Ze wil/kan niet op bokt komen door omstandigheden.
Maar ze wou het verhaal wel met jullie delen dus vroeg ze mij of ik het op Bokt wou zetten

Dus bij deze.
Ze zal vast wel stiekempjes meelezen, dus commentaar mag gewoon!
Enjoy! Ik vond het een leuk verhaal

Citaat:Inleiding.
Verdwaasd kijkt ze om zich heen, waar was ze? Om haar heen stonden hoge gebouwen, achter haar de herrie van een druk treinstation. Waar was ze? En beter gezegd, wie was ze? Ze kon zich niets herinneren. Het enige wat ze voelde was verwarring en een enorme hoofdpijn. Om haar heen haastten de mensen zich overal naartoe, links, rechts en rechtdoor. Koffers, tassen, het duizelde haar. Ze draaide een rondje om haar as, om te kijken of ze enig bord kon ontdekken. Ze zag niets, alleen de hoge gebouwen en de mensen die zich rond haar haastten. Het duizelde haar en ze voelde dat ze licht in haar hoofd werd. Alles werd zwart rond haar en ze zakte door haar benen…
Niet veel later, of was het toch veel later werd ze weer wakker. Nog steeds lag ze midden op dat drukke plein, alsof niemand haar zag, niemand zich bezorgd om haar had gemaakt. Ze drukte zich op van de grond en stond wankel weer op haar benen. Ze begon te lopen, waarheen wist ze niet. Het enige wat ze wist was dat ze daar wegmoest en snel ook. Het was benauwd en de hoofdpijn waar ze last van had werd steeds drukkender. Het duurde niet lang of ze ging voor de tweede keer tegen de vlakte terwijl alles om haar heen zwart was.
Ze voelde niet dat er nu twee sterke armen onder haar geschoven werden en dat ze opgetild werd. Ze werd naar de EHBO post gebracht waar ze haar niet bijkregen. Als gevolg daarvan werd ze naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht waar ze de volgende ochtend pas zou ontwaken…
Ergens vaag in de verte hoorde ze muziek, naast haar hoorde ze gepiep van apparaten. Ze lag in iets zachts maar ze kon het niet thuisbrengen. Om haar heen hoorde ze geroezemoes van stemmen, mensen praatten. Ze probeerde haar ogen te openen maar deze poging mislukte alsof haar ogen dichtgeplakt zaten. Ze verzette zich tegen het gevoel van machteloosheid, ze wilde haar ogen open krijgen maar ze merkte dat het geen zin had. Wat ze ook probeerde het bleef zwart rond haar en ze kwam niet verder dan het horen van de geluiden. Voor ze het wist was ze weer van de wereld en waren ook de geluiden verdwenen. Alles rond haar was nog steeds een mysterie.
“Sukkel” werd er in de naastgelegen kamer gescholden. “Hoe kon je haar nou uit het oog verliezen?!” De man die dit zei keek met een kwade blik op zijn gezicht naar een collega. Deze trok wit weg, “hoe kon ik weten dat ze ineens zover bij positieven zou zijn dat ze er vandoor zou gaan?” gaf hij als weerwoord. Daar had de eerste man geen tegenargumenten op. “Daar zou ze ook niet toe in staat moeten zijn” zei hij kort. “Laat het niet meer gebeuren.” De andere man knikte. “Okee” zei hij zachtjes, maar hij zou het niet op zich laten zitten.
In de kamer ernaast lag de vrouw nog steeds in een zwarte wereld. Ze hoorde nog wel de geluiden maar kon er geen beelden bij vormen. Ze voelde aanrakingen op haar huid maar kon ze niet plaatsen. Ze vertrok een spier in haar arm, als een reflex op één van de aanrakingen en het enige wat ze daarop terugkreeg was een klap in haar gezicht. Ze wilde erop reageren maar ze kreeg geen kans. Ze was machteloos.
