Dat was een kinderverhaal schrijven.
Nou, dat heb ik dus gedaan.
Citaat:Er was eens een prins. Hij woonde op een prachtig kasteel.
Hij had een hele grote kamer vol met speelgoed. Maar zijn vader en moeder, de koning en koningin hadden het te druk met regeren. Hij had niemand om mee te spelen.
Leuk vond hij dat niet. Op een dag tijdens het ontbijt zei hij opeens:,, Mama, Papa, Ik wil naar school en vrienden maken.”
De koning en koningin schrokken ervan en de koningin zei:,, Maar kindje toch.
Jij hebt een privé leraar. Vind je dat niet veel fijner dan?” ,,Nee mama, ik wil naar school toe om vriendjes te maken.”
De koning en koningin keken elkaar aan en zeiden:,, Nou, vooruit dan maar. We gaan een school voor jou zoeken.”
De volgende dag moest de prins vroeg opstaan want het was de eerste dag op school.
Blij kwam hij zijn bed uit. Hij ging zich aankleden. Hij dacht nog even na:,, Hoe heette de school ook alweer? Oja!
De handreiking. En in welke groep zat ik? Oja! In groep 4.” Hij liep naar school en kwam kinderen tegen die vroegen:,, Op welke school zit jij?”
De prins zei dan:,,De handreiking, en jullie ?” ,,Ook op De handreiking,” zeiden ze dan.
Toen ze bij school aankwamen ging de bel en iedereen liep naar binnen.
De prins vroeg aan een jongetje die naast hem liep:,, Waar is groep 4?” Het jongetje zei:,,Hee! Ik zit ook in groep 4.
Ga maar met mij mee.” Ze liepen samen naar de klas. Toen ze in de klas zaten zei de juffrouw:,, Goedemorgen allemaal. We hebben er vandaag een nieuw klasgenootje bij. Hij heet Jorn.”
Jorn keek blij de klas rond. ,, Zullen we ons allemaal voorstellen?” Iedereen stelde zich voor en toen zei de juf:,, Ik heet Sandra, maar jullie noemen me juffrouw of juf.” Toen het kwart over tien was mochten alle kinderen naar buiten om pauze te houden.
Jorn liep naar buiten met een pakje sinaasappelsap en een appeltje.
Het jongetje dat op het begin van de schooldag naast hem liep naar binnen kwam aan gerend.
Hij zei:,, Hallo Jorn, ik heet Koen. Wil je mee voetballen.” Dat wou Jorn wel.
Ze renden naar het voetbalveldje en maakten teams. Jorn en Koen zaten in het zelfde team. Jorn dronk gauw zijn pakje drinken leeg en at gauw zijn appeltje op. Toen begon het voetballen.
Na een paar minuutjes had het team van Jorn al 2 keer gescoord.
Na weer een paar minuutjes had Jorn de bal en ging recht op het doel af en: Boem! Hij scoorde!!
Hij was zo blij dat hij heel hard het veld rond rende. Het was nu 3-0 voor het team van Jorn. Toen er 10 minuten voorbij waren ging de bel. Jorn vroeg aan Koen:,, Wat betekent die bel?”
,,Dat betekent dat de pauze is afgelopen,”zei Koen, dus ze liepen samen naar binnen.
De les begon weer en Jorn deed heel erg goed mee. Hij wist zeker dat hij op school heel veel vriendjes zou krijgen.
Koen was al een hele goede vriend geworden op 1 dag. Ze waren nu bezig met taal.
Het ging over wat het woord betekende. Daar was hij best goed in.
Dat had hij van zijn privé leraar geleerd. Maar op school was het veel en veel leuker.
De juf zei:,, Jorn, geef jij eens de uitleg van: Dolfijn.” Jorn zei:,, Een dolfijn is een zoogdier dat vooral in het water leeft en ook boven water kan. Heb ik allemaal van mijn privé leraar geleerd.”
De juffrouw klapte in haar handen en zei:,, Zo hé, jij weet al veel.” Daar was hij heel erg trots op.
Toen ze klaar waren met taal gingen ze tekenen. Ze moesten een kamer in hun eigen huis maken en zo netjes mogelijk erbij schrijven wat het was. Jorn maakte de speelkamer met al het speelgoed.
Hij schreef zo netjes mogelijk erbij wat het was en ging inkleuren.
Toen hij klaar was liet hij het aan de juf zien. De juf zei:,, Wat is dat een mooie tekening.
Zal ik hem ophangen?” Jorn schudde hevig van ja. Toen hij zijn tekening zag hangen dacht hij aan vroeger.
Hij dacht aan toen hij nog niet op school zat en geen vriendjes had. Zijn vader en moeder hadden ook nooit tijd voor Jorn.
Die waren nog altijd heel erg druk met het regeren van Nederland. Daarvan kreeg hij tranen in zijn ogen.
De juf zag het en ging naar Jorn toe. Ze vroeg:,, Wat is er aan de hand?”
Jorn vertelde waaraan hij net aan het denken was. ,,O,” zei de juf. ,,Zou ik jou dan eens troosten.”
Ze deed de la van haar bureau open en pakte uit een zakje een dropje. Die gaf ze aan Jorn.
Jorn keek blij en deed het dropje in zijn mond. De juf riep door de klas:,, Wie wil er een dropje?”
,,Ikke!” riep iedereen. Ze gingen allemaal in een nette rij achter het bureau van de juf staan. Jorn kreeg ook nog een dropje.
