Voor mensen die mij hier kennen, gelieve niet te reageren in dit topic.
Niks hier is verzonnen.. alles is waar. Ookal is de haat voor een bepaald persoon groot, niks is verzonnen.
Er word een naam gemeden hier, omdat ik zijn naam dus serieus verafschuw, en liever nergens meer hoef te schrijven,typen of what sow ever..
Het is misschien een beetje veel.. maar oke..
Citaat:Mijn leven is een puinhoop. Alles wat goed was in een jaar verwoesd. Alleen hebben niet veel mensen door wat het écht met me gedaan heeft. Oke, ik zal het even voor je uitleggen.
Vorrig jaar leerde mijn moeder 'de man van haar dromen' kennen, die ze al tijden over msn sprak. Leuk, alleen de afstand.. Wij woonde toen nog in een dorpje in Brabant en hij in Rotterdam. Jammer, maar dar zal nooit iets uitkomen, dacht ik..
Ach ja, een ontmoeting kan geen kwaad, zij ik tegen een vriendin van me toen mam 'hem' ging meet-en. Ik sliep het weekend dat hij er was bij die vriendin. Ik had 'hem' nog geen 5 minuten gezien, want ik moest van mam meteen weg. Maar die vijf minuten waren genoeg voor mij. Er klopte iets niet aan die vent...
Mam was een maand later helemaal hoteldebotel. Nou, eigenlijk een week later al, maar toen kwam het pas goed door. Hij was lief en luisterde écht naar d'r. Ze konden samen alles doen, ze voelde zich vertrouwd.
Ik vond het leuk voor haar. Liet niet merken dat iets in mijn achterhoofd me stilletjes iets duidelijk probeerde te maken.
Het ging allemaal zo snel. Mam begon over verhuizen en zaken. Nog voor het goed en wel tot me doorgedrongen was stond het al vast en was ik dozen in aan het pakken.
Twee maanden. Zo lang kende ze hem in real life. En dan ook nog eens alleen in de weekenden. Twee maanden. In die tijd had ik hem, alles bij elkaar opgeteld, misschien net een uur 'gezien'.
Onze hond moet het aangevoeld hebbem. OP de dag dat we vertrokken ging hij door de ruit van onze voordeur heen. We konden hem bijna opgeven, zijn hele poot was door, hij bloedde simpelweg gewoon leeg. Drie uur lang lag hij op de operatietafel, ballanserend op het randje van de dood.
Ik wilde dat weekend nog blijven. Door het ongeval had ik van niemand afscheid kunnen nemen. Niemand. En ik vond dat onze hond tijd nodig had om bij te komen, en de arts ook. Maar mam had haast.
Zonder afscheid vertrokken we. De hele weg heb ik gehuild. Nu pas drong het écht tot me door wat mam besloten had. Maar ik kon niet terug, al wilde ik nog zo graag. Het liefste was ik uit de auto gesprongen. Maar alsof mam het wist moest ik in het midden zitten. Ik kon geen kant op.
In een vreemde stad, een vreemd huis, zat ik oppeens met een vreemde man opgesloten. Ik had hem nog geen uur meegemaakt en nu woonde ik oppeens in hetzelfde huis met hem. Het stemmetje in mijn achterhoofd was iets helderder aan het worden, maar nog niet verstaanbaar. Maar van binnen wist ik het al.
Constant ruzie. Met mam, die vent, m'n zusje.. Vaak nog nieteens om een reden, maar dan moest de stress eruit en kreeg ik die op mijn hoofd. Ik mocht die man absoluut niet. Alles wat hij deed kwam zo nep over. Ik praatte amper tegen hem, hij amper tegen mij. Warom zou ik eigenlijk ook? Dat liep toch alleen maar uit op ergernis en geruzie.
Wat nog erger was. IK was compleet afgesloten van de buitenwereld, van mijn vrienden, van alles. Geen telefoon, en geen internet. Het voelde alsof ik in de gevangenis zat.
En toen begon school. Ik kon kiezen uit twee scholen. Ja, dat zijden ze tenminste. Terwijl de ene, die ik dus leuk vond, nieteens plek had. Maar me wel 2 proefdagen lied draaien. Noodgedwongen koos ik de andere school. Wat moest ik anders doen? In het begin ging het goed. Maar naarmate ik hun leerde kennen en zij mij ging het mis. Hun lol is ook heel anders dan die van mij. En dan kom je ook heel stom over.
Thuis ging het ook slechter en slechter. Ik vraag me nu af hoe ik ooit mijn tijd heb doorgebracht daar al die tijd. Nog steeds geen internet en ik mocht geen mobiele nummers bellen op de telefoon. En al zou ik dat mogen doen alleen om ons numer door te gebven, nee.. Dat mocht niet. Mijn vriendinnen mochten niet weten wat ons adres of telefoonnumer was. Nee, want mám had al haar contacten gebroken. Zíj. Dus betekende dat dat ik en mijn zusje dat ook moesten.
Een hel, een hel was het. Ik kon geen fatsoenlijke contacten leggen in Rotterdam omdat de mentaliteit zo verschrikkelijk anders is dan mijn oude vertrouwde dorp en omdat mijn interesses ver van die van de mensen daar liggen.. en ik kon nieteens even mijn vriendin bellen om even uit te huilen. Nee, ik kropte het allemaal op.
