
eindelijk ben ik weer begonnen aan een nieuw verhaal.
'de val' is, op dit moment tenminste
, een totaal ander verhaal dan zon, zoen en vakantie...ik hoop dat jullie dit verhaal ook leuk vinden en als jullie een idee of een wending voor in het verhaal weten, pb me gerust, ik vind het niet erg als mensen meedenken

groetjes A_lette
Citaat:Met een schokje val ik nog een paar centimeter naar beneden. Boven mij hoor ik een wanhopig geschreeuw. Langzaam open ik mijn ogen. Het eerste wat ik zie is de afgrond, ruim 100 meter onder me. Ik probeer mijn lichaam naar boven te draaien. Als ik dat heb gedaan, realiseer ik me dat ik dat beter niet had kunnen doen. Wel voor de mensen die boven staan. Maar voor mezelf was dit geen goed idee, want wat ik zie is alles behalve rustgevend. Ik bungel aan een klimtouw, ongeveer 50 meter van de ‘top’ van de berg. Boven mij staan een aantal mensen dingen naar me te roepen. ‘Lisa! Kun je ons horen? Lisa!’ Wie is Lisa? Ben ik dat? Ben ik mijn geheugen kwijt? ‘Lisa! Als je ons kan horen geef dan een teken aan ons!’ Zal ik Lisa zijn dan? Vragend kijk ik naar boven. Even houdt het geroep op. Ik hoor gepraat, overleg. Dan gaan een man en een vrouw op hun buik liggen en proberen het touw omhoog te trekken. Wanhopig begin ik te bewegen. Ik open mijn mond. Geluid krijg ik er niet uit. Dan begeeft ook de laatste steekpen het en laat het touw nog verder los. Even later hang ik weer stil. Gelukkig ben ik niet tegen de rotswand aangekomen. Ik merk dat ik langzaam omhoog getrokken word. Met het kleine beetje kracht dat ik heb zorg ik dat ik niet tegen de rotswand aankom. Mijn hoofd begint intussen behoorlijk pijn te doen. Voorzichtig tast ik met mijn andere hand naar mijn voorhoofd. Het voelt klam en warm aan. Als ik mijn hand weer wegtrek zie ik dat mijn hand helemaal rood is. In paniek begin ik wild te bewegen en te draaien. ‘Stop! Niet bewegen, zo kunnen we je niet omhoog trekken!’ klinkt het boven me. Ik reageer niet. Een tijd lang beweeg ik nog door. Dan voel ik me langzaam wegzakken. Mensen help me nou toch! Wie jullie ook zijn, help me! Smekend werp ik nog een blik naar boven. Ik voel dat ik omhoog word getrokken. Dan verlies ik mijn bewustzijn weer.
Met mijn arm zwaai ik naar rechts. Waarom gaat dat gepiep niet weg? Waarom doet mijn arm zo veel pijn als ik hem wil bewegen? Echt los van mijn bed komt hij niet. Sterker nog, bewegen lukt niet eens. Langzaam open ik mijn ogen. Waar komt dat gepiep vandaan? En wat is dat gepiep. Het irriteert me verschrikkelijk! Voorzichtig open ik mijn ogen. Even moet ik wennen aan het felle licht dat ik opvang met mijn ogen. Waar ben ik? Wat doe ik in deze witte ruimte? Dan zie ik een tweetal mensen bij mijn bed. Een man en een vrouw, die mij beiden bezorgd aankijken. ‘Ze is wakker! Gert! Kijk dan! Ze is wakker!’ zegt de vrouw ongelovig. De man kijkt mij verwonderd aan, vervolgens draait hij zich om en rent de gang op. Ondertussen is de vrouw tegen mij gaan praten. ‘Lieverd, weet je wel hoe lang je geslapen hebt? 3 week! Je ligt al 3 week hier! En nu heb je eindelijk je ogen open gedaan!’ verbaast kijk ik haar aan. Wie is zij? Wat doet ze hier?
