Veel leesplezier
Citaat:De wekker gaf 7u32 aan wanneer Melina keek. Ze slaakte meteen een diepe zucht en vervloekte de vogels. Melina was net wakker geworden door het chaotische gefluit die die lieve vogeltjes maakten. Melina kroop bijna letterlijk uit haar bed en liep heel traag naar het raam. Ze keek woedend naar buiten in de hoop een vogel neer te flitsen met haar ogen maar toen ze dacht aan welke dag het vandaag was klaarde haar humeur helemaal op. Op deze dag wachtte ze al maanden vol enthousiasme. Vrolijk verliet Melina haar kamer en liep de trap af naar beneden. Haar kat, Cleo, begroette haar meteen toen ze beneden kwam. Cleo kwam niet veel meer buiten. Het liefst sliep ze ’s nachts binnen op de bank, en overdag deed ze dat ook nog het liefst. Melina is helemaal gek van haar kat. Ze nam haar in haar armen en plantte zich samen met de kat op de bank. Cleo begon al snel te spinnen terwijl Melina haar over haar grijze kopje aaide.
“Jou zal ik missen,” zei Melina tegen de kat. Het was wel maar 10 dagen dat Melina weg ging maar je weet nooit dat er iets zou gebeuren met Cleo. Veel kon er natuurlijk niet met haar gebeuren als ze amper naar buiten ging. Melina gaf Cleo nog een laatste aai en liep naar de keuken. Cleo liep met haar staartje in de lucht achter haar baasje aan.
Melina opende de koelkast waar niet veel in stond. Ze haalde haar schouders op terwijl ze dacht, heel veel honger heb ik toch niet. Ze bedacht snel dat ze wel een broodje kon kopen in het station. Cleo miauwde plots heel hard. Melina schrok ervan maar toen ze de kat voor de keukenkast zag staan begon ze spontaan te lachen.
“Heb je weer honger?” vroeg ze Cleo terwijl ze de zak met kattekorrels nam. Melina deed een handjevol korrels in het bakje en meteen begon Cleo ze met veel geweld en enthousiasme op te eten. Vertedert keek Melina naar haar katje. Met een blik op de keukenklok zag ze dat het nog maar kwart voor acht was. Ze zuchtte, de tijd ging te traag naar haar zin. Nog 4 uurtjes en ik kan hier weg, eindelijk terug naar de plek waar ik thuis hoor.
Ja zo dacht ze over het waar ze straks naar toe zou gaan. Ze ging er al naar toe van sinds ze 8 was. Dit was waarschijnlijk haar achtste of negende keer dat ze ging en nog nooit was het tegen gevallen. Na verloop van jaren had ze daar ook al vele leuke mensen leren kennen die ze echt zag als echte vrienden. Maar haar allerbeste vriendin van daar was ongetwijfeld Kim. Kim was de dochter van de intendant van het kamp. Haar vaderwas zo wat de belangrijkste persoon daar. Melina kende Kim nog niet zo lang, nog maar drie kampen, maar met haar kon ze het echt heel goed vinden. Als Melina Kim terug zag was het net alsof ze elkaar elke dag zagen of toch heel vaak. Direct konnen de meisjes weer vrolijk tegen elkaar kletsen. Tussen Kim en Melina was er nog nooit een ongemakkelijke stilte gevallen, zelf na 11 dagen hadden ze nog genoeg zaken om over te praten, ook al was het maar wat gezever.
Met haar reiskoffer achter zich aan slepend liep Melina het station van Disgem binnen. De Hal van het station stond vol met mensen. Melina dacht meteen dat ze nog haar trein zou missen. Nahijgend, van haar zware koffer mee te slepen stelde ze zich in de wachtrij voor het loket. Zenuwachtig wierp ze een blik op haar horloge. Ze zuchtte, wat een lange wachtrij en zo weinig tijd nog. Waarom openen ze dat ander loket niet? Het leek wel uren te duren voor wanneer zij aan de beurt was.
