Het zijn twee meiden van 18 en 15 die in de wereldoorlog zitten.
Ik ben benieuwd wat jullie van het verhaal vinden ( er staat dus bij waargebeurd, maar dat was de schrijfopdracht; het moest net echt lijken van iemand die dit echt had meegemaakt )
We hadden een 9

Rachel(18) en Alaisa(15) zijn zusjes en hebben allebei de Tweede wereldoorlog meegemaakt zonder ouders, dit verhaal is waargebeurd.
Het was een mooie pinksterzondag op 12 mei 1940 toen we opeens grote knallen hoorden. Het waren twee Duitse bommenwerpers die bij vliegveld Waalhaven vlakbij Rotterdam de boel bombardeerden. We woonden daar dichtbij. We schrokken ons rot! We wisten maar niet wat we moesten doen…We waren net gezellig aan het eten in de tuin want het was lekker weer. Toen kwam opeens de buurman naar ons toe, hij had ons wat serieus te vertellen. Hij vertelde ons dat…
We mochten het niet doorvertellen, tenminste alleen aan degene die we echt vertrouwden. Als het uit zou komen zou de buurman een probleem krijgen. Nadat de buurman ons het geheim had verteld besloten we te vluchten naar onze familie.
Op dat moment hoorde we nog een knal, het was erg dichtbij.
De auto van de buurman was gebombardeerd en we konden niet meer naar onze familie! We wisten alweer niet wat we moesten doen!
Dus vroegen we aan de buurman of hij misschien een idee had.
Hij wist wel iets en zei; ‘ Loop naar het station en daar staat een trein op jullie te wachten’ zei hij,‘ die brengt jullie naar een veilige plek’.
Toen zijn we met z’n tweeën op pad gegaan,we liepen en we liepen…
Onderweg kwamen we veel paniekerige mensen tegen. We zagen veel kinderen zonder ouders rennen. Toen we uiteindelijk op het station waren aangekomen zagen we veel mensen huilen. De conducteur gilde dat iedereen zijn bagage neer moest leggen en in de trein moest stappen. Dat deden wij dan ook en na enkele minuten begon de trein te rijden. We waren heel erg bang, waar zouden we heen gaan? De buurman had ons nog verteld dat we naar een veilige plek gebracht zouden worden, maar waar en wat zou die plek zijn? We konden ons niet bewegen en we zagen dat veel mensen wilden vluchten. Ook zagen we mensen op de grond liggen proberend zichzelf te snijden met sleutels. Nee, het was niet fijn in de trein. Opeens stopte de trein, mensen begonnen te gillen.
Ze begonnen te elkaar te duwen, iedereen wilde de trein uit om te kijken wat er buiten was. Toen we de trein uit waren gestapt zagen we mannen met geweren staan; het waren de nazi’s.
We moesten van hen in een grote groep staan en ze zeiden dat we aan hen moesten gehoorzamen anders zouden we de dood snel voor ogen zien. Vrouwen en mannen werden gescheiden en de kinderen moesten bij de vrouwen gaan staan. Er werd gevraagd wie er een goede schoenmaker was, iedereen was bang dus niemand durfde zijn hand op te steken…
…de nazi die de vraag stelde wees iemand aan, maar die zei dat hij een goudsmid was. De nazi was er niet blij mee en sleepte hem aan zijn kleren over de grond, hij schopte hem en zei dat hij niet meer zo’n grote mond tegen hem moest vertonen. De rest stond erbij en keek ernaar... De man moest weer terug in de rij gaan staan.
Nogmaals stelde de nazi de vraag en nu kwam er iemand naar voren.
Toen moesten de mannen rij aan rij mee door een groot hek met prikkeldraad. We wisten niet waar ze heen gingen. Veel vrouwen zeiden tegen hun man: ‘Tot straks, lieverd’! De nazi’s stuurden ons met zijn allen naar een hutje, daar lagen allemaal kleren en ze zeiden dat wij die moesten (schoon)maken. Na een paar uur kwamen de nazi’s weer kijken en ze hadden een nieuwe lading met kleding meegenomen. Enkele vrouwen herkenden de kleren, het waren de kleren van hun mannen met een gaslucht eraan. Ze begonnen te huilen, het drong tot hun door dat hun mannen dood zijn. Er kwam weer een nazi binnen hij vroeg waarom de vrouwen aan het huilen waren. Ze vroegen of ze hun mannen dood hadden gemaakt. De nazi knikte. De vrouwen begonnen nog meer te huilen en werden agressief, ze begonnen de nazi te slaan.
Al gauw kwam er nog een nazi aan en schoot voor onze ogen de agressieve vrouwen neer. De nazi die de vrouwen had neergeschoten, zei dat we ons werk maar moesten laten liggen en dat we buiten moesten gaan graven. We waren eigenlijk de graven aan het graven van de neergeschoten vrouwen. Zo ging het dagenlang door. Onze vrouwengroep werd steeds kleiner. We kregen weinig te eten en werden steeds magerder. Veel mensen stierven door ondervoeding. Er kwam een nieuwe trein met mensen binnen.
Ze wisten na een dag waar ze waren, en richtten een ontsnappingsplan op. We besloten mee te doen. De dag voor de geplande ontsnapping namen ze Alaisa mee omdat ze te zwak was om te werken. Rachel nam het op voor haar zusje en zei:’Als jullie haar meenemen, nemen jullie mij ook maar mee’! De nazi’s twijfelden niet lang en namen ons allebei mee. We kwamen bij de gaskamers aan en zagen dat onze buurman daar stond. We begroette hem nog vriendelijk en waren blij dat hij er voor ons was. Maar dat was niet zo. Hij duwde ons de gaskamers in en zorgde ervoor dat er gas vrijkwam.
Rachel en Alaisa hebben het niet overleefd,
de dag nadat hun zijn overleden is het de anderen gelukt het kamp te verlaten. Er zijn nog steeds overlevenden. Ze vertelden dat Rachel en Alaisa hun grote geheim was dat de buurman een nazi was en dat hij probeerde hun tegen het gevaar te beschermen. Dit mocht niemand weten omdat de buurman dan vermoord zou kunnen worden door mede-nazi’s.
Uiteindelijk heeft de buurman hun zelf vermoord…