Hoop dat jullie hem leuk vinden. -------------------------
“Nee hè!!”, gilde Jessie door haar slaapkamer. Op haar bed was het een wirwar van kleding, tijdschriften en cd’s. Door haar kamer lagen allemaal verscheurde tijdschriften en alle fotolijstjes en andere rommeltjes waren met één veeg van haar bureau geveegd zodat ook dat allemaal over de grond verspreid lag.
Een kwaad maar ook angstaanjagend gevoel borrelde omhoog. “Wat had dit te betekenen”, dacht ze.
Ze griste haar mobiel uit haar broekzak en belde het nummer van haar moeder. “Carolien”, hoorde ze aan de andere kant van de lijn. “Mam, mijn hele kamer ligt overhoop”, krijste Jessie. “Rustig rustig”, hoorde ze haar moeder kalmerend zeggen. “Wát is er gebeurd?”.
Jessie keek nogmaals in het rond en ineens bedacht ze zich iets. Met haar mobiel tussen haar oor en haar schouder geklemd trok ze de ondersta la van haar bureau open. Het was weg!! “Jessie?”, hoorde ze haar moeder roepen. “oliebol, wat nu”, dacht ze. “Mam, laat maar even “, probeerde ze zo kalm mogelijk te zeggen. “Volgens mij snap ik al wat er gebeurd is”. Met een smoesje over dat ze dacht dat de hond op haar kamer was geweest wimpelde ze haar moeder af. Verbaasd maar enigszins gerustgesteld had haar moeder de telefoon opgehangen. Jessie was juist het tegenovergestelde. Wel verbaasd maar absoluut niet gerustgesteld. Wanhopig trok ze de twee bovenste laden van haar bureau open, en ook al wist ze wel dat het kistje daar niet kon liggen, toch probeerde ze alles uit te sluiten. “Hij is echt weg”, jammerde Jessie.
Een klein zuchtje wind trok Jessie’s aandacht. Ze trok de gordijnen opzij en zag dat het raam open stond. Dus daar uit was haar kistje waarschijnlijk vertrokken. Ze keek naar buiten maar de straat lag er verlaten bij.
”Goed nadenken Jessie”, zei ze tegen zichzelf. “Wie vind die ketting net zo belangrijk als ik?”. Ondertussen probeerde ze haar kamer enigszins op te ruimen, haar moeder hoefde van niks te weten.
Onder het avondeten was Jessie stil en ze kreeg bijna geen hap naar binnen. “Wat was dat nou voor paniek vanmiddag?”, vroeg haar moeder. “Oh niks hoor”, loog Jessie. “Binky had mijn tijdschriften verscheurd en mijn broeken uit de kast getrokken”. Oef, dat kwam er redelijk geloofwaardig uit.
”Had je de deur open laten staan van de gang? Je weet toch dat die dicht moet als we weg zijn”, zei haar moeder. “Ja ja”, zuchtte Jessie. “Het is al goed, en ik zorg er voor dat ik het niet meer vergeet. Ik weet wat voor schade het kan aanrichten”.
Carolien lachte, en aaide Binky de labradorpup over zijn koppie. “Jij kleine doerak”.
Na het eten liep Jessie snel weer naar haar kamer. Ze ging op het bed zitten en pakte haar mobiel.
Hey Suus, ik zit dik in de problemen, bel me zodra je vrij bent okay? Kus Jes.
Ze verstuurde het smsje naar haar vriendin Suzanne, die tot 9 uur aan het werk was in de plaatselijke supermarkt. Het was nog maar 7 uur dus tot die tijd moest Jessie zelf een plan verzinnen.
Ze pakte een pen en een schrift en ging weer op haar bed zitten. Ze dacht na over vanmiddag. Wie was er in haar kamer geweest? Wie wilde die ketting van haar stelen? Sterker nog, wie hád haar ketting gestolen?
Vanmiddag gestolen: Ketting.
Waar: Uit het sieraden kistje uit de onderste la van mijn bureau.
Schreef ze.
De ketting was heel erg belangrijk voor haar, toen ze 5 jaar geleden met haar ouders terug kwam uit Afrika, waar ze 1 jaar gewoond hadden, had ze hem gekregen van Josh, haar buurjongen daar.
Hij vertelde dat het een hele speciale ketting was, die je geluk zou brengen in moeilijke tijden.