De ruzie's werden erger. Maar ik kwam meer te weten over die vent. Ook mam had nu bijna dagelijk ruzie met hem. In het begin kneep hij speels, wat soms een blauw plekje opleverde. Maar nu zat mam onder de blauwe plekken van het knijpen. Bij mij begon het lampje al te gloeien. Wat ging het toch goed met ons gezin. Wat was je keus om alles achter te laten voor een vent toch goed mam..
Na een grote uitbarsting was ik het zat. Met ruzie ging ik die avond naar bed en ik stond er ook weer mee op. In plaats van met een tas vol boeken liep ik met een tas kleren de deur uit. Genoeg had ik ervan.
Dat was poging 1.. Nog 2 volgde er. Alle met een goede reden. De vent was niet goed snik, en ik zag dat de ruzie's langzaam maar zeker gewelddadig werden. Iedereen werd uitgekafferd, m;n zusje gepest, m'n moeder gekleineerd en de grond ingedrukt met gemene opmerkingen. Maar bij mij bleef hij gelukkig nog uit de buurt. Ja, omdat ik de enige was die de kont in de krip draaide. Ik, hoe klein ik met mijn 1.60 ook ben vergeleken met zijn (ruime) 1.90 wel. Ookal was het soms echt een grote bek, ik kon het ook niet van hem hebben dat hij de hele dag tegen alles en iedereen 'kankerde'. Mijn opa is daar na 8 jaar aan overleden en het doet me nog elke dag zeer, Ikhoef die ziekte niet tegen me te hebben. En vooral niet van díe man. Die vent die mijn leven omgooide door mijn omoeder over te halen te verhuizen. Te verhuizen naar een stad, een stad waar ik me niet in kan plaatsen.
Ondertussen liep ik door de problemen die ik thuis met mam en die vent had bij de Maatschappelijk werker van school. Of het nog niet erg genoeg was dat ik gepest werd met mijn accent en kledingstyle die ik ondertussen aangenomen had kwam dat er ook nog bij. Er was niets meer over van me. Ik was alttijd heel spontaan, had mijn woordje altijd klaar. NIet stil en vaak was ik de dupe van de leraren, niet de leerlingen. Vrolijk ging ik naar school en vrolijk kwam ik weer thuis aan. Nee, totaal anders was dat nu. Stil in de les, en als iemand iets tegen me had zij ik daar niks op terug. Ik kon het gewoon niet meer. Misschien ook omdat ik nu ook helemaal geen steun meer had van vrienden. Maar ik heb nooit problemen gehad om aansluiting te vinden. En toch lukt het me niet meer. Ik ben onzeker geworden.
Ik vertelde al over hoe de vriend van mam was omgeslagen. Hij was eerst lief en luisterde. Ja, eerst. Nu maakte hij ruzie en kleineerde mama. Tv kijken kon niet meer, hij had immer de afstandsbediening. Behalve als ik hem had dan, maar ja. Tegen mij deed hij nog niks. Nog.
Tot de laatste uitbarsting. Ik was het compleet beu. Hij gebruikte om mij te pesten mijn haarborstel. Ik heb bijgehouden hoe vaak. 14 keer. En die laatste keer was de druppel. Ik was naar beneden gestampt en gevraagd wat hij rook. Overduidelijk zijn wax en vieze oorsmeer geur en zijn vette wax-haren hingen in mijn borstel. De vlerk. En ook nog zeggen van nee, liegen! Als er iets is wat ik niet kan hebben is het wel liegen! En hij deed het, rech in mijn gezicht. Zeggen dat ik mezelf rook. Ja, ik stink zeker naar hem.. Ik was woest, al helemaal toen hij schreeude dat hij op moest kankeren. Ik was ondertussen ook woest, en ik keerde om. Dat was de eerste en laatste keer dat hij dat tege mij zou zeggen dacht ik bij mezelf voor ik de hoek omging. Ik draaide me om en extreem kalm, dat hij zelf maar moest 'opkankeren'. Ik dacht er niet bij na, dat was de eerste keer dat ik dat woord, nee, die ziekte in die zin gebruikte. Ik zeg het zelden, en als ik het zeg zeg ik het omdat ik erover praat. Nu tégen iemand. Ik gebruikte zijn eigen woorden en het.. het.. liet iets ontploffen in hem. HIj sprong achter de computer aan en kwam op mij af. Wat dat betreft ben ik mega eigenwijs want bleef op exact dezelfde plek als waar ik de woorden uitgesproken had staan. Hij vroeg me wat ik zij, en zij daarop; 'exact hetzelfde als jij mij vertelde te doen'. Daarop haalde hij uit en sloeg me val in mijn gezicht. Mijn hoofd klapte dubbel achterover en scheelde weinig of hij brak, het kraakte wel..
Misschien brak hij niet mijn nek, maar wel iets ín me. Gelukkig niet mijn zelfbeheersing. Anders had hij nu niet geleefd. Ik stond immers dicht genoeg bij een blok messen. Maar echt ín me. Mijn moeder zat bij de computer en zij er geen een woord over, geen één woord. Dat deed het omgekeerde met me. Met een tegenstrijdigheid van woede om hem, en verdriet om mijn moeder ben ik naar boven gerent. Mijn moeder was zo diep gezonken, dat ze nieteens iets zij over dat haar vriend mij zojuist geslagen had. Als haar ex dat gedaan zou hebben zou hij dood geweest zijn. Maar bij hem bleef ze koel zitten. Mam, wat was je laag gezonken..
Oew.. beetje heel erg veel

Ik moet nu slapen.. maar schrijf binnekort de rest, want helaas maar waar is dit niet alles.


