
Ik ben hier al eventjes aan bezig. Ik geef niet teveel weg, maar toch een beetje
De ik persoon heet Kate (wil overigs niet zeggen dat ze mij is, ze is nogal anders dan ik ben) en werkt als fotografe. Na een traumatische rapportage blijkt het leven niet meer te zijn zoals het was...Citaat:Gehaast loop ik over het hete asfalt richting de trap. Er heerst chaos op het vliegveld. Verschillende beveiligingsambtenaren begeleiden een groep mensen naar een vliegtuig. De grote cameratas hangt zwaar aan mijn schouder. Natuurlijk ben ik dit wel gewend, maar na een maand hier ben ik echt gesloopt. Apache helikopters hangen wakend en tegelijkertijd dreigend in de lucht. Het geratel van hun zware propellers en motoren is oorverdovend en geeft de angstige sfeer nog wat extra ernst. Ik kijk opzij als iets mijn aandacht trekt. Het volgende moment een ontploffing, nog niet eens zover bij het vliegveld vandaan. Zowel de militairen als ik kijken er niet meer van op, maar uit het groepje mensen die naar het vliegtuig geleid worden klinken angstige kreten.
“We need to get that plane in the air fast”, hoor ik een Amerikaanse soldaat in het voorbijgaan zeggen tegen zijn collega.
Weer een ontploffing, vervolgens het geluid van geweerschoten dat over de vlakke droge woestijngrond ver gedragen wordt vanuit de stad. Ik hijs mijn tas op en loop stevig door, schichtig de omgeving in me opnemend.
“I’ll take those, Miss”, zegt een beveiliger strikt.
Hij pakt de hendel van mijn cameratas, ik kijk hem vurig aan.
“No, you won’t”, zeg ik strak.
Hij houdt vast terwijl mijn blik door zijn zwarte zonnebril dringt. Er hangt spanning in de lucht, terwijl op de achtergrond geluiden van gevecht de stilte verbreken. Hij kijkt dreigend op me neer, maar ik verblik of verbloos niet. Dan laat hij los en stapt opzij, zodat ik doorgang heb naar het vliegtuig. Met twee treden tegelijk loop ik de trap op. Bij de ingang van het vliegtuig laat een steeds harder wordend geruis me naar de lucht kijken. Vier F16 gevechtsvliegtuigen schieten met een kabaal door de geluidsbarrière heen. In ruit formatie vliegen ze over.
“Allright, our back up has arrived. Let’s get these people outta here! Go go go!”, buldert iemand beneden aan de trap.
Van chaos naar hysterie. Ik kom weer bij positieven terwijl de groep mensen, waarvan enkele lichtelijk in paniek, de trap op komen. Ik loop gehaast naar binnen en neem de stoel zo dicht mogelijk bij de deur, voor het geval er iets goed fout zou gaan tijdens de vlucht, want een routine vlucht is het zeker niet. Ik ga snel zitten en zet de tas op schoot. Bram ploft naast me neer en maakt onrustig zijn gordel vast.
“oliebol”, scheld hij als het niet lukt.
Zweet staat op zijn gebruinde huid. Als hij me aankijkt zie ik de angst in zijn ogen.
“Jezus Kate, wat ben je weer abnormaal rustig”, brengt hij uit.
“Ik dacht dat jij zo geroutineerd was?”, merk ik op, waarna ik mijn riem vastklik.
“Ben ik ook, maar ik schijt iedere keer weer in m’n broek”, lacht hij zenuwachtig.
“Oorlog is beangstigend, Bram”, zeg ik wijs.
“Ben je niet bang dan?”, vraagt hij.
“Tuurlijk wel, ik laat het alleen niet merken”, antwoord ik.
