Julia wist later niet na te vertellen hoe het precies was gebeurd. Ze zou ongetwijfeld een verhaal kunnen ophangen dat het gewoon toeval was of iets van die strekking. Maar iedereen zou weten dat ze uit haar nek kletste.
Julia was net bezig haar huissleutels uit het putje te vissen. Het putje zat vol modder en ze probeerde er niet al te hard over te denken wat er nog meer in het putje zou kunnen hebben gezeten. Ze had het koud, want om goed in het putje te kunnen komen zonder haar jas vies te maken, had ze haar jas moeten uittrekken. Het was buiten zo’n tien graden en er stond op haar armen kippenvel.
Julia zag hoe een lange jongen van haar leeftijd de straat overstak. Ze leunde op haar rechter elleboog (haar linkerelleboog zat nog steeds in het putje) en ze bekeek de jongen met halfgesloten ogen. Hij kwam haar bekend voor. Misschien ging hij naar dezelfde school als waar zij naar toe ging? De jongen had een koptelefoon op. Elke stap die hij zette, bevatte een zekere gratie. Het was zo’n jongen die een blikje kattenvoer van een hoge plank zou pakken, als een oud dametje daarom zou vragen. Of liever gezegd, als ze dat zou durven te vragen, want de jongen leek op een kruising tussen een zwerver en een Goth.
Ze keek vanuit haar ooghoek naar rechts. Er kwam een erg geïnteresseerde hond, bij het putje staan die er met zijn snufferd boven ging hangen. Julia wilde de hond net wegduwen, toen ze het geluid van gierende remmen hoorde. Ze keek op. Haar arm bevroor in de pose waarin hij zich bevond.
De zwarte auto kwam van links en reed zeker tien kilometer te hard. Het was de enige auto in de straat die in de straat reed, dus waarom het gebeurde? Julia wist het niet. Wat ze wel wist, was dat wanneer er iets erg gebeurd in je leven dat die gebeurtenis niet in slowmotion wordt afgespeeld. Het was eigenlijk zo over. Naar Julia’s idee duurde het slechts twee seconden.
De jongen lag op de straat in een pose die haar deed denken aan modern ballet. Het was net alsof hij poseerde voor een foto. Er leek geen bloed te zijn. Hij had enkel schaafwonden, voor zover zij kon zien. Julia liet de sleutels die ze eindelijk gevonden had terug in het putje vallen. Opeens leek de hele straat gevuld met mensen. Sommige mensen stonden op het put een paniekaanval te krijgen en minstens twee mensen waren aan het bellen. Waarschijnlijk 112. Ze liep over haar jas heen en met trage passen op de jongen af. Iemand riep iets tegen haar, maar ze kon niet registreren wat. Ze knielde bij de jongen en raakte zijn hoofd aan. Hij voelde heel koud aan. Iemand probeerde haar weg te trekken. Hij of zij stopte toen de jongen zijn ogen opensloeg.
Julia vroeg zich af of het normaal is om te glimlachen als je een ongeluk hebt gehad. Dat was wat de jongen namelijk deed, nadat hij eerst zijn ogen open had gesperd. Het moest iets van doen hebben met het feit dat hij een jongen was, besloot ze. Jongens zou ze nooit voor de volle honderd procent snappen. De jongen zei iets, maar ze verstond enkel iets van “Enkel“. Ze wierp een blik op het lichaamsdeel. Die zag er perfect uit.
“ De ambulance komt eraan”. hoorde ze iemand schuin boven haar zeggen. Julia stond voorzichtig op. Ambulance? Wegwezen. Ze haatte alles wat met het ziekenhuis te maken had. Ze sloop weg en passeerde daarbij twee jonge vrouwen
“Is hij op zijn hoofd gevallen?” vroeg de ene vrouw aan de andere. “Ik zou zweren dat hij ‘engel’ zei.“ Julia glimlachte. Ze mijmerde. Zou je nou echt het witte licht met bijhorende engelen zien als je iets verschrikkelijks overkomen was?
Julia stond al bij de deur van Amanda’s huis toen ze zich realiseerde dat haar huissleutels nog steeds in een meurend putje lagen. En haar jas was ook vies. Niet dat ze erg veel tijd om hier over na te denken, want voordat ze ook maar kon aankloppen, had Amanda de deur open gedaan. “Waar. Was. Je?” gromde ze.
“Er was een ongeluk gebeurd”. zei Julia, terwijl ze naar binnen stapte en naar de keuken liep om haar handen te wassen.
“Wat? Waar?”
“Twee straten verderop”. zei Julia, terwijl ze haar handen afdroogde.
“Alien verongelukt?“ zei Amanda. Ze wees naar Julia’s handen.
“Nieuwe hobby”. Julia liep naar boven. Amanda volgde in haar kielzog.
“Ik zei toch dat je moest gaan tuinieren. Niks ontspant meer dan dat. “ Amanda opende de deur van haar kamer zodra ze op de overloop stonden. “Behalve toneel spelen dan. “ Een ei vloog door de deuropening. Julia stak gedachteloos haar rechterhand uit.
