Ik mis je..
Waarom sta je nu niet naast me?
om me zachtjes in m’n oor te fluisteren.
Dat alles altijd wel weer goed komt,
en om me een kus op mijn voorhoofd te geven.
Ik weet natuurlijk wel dat je je best doet,
al pakt het niet altijd goed uit.
Nu zit ik hier maar te wachten met pen en papier,
tot jij laat zien dat je aan me denkt.
Hoe weet ik of jij het op dit moment niet heel gezellig hebt,
misschien wel met iemand die ik wel ken.
Waar jij ook tegen zegt: ‘tegen niemand zeggen hoor’,
en haar alweer laat wachten voor iemand anders.
Misschien zit dat meisje nu wel op je te wachten,
tot jij laat horen dat je nog steeds aan haar denkt.
Maar misschien heb jij het wel erg gezellig misschien met mij,
en het meisje met pen en papier schrijft maar door.
Zou jou ooit het zelfde overkomen als mij en haar,
wachtend schrijvend luisterend naar een teken van haar.
Maar nu laat ik mijn wantrouwen voor even wegvaren,
want ik zie dat je er al bent..