Ik sla mijn armen om mijn tas, alsof ik bang ben dat iemand hem afpakt. Ik kijk opzij naar Bram. Bram Jonker, een talentvolle schrijver en journalist. Zijn korte blonde haar is gebleekt door de zon. Zweet staat op zijn lichaam en zijn blouse plakt aan zijn borst. Buiten dat het zweet hem momenteel uitbreekt van angst, is het ook nog 45 graden en benauwd in de cabine. Het fijne montuur van zijn bril past goed bij zijn fijne knappe gezicht. Hij is eigenlijk een knappe man, die Bram. Ik heb met veel bewondering met hem samengewerkt. Ons denkbeeld was het gehele project hetzelfde, we hebben geen seconde aan elkaar getwijfeld, zelfs niet in de gevaarlijkste situaties. Mensen drommen langs ons over het smalle gangpad. Iedereen wil weg, zo snel mogelijk weg uit deze hel.
“Ladies and gentlemen, this is your captain speaking. This is the last evacuationflight from Baghdad to London. It is now 10:45 local time and we will arrive on Heathrow Airport at 15:55 London time. We expect fortunate weather the intire flight, if there is changement we will inform you immediatly. After take off we will rise to 6000 miles. Four F16 fighter will escort us to the border to secure our safety. There is no reason to panic, but I recommend to listen to the flightattendens carefully. Enjoy your flight. Monsieur et Madamoiselle…”
“-Enjoy your flight-, denk die gast dat grappig is ofzo”, zeg ik licht gefrustreerd.
“Ik ben anders behoorlijk blij als ik hier weg ben. Ik vind het wel weer genoeg geweest”, merkt Bram op.
“Ik zou mijn stoel zo ruilen”, ik staar voor me uit.
“Je bent gek!”, roept hij uit.
“Helemaal waar, maar ik meen het wel”, zucht ik.
Het vliegtuig komt in beweging terwijl de steward de laatste veiligheidsinstructies uitlegt. Ik kijk naar buiten terwijl ik me ineens egoïstisch voel. Ik staar naar de beschadigde en verwoeste huizen van Bagdad, een paar kilometer verderop.
“Met wie?”, vraagt Bram ineens.
“Wat?”
“Met wie zou je ruilen?”, vraagt hij opnieuw.
Het duurt even voor ik antwoord geef. Langzaam draait het vliegtuig de startbaan op, de motoren zwellen aan.
“Kleine Khalim, Yousshra, Ashad…”, ik pauseer even waarna ik moeilijk slik.
“Ik had het ook de eerste keer Kate, de tweede keer ook nog, maar probeer je er alsjeblieft overheen te zetten, meisje. Je leven heeft geen waarde meer als je dit niet achter je laat”, zegt hij wijs.
“Ben jij alles dan gewoon vergeten?”, vraag ik ongelovig.
“Dit vergeet je nooit meer, je hele leven niet. Maar er is helemaal niets dat je kunt doen, behalve jouw visie naar buiten brengen. Zelfs jij kunt niet meer doen”, dat laatste zegt hij met een lichte grijns.
“Je moet het een plaatsje geven, Kate”.
“Dat weet ik wel, maar ik…”, er volgt een stilte.
“Maar ik… wat?”
“Ik ben juist bang om het weg te stoppen, om gewoon verder te gaan met mijn vredige leventje thuis, terwijl ik weet wat er hier aan de hand is. Je kan niet anders, maar het voelt zo egoïstisch”, weer pauzeer ik.
“Ik wil het beeld niet kwijtraken, Bram”, ik kijk hem aan.
“Geloof me, na een paar maanden wil je dat wel, anders verlies je jezelf. Je -moet-, Kate. En af en toe, als je bang bent dat je het vergeet, dan heb je je foto’s”, hij glimlacht troostend.
Ik kijk naar mijn cameratas en glimlach even.
“Door jouw geweldige werk zal je ze altijd bij je dragen, dan hoeft het niet voor eeuwig op je netvlies te staan”, hij legt zijn hand op mijn bovenbeen.
Even voel ik een tinteling en ik kijk hem in zijn groene ogen.
“Je hebt gelijk, Bram”.
“Tuurlijk heb ik gelijk. Toch wel geroutineerd, hè?”, grijnst hij.
“Toch wel”, glimlach ik.
