[VER] Bang

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Sabbientje

Berichten: 5043
Geregistreerd: 15-03-04
Woonplaats: Poortugaal

[VER] Bang

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 15-08-07 14:25

Voor ik mijn verhaal neerzet wil ik eerst even een aantal achtergrond dingen vertellen.

Het verhaal is geschreven ter nagedachtenis aan mijn vader, die helaas 15-07-07 overleden is, na een flink gevecht tegen een ziekte. (Ik ga hier even niet verder over uitweiden)

Het gedicht dat in het verhaal staat heb ik zelf geschreven en heeft ook op de rouwkaart gestaan.

Verder over het verhaal:
Ik schrijf wat men Fanfiction noemt.
Een verhaal in een wereld die verzonnen is door een schrijver. In mijn geval speelt het verhaal zich af in de Harry Potter wereld.

Er zijn echter wel door mijzelf verzonnen personages aan toegevoegd.

Als eerste is dat Saskia den Otter, de hoofdpersoon. Zij is er op late leeftijd achter gekomen dat ze magische krachten bezit en geeft les in Dreuzelkunde op Zweinstein. (in 1 zin een klein beetje over het personage, anders word het nogal een lang verhaal Tong uitsteken)

Verder word er ook een paar keer de naam Johan genoemd. En dit is haar vriend.
En de naam Slavink en dat is haar uil.

En dan rest alleen nog het verhaal.
Ik hoop dat jullie het leuk vinden om het te lezen Lachen

Bang

De nacht was gevallen en de sterren stonden aan de haast wolkloze hemel. In het enorme kasteel waren bijna alle lichten al gedoofd en lag iedereen op zijn bed. Zweinstein was bijna geheel in het donker gehuld. Bijna, want op de tweede verdieping was er één enkel raam te zien, waar de zwakke glinsteringen van licht nog wel te zien was. De persoon in de kamer ijsbeerde ongeduldig heen en weer, terwijl ze zo nu en dan een nerveuze blik uit het raam wierp.
“Kom op Johan,” mompelde Saskia. Ze tilde voor de tiende keer een stapel boeken op om hem ‘recht’ te leggen.
Ze wachtte op informatie van het thuisfront. Het ging nu al een tijdje niet goed met haar vader. Haar vader, die nu al een aantal jaar een ongelijke strijd voerde met zijn ziekte, had niet gewild dat zij haar baan op Zweinstein voor hem opgaf en ze was dus toch naar Zweinstein gegaan.
Uiteindelijk zag ze in de verte de schim van Slavink aan de horizon verschijnen. Gespannen keek ze toe hoe de uil haar raam naderde en kon zich nog maar net inhouden hem naar binnen te trekken, toen hij op de vensterbank landde.
De zichtbaar vermoeide uil stak zijn poot uit en liet gewillig de brief van zijn poot halen. Met trillende vingers knoopte Saskia het touwtje, waarmee de perkamenten brief bevestigd zat, los.
“Je weet waar het ligt,” sprak ze daarna zacht en gespannen en aaide haar uil even over zijn kop. Hierna rolde ze de brief uit en begon te lezen. Slavink klikte met zijn snavel en vloog naar de kast en begon daar te knabbelen aan zijn wel verdiende uilenvel. Saskia’s hart sloeg over bij het lezen van de brief.
Ze zakte neer op een stoel naast het haardvuur en voelde de tranen in haar ogen branden. Dat kon toch niet waar zijn, het mocht niet waar zijn.
Nogmaals bekeek ze de brief en las hem overnieuw. In de hoop dat ze het verkeerd gelezen had, dat de woorden in de brief zouden veranderen naarmate ze hem vaker las.
Helaas bleef het keer op keer dezelfde brief met dezelfde woorden. Ook al hadden de tranen die op het perkament waren gevallen vlekken gemaakt, voor de rest bleef de tekst hetzelfde.

Lieve Saskia,

Ik wilde dat ik je beter nieuws kon geven dan dit en dat er een andere manier was om je dit te vertellen, maar helaas is die er niet.
Je vader gaat steeds verder achteruit en de doktoren hebben gezegd dat het nog maar een kwestie van dagen is.
Als er een mogelijkheid is om naar huis te komen, raden ze je aan dit te doen.
Houd je sterk meis, en doe voorzichtig.