Hij was alweer helemaal opgevrolijkt. Hij vroeg aan de juf:,, Juffrouw, wat moet ik nu gaan doen?”
,,Ga nog maar een mooie tekening voor papa en mama maken.” Jorn ging naar zijn plaats en begon weer aan een tekening.
Er stonden 3 poppetjes op. Hij schreef boven een meisje: mama, boven een jongen: Papa en boven de jongen die in het midden stond: Jorn.
De 3 poppetjes hielden elkaars hand vast en op de achtergrond was het paleis.
Hij ging het mooi inkleuren en toen hij klaar was liet hij het aan de juffrouw zien.
De juffrouw zei:,, Wow zeg, dat is een mooie tekening. Dat zullen papa en mama vast heel mooi vinden.” Hij keek voor zich en zag de blije gezichten van de koning en koningin voor zich. Hij werd er heel blij van. ,,Dank je, juffrouw,” zei Jorn.
Jorn ging weer op zijn plaatst zitten en de juf zei:,, Oké, allemaal je spullen wegleggen en op je plaats gaan zitten.”
Iedereen deed wat de juf zei en gingen netjes op hun plaats zitten.
De juf zei:,, De schooldag is weer bijna voorbij en ik wil graag weten wie de tekening af heeft?” Bijna iedereen stak zijn vinger op behalve Rosa, Lisa, Lars en Daniël. ,,En hoe komt dat? Zeg jij het maar Lars.”
Lars bloosde en zei:,, We … We wisten ni…niet wat we moesten tekenen.” De juf zag aan Lars zijn gezicht dat het een smoesje was. Ze zei:,, Jaja, volgens mij zijn dat smoesjes. Jullie hebben gewoon zitten luieren en elkaar zitten iriteren.”
Ze knikte allemaal tegelijk. ,,Wat jammer dat zo’n gezellige dag nou zo moet eindigen. Dat is ook niet leuk voor Jorn.
Nou vooruit. Ga maar allemaal naar huis, maar ik wil dit geluier niet meer zien.” Iedereen liep de klas uit en Koen vroeg aan Jorn:,, En, hoe vond je je 1ste schooldag?” ,,Ik vond het helemaal super!” zei Jorn eerlijk.
Jorn liep naar huis en toen hij thuis kwam ging hij meteen naar de koning en koningin. Hij riep:,,Mama, Papa, school is helemaal super! Ik wil er nooit meer vanaf! Ik heb al heel veel vrienden en de juffrouw is ook heel erg aardig.
En… Oja ik heb nog een mooie tekening gemaakt.” Hij zocht zijn tas en pakte de tekening voor zijn ouders eruit.
Hij liep weer naar zijn ouders en gaf de tekening. De koning en koningin zeiden:,, Heb je dat voor ons gemaakt!
O, we zijn er heel erg blij mee en gaan hem inlijsten.” Ze lieten een baron komen en die ging de tekening inlijsten en ergens ophangen. Jaren daarna hing de tekening daar nog steeds. Nog meer jaren later viel de tekening de prins op.
De prins was ondertussen al koning geworden en was al getrouwd en had kinderen.
Hij vertelde het hele verhaal wat achter de tekening zat. Toen dacht hij opeens aan zijn vroegere vriend Koen.
Toen hij zijn verhaal verteld had liep hij naar De handreiking die nog steeds op zijn plek stond.
Hij liep naar binnen en ging naar de directeur. Hij zei:,, Hallo meneer de directeur. Ik heb hier vroeger op school gezeten en ook een hele goede vriend van mij. Ik wou graag weten of u nog gegevens van vroeger had.” ,,Hallo meneer de koning.
Om antwoord te geven op uw vraag: Ja. We hebben alle gegevens van vroegere leerlingen nog. Hoe heet uw vriend?” vroeg meneer de directeur. ,,Hij heet Koen,” zei Jorn. ,,Koen… Koen…Koen… Aah , hier is Koen.
Er staat hier dat hij nog steeds in dit stadje woont. Volgens de gegevens woont hij in de perenstraat 24,” zei meneer de directeur. Jorn zei:,, Oké, dan weet ik genoeg.” En hij liep weer naar buiten, stapte zijn auto in en reed de perenstraat in.
Hij ging op zoek naar nummer 24. Aah, daar was het dan. Hij stapte de auto uit en belde aan.
Er werd opengedaan en daar stond Koen. Hij was niks verandert. Jorn zei:,, Hallo Koen, ken je me nog. Ik ben Jorn.
Ik heb vroeger bij jou in de klas gezeten op De handreiking.” Koens gezicht klaarde meteen op:,, O! Natuurlijk ken ik jou nog.
Ik ben jou nooit vergeten. Ik weet nog dat we in groep 8 nog steeds vrienden waren. Toen we naar de middelbare school gingen groeiden we uit elkaar. Ik dacht altijd dat ik mijn beste vriend kwijt was maar je bent er nog.”
Ze omhelsde elkaar en gingen naar binnen om bij te praten over wat ze nog hebben meegemaakt.
Na de vriendschap van groep 4 t/m 8 hadden ze veel te praten. Gelukkig bleven ze allebei gewoon wonen waar ze woonden en bleven nog heel erg lang vrienden.
En ze leefden nog lang en gelukkig.
Moet ik doorgaan met schrijven of niet?