PS.: Er mag op doorgeschreven worden maar stuur a.u.b. dan wel een pb, ik wil het graag volgen.
Citaat:Ik hoor de roep van hulp bij het vreemde gebied vandaan komen. Voorzichtig sluip ik er gehurkt heen maar al snel liggend, want er is veel bewaking. Meter voor meter kom ik dichterbij en ze hebben me nog steeds niet door, dan zie ik dat er iets veranderd. Maar of het zinnig naar mij toe is weet ik niet dus negeer ik het. Ik blijf door sluipend, liggend, kruipend. Ik ben nu vrij dicht bij het kamp, dan hoor ik iets achter mij. Ik kijk achterom en zie dat ze de terugweg proberen af te sluiten voor mij. Ik spring rechtop en ren het kamp in, roep de “Ik breng hulp” kreet maar krijg geen antwoordt, nogmaals roep ik rennend door het kamp. Toch krijg ik geen antwoord. Dan staat bewaking zowel voor als achter mij, ik trek mijn wapen, een stok, en probeer mij er doorheen te vechten. Ze zijn echter met velen, over de tien. Een aantal hebben ook een stok, van een vreemd soort metaal, gepakt. Ik probeer ze alsnog te passeren maar iedere stokslag blokkeren ze en na een half uur vechten ben ik maar een meter vooruit gekomen. Toch vecht ik door, want ik moet het kamp uit komen. Er is hier te veel gevaar om te blijven. Na anderhalf uur ben ik uitgeput maar ook bijna het kamp uit. De bewaking weet dit ook en houdt mij nog sterker tegen. Nog een half uur later word ik langzaam terug gedreven, dan voel ik een speciale kracht, een hernieuwde kracht, en kom veel sterker tevoorschijn dan ze hadden verwacht. Ik ontsnap en ben bijna het kamp uit. Echter rent er wel bewaking achter mij aan en ze zijn even snel als ik ben. Ik voel iets in mijn arm maar ren door, het zal wel een stekend insect zijn. Binnen korte tijd begin ik mij slaperig te voelen en ik raak uit balans. Al snel slinger ik van links naar rechts en weer terug alsof ik dronken ben. Na nog een halve minuut op de been te blijven zo zak ik door één knie en daarna val ik over de andere. Ik lig op mijn zij en kan mijn spieren niet meer aanspannen. Vaag krijg ik nog beelden door, ik voel iets in mijn nek, bewaking knielt voor mijn gezicht. “Nee, laat mij met rust.”Probeer ik te zeggen. Maar verder dan “Nee,” komt er niet verstaanbaar uit mijn mond. Ik voel dat het insect weggehaald wordt en bedenk dan dat het waarschijnlijk een gifpijltje is geweest. De bewaking negeert mijn nee, iemand tilt me op. De taal die de bewaking spreekt ken ik niet, zij (de taal) komt niet van deze wereld. Mijn ogen zijn ondertussen gesloten, openhouden lukte echt niet meer. Ik kan mij nog net wakker houden maar aangezien de bewaking stil is lukt zelfs dat niet meer door het monotone geluid van het lopen in de maat van hen. Binnen korte tijd is het stil, ik beweeg niet meer, zie niet meer, hoor niet meer, denk niet meer. Ik heb de roepende niet kunnen redden, ik heb dus gefaald...
vooral dat einde in het midden werd het wat saai maar toen ik het einde las heb ik het midden toch nog even gelzen heel mooi!