Ik hoor van je,

Liefs Johan


Dit mocht niet, dit kon niet, flitste het door haar heen. Hij was te jong, vaders behoorden oud te worden en de trotse opa te zijn van de misschien wel toekomstige kleinkinderen. Tranen liepen over haar gezicht en terwijl ze haar handen voor haar gezicht sloeg, dwarrelde de brief vergeten naar de grond.
Ze dacht aan de tijd dat haar vader nog gezond was, dat ze nog leuke dingen konden doen en samen plezier beleefde. Ze dacht terug aan haar kindertijd. De tijd dat ze leerde schaatsen. Samen, hand in hand, het ijs verkende en de keer dat papa het wel voor zou doen. Papa deed alleen even voor hoe ze het niet moest doen en met een smak kwam hij op het ijs terecht. Saskia had het geweldig gevonden en hard geklapt en gelachen.
Waarom deed dit zo zeer? Waarom leek het alsof ze nu nooit meer zou lachen? Waarom voelde het aan alsof haar hele leven in elkaar was gestort, alsof het niets meer dan een kaartenhuis was? Alsof er geen dagen meer kwamen na vannacht?
Snikkend en schokkend zat ze een tijd lang in haar stoel, tot ze uiteindelijk met rode, waterige ogen opkeek. Ze moest naar Professor Perkamentus toe. Hem vertellen dat ze weg moest. Ze moest zo snel mogelijk naar huis, naar haar vader.
Was er echt geen mogelijkheid meer om haar vader te helpen? Misschien wist Perkamentus wel een antwoord. Hij kon haar vast wel helpen, hij wist veel. Hij kon echte magie en modderde niet een beetje aan, zoals zij. Dat beetje magie wat zij kon, daar kon ze niets bijzonders mee, maar Perkamentus daarentegen, daarvan wist ze dat hij grote dingen gedaan had en kon doen. Hij kon haar vast wel helpen, hij was ieders steun en toeverlaat.
Met deze gedacht in haar hoofd stond ze langzaam op en pakte de verkreukelde brief van de vloer, hierna draaide ze zich naar de deur en liep met trage passen haar kantoor uit.
Langzaam liep door de lege, donkere gangen van Zweinstein. Op dit moment wilde ze het liefst niemand tegenkomen. Ze voelde zich eenzaam, alleen en machteloos. Maar het kleine beetje hoop dat Perkamentus haar misschien wel kon helpen, dreef haar voort.
Ze versnelde haar passen tot ze steeds sneller liep en uiteindelijk het op een rennen zette. Haar voetstappen klonken dof door in de stenen gangen. Ze rende langs de harnassen en de schilderijen, zonder er ook maar één blik op te werpen. Zo nu en dan mopperde er een schilderij over het late tijdstip, maar Saskia schonk hier geen aandacht aan en rende verder.
Glijdend kwam ze tot stilstand bij de waterspuwer, waarachter de ingang van Perkamentus zijn kantoor verborgen zat, en vervloekte ze haar sokken en zichzelf, dat ze de moeite niet had genomen om schoenen aan te trekken. Ze keek naar de waterspuwer en bedacht zich, met tranen in haar ogen, weer waarom ze hier was.
“Boterbabbelaar,” bracht ze met moeite en hijgend uit.
Het beeld kwam tot leven en schoof opzij, terwijl Saskia het aan de kant probeerde te duwen om binnen te komen.
“Ook een goedenacht,” mompelde het stenen beeld verontwaardigd, waarna het weer terug schoof naar zijn oorspronkelijke plaats.
Saskia hoorde deze gemompelde woorden echter niet eens en rende de stenen trap op tot ze bij de glanzende, eikenhouten deur van Perkamentus zijn kantoor stond. Hier bleef ze plots als bevroren staan, terwijl een golf van onzekerheid over haar heen spoelde.
Wat nu? Ze kon toch onmogelijk zomaar binnenstormen in het holst van de nacht?
Een moment dacht ze na. De oplossing kwam alleen niet naar boven drijven. Haar hoofd weigerde dienst, maar één gedachte gonsde door haar hoofd: Dit kon niet wachten tot morgen.
Ze besloot eerst te kloppen. Met harde, trage slagen klopte ze een aantal keer op de deur en wachtte een ogenblik. Toen ze na enkele seconden nog niets hoorde klopte ze opnieuw, harder en sneller. Door haar verdriet voelde ze de pijn in haar hand niet en sloeg keer op keer weer met haar vuist tegen de deur aan, de koperen klopper die aan de deur hing vergetend.
Uiteindelijk, na een tijd die uren hadden geleken, ging de deur langzaam open en verscheen het oude schoolhoofd gehuld in een zilvergrijze pyjama en donkerpaars fluwelen ochtendjas in de deuropening.
“Professor den Otter, wat kan ik voor u doen op dit late uur?” vroeg hij enigszins verbaasd, toen hij zijn lerares Dreuzelkunde voor zijn deur zag staan.
Opnieuw begonnen de tranen over het gezicht van Saskia te stromen en zonder maar iets uit te kunnen brengen, gaf ze Perkamentus de brief.
Perkamentus pakte met vaste hand de brief aan en zijn blauwe ogen richtte zich op het perkament.
“Kom binnen,” sprak hij zacht, na een korte blik op de brief en stapte opzij. Saskia voelde hoe haar benen week werden en haar nog net konden dragen. Jaren was ze al bang dat dit moment ging komen, en nu was het zover en voelde het alsnog alsof ze in een oneindig diepe put viel.
“Ga zitten.” Perkamentus gebaarde naar de stoelen voor zijn bureau. Hierna liep hij om zijn bureau heen en ging zitten, terwijl hij toekeek hoe Saskia neerzakte in de gebloemde fauteuil voor zijn bureau en haar gezicht verborg in haar handen.
Met een simpel gebaar, verscheen er een dampende beker thee op tafel en hij schoof deze in de richting van Saskia, die hem met twee handen aannam en leeg naar de stoomwolkjes staarde die uit de beker omhoog stegen.
Haar hoofd voelde aan als een vulkaan die op uitbarsten stond. Gloeiend heet en alsof er een hamer bonkte op haar slapen.
“Ik weet wat je wilt vragen, Saskia.” Met deze woorden verbrak Perkamentus de ongemakkelijke stilte, waarin alleen het zachte gesnik van Saskia te horen was geweest.
Saskia keek op, haar ogen waren rood en haar gezicht nat van het huilen. Hoe kon hij weten wat zij wilde vragen? Met welke gedachten zij in haar hoofd rondliep?
“Ik had de vraag al eerder verwacht,” legde Perkamentus zichzelf uit en pauzeerde even. Hij schoof een lade van zijn bureau open en haalde er een doos tissues uit, die hij vervolgens naar Saskia toeschoof.
Saskia pakte er één en droogde haar gezicht, terwijl Perkamentus met een ernstig gezicht toekeek.
“Helaas moet ik je teleurstellen,” was het niet helemaal onverwachte antwoord van Perkamentus. Er klonk een vorm van medelijden en spijt in zijn stem. Ook hij had gewild dat hij haar had kunnen helpen met deze moeilijke situatie.
“Magie kan geen wonderen verrichten,” vervolgde hij zacht. “Hoe graag we dat soms ook zou willen. We kunnen botten helen en vele ziektes genezen, maar helaas niet allemaal en altijd.”
“Het is gewoon niet eerlijk.” Saskia’s stem stokte in haar keel en het enige geluid wat ze uit kon brengen was een zacht, bijna onhoorbaar gefluister. Ze had gehoopt dat magie haar in deze situatie kon helpen, maar door dit antwoord vervloog het laatste beetje hoop. Een groot gevoel van leegte vulde deze ruimte op en een onbeschrijfelijke angst begon deze leegte op te vullen.
“Het beste is dat je nu de spullen die je nodig hebt in gaat pakken,” zei Perkamentus voorzichtig. “Dan ga ik er meteen voor zorgen dat je naar huis kunt.”
“Wanneer kan ik dan naar huis,” vroeg Saskia. Haar stem was iets teruggekomen, maar klonk nog steeds zeer zacht en hees van het huilen.
“Zodra jij daar klaar voor bent,” zei Perkamentus en riep een huiself op. “Dumpsey begeleid je terug naar je kamer en helpt je zo nodig met inpakken.”
Saskia knikte traag. Alles leek een roes, alsof ze dit droomde, dat dit niet waar was, dat het zo weer weg zou gaan en alles weer normaal en goed was. Met trillende benen stond ze op en verliet ze het kantoor van Perkamentus om haar spullen in te pakken en zich klaar te maken voor de reis naar huis.