Even later staat er een man in een witte jas naast me. Hij gebaart naar de vrouw dat ze moet gaan zitten. Teleurgesteld doet ze wat hij van haar vraagt. ‘Wie ben ik? Wat doe ik hier?’ probeer ik aan de man in de witte jas te vragen. Hij kijkt mij vragend aan. ‘Sorry Lisa, ik kan je niet verstaan, wil je het nog eens zeggen?’ Hoezo hij kan mij niet verstaan? Dan realiseer ik mij dat er geen geluid uit mijn mond kwam. Wanhopig probeer ik het nog een keer. Deze keer met succes. De man kijkt mij even geschrokken aan. De vrouw slaakt een kreet. ‘Gert! Ik zei toch dat bergbeklimmen…’ ‘…Anna! Hou op met je gegil.’ Zegt hij op een geïrriteerde toon tegen haar. ‘Niemand wist dat dit ging gebeuren en bovendien was je er zelf bij.’ De vrouw, die blijkbaar Anna heet, kijkt de man, Gert dus, verbitterd aan. Voordat ze weer wat terug zeggen kijkt de man in de witte jas even achterom en zegt op een zachte, vriendelijke toon wat tegen hen, wat precies kan ik niet horen. De vrouw werpt een blik op de man en staat weer op en loopt om het bed heen. Als ze aan de andere kant van het bed staat pakt ze mijn hand. ‘Jij bent Lisa en je bent de dochter van mij en Gert.’ Ze knikt even opzei naar de andere man. ‘Je bent tijdens het bergbeklimmen gevallen en…’ ‘Sorry mevrouw,’ onderbreekt de man in de witte jas haar. ‘Mag ik even een paar testjes doen?’ De vrouw draait zich weer om. ‘Natuurlijk dokter. Mag ik nog wel tegen haar praten? Vertellen wat er gebeurd is?’ Bijna onmerkbaar knikt de dokter naar haar. In haar ogen borrelen een paar tranen op. Haar blik gaat heen en weer. Van de dokter, naar Gert en vervolgens naar mij. Ik begin me schuldig te voelen. Omdat ik niet weet wie ze is. Omdat ik niet eens weet wie ik ben.
‘Ik weet niet hoeveel je van je geheugen kwijt bent. Ik weet ook niet of je weet waar je aan het bergbeklimmen was.’ Even schut ik mijn hoofd. Een hoofd waar helemaal niks meer inzit. Een hoofd, dat praktisch leeg is. ‘Je was aan het bergbeklimmen in Frankrijk. Toen we met een groep aan het klimmen waren is een van de pennen losgeraakt. Namelijk jouw pen. Dit was niet jouw schuld. Onze begeleider had de pennen moeten controleren, maar heeft dat niet gedaan. Jij bent een 30 meter naar beneden gevallen. Bij je val ben je een aantal keer tegen de rotswand aangekomen. Het is een wonder dat je het overleefd hebt.’ Een val? Bergbeklimmen? Zou ik sportief geweest zijn? ‘Luister je nog?’ Ik knik even. ‘We hadden geluk dat er hier in het ziekenhuis een Nederlandse dokter werkt. Dat is deze meneer hier.’ Ze knikt even naar de dokter. Hij glimlacht en gaat verder met de testjes. ‘Toen je aan het klimtouw hing ben je nog wel even bij bewustzijn geweest. Toen we je naar boven haalden was je alweer buiten bewustzijn. In totaal heb je een ruime 3 week in coma gelegen.’ Ik zwijg. Nu ik weet wat er is gebeurd probeer ik te graven in het zwarte gat in mijn geheugen. Er komt niks naar boven. Het enige wat ik naar boven haal zijn vragen. Veel vragen. Misschien zelfs wel te veel. En of ik er antwoord op krijg is nog maar de vraag.
Terwijl de dokter nog een aantal testjes uitvoert denk ik na. Ik ben gevallen van een berg, mijn naam is Lisa en ik ben mijn geheugen kwijt. Door een val van een berg. Met bergbeklimmen. Die man en vrouw zijn dus mijn ouders. Even kijk ik hen aan. Eerst mijn moeder, dan mijn vader. Onze blikken kruizen. Ik weet nu dus dat zij mijn ouders zijn. Verder weet ik niks van hen. Herinneren doe ik al helemaal niet. Hoe zou ik ze genoemd hebben? Vader en moeder? Pap en Mam? Of Gert en Anna? Lijk ik op hen? Ik weet niet eens hoe ik eruit zie. Hoe deed ik tegen mijnouders? Waar is mijn thuis? Hoe is mijn thuis? Een heleboel vragen spoken door mijn hoofd. Maar de vragen die vooral door mijn hoofd spoken, zijn de vragen wie ik ben. Hoe ik ben. Of liever gezegd, wie was ik? Was ik sportief? Hield ik van avontuur? Klom ik graag? Zou ik die persoon weer worden? Of zal ik helemaal veranderen? Dan schiet mij nog een vraag te binnen. Zal ik ooit mijn geheugen weer krijgen? Of is dat slechts een kwestie van dagen? Of weken, maanden, jaren, helemaal niet…
Als de testjes klaar zijn werp ik een blik op de dokter. Vragend kijk ik hem aan. ‘Wat is er jongedame?’ vraagt hij me vriendelijk. ‘Krijg ik mijn geheugen nog terug?’ vraag ik zachtjes aan hem. Even kijkt hij me recht aan. Dan wend hij zijn blik af. ‘Dokter, kunt u mij een antwoord geven?’ Langzaam opent hij zijn mond om antwoord te geven, mijn ouders kijken ook gespannen naar de dokter. Even kruis ik mijn vingers. Laat het antwoord ja zijn. Dan kan ik vragen hoe lang mijn geheugenverlies kan duren. Even kijkt de dokter naar mijn ouders. ‘Nou,’ begint hij…