Intussen keek de tweede man toe hoe de eerste man de vrouw aanraakte. Toen er een spier vertrok kreeg ze een klap waarna ze stil bleef liggen. Hij voelde een steek van pijn in zijn hart. Hij kon dit niet toelaten, maar hij kon zich er ook niet tegen verzetten. Het had geen zin, hij had toch nooit gelijk in de ogen van zijn collega. Hij wilde haar helpen, hij had haar laten ontsnappen maar ze kwam niet ver. Haar toestand was te slecht. Hij wilde dat hij naar iemand toe kon gaan voor hulp, maar hij stond er alleen voor. Hij was uitverkoren om de vrouw te redden. Wist hij maar wat meer over haar, maar het enige wat hij wist was dat ze van het vrouwelijk geslacht was en dat zijn collega slechte dingen van plan was.
De vrouw voelde hoe de aanrakingen op haar huid minder werden en uiteindelijk merkte ze dat de aanrakingen helemaal gestopt waren. Ze hoorde voetstappen weggaan, wederom geroezemoes van stemmen en daarna het dichtslaan van een deur. Althans dat was wat ze dacht, alles klonk vreemd.
“Hou haar in de gaten zodat ze er niet weer vandoor gaat” zei de eerste man tegen zijn collega. “Okee” gaf deze als antwoord. Daarna ging de eerste man weg, met een luide knal sloeg hij de deur achter zich dicht. Zachtjes kreunde de man toen zijn collega weg was gegaan. “Waar ben ik aan begonnen” mompelde hij. Hij deed een paar stappen naar de vrouw toe maar durfde niet dichterbij te gaan. “Waarom ben ik akkoord gegaan met zijn voorwaarden. Nu zijn we beiden gevangen. Gevangen in zijn wereld.” Hij sprak tegen de vrouw, niet wetende of ze het kon horen, laat staan of ze het kon begrijpen. Dat wist hij ook niet. Hij was dokter Stephen Xian. Hij was degene die psychische stoornissen succesvol wist te behandelen bij mensen. Waarom had hij zich mee laten slepen door zijn collega? Waarom had hij niet eerder ingezien dat zijn collega foute dingen deed?
De vrouw merkte na het dichtslaan van de deur dat er nog een persoon in de ruimte aanwezig was. Twee mannen waren het al die tijd geweest, ze voelde dat deze persoon alleen een stuk onzekerder was dan de ander. Alsof hij ook niet wist wat er allemaal gebeurde. Ze hoorde hem mompelen, waarom hij hier was, ze wist het niet. Ze wilde dat ze antwoord kon geven, haar ogen kon openen om hem aan te kijken. Maar dat ging niet, het was net of het allemaal vastgeplakt zat. Ze voelde hoe de man dichterbij kwam, hoorde zijn voetstappen tikken op de vloer. “Gevangen in zijn wereld” hoorde ze zachtjes. Het waren de eerste woorden die ze uit het geroezemoes kon onderscheiden. Weer trilde er een spier in haar arm en ze was bang dat ze weer geslagen zou worden. Maar de klap bleef uit en daarmee bleef haar de pijn bespaard. Ze voelde zachtjes warmte op haar ogen, alsof iemand haar wilde helpen haar ogen weer te openen. Ze probeerde uit alle macht, maar het lukte niet.
Voor hij het goed en wel wist was Stephen dichter bij de vrouw gelopen. Hij had het blonde haar uit haar gezicht gehaald en zag hoe er weer een spier vertrok in haar arm. Hij sloeg haar niet, hij kon het niet opbrengen. Ze zaten in hetzelfde schuitje, beide gevangen in een wereld waarin ze niet thuishoorden. Gevangen in een verlaten ziekenhuis, waar niemand hun zou zoeken. Hij wilde weten wie ze was en waarom zijn collega het op haar voorzien had. Hij legde zijn vingers op haar ogen, wilde dat ze haar ogen kon opendoen, zodat ze hem kon aankijken. Maar haar ogen zaten vast. Dichtgelijmd door zijn collega. Evenals haar mond. Hij wilde dat hij haar kon helpen, maar op het moment kon hij dat niet. Hij moest doen wat zijn collega hem zou zeggen anders zou het teveel opvallen.