Verdoofd pakte ze een tas en begon er kleding in te proppen. Netjes opvouwen had ze geen zin in, zolang het er maar in zat. Dumpsey had ze weggestuurd, ze had geen behoefte aan gezelschap. Terwijl ze door de kamer liep en probeerde te bedenken wat ze allemaal mee moest nemen liep ze lang haar raam en bleef staan. Een heldere ster stond aan de hemel en het leek wel of deze haar wilde vertellen dat ze niet bang hoefde te zijn, dat het allemaal wel goed kwam en dat het misschien beter was. Toch voelde ze de angst verder opborrelen. De angst dat ze verder zou moeten leven zonder haar vader, die haar zoveel geleerd had in het leven. Het najagen van je dromen en nooit de moed opgeven waren twee van deze dingen.
Opnieuw liep er een traan over haar wang. Ze had de brief, die ze eerder die avond had gekregen, weer in haar hand en hoopte nog steeds vurig dat het woord “Geintje” onderaan de brief zou verschijnen.
“Papa, ik ben bang,” fluisterde ze meer in zichzelf dan tegen iets of iemand anders. Ongemerkt was ze naar haar bureau gelopen en zakte neer in de stoel erachter.
Ze moest iets doen, maar wist even niet was. Woorden schoten door haar hoofd en vormden langzaam zinnen, zinnen die ze op moest schrijven, zinnen die langzaam een gedicht vormden. Ze pakte een stuk losliggend perkament en een ganzenveer en begon de woorden uit haar hoofd op te schrijven:

