'Het was gewoon perfect!' Ik stop niet met praten over de vorige avond.
Ik voel me geweldig, ik voel me een godin. Het was dé avond voor mij. Dit kan gewoon niet meer fout gaan. Mijn vriendin zal minder blij zijn als ik straks een vriendje heb.
Ze vindt dat ik meer aandacht aan hem schenk dan aan haar. Nou sorry, maar ik laat het haar nu niet verpesten. Gisteravond heb ik bij Dennis thuis film gekeken. Het was een geweldige avond. De hele avond heb ik in zijn armen gelegen, net als in al mijn dromen.
Hij was alleen thuis en hij stelde me super op mijn gemak. De avond hebben we afgesloten met een zoen die ik nooit zal vergeten. Ik ben ongelooflijk verliefd.
'Nu weten we het wel Micha!' 'Jezus Karin, reageer niet zo fel. Je kunt ook gewoon blij voor me zijn!' Pissig loop ik weg. Karin snapt niets van jongens.
Ze heeft nog nooit een echt vriendje gehad en daarom weet ze ook niet hoe ik me voel. Ze kan het niet hebben als ik over jongens praat en al helemaal niet als ik verliefd ben. Dan wordt ze chagrijnig en gaat ze op me zeuren.
Misschien wordt het tijd om eens tegen haar te zeggen dat ik het zat ben.
Ik wil mijn fiets pakken en naar huis fietsen. Maar als ik in de fietsenstalling sta zie ik Dennis vanuit mijn ooghoek. Ik word rood en zwaai naar hem. Hij zwaait terug maar toont weinig interesse. Fijn, dat kan ik net hebben. Ik laat mijn fiets nog even staan en loop naar hem toe. Hij staat met twee vrienden te praten. 'Hoi Dennis.' Ik zet de grootste lach die ik kan produceren op mijn gezicht en pak z'n hand. Hij zegt snel 'hoi', reageert niet op mijn hand en gaat verder met praten. Fijn is dat, een boze vriendin en een boze vriend. Beide zonder reden. Pissig draai ik me om en loop weg. Als ik mijn fiets pak kijk ik nog even in Dennis zijn richting om te kijken of hij nog van plan is me te volgen. Maar nee, hij heeft het te druk met zijn vrienden. Ik hang m'n mp3speler om en scheur van het schoolplein.
'Hoi mam.' Ik smijt m'n tas in de bijkeuken en graai een pak fris uit de koelkast. Ik schenk een glas vol en sla het achterover. 'Hoi lieverd, hoe was het op school?'
'Goed hoor,' lieg ik. 'Mooizo.' 'Ik ga aan mijn huiswerk mam. Doeg.' Ik zwaai m'n tas op mijn rug en loop de trap op. Ik word chagrijnig omdat mijn tas steeds van mijn rug valt. Kwaad geworden gooi ik hem in de hoek van m'n kamer. Hm, mijn kamer is best een rotzooi. Maar ik ben nu niet in de stemming om hem op te ruimen. Dat doe ik in het weekend wel. Ik plof op mijn bed neer en zucht een grote, diepe zucht. 'Wat een dag,' mompel ik zacht. Opeens heb ik het niet meer. De tranen staan in m'n ogen. Alles leek zo goed te gaan met Dennis. En nu doet hij ineens ongelooflijk banketstaaf en met mijn vriendin kan ik ook niet praten. Als ik voetstappen hoor veeg ik snel mijn tranen weg en doe net alsof ik aan het leren ben. M'n broer doet de deur open en steekt zijn té blije hoofd om de deur. 'Lucas, rot op!' 'Ook goeiemiddag!' Lucas smijt de deur dicht en loopt naar zijn eigen kamer. Ok, ik was nogal kortaf maar ik heb even geen zin in het geklier van mijn broer. Ik probeer me te concentreren op Duits. Maar het is te druk in mijn hoofd. Ik druk mijn computer aan en plof op de bureaustoel neer. Als ik me aanmeld op MSN zie ik dat Dennis online is. Hij zegt wat tegen me maar ik heb geen zin om het te lezen. 'Sorry Dennis, ik heb even geen zin in jou,' typ ik terug. Hij zegt dat het hem spijt van vanmiddag en dat hij graag even met me wil praten. Hij vraagt of het misschien vanmiddag uitkomt. Eigenlijk heb ik geen zin om met Dennis te praten, maar misschien heeft hij wel iets nuttigs te melden. 'Zullen we om 3 uur in het park afspreken?' vraag ik hem. 'Ok, zie ik je dan.' Ik meld me weer af en ga nog even met Duits bezig. Om kwart voor 3 fiets ik naar het park toe. Dennis zit zal op het bankje en ik zwaai voorzichtig. Hij zwaait terug en ik zie dat hij een beetje triest kijkt. Een beetje onwennig zet ik mijn fiets op slot en kom naast hem zitten. 'Is er soms iets? Je kijkt zo triest?' 'Ja, er is iets.' 'Vertel. Ik ben hier om te luisteren.' 'Ik weet niet of je dat wel zo graag wilt.' Ik voel een brok in mijn keel komen en mijn ogen beginnen te branden. Is dit wat ik denk dat het is? Zou... Nee toch? 'Dennis? Zeg het maar gewoon.' 'Micha, welk gevoel had jij bij gisteravond? En wees alsjeblieft gewoon eerlijk.' 'Een geweldig gevoel,' zeg ik verlegen. 'Dat dacht ik al,' antwoordt Dennis. 'Micha, het spijt me.' 'Wat spijt je?' 'Gisteravond was een 'misverstand'. Ik wilde je eigenlijk uitnodigen om over Karin te praten.' Vol ongeloof kijk ik Dennis aan. Is dat de Dennis van gisteravond? De Dennis waar ik het zo ongelooflijk gezellig mee heb gehad? 'Maar, ik dacht dat...' 'Micha, maak het
nu niet nog moeilijker. Ik val op Karin en het spijt me van gisteravond.' Met een nee schuddend hoofd sta ik op en grijp naar mijn fiets. Met tranen die over mijn wangen biggelen fiets ik naar huis toe. Wat een eikel, wat een ongevoelloze klootzak! Hij kan naar de maan lopen, ik hoef hem niet meer.