Ik wend mijn blik af en staar door het raam naar buiten. Het vliegtuig stond al even stil, maar komt nu in beweging. Het dorre bruine landschap komt steeds sneller langs, terwijl rookwolken verder richting de horizon de lucht grijs kleuren. Het geluid van de motoren klinkt geleidelijk hoger als ze op toeren komt. De neus van het vliegtuig komt omhoog en dan laat ze de oorlogsgebieden van Irak los en terwijl we stijgen weet ik dat het nu mijn beurt is om los te laten.
Zeven uur later lopen Bram en ik bepakt en bezakt langs de gates van Heathrow Airport. Even sluit ik mijn ogen en geniet van het moment. Op Iraakse bodem had ik het niet gedacht, maar ik was echt blij om weer terug in de westerse wereld te zijn. Terug in Europa, terug op bekend terrein. Thuis ben ik nog niet, want Oostvoorne is de plek die ik thuis noem. Ik kan niet wachten om weer naar het strand te gaan, weer thuis te zijn. Honderden verschillende gesprekken in tientallen verschillende talen galmen door de hoge gangen. Bram kijkt op zijn horloge en naar de informatieborden boven ons.
“We hebben nog 2½ uur, cappuccino?”, stelt hij voor.
Ik draai me om en kijk met grote ogen naar hem. Cappuccino… cappuccino!! Ik heb de afgelopen maanden alleen maar brakwater gedronken wat dood normale koffie moest voorstellen, laat staan cappuccino. Ik kijk smachtend naar Bram.
“Ik ga dingen denken als je me zo aankijkt”, grijnst hij.
“Denk jij lekker verder”, lach ik terwijl ik richting een Grand Café stuin.
Even later zit ik met een kopje omsloten in mijn handen dat ik met mijn ogen dicht naar mijn mond breng. Ik neem een slok en laat de warme cappuccino door mijn keel glijden.
“Oké, ik geef toe. Het is fijn om terug te zijn”, ik zet mijn kopje neer.
“Hee, ik ben de journalist hier, laat die slechte poëtische oneliners maar aan mij over”, lacht hij.
Ik grijns en laat mijn blik op mijn cameratas rusten.
“Wanneer ga je ontwikkelen?”, vraagt hij alsof hij mijn gedachte net gelezen heeft.
“Volgende week ga ik er eens naar kijken. Ik wil het even laten zakken, even rust”, antwoord ik.
“Begrijpelijk”, knikt hij.
“Wat ga jij doen?”, vraag ik op mijn beurt aan hem.
“Even langs kantoor, back ups maken. Ik kijk wel. Als mijn hoofd ernaar staat verwerk ik alvast het één en ander”, antwoordt hij nonchalant, waarna hij een slok van zijn cappuccino neemt.
Ik kijk opzij, naar de honderden mensen die als mieren door de gangen krioelen. Allemaal mensen met een bestemming, of het nu vakantie, zakelijk of privé is. Blije, lachende mensen…
“Hebben ze enig idee?”, vraag ik, meer aan mezelf dan aan Bram.
“Nee, daar zijn wij voor”, antwoordt hij.
“Hoe zal Nederland het oppakken?”, vraag ik.
“Ik weet het niet, er is veel veranderd sinds 11 september. Mensen zijn anders gaan denken, mensen zijn gaan twijfelen. De Bush aanhang zal het in ieder geval niet waarderen”, grijnst hij.
“Ik ben benieuwd naar je verhaal, Bram. Het zal ongetwijfeld net zo baanbrekend zijn als je artikel over Kosovo. Dat sloeg echt in als een bom”, ik kijk hem schuin aan.
“Dat kwam hard aan ja. En het rare, ik was niet de eerste die over die informatie beschikte, alleen niemand durfde er wat mee. Ik heb echt heel lang naar een uitgever moeten zoeken”, blikt hij terug.
“Je bent er beroemd en berucht mee geworden”, ik neem een slok.
“Vooral dat laatste”, lacht hij.
“Hoe kwam jouw omschakeling eigelijk? Van fashion en sportfotografe naar oorlogsreportages”, vraagt hij geboeid.
