Citaat:Geweldige tijden waren voorbij. Geen kerstmis meer samen en ook geen nieuwjaar. Alles was veranderd. Ik staarde voor me uit. Mijn moeder had mij meegenomen. Weg van mijn gekke vader. Mijn moeder zei altijd tegen mij dat mijn vader een verkeerde kronkel in zijn hersenen had. Maar, ik begreep nog niet alles volgens haar. Mijn moeder was bezorgd om mij. Ik zag haar vaak bidden bij haar bed, als ze dacht dat ik al sliep. Velen malen had ik haar verteld dat ik niet wilde wonen in ons nieuwe huis. Waarop dan het antwoord volgde; “Binnenkort gaan we ergens anders wonen.” Maar, daar twijfel ik aan, hoewel ik dat nooit tegen mijn moeder heb gezegd. Thuis had ik vrienden en vriendinnen. Hier heb ik alleen mijn moeder en een boze vrouw genaamd Elleke waarmee we deze 1-kamers woning delen. Ik wil terug naar mijn vader. Toen ik een keer terug wilde werd mijn moeder boos en heeft kwade dingen tegen mij gezegd. Ik durf geen woord meer over papa te zeggen. Ze wordt woest als ze mij het woord papa hoord zeggen. Ook durf ik natuurlijk niet te vragen wat er allemaal aan de hand was met papa. Mijn moeder wordt dan alleen maar kwaad als ik haar wat vraag over ons verleden. Maar, ze begrijpt niet dat ze mij er zeer mee doet. Of ze wilt het niet begrijpen. Het lijkt alsof ze alleen aan zichzelf denkt. Natuurlijk zal dat wel niet zo zijn maar, zo lijkt het wel. Ze zal best wel van me houden maar, soms laat ze het niet merken. Sinds we bij papa weg zijn drinkt mijn moeder veel. Vaak schreeuwt ze dan naar me. Ik ga dan maar gauw naar bed toe. Als ze veel drinkt ben ik bang voor haar. Ze word dan agressief en luisterd niet meer. De volgende dag praat ze er niet meer over. Ze zal het dan allemaal wel vergeten zijn.
De volgende dag heeft ze een ontbijtje klaar gemaakt voor mij. Ze kijkt altijd tevreden toe als ik het opeet. Mijn moeder heeft het zwaar denk ik dan. Als ik mijn ontbijtje op heb sta ik op en zeg ik tegen mijn moeder dat ik naar school ga. Ze wenst me veel plezier en geeft me een kus op mijn voorhoofd. Ik trek de deur achter me dicht. Vandaag ben ik niet van plan om naar school te gaan. Ik wil mijn vader gaan bellen. Ik merk al gauw dat ik mijn geld vergeten ben. Ik kijk op de kerkklok en zie dat de school inmiddels al begonnen is. Ze zullen zich wel geen zorgen om me maken denk ik. Ik voel nog even in mijn zakken maar, merk dat ik toch echt mijn geld vergeten ben. Ik besluit naar het treinstation te lopen dat in de buurt ligt. Misschien heeft daar wel iemand wat geld voor me. Ik begin wat harder te lopen. Ik wil snel wat geld hebben om mijn vader te kunnen bellen. Aangekomen bij het treinstation zie ik een wat oudere man staan. Ik vraag hem om wat geld. Hij kijkt mij een beetje bozig aan en vraagt me waarom ik niet op school ben. Ik verzin een verhaal over dat ik te laat ben omdat, de bus te laat kwam opdagen. Het komt dan in me op om te vertellen dat ik daarom even naar school moet bellen zodat ze zich geen zorgen om me hoeven te maken. Op de man zijn boze gezicht verschijnt een vriendelijke glimlach. Hij bied zijn mobiel aan maar, ik zeg vriendelijk dat ik liever uit een telefooncel bel omdat, dat mij goedkoper lijkt. Hij geeft mij lachend wat geld en wenst me veel succes toe. Ik bedank hem. Snel loop ik verder, in de hoop een telefooncel in de buurt te vinden. Anders zal ik helemaal naar het centrum moeten lopen. Gelukkig zie ik een telefooncel een stukje verderop staan. Er komt een glimlach op mijn gezicht te staan en ik begin te rennen. Aangekomen bij de telefooncel zie ik dat hij al bezet is. Ik kijk even teleurgesteld toe maar, dan schrik ik. Het is Elleke! Vlug verstop ik me achter de telefooncel zodat ze me niet kan zien. Dat hoop ik maar tenminste. Ik hoor wat ze zegt. Helaas kan ik niet horen met wie ze aan het bellen is. Volgens mij is het een man. Maar, ik kan niet opkomen op wie het zou kunnen zijn. Ze zegt dat hij langs mag komen. Hij mag zijn spullen meenemen en ik hoor het woord twee-persoonsbed vallen. Ik schrik op. Het bed van mama en van mij! Het liefst wil ik naar haar toe lopen en haar uithoren over het bed. Ik hoor haar nog wat mompelen en daarna legt ze de telefoon terug in de hoorn. Ze loopt de telefooncel uit met een scheve glimlach op haar gezicht. Ik vind haar een beetje schaapachtig. Mijn lippen dreigen te glimlachen maar, het lukt niet. Als Elleke de hoek om is, duik ik de telefooncel in en begin het nummer van mijn vader in te toetsen. De telefoon gaat over. Er word opgenomen. Er klinkt een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. Ik begin lichtelijk in paniek te raken en ik begin naar woorden te zoeken. Na wat onzin gestameld te hebben wordt de vrouw wat ongeduldig en verteld me dat ik snel iets zinnigs moet zeggen want, anders gooit ze de hoorn op de haak. Ik vraag gauw of meneer Bennink er is. Ze mompelt wat naar me en zegt dan dat ik ‘s avonds maar terug moet bellen. Ik vraag of ik hem op zijn mobiel kan bereiken. Na eerst een hele ondervraging kan ik eindelijk zijn nummer krijgen. Ik bedank haar vriendelijk en leg de hoorn neer. Ik heb gelukkig nog wat geld over en gooi het in de telefoon. Ik begin snel het nummer in te toetsen. Helaas krijg ik zijn voicemail. Teleurgesteld leg ik de hoorn op de haak. Ik loop de telefooncel uit afvragend waar ik nu naar toe zal gaan. Ik heb geen zin om nog naar school te gaan. Ik begin me te realiseren dat het al bijna tussen de middag is en mijn moeder me thuis verwacht. Aangezien ik nog een aardig eindje moet lopen, ga ik alvast op weg naar huis.