“Brussel, enkel,” zei ze vlug toen ze eindelelijk vooraan in de rij stond. De vrouw die aan het loket zat deed er heel traag over om alles in te voeren in de computer. Fronsend zag Melina het aan terwijl ze het vreemd vond dat ze die loketvrouw nog nooit had gezien. Ze zag er oud uit en haar permament moest dringend nog eens gedaan worden. Zo lang duurd dat nu toch niet, frustreerde Melina haarzelf.
“Dat is dan drie euro 40,” zei de vrouw eindelijk. Snel haalde Melina vier euro uit haar portefuille. De vrouw leek diep na te denken over hoeveel ze moest teruggeven. Melina deed haar mond al open om 60 cent te roepen maar de vrouw was al aan het rommelen in haar kassa.
“De trein met als bestemming Brussel komt nu aan op perron 3,” meldde de luidspreker toen Melina eindelijk haar ticket en wisselgeld kreeg. Vlug nam ze het handvat van haar koffer weer beet en liep zo snel als ze maar kon de ondergrondse gang van het station in. De trap opklimmen naar perron 3 samen met haar zware koffer ging onhandig maar het lukte best aardig. De trein stond er natuurlijk al en was overvol, maar ze had hem in elk geval niet gemist. Nu nog net haar koffer op de trein gooien en haar eigen natuurlijk ook en ze was op weg, op weg naar huis, naar Hevion, het leukste kamp van heel de wereld.
De hele trein was ze doorgelopen, en natuurlijk was er nergens plaats. Dan maar op de grond. Kim zou de volgende halte opstappen. Gelukkig dat ze Kim al had van in het begin. Melina zou nooit alleen vinden waar ze moet zijn om zich aan te melden. Niet dat ze het sneller zou vinden als Kim er bij is, maar dan loopt ze tenminste niet alleen in het griezelige en grote station met al die enge mensen. Melina voelde al snel dat de trein begon te vertragen met als reactie dat ze zenuwachtig werd. Het Hevion-avontuur kon nu echt beginnen. Al snel kwam de trein aan en Melina stak haar kop uit de deuren. Ze keek naar links en naar rechts maar ze zag Kim niet staan tussen de vele mensen die wouden instappen. Argwanend keek ze nog eens naar links, maar nergens kon ze Kim vinden. Het enige wat ze erover kon denken was vreemd. Snel keek Melina op haar gsm, geen smsje van Kim waarop zou staan dat ze te laat was of zo iets in de aard. Melina inspecteerde nog eens het hele perron tot wanneer ze zeker was dat Kim er niet was. Ondertussen stond er geen mens meerop het perron, buiten dan de conducteur die argwanend naar Melina aan het kijken was. Plots kwam er een meisje op het perron gerend. Er verscheen direct een brede glimlach op Melina haar gezicht.
“Kim! Hier!” riep ze zo hard ze kon. Kim keek op, op haar roodaangelopen gezicht verscheen ook een glimlach. Snel liep ze naar Melina toe en stapte op.
“Hehe, ik had hem bijna gemist,” zei ze buiten adem “Geen plaats?”
“Ik dacht al even dat je niet kwam. Nee, de trein is echt overvol,” zei Melina toen ze elkaar een kus op de wang gaven als begroeting. “Geen koffer?”merkte Melina verbaasd op.
“Nee die is al in Hevion. Mijn moeder is daarnet vertrokken naar daar,”
“Gelukkig mocht je met de trein. Ik zou het echt niet zien zitten om te zoeken waar de rest van de groep is,”
“Had ik wel verwacht van je,”
“Seg!” gilde melina verontwaardigt. Kim begon al snel te lachen met het verontwaardigt gezicht van haar vriendin.
“Wat?” vroegmelina, nog steeds verontwaardigt.
“Je gezicht!”
“Nou, heb je jouw gezicht al eens gezien. Net een rode tomaat!”