Ik ben bang,
Bang voor wat er komen gaat,
Bang voor wat de toekomst brengt,
Bang om je te verliezen

Ik heb angst,
Angst voor het afscheid,
Angst voor jouw pijn,
Angst om niet meer bij je te kunnen zijn,

Ik wil niet zonder je,
Ook al weet ik dat het moet,
Toch wil ik je niet verliezen,
Omdat dit zoveel pijn doet,

Maar het afscheid komt,
Langzaam dichterbij,
Ik verzamel al mijn moed,
En dan sta ik je bij.


Saskia legde haar veer neer en blies over de natte inkt, zodat deze droogde. Hierna rolde ze het perkament op en stopte dit bij haar andere bezittingen in haar tas. Die moest ze niet vergeten, hij was speciaal voor haar vader. Hij moest hem lezen.
Hierna zette ze de tas naast haar bureau en legde haar hoofd in haar handen. Het was gewoon allemaal niet eerlijk. Opnieuw stroomden de tranen over haar wangen.
“Niet eerlijk,” fluisterde ze zacht, waarna ze een vreemd gevoel van woede omhoog voelde komen. “NIET EERLIJK!” ze schreeuwde het uit, terwijl ze met één veeg haar bureau leeg maakte. Ze had zo’n zin om ergens tegen aan te schoppen, te schreeuwen, te tieren, met dingen te gooien.
Onbewust was ze opgestaan en had uitgehaald naar de prullenbak, die naast haar bureau stond. Met een klap vloog deze tegen de muur aan en oude veren en proppen perkament vlogen in het rond. De stapel boeken op haar bureau volgde de prullenbak in rap tempo en vlogen nu door de ruimte heen.
“Niet eerlijk,” hijgde Saskia, die huilend neerzakte op de vloer in het midden van de kamer.
Een zachte klop op de deur deed haar opschrikken en het duurde even voor de door had dat er iemand op haar deur klopte. Pas toen er weer zacht geklopt werd, stond ze langzaam op en opende de deur. Voor de deur stond Perkamentus met een oude ochtendprofeet in zijn handen.
“Ben je zover?” vroeg hij zacht, terwijl hij enigszins verbaasd naar de chaos in het kantoor keek.
Saskia knikte en wees naar de tas die klaar stond naast haar bureau.
“Neem alle tijd die je nodig hebt en laat me weten wanneer je terug wilt komen,” zei Perkamentus terwijl hij Saskia de krant overhandigde. “Hij staat ingesteld over vijf minuten,” vervolgde hij zacht. “Dus je hebt nog tijd om schoenen aan te trekken.” Hij knipoogde terwijl Saskia hem geschrokken aankeek. Vandaar dat ze langzaam de kou, door haar sokken heen, in haar voeten voelde trekken.
“Bedankt voor alles,” zei ze zacht, terwijl ze naar het bureau liep om haar tas te pakken en de schoenen die ernaast stonden aan te trekken.
“Het is niets,” zei Perkamentus. “Veel sterkte.” Hij stond nog steeds bij de deur en verdween door de deuropening, waarna de deur in het slot viel.
Dit was het laatste wat ze hoorde en zag van het oude schoolhoofd. Na een laatste blik door de kamer, voelde ze ruk achter haar navel al en verdween ze in de duisternis. Op weg om afscheid te nemen van de man die haar groot gebracht had, de man die dit allemaal niet had verdient, die veel te jong was om te sterven. Haar vader. Haar held.

Shet4ever

Berichten: 202
Geregistreerd: 23-08-06

Re: [VER] Bang

Link naar dit bericht Geplaatst: 20-08-07 22:56

Goed geschreven, makkelijk te lezen.
En dat gedichtje Huilen , doet me denken aan mijn vader, hij overleed toen ik 18 was.