Ze bekeek even later de stukken eischil die, vermengd met eiwit, in haar hand lagen. Het eigeel liep inmiddels al langs haar onderarm. Op de gele muur was wonderbaarlijk genoeg ook ei terecht gekomen. Het leek net experimentele – kunst – in - wording.
“ Jonathan dacht dat het wel leuk zou zijn om tijdens het stuk met eieren te jongleren. “ zei Amanda, vlak voordat ze een ei in haar haren kreeg. Ze vloekte en wreef met haar hand door haar haren.
“ Eieren zijn gezond voor je haar. “ zei Julia, terwijl ze in haar rechterhand het reeds overleden ei hield en stukjes schil, die ze uit Amanda’s haar viste, erbij legde met de gedachte later een familiegraf voor de gebroeders Schil te creëren.
“Gezond? Dat zijn spruitjes ook”. zei ze met de toon waarop een dierenactivist ‘nertsenfokkerij’ zou zeggen. Julia trok haar mee naar de badkamer. Daar legde ze het kledderboeltje van eischillen op de wastafel.
“ Heb je Edward al gezien?” vroeg Julia. Ze masseerde het ei in Amanda’s haar. “ Nee, zit stil, eieren helpen echt. Ze zorgen voor volle haar. Of was dat nu bier?”. Ze negeerde de kokhalsgeluiden die Amanda maakte.
“Hij belde vlak voordat jij kwam. Zei dat hij om half twaalf komt. Hij klonk nogal brak. Heeft hij iets gesnoven of zo?”.
“ Niet dat ik weet. Hij weet best dat Nicolas …” Julia hield op met praten, Amanda stopte met de beweging waar ze mee bezig was.
“ Sorry” zei Julia en ze beet op haar lip. Ze vervloekte zichzelf. Ze had het bijna gezegd. Stom. Ze wist toch dat Amanda van streek raakte, zodra ze iets over harddrugs hoorde? Sinds Nicolas het had gebruikt …
Amanda draaide de kraan open en boog haar hoofd om onder de kraan te gaan hangen. Julia trok haar onder de kraan uit.
“ Je moet koud water gebruiken, anders loop je straks met een omelet op je hoofd rond”. Ze morrelde aan de kraan. Amanda spoelde haar haren uit. Julia ging kijken hoe het met Jonathan ging.
Amanda had een gigantische blauw met gele kamer.
Jonathan stond er middenin, omringd door eieren alsof hij een god was die zij aanbaden. Julia bukte en pakte er eentje op.
“Plastic?” zei ze met opgetrokken wenkbrauw en bekeek het ei zoals een diamantkenner een diamant bestudeerd. Jonathan grijnsde.
“ Die eieren waren niet mijn idee”. zei hij. Hij wees naar de hoek van de kamer, waar Kayleigh bezig was eieren te beschilderen. Julia liep naar haar toe.
“ In een paasachtige stemming?” Kayleigh schudde haar hoofd.
“ Dit is om de monsters weg te houden “. zei ze en smeerde een lik geel op het ei.
“Hebben die toevallig rode ogen?” Julia probeerde nonchalant te lijken. Kayleigh staarde haar aan.
“De monsters … in mijn hoofd. “ zei ze. “Innerlijke demonen.”
“Oh”.
“Wat bedoel je met rode ogen?” Kayleigh leunde tegen de muur.
“Niks. Gewoon een droom die ik had. “ Een droom waarvoor ze straks suikerklontjes zou gaan kopen.“ Waar is de rest?”
“Ze oefenen boven. Ze doen iets ingewikkeld met Varkikoe. Het wordt pantomime. Denk ik.“Julia knipperde met haar ogen.
“Wat zei je?”
“Varkikoe”. Kayleigh keek haar aan alsof ze achterlijk was. “Dat is een varken dat eerst in een kip transformeert voordat het in een koe veranderd”. zei ze.
“ En waarom hebben wij een Varkikoe nodig als dit niet in het script staat?” vroeg Julia.
Kayleigh schoof een met eigeel bevlekte kopie van het script door. Daarin werd de Varkikoe inderdaad genoemd.
“Jij vond dat toch gister een leuk idee? “ Julia knikte wezenloos.
“Oh ja”. Varkikoe? Waar had ze dat vandaan? En wanneer had ze dat in het script gezet?
Amanda kwam de kamer binnen. Haar haar zag er niet voller uit, vond Julia. Het was voornamelijk nat.
“Julia, kun jij het script aanpassen? Nicolas snapt niks van de monoloog in de tweede scène. Wat betekent in godsnaam Caelum? ”
“Hemel.” Amanda draaide zich om.”Tsja, JIJ wilde graag Romeinen in het stuk.”
Dit werd een lange dag, vermoedde Julia.
Julia liep ’s avonds haar kamer binnen en wilde de gordijnen dichtdoen.