Kim stopte met lachen en keek melina aan. Maar als snel begonnen de meisjes te lachen met elkaar. Net als vroeger, dacht melina blij. Tussen Melina en Kim zou het nooit veranderen. Het zijn en blijven voor altijd heel erg goede vriendinnen.
“Ik denk dat we daar moeten zijn,” wees Melina een plaats aan. Kim keek argwanend naar de aangewezen plaats.
“Daar?”
“Ja, daar staan de meeste mensen,”
“Ja misschien omdat daar de lokketten zijn slimme!”
Al snel werd melina rood.
“Zeg jij dan waar we moeten zijn!”
“Ik weet het ook niet. Misschien zien we iemand die we kennen,”
Vluchtig keken de meisjes rond zich heen.
“Kijk daar een Topper!” gilde Melina plots. Een Topper is iemand die een top-shirt aan heeft. Dus een monitor van een top-kamp. Top is de organisator van vele kampen, waaronder ook Hevion.
“Volgens mij is dat gewoon iemand met een witte shirt aan,” merkte Kim droog op.
“Nu je het zegt... Hé is dat Lander niet?”
“Waar?”
“Eum die jongen die net naar ons zwaaide, Kim. Oei, hij is druk in de weer met zijn gsm”
Melina nam Kim haar hand vast en trok haar mee naar de jongen die Lander noemde. Ook een trouwe Hevion-kamper die ze ook al een paar kampen kende.
“Hoi,”zei Melina opgewekt toen ze voor Lander stond.
“Hallo, hoe is het met jullie?” vroeg hij vriendelijk.
Ze praatte nog even met elkaar en wisselde ook wat grappige kampmomenten uit.
“Och weet jij trouwens waar we moeten zijn?” herinnerde Kim zich opeens “We zitten al een tijdje te zoeken,”
“Gewoon daar,” Lander wees naar een plek waar al een groepje mensen stonden net 10 meter van ons.
“Ohnee, en daar zitte we al eeuwen achter te zoeken. En het was gewoon achter ons,” Kim keek alsof ze haar eigen wel kon slaan. Melina gaf haar een schouderklopje.
“Kom we gaan de rest gaan begroeten,” stelde ze voor. Kim keek. Hoofdschuddend keek Lander de twee na en concentreerde zich dan weer op zijn gsm.
“Niet zo veel bekende mensen,” merkte kim op toen ze de groep goed bestudeerde.
“Ah daar zijn ze!” riep Melina blij en liep opgewekt naar een klein groepje. Opgewekt groette ze iedereen met een knuffel. Eerst natuurlijk haar blondgenootje Heleen waar ze ook al zalige en blondige tijden mee heeft gehad. Dan Tom die weeral aardig gegroeid was. Hem kende Melina niet zo goed, en ze vond hem ook niet zo aardig. Het was een beetje de linkerhand van Lander en die twee wouden altijd stoer doen, tot vervelens toe. Maar ze kon er wel vriendelijk tegen doen. Snel gaf ze ook Wanda en Robbe een knuffel. Wanda had ze al meer dan een jaar niet gezien, maar het is best een aardige meid en Robbe, dat is iets speciaals voor Melina. Ongetwijfeld degene met wie ze het best kon opschieten maar ook degene van wie ze al het meest blauwe plekken had van overgehouden met de ruwe spelletjes die ze zo graag speelden in Hevion.
“Hoi!” zei ze opgelaten tegen hem.
“Hoi, tijdje geleden he?” zei hij.
“Ja dat is wel. En hoe is het met je,”
“Och dat gaat wel, nu zeker dat we naar Hevion gaan. Voor wanneer ik het vergeet. Ik heb nog iets voor je,”
“Voor mij?”verbaasd keek Melina hem aan toen Robbe uit zijn rugzak een valse rode roos haalde.
“Nog voor je verjaardag. En ze zingt!” Robbe drukte op het plaatje waar <push> op stond. De roos begon heel vals <you are my sunshine> te zingen. Met een grote grijns op haar gezicht nam Melina de roos aan.


?
ga hem wel volgen