Jessie geloofde er toen niet zo in. Maar ze heeft hem toch een hele tijd gedragen. De sluiting was geknapt en ze had hem altijd goed bewaard in haar sieradenkistje.
En nu was hij weg.
Ze pakte haar pen weer vast en schreef:
Kamer overhoop gehaald. De dader is waarschijnlijk door het raam binnen gekomen.
Jessie wilde precies onthouden hoe het was gegaan, dit kon later nog eens van pas komen.
Snel legde ze het schriftje weg en rende naar beneden. “Binky, ga je mee uit?”, riep ze de hond. Ze pakte de riem en nam de hond mee naar buiten.
Na een goeie wandeling door het bosje achter hun huis, liep ze terug. Onder de wandeling had ze veel nagedacht. Wie kon die ketting nou hebben gestolen. Zo prachtig was hij nou ook weer niet.
Toen Jessie thuis kwam en Binky tevreden met een koekje in de mand ging liggen liep Jessie weer naar haar kamer. Ze dacht na over de mensen die graag haar verhalen uit Afrika aan hoorden, die had ze immers ook over de ketting verteld. Zo schreef ze 5 namen in het schrift.
Aaron
Linda
Steven
Rick
Floor
Dit waren de mensen waar ze op school het meest mee op trok. “Wat erg”, dacht Jessie. Ik ben nu gewoon mijn eigen vrienden aan het verdenken”. Maar verder dan dit kwam ze niet en ze klapte het schrift dicht. Tegelijkertijd hoorde ze haar mobiel overgaan.
Op het scherm zag ze dat het Suzanne was en ze klapte haar mobiel open.
“Jes, vertel? Wat is er aan de hand?”, vroeg Suzanne. Jessie legde het hele verhaal uit. Okay ik kom er direct aan”, zei Suzanne en Jessie hing op.
Met 5 minuutjes stond Suzanne voor de deur. “Ik doe wel open!”, gilde Jessie naar de woonkamer. “Hey Suus! Fijn dat je zo snel kon komen”. “Jaja is al goed”, lachte Suzanne. “Laat me je dat schrift eens zien”.
Samen liepen ze naar de slaapkamer van Jessie en namen het schriftje door. “Jessie toch”, zei Suzanne een beetje verontwaardigd. “Hoezo verdenk je juist die 5 ervan?”. Jessie legde uit dat ze juist aan hun het verhaal van die ketting had verteld. “Wie zou er anders zo maar een ketting stelen, die niet eens zo mooi is?” zei ze. “En bovendien het moet iemand zijn die weet dat ik hem had, verder heb ik niet zo veel bijzondere dingen”. Suzanne knikte. “Ja ik snap je wel, maar mis je verder niks dan?”.
“Nee het is alleen die ketting maar, ja en natuurlijk het doosje waar die in zat”.
“Maar Jessie”, ik moet eigenlijk zo weg, ik moet nog leren voor het proefwerk Frans morgen”. zei Suzanne.
“oliebol, ook dat nog “ Jessie was het helemaal vergeten.
Ze liepen samen naar de voordeur en spraken af dat Suzanne de volgende morgen om half 9 bij haar zou zijn om samen naar school te fietsen.
“Hier ben ik dus ook niet veel mee opgeschoten”, dacht Jessie. “Ja alleen dat ik bijna vergeten was om te leren voor het proefwerk Frans voor morgen”. Zuchtend pakte ze haar boeken en probeerde nog wat bladzijden door te nemen.
Na een uurtje hield ze het voor gezien. Ze trok haar pyjama aan en ging op bed liggen. Pas na een tijdje viel ze in slaap.
De volgende morgen stond Suzanne precies om de afgesproken tijd voor de deur. “Even mijn fiets uit de schuur halen hoor”, riep Jessie.
Toen ze samen richting school fietsten vroeg Suzanne: “Was je niet bang vannacht?”. “Bang? Hoezo bang?”, zei Jessie verontwaardigt. “Nou dat die gene die jou ketting gestolen heeft ineens weer terug kwam?”. Daar had Jessie nog niet over nagedacht, maar ze zei: “Nee joh, die komt niet meer, ik zei gister toch ook al dat ik verder geen bijzondere spullen had en als ik die wel had gehad had die gene ze direct wel mee genomen”. “Ja dat is zo”, zei Suzanne gerustgesteld. “Ik maakte me namelijk best wel zorgen”.