Door het raam zag ze een jongen op straat hangen. Hij leek verdacht veel op de jongen die was afgevoerd naar het ziekenhuis. Maar dat kon natuurlijk niet. Als je geschept bent door een auto, ben je meestal niet meteen na een onderzoekje in het ziekenhuis weer op de been, toch? Julia trok de gordijnen dicht. Het was nu stervensdonker in haar kamer. Misschien was het blauw verven van de wanden toch niet zo’n goed idee. Holly lag languit op bed.
Ze zette een beker met koffie op de grond en deed er een lepeltje en een klontje suiker in. Voor zichzelf vulde ze ook een mok.
“Geloof jij in engelen?” Holly keek op. Haar vriendin Jessica zou zeggen dat ze teveel thuis zat als ze dit zag.
“ Ik vraag me af hoe het met die jongen gaat. Ik zou me een beetje verantwoordelijk moeten voelen. Of zo“. Ze nam een slok koffie. “Ik bedoel, ik zag het allemaal gebeuren”.
Vanuit haar ooghoek zag ze hoe de mok met koffie zich naar achteren verplaatste. Even dacht Julia vingers te zien. Maar dat verbeeldde ze zich vast.
Ze plofte op het bed neer en pakte het boek waarin ze gisteravond in begonnen was. Ze staarde naar de hoek, en rode ogen staarden terug. Ze begon te lezen, maar ze had moeite om zich te concentreren. Ze nam regelmatig een slok koffie en een keer een nieuw boek van de stapel.
Toen ze bij bladzijde 95 van het nieuwe boek was, stopte ze.
“Geloof jij in engelen?” vroeg ze aan de rode ogen. De rode ogen staarden.
“Ik ben er nog niet uit.” Ze ademde diep uit. “Waarom denken zoveel mensen dat elk mens een beschermengel heeft? Wat moet die engel dan beschermen? Voordat je weet, lig je toch onder een auto”. Ze legde het boek weg en sloot haar ogen. Ze vroeg zich af waar het wezen met de rode ogen naartoe ging als het licht was.
Die ochtend scheen de zon. Het zou waarschijnlijk heerlijk warm worden… in de klas. Julia trok haar oudste kleren aan. Haar vader was al naar zijn werk en ze moest een luide geeuw onderdrukken toen ze koffie aan het zetten was.
Ze zette de mok met koffie neer in de hoek. De handeling begon al bijna op een ritueel te lijken. Ze geeuwde nog een keer en ging haar tanden poetsen in de badkamer.
Julia liep terug naar haar kamer en trof daar weer een briefje aan.
“Nee, ik geloof niet in beschermengelen. Mensen worden ook wel gered zonder dat soort dingen”.
Ze draaide het briefje om en schreef op de achterkant; “Hoe weten we dan of we gered worden? P.S. Houd jij van tomatensoep?”
Julia liep naar school, omdat ze onderweg haar sleutels uit het putje wilde vissen. Dat ging verbazend snel. Er reden diverse auto’s langs het putje, maar gelukkig stak er niemand over en niemand lette op haar. Ze liep naar de dichtstbijzijnde McDonalds. De counter medewerker keek vreemd op toen ze naar binnen liep. Ze glimlachte en liep door naar het toilet om haar arm te wassen.
Een half uur later stond Julia in het tekenlokaal, ondanks het feit dat haar eerste les Geschiedenis was. Het was heerlijk rustig. Op school was nog niemand. Correctie, bijna niemand. Ze wilde juist haar notitieblok pakken toen iemand op haar schouder tikte. Ze draaide haar hoofd een kwartslag. Jonathan stond haar met een pak melk in zijn hand..
“Gefascineerd door het wonder van de melk?” vroeg ze.
“Niet echt. Dit zijn de boodschappen van meneer Green.” Zei hij en wees op een grote tas, gevuld met allerlei spullen. Hij zette het pak melk neer op een muurtje. “Hij vroeg of ik ze in de koelkast wilde zetten en liep vervolgens weg”. Jonathan trok een gezicht.
“ Leraren zijn zo nu en dan gewoon vreemd.”
Julia wilde Jonathan wat vragen over de repetitie, maar kreeg daar de kans niet voor. Kayleigh sprong op het muurtje en stootte daarbij het pak melk om. Het kwam op Julia terecht, die net tegen die muur aanleunde.
Niet dat Julia erg veel aandacht aan deze gebeurtenis schonk. Aan de andere kant van het tekenlokaal stond de jongen die ze de vorige dag door de auto geschept zag worden. Hij keek haar aan met grote ogen, alsof hij niet kon geloven dat ze daar stond.
Ik heb meer kunnen schrijven dan ik had verwacht. Nu ik het verhaal ga uitbreiden, ga ik over een nieuwe titel nadenken, want de oude titel dekt de lading nu niet meer. Ik heb alleen nog geen flauw idee hoe ik het verhaal dan zou noemen.