Wanneer?
Waarom zie ik alles zo zwart?
Ik ben zo moe, ik wil slapen.
Ik heb op het leven geen vat.
Elke dag mijn moed bij elkaar rapen.
Huilen, rivieren een zee.
Ik kan het niet stoppen.
Wie kan mij redden, misschien een goede fee?
Elke dag moet ik maar door, alles op kroppen.
Ik ben gevallen de kudde rent door.
Roepend om hulp maar niemand die het hoort.
Kreupel en moe volg ik hun spoor.
Alleen en eenzaam ga ik voort.
Wanneer mag het stoppen, wanneer ben ik vrij.
Geen pijn meer geen verdriet.
Weg van de wereld en toneelspelerij .
Ik ben alleen, met zoveel pijn, maar niemand die het ziet.