“Na heel lang zeuren. Ik wilde altijd al zoiets, maar Mike vond het een te groot risico om mij er nu al opuit te sturen. Ik was dat hele mode en sport gedoe gewoon een beetje zat. Dan zat ik in een modeshow in New York een beetje te klikken. Het is wel leuk hoor, maar er zijn zoveel belangrijkere dingen, er is zoveel meer. Dat heb ik nu wel gezien”, antwoord ik.
“En dan ga je straks terug naar kantoor en dan krijg je zeker weer zo’n gare opdracht?”, vraagt hij met enige medelijden.
“Jep, zeker omdat hij me net de opdracht van m’n leven heeft gegeven, dan denkt hij natuurlijk dat hij me alles kan maken. Het zal wel filmfestival Toronto worden, dat kan nog wel grappig worden. Misschien wel goed na Irak. Als hij me maar geen paparazzi werk geeft, dan gooi ik m’n camera kapot”, zeg ik lachend.
“Gatverdamme, how low can you go! Als ik ergens een hekel aan heb! Als ik ooit gedwongen word voor de Privé, the Sun of whatever te schrijven, dan eet ik mijn pen op”, tiert hij, terwijl ik in de lach schiet.
“Als dit uitgegeven wordt, kunnen we voor ons zelf gaan beginnen. Eigen baas, niet meer Mike die bepaald welke opdrachten we krijgen, zelf bepalen wat je doet”, hij droomt weg.
“We?”, ik kijk hem met opgetrokken wenkbrauw aan.
“Hee, ik kan allang voor mezelf beginnen. Maarja, ik heb een partner nodig hè”, hij kijkt me aan.
Zijn groene ogen doorboren de mijne, dreigend en vragend tegelijk.
“Wat stel je voor, Bram”, zeg ik met een lichte ondertoon.
“Jij en ik, ik en jij, ons, wij. Je weet wel! Jonker & van Winden… of andersom”, vult hij snel aan als hij mijn blik ziet.
Ik gniffel even en schud mijn hoofd.
“Ik sta nu onder contract, Bram. En hoewel het heel verleidelijk is om Mike achterwege te laten, is het gewoon niet slim. Ik heb nog niet genoeg op m’n CV staan om voor mezelf te beginnen. Eerst eens zien wat dit doet”, zeg ik duidelijk.
“Zekerheid voor alles, hè”, zucht Bram.
“Ik kan het me niet veroorloven alles te verliezen, Bram. Er hangt een hoop van mijn inkomen af thuis. Ik heb nog een leven naast mijn werk, weet je”, reageer ik licht verdedigend.
“Als er zoveel van je afhangt, vertel me dan eens, waarom ga jij dan Godsnaam naar Irak?!”, roept Bram lachend uit.
“Goed punt”, zeg ik na een stilte.
“Leef je leven, Kate. Je leeft maar één keer. Ik vind het goed van je dat je naar Irak bent gegaan. Je moet je niet af laten remmen door anderen,” adviseert hij.
“En waarom vind ik het logisch dat je geen vriendin hebt?”, pest ik.
“Au…”, hij grijpt dramatisch naar zijn hart en ik schiet in de lach.
“Begrijp me niet verkeerd, Bram. Ik wil erop uit, de wereld zien, foto’s maken die ongekend zijn, de wereld laten zien wat mijn visie is. Maar ‘die anderen’ zijn ook mijn leven. Thuis heb ik eindelijk de wereld die ik altijd al heb willen hebben, zonder een vast inkomen raakt dat in gevaar”, leg ik uit.
“Tenzij je meer verdient”, zegt hij met pretlichtjes in zijn ogen.
“Maar dat weet je dus niet, het is onzeker. Ik houd je optie open, maar ik wil eerst zeker weten dat deze foto’s het gaan doen”, besluit ik.
“Goed dan, ik zal op je wachten”, zegt hij warm.
Even kijk ik hem aan. De manier hoe zijn stem klonk, de manier waarop hij me aankeek, bedoelde hij meer met die laatste zin?
Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden!



Bokt vloog er steeds uit. Enfin, ik zie inderdaad ook graag alinea's, leest gewoon een stuk fijner, zeker op een forum als Bokt