt sneller door de spanning. Gedachten vliegen door mijn hoofd, “hoe kan dit, wat gebeurd er, WIE IS DAT?”. Ik slaak een gil als ik zie wie, of eigenlijk wat er binnenkomt. Het zijn 2 mannen beiden met een skimuts op waarin alleen de ogen te zien zijn. Koude, harde ogen. Een van de mannen loopt naar het bad, pakt me ruw bij een arm en sleurt me het bad uit. Hij gooit me op de vloer en beiden verkrachten me. Wanneer ik niet goed meewerk, slaan en schoppen ze waar ze mij maar raken kunnen. Plots zie ik kans me op mijn rug te draaien en uit alle macht schop ik van me af…………………ik wordt wakker van de schop die mijn been geeft!! Nog nahijgend lig ik op me rug, ik ril, maar heb het niet koud. Ik probeer langzaam de droombeelden weg te laten gaan. Door mijn hoofd gaat de gedachte “goh dat was een nieuwe, deze had ik niet eerder gehad”. Maf hoe je kan reageren als je zo vaak naar droomt en dan vaak ook dezelfde dingen vaker droomt. Buiten begint het langzaam licht te worden. Ik voel me eigenlijk nog vermoeider dan toen ik ging slapen en zie de dag op deze manier echt niet zitten. Na alles in mijn bed weer goed gelegd te hebben wat losgewoeld was slaap ik nog een paar uurtjes droomloos. Vandaag eerste sessie bij therapie. Ben aan de ene kant benieuwd aan de andere kant zie ik er wel erg tegenop. Ik zal tenslotte al die verborgen, goed dichtgekitte potjes openmoeten gooien. Wel niet alles in een keer, maar toch gedurende het traject dat ik in ga wel. Gelukkig is de afspraak in de ochtend zodat ik niet veel tijd krijg om erover te piekeren. Ik ga met de bus omdat ik toch wel erg vermoeid ben en geen puf heb om te fietsen. Wanneer ik aankom bij de praktijk ben ik behoorlijk nerveus. Gelukkig is de therapeute erg vriendelijk en ik voel me vrij snel op me gemak. Het gesprek verloopt prettig en na het maken van een nieuwe afspraak ga ik behoorlijk tevreden over mezelf naar huis. Ik merk nu toch wel dat het gesprek me vermoeid heeft. Op de bank achter de laptop, tja waar ben ik anders te vinden tegenwoordig denk ik nog wat na. Ik vertel over het gesprek aan wat mensen die online zijn zoals Carmen en later Rob. Bijna de hele avond luister ik naar muziek van K’s en Matthijn. Het maakt me rustig al merk ik wel dat ik tegen de nacht opzie. Het is al half twee in de nacht wanneer ik eens naar bed ga, totaal uitgeput val ik dan ook binnen 5 minuten in slaap om pas om negen uur de volgende ochtend wakker te worden. Ik ben nog steeds moe maar ook verbaasd over het feit dat ik zonder dromen geslapen heb. Te zien aan mijn bed zelfs vrij rustig gelegen heb. Ik rol me nog een keertje om met de bedoeling er na een minuutje of vijf uit te gaan. Echter ik val in slaap en wordt pas om twaalf uur weer wakker. Een klein beetje baal ik er wel van want de halve dag is nu wel weer om en het is voor me ritme eigenlijk niet zo goed om zo lang in bed te blijven liggen. Maar goed, er valt nu niks meer aan te veranderen dus ik kleed me aan en ga naar stal. Ik gooi Thinka in de longeercirkel waarop ze me uitdaagt om te spelen. Ik moet lachen om haar en speel een poosje mee. De blik in haar ogen, zo vol vreugde doet me goed. Even later genieten we samen van een poosje knuffelen en borstelen. Wanneer ik alles gedaan heb stap ik op me fiets een tevreden gevoel stroomt door me heen. Dit was wel fijn zo lekker met Thinka tutten. Wanneer ik de post uit de brievenbus haal zakt het tevreden gevoel weer hard af, er is een brief bij van de bedrijfsarts…. Zucht als ik ergens een hekel aan heb is het wel die bedrijfsarts, als het maar niet dezelfde is die ik toen had toen ik overspannen was. Hij gaf mij vaak het gevoel dat ik niet wilde werken terwijl ik echt gewoon zo moe was dat ik gewoon haast niets kon! Achteraf gezien denk ik dat ik toen ook al depressief geweest ben… maar ja, achteraf gepraat schiet je niets mee op, ik leef in het nu