- Donderdag 5 oktober, 2006.
- Tyne Cot Cemetery, Passendale
We komen aan in de Tyne Cot Cemetery en het eerste dat opvalt is de sfeer die er hangt. Een sfeer die niet te plaatsen is. Ik kan het niet anders omschrijven dan een mengeling van sinisterheid, rust, onbehaaglijkheid en ontroering. Het roept tegelijkertijd een deprimerend en een trots gevoel op. Je loopt er tussen honderden grafstenen, met leeftijden van 18 jaar jong tot 60 jaar oud. De schitterende muren zijn volgebeiteld met duizenden namen van soldaten die voor ons land en onze vrijheid gestorven zijn. En hoe. Langzaam loop ik tussen de vele graven door, en zie ook vele stenen zonder naam. Alles wat er op staat is een kruis en “Unknown unto God” . Lichamen, zó verminkt dat ze onidentificeerbaar zijn. Vreselijk. Maar dan loop ik tegen iets aan wat me kippenvel en rillingen bezorgd over mijn hele lijf. Een groot monument, een gedenksteen, met daarop de levensgroot de tekst:
- “Their name liveth for evermore”
Wow. Die zin is me de hele dag bijgebleven, en spelt nu nog steeds door mijn hoofd. Daar hoor ik het alsof het met trots wordt voorgelezen tijdens een grafrede. Ongelofelijk sterk. Onderweg naar Ieper zelf ben ik nog flink onder de indruk; ik zeg niet veel.
- In Flanders Fields museum, Ieper
Overal hangt informatie, maar ik lees het niet. Natuurlijk wil ik dat later wel, en dus maak ik foto’s van de teksten aan de muur en op de schermen, zodat ik het later terug kan lezen. De foto’s die overal aan de muur hangen interesseren me meer. Foto’s van de loopgraven, maar ook van lijken waarvan alleen nog wat gerotte delen intact zijn, evenals de schoenen. Ook zijn er in vitrines helmen te zien. Munitie, schoenen, handschoenen, geweren, en ook flessen. Allemaal nog intact. Ook is er een miniatuur gemaakt van de loopgraven, inclusief tinnen soldaatjes. Volop ‘in actie’. In dit museum zijn twee dingen die me raken, die mijn aandacht trekken. Een ervan is het prachtige lied: Onschuldig Landschap van Bram Vermeulen, die te beluisteren is via een koptelefoon.
Deze grond heeft niets gedaan
Hij bewaart alleen de bom
Die nooit tot ontploffing kwam ....
Deze grond spaart mensen levens
Deze grond is onschuldig
Deze boom heeft niets gedaan
Hij bood alleen zijn takken
Aan het touw van de soldaat
Die liever zelf zijn einde koos
Deze boom is onschuldig
Deze steen heeft mets gedaan
Hij draagt alleen de naam
Van een leven niet geleefd
Van volgzaamheid en blinde plicht
Deze steen is onschuldig
Deze heuvel heeft niets gedaan
Hij loopt nog altijd schuin omhoog
En nu groeit er ook weer gras op
En er grazen koeien rond
Deze plek is onschuldig
Deze bloem is doodgewoon
Maar wie hem plukt moet weten
Hij verlept al in een dag
Dus maken wij ze van papier
Deze bloem is onschuldig
Dit landschap is onschuldig
Dit landschap is onschuldig
Misschien de hemel niet
Misschien valt die iets te verwijten
Omdat er regen viel
Misschien de zon ook niet
Misschien valt die iets te verwijten
Omdat hij opkwam hier
Misschien de vogels niet
Misschien valt die iets te verwijten
Omdat ze bleven zingen
Maar zeker niet de ratten
De ratten zeker niet
De ratten zaten net zo In de val
Deze stad heeft niets gedaan
Hij werd gebouwd om te bewijzen
Dat er niets gebeurde hier
Dat elke leugen blijft bestaan
Deze stad is schuldig
Deze stad is schuldig
Deze stad is schuldig
Het tweede waar ik lang naar sta te kijken is een oergrote foto aan de muur, van een Afrikaans jongetje van 15 jaar. Bewapend en al. Een militairen uniform aan. 15 jaar. Een geweer in zijn handen. 15 jaar. De angst spreekt uit zijn ogen. 15 jaar. Belachelijk.