Thuis smijt ik mijn fiets in de schuur en veeg mijn tranen weg. Ze hoeven thuis niet allemaal te weten dat ik heb gehuild. ‘Hai mam.’ ‘Dag lieverd. Hoe was het met Dennis?’ ‘Niet zoveel bijzonders. Ik ga aan mijn huiswerk.’ Voor ik weer in huilen uit kan barsten ren ik de trap op. Ik graai m’n mobieltje van mijn nachtkastje en draai het nummer van Karin. De telefoon gaat over maar er wordt niet opgenomen. Nouja, dat moet ik later maar weer eens proberen. Ik heb geen zin om me nu rot te gaan voelen en daarom zet ik de vrolijkste muziek op die ik kan vinden. Luit zingend spring ik op en mijn bed. Als de deur van mijn kamer open gaat, spring ik van schrik naast het bed. Ik barst in lachen uit en kijk recht in de ogen van Dennis. Die draait zich gelijk om en ik hoor hem snel de trap af rennen. ‘oliebol.’ Ik sta op en ren achter Dennis aan. In de gang grijp ik hem bij z’n arm. Hij draait zich met een ruk om en kijkt me recht in m’n ogen aan; ‘En ik dacht dat je er moeite mee zou hebben! Nou je lijkt anders aardig vrolijk te zijn en volgens mij geef je geen moer om mij!’ ‘Nee Dennis, het is een misverstand, ik..’ ‘Nee! Ik hoef je excuses niet!’ Dennis rent naar zijn fiets en scheurt weg. ‘oliebol! DENNIS WACHT NOU!’
Op mijn sokken ren ik de straat op, achter Dennis aan. ‘Dennis, alsjeblieft luister nou naar wat ik te zeggen heb!’ Dennis trapt op de rem en kijkt me twijfelachtig aan.
‘Dennis, ik ben niet blij. Nee, ik voel me zwaar poedersuiker.’ ‘En hoe verklaar je dat blije gedrag van daarnet dan?’ ‘Ik ben in de war. Ik wilde me niet de hele dag rottig voelen.’ ‘Dus je geeft wel om me?’ ‘Natuurlijk! Ik geef ongelooflijk veel om je en daarom ben ik zo in de war. Ik wil bij je zijn, in je armen liggen, je lippen kussen. Maar…dat kan niet. Want jij vind Karin leuk en niet mij.’ Die laatste zin zeg ik meer tegen mezelf dan tegen Dennis.
Het gevoel van onbereikbaarheid komt weer naar boven en er komt opnieuw een brok in mijn keel. Dennis stapt van z’n fiets af en loopt naar me toe. Hij slaat zijn armen om me heen en knuffelt me. ‘Micha, meisje, rustig maar. Het spijt me dat het zo moest gaan, ik had het graag anders gewild. Maar, ik kan mijn gevoelens niet besturen. Je bent een hartstikke leuke meid en er loopt écht wel een leuke jongen voor jou rond op deze wereld.’ Ik lach en kijk Dennis aan. ‘Dankje Dennis, ik voel me al wat beter. Ga nu maar naar huis, dan kan ik even nadenken.’ ‘Is goed, maar maak je alsjeblieft niet te druk. Beloof dat.’ ‘Ik beloof het.’ Op m’n vieze sokken loop ik het huis weer in en ik zie dat mijn moeder op de bank zit. ‘Wat was dat nou net met Dennis?’ ‘Oo, niets, ik zou hem helpen met wiskunde, maar ik kwam niet opdagen. Toen was hij nogal pissig. Ik ga weer bezig met m’n huiswerk hoor. Ik kom zo meteen wel even wat te drinken halen.’
Het eerste stukje.
Liefhebbers voor een vervolg?