Sta met mijn rug tegen de muur.
Bang voor wat er nog gaat komen,
Leef ik verder, uur na uur.
Mijn eigen regels breken,
Doen en laten wat ik wil.
Niemand die de wet voorschrijft,
Geen gezeur meer, even stil.
Ik kan wel tegen klappen,
Dat soort pijn dat doet me niks.
Dat is voor mij een teken,
Dat er leven in me zit.
Ik ben wel hard van buiten,
Maar mijn ziel is niet van steen.
Die breekt met een klein woordje,
Daar steek je zo doorheen.
‘k mis iets wat ik nooit gezien heb,
Heb iets lief wat ik niet ken.
Snak naar een gebaar van liefde,
Een geruststellende stem.
Ik moet ik zou ik wil zoveel,
Mijn mening is gemaakt.
Zelf heb ik niets te zeggen,
Van hoe ik denk tot hoe ik praat.
Ik wil niet met de groep mee,
Sta ook liever niet alleen.
Wil iemand om me te beschermen,
Twee armen stevig om me heen.
Maar wat heb ik te vertellen,
Aan iemand die me niet begrijpt.
Want alles wat ik zeg
Zorgt voor toch alleen maar spijt.
Want mensen kun je niet vertrouwen,
Zoals de ervaring leert.
Zoek mijn toevlucht ergens anders,
Waar het allemaal niet deert.
Ik wil rennen over vlaktes,
Waar nooit een eind aan komt.
Even een moment geen zorgen,
Even niets meer aan mijn kop.
Ik leef toe naar het moment,
Waarop het leven niet meer is.
Nooit meer ruzies, nooit meer zorgen.
Eeuwig vrede, eeuwig rust.
Wees lief voor me
mijn eerste gedicht op Bokt en sowieso een van mijn eerste gedichten.Ik heb alleen nog geen titel dus als er iemand een briljant idee heeft?