- Hill 62 museum, Ieper
Bij Hill 62 zit een museum, met vondsten uit de loopgraven. Munitie, pantsers en wapens. Maar het indrukwekkendste, en daarmee ook het indrukwekkendste van de gehele dag, waren de kijkdozen met de dia’s erin. Je zit op een stoel en keek door twee gaten in een houten box, waarin dia’s te zien zijn van de oorlog. Aan de zijkant zit een draaiknop waarmee je ze door kan draaien naar de volgende. Elke doos bevat zo’n 10 tot 15 dia’s.
De dia's, de vreselijke dia's.. Zó realistisch, zó angstaanjagend, zó gruwelijk en ontroerend. Dode paarden, hangend in een boom. Lijken, op een hoop gegooid om niet in de weg te liggen.Nog meer lijken, met half weggerotte gezichten. Gestorven met de uitdrukking van pure doodsangst op hun gezicht. Ingestortte huizen, waar mensen doodsangsten uitstaan.. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van al het gruwelijke..
Mijn gedachten dwalen af, en ineens zit ik ineengedoken op de grond in een loopgraaf. Om mij heen hoor ik geweerschoten, granaten, gillende mensen. Ik ben doodsbang als ik voor mij een soldaat zie struikelen over een been. Ja, één enkel been. Misselijkheid komt op, ik kijk om me heen en zie overal angst, dood en verderf. Ik sla mijn hand voor mijn mond van ontroering, van afschuw, en met een schok kom ik weer terug in de realiteit. Achter de kijkdoos. Ik sluit mijn ogen om het te laten bezinken, zonder een woord uit te kunnen brengen.
Zo ga ik iedere kijkdoos af, en bekijk alle dia's. De een nog gruwelijker dan de ander. Helemaal stil van ontroering en afschuw, bedenk ik me dat ik ook nog naar de loopgraven zelf wil. Langzaam sta ik op en loop diep in gedachten naar de deur..
- De Loopgraven, Hill 62, Ieper
Zodra ik een stap naar buiten zet voel ik het alweer hangen, die sinisterheid, die sfeer die je de rillingen over je rug doet lopen.. Ik snap dan ook niet hoe sommige leerlingen door de loopgraven kunnen rennen en cynisch roepen; “hee, dit is een goede plek om oorlogje te spelen!” Met bijna openhangende mond van verbazing en ontroering bekijk ik de loopgraven, de gangen, de 'slaapplaatsen', vieze, kleine holen die de naam slaapplaats eigenlijk niet waard zijn. Ik zie alles wat zo beschadigd is. Op de plekken waar soldaten zijn gestorven zijn soms kleine kruisjes met een klaproos erop aangebracht. Ik ga onder een afdakje staan en suit mijn ogen. Ik probeer me in te denken dat er oorlog is, wat me zeer goed afgaat met de beelden van daarnet nog op mijn netvlies. Schoten, granaten, gillende mensen, de geur van dood en verder. Ik kan de angst voelen, en open snel weer mijn ogen. Ik merk dat mijn handen trillen. Als ik dit al zo erg vind.. het moet afschuwelijk zijn geweest. En dan die ondergrondse gangen, waar geen spoortje licht te bekennen is. Er langzaam doorheen kruipen en dan bedenken dat ze hier toen doorheen moesten rennen, zonder licht, en niet wetend of ze over een lijk heen renden of niet. Afgrijselijk.. Ik zou er instorten van depressie, van angst, van walging..
Ja, de hele dag ervaar ik een diep gevoel van trots en respect voor de mannen en jongens die hier hun korte leven hebben doorgebracht, vechtend, in een poging hun familie en hun land te beschermen..

Bedankt voor je compliment !
Zelf fiets ik nooit in West-Vlaanderen [ ik woon in Zuid-Holland ] en zie ik dus die sporen nooit, maar toen we erlangs reden merkte ik het ook wel.