Op het schoolplein aangekomen was het al behoorlijk druk. “Hey meiden”, hoorde Jessie een stem achter haar. Het was Aaron, één van haar beste vrienden. “Hey Aaron”, kirde Suzanne, die heimelijk verliefd was op hem. “Goed geleerd voor Frans?” vroeg Aaron. Suzanne zei stoer: “Nee hoor helemaal geen zin in, het is toch onzin, ik ga toch nooit naar Frankrijk op vakantie”. Aaron lachte: “Nee ik heb ook niet geleerd”.
Jessie wist wel beter, Suzanne had gisteravond tot diep in de nacht liggen blokken op haar Frans. Maar dat wilde ze natuurlijk niet toegeven. Jessie hield wijselijk haar mond dicht en samen liepen ze naar de kluisjes.
Jessie maakte haar kluisje open en stopte haar jas erin. Ze keek opzij over het deurtje van haar kluis om te kijken of Suzanne al klaar was. “Aah”, gilde Jessie. Ze keek plotseling recht in de ogen van Sjoerd. “Jezus, je liet me schrikken man!”zei ze. En ze probeerde er vriendelijk bij te lachen. Sjoerd zei niks en draaide zich om. “Hoezo een vreemde jongen”,dacht Jessie en ze draaide haar kluisje op slot.
Na het proefwerk Frans, die volgens Jessie redelijk goed was gegaan, ook al had ze zich gister niet echt kunnen concentreren, hadden ze nog twee uur les.
Tekenen, wat Jessie’s leukste vak was. Ze zat daar altijd samen met Suzanne, Aaron en Rick aan een tafel. Deze week waren ze bezig met een vrije opdracht. Jessie koos voor een shilderij met veel felle kleuren, tierlantijntjes en glitters. “Lekker kitcherig”, lachte Suzanne die daar absoluut niet van hield.
Iedereen was lekker in gesprek en het eerste uur vloog voorbij. Jessie was klaar met haar ‘kunstwerk’ en stond op. Ze keek naar de deur en daar stond Sjoerd weer. Hij keek haar recht in de ogen aan en Jessie’s hart bonkte in haar keel. Snel liep ze naar het bureau van de lerares en kwakte haar schilderij neer. “Ik ga even plassen”, zei ze snel en ze rende naar de deur. Sjoerd was weg. Ze liep door de gangen heen zag even verderop nog net een rood vaal en vooral versleten rugzak de hoek om gaan. “Daar issie”, dacht Jessie en ze rende er snel achter aan. “Hey Sjoerd, wacht eens even”. Hijgde Jessie en ze pakte hem bij zijn schouder. “Wil je me niet steeds zo laten schrikken?”. Sjoerd draaide zich om en keek haar aan. “Ik wil je ook niet laten schrikken”, was alles wat hij zei. Hij liep snel verder en Jessie bleef verbluft achter. Eigenlijk vond ze Sjoerd maar eng, maar toch had ze medelijden met hem. Het is zon vreemde jongen. De bel gaat, snel loopt ze de klas in, pakt haar spullen en vraagt Suzanne om mee te gaan. `Nee sorry Jes, ik blijf vanmiddag bij Aaron`, giechelde ze.
`Is goed, zie ik je morgen”, zei ze gemaakt vrolijk. “Dan help je me toch niet”, siste ze er wat zachter achter aan, zodat alleen Suzanne het kon horen. Suzanne kreeg een rode kleur en gebaarde sorry naar Jessie.
“Is al goed, tot morgen jongens!”, zwaaide Jessie.
Op weg naar huis merkte ze al snel dat er iemand achter haar fietste. Ze draaide zich om en ze zag Sjoerd fietsen. “Nee he, daar heb je die griezel weer”, huiverde ze. En ze fietste iets harder door.
“Jessie wacht even”. Hoorde ze Sjoerd roepen. Ze deed net of ze het niet hoorde.
“Hoi, hoorde je me niet?”, hoorde ze ineens naast zich. Jessie schrok en keek op zij, Sjoerd was naast haar komen fietsen en pakte haar arm vast. “Jessie ik moet je wat vertellen”.