Waarom deed hij niets? Waarom deed hij haar geen pijn zoals de andere man gedaan had? De vragen spookten door haar hoofd. Ze voelde nog steeds de vingers op haar ogen, de vingers die haar ogen niet open kregen. De vingers verplaatsten zich naar haar mond, de vingers die ook haar mond niet open kregen. Ze maakte een binnensmonds geluid, voelde dat ze moest overgeven, maar ze hield het op. Ze wist dat ze alleen maar kon stikken als ze zou overgeven. Ze was machteloos en dat maakte haar zwak. Alles om haar heen vervaagde, ze hoorde ook niets meer, ze was verdwenen.
Stephen merkte dat er iets aan haar veranderde, hij voelde hoe haar ademhaling via de neus trager werd. “Nee” zei hij zachtjes, “je laat me niet alleen. We hebben elkaar nodig om hier weg te gaan.” Hij zocht iets om zich heen, iets om haar mond mee los te maken. Ze moest daardoor kunnen ademen, anders zou ze het niet redden. Hij legde zijn hand op haar arm en liep daarna naar het bureau. Keek rond zich, zocht oplosmiddel om de lijm te kunnen oplossen. Maar hij vond niets. Machteloos keek hij toe hoe de vrouw vocht voor haar leven. “Hou vol” zei hij zachtjes. “Je redt het wel.” Maar intussen verloor hij alle hoop.
Twee verdiepingen lager zat Stephens collega op zijn gemak op de bank met koffie. Dit oude ziekenhuis was perfect. Ze moesten eens weten wat hij in petto had voor deze twee. Met ze bedoelde hij dokter Stephen Xian, de vuile chinees die dacht dat hij overal zo goed in was. Psychische problemen verhelpen? Ammehoela, hij zou hem wel krijgen. Evenals die vrouw die hij in Duitsland had opgepikt. Een paar verleidelijke woordjes en ze was met hem meegegaan. Natuurlijke charme had hij het altijd genoemd. Totdat de duivel in zijn hoofd naar boven kwam. Hij wilde bloed zien, en op deze afgelegen locatie kon hij langzaam beide personen uit elkaar halen. Hij was niet psychisch gek, hij vond van niet.
Stephen had inmiddels de kamer verlaten, zijn collega was nergens te zien. Hij speurde de verdieping af, op zoek naar enige manier om de vrouw los te krijgen. Maar hoe goed hij ook zocht hij kon niets vinden.
In de kamer lag de vrouw nog steeds op het bed, ze voelde een zachte, lieve aanraking op haar arm waardoor ze weer een beetje bij positieven kwam. Haar maag kwam in opstand maar ze verzette zich tegen het gevoel. Ze hoorde voetstappen weggaan en zachtjes een deur open gaan. Ze probeerde te gaan zitten, maar dat lukte niet. Ze zat vastgebonden. Weerloos bleef ze liggen, wachtend tot de vriendelijke man terug zou komen.
Twee verdiepingen lager keek de psychisch gekke dokter uit het raam. Niemand zou dit oude ziekenhuis betreden. De geruchten gingen rond dat het er spookte. Hij was niet bang, hij was nooit bang. Hij zou doen wat hem was opgedragen. Hij zou doen wat nodig was om hem tevreden te houden.
Stephen had inmiddels wat gevonden en haastte zich terug naar de kamer waar de vrouw lag. Voorzichtig opende hij de deur en sloot hem weer. Zachtjes kwam hij naderbij en voorzichtig smeerde hij het spul op de lippen en ogen van de vrouw. “Blijf even liggen” zei hij zachtjes. “Je kunt je binnen de kortste keren weer bewegen.” Hij stopte het spul in de zak van zijn jas. Hij zou het bij de hand houden mocht zijn collega weer tot waanzin komen en alles afplakken. Hij had het tegenmiddel. Dat was de eerste stap in de ontsnapping.
De vrouw merkte dat de man met zachte tred terug was gekomen. In haar hoofd was ze hem Yoop gaan noemen. Ze voelde hoe hij zachtjes iets op haar ogen en lippen smeerde. Wat het was wist ze niet, maar ze vertrouwde erop dat hij wist wat hij deed. Hij had haar nog geen pijn gedaan, niet zoals de andere man. Ze hoorde hoe hij zei dat ze zich straks weer zou kunnen bewegen. Stilletjes bleef ze liggen, ze hoorde voetstappen op de gang…