Met een diepe zucht doe ik de voordeur open. Er hangt een briefje op de koelkast:
“Lieve schat, ik ben even de deur uit om wat dingen te regelen. Zoek maar iets lekkers om op te eten. Wel goed op de labeltjes letten! Kijk dus dat je ons eten pakt en niet dat van Elleke!” Ik lees het briefje nogmaals. Dan doe ik de koelkast open en kijk wat er van ons is. Ik begin te zoeken maar, zie op bijna alles “Elleke” staan. Eindelijk heb ik wat gevonden dat ik kan eten. Ik pak een broodje en doe daar het gevonden plakje worst op. Ik begin te eten. Het smaakt nergens naar vind ik. Ik hoor de voordeur open gaan en kijk vanuit de keuken wie het kan zijn. Het is mijn moeder. Ze is vandaag wat opgewekter. Ik vraag haar wat er allemaal is gebeurd. Ze begint vrolijk te vertellen over dat een baan kan krijgen en dat we eindelijk wat leuks kunnen gaan doen samen. Dat is waar ik al lang naar uitkeek, samen iets leuks doen. Mijn moeder vraagt of ik nog anderhalf maand geduld heb want, dan zal ze zo ongeveer wel haar eerste loon binnen krijgen. Geduld zal ik wel moeten hebben. Ik kan niets anders doen dan geduld tonen. Maar, ik reageer heel braaf met een “Ja, mam.” Ze aait me over mijn bol en loopt naar de koelkast. Ze kijkt verbaasd achterom en vraagt me wat ik aan het eten ben. Ik antwoord haar natuurlijk netjes dat ik een broodje met een plakje worst eet. Mijn moeder gaat zitten en kijkt wat verdrietig. Ik vraag haar wat er aan de hand is. Ze begint me te vertellen over wat voor een slechte moeder ze wel niet is geweest en hoe ze het beter zal gaan doen in de toekomst als moeder zijnde. Ik troost haar hoewel ik in mijn achterhoofd onthoud dat het woorden zijn die ze niet zo gauw waar zult maken. Zo was ze wel vaker als ze dacht dat ze een baantje kreeg. Toch leef ik altijd wel met haar mee. Ik vind haar zielig en ik hoop nooit zo te worden als dat zij nu is. Het doet me zeer om mijn moeder zo te zien. Ik zeg haar geruststellende woorden. Ze geeft me een knuffel en verteld er nog bij dat ze niet zou weten wat ze zonder me moest. Ik zeg haar dat ik niet echt zin heb om nog terug naar school te gaan. Natuurlijk vertel ik haar niet dat ik vanochtend ook niet geweest ben. Ik mag van haar thuis blijven deze middag zodat we nog over vanalles kunnen praten zonder dat Elleke erbij is.
De middag is snel gegaan en Elleke komt thuis. Mijn moeder en ik kijken samen toe hoe ze binnenkomt. Ik denk dat ik al weet wat ze gaat zeggen. Ze gaat zeggen dat we op de grond moeten gaan slapen en dat zij samen met één of andere vieze man het bed moet delen. Maar, ik wacht het af. Ik kijk haar aan. Ik zie haar wat glazig kijken. Mijn moeder zegt haar gedag maar, ze geeft geen reactie. Elleke loopt naar de keuken toe en gaat daar zitten. Mijn moeder en ik kijken haar nog steeds aan. Ik weet al dat er ellende gaat komen maar, mijn moeder weet nog van niets. Ik draai mijn gezicht langzaam naar mijn moeder toe. Ik zie haar spierwitte gezicht. Daar schrik ik heel erg van. Zou mijn moeder weten wat er gaande was? Ik laat mijn schouders omlaag zakken. Ineens hoor ik geschreeuw van Elleke tegen mijn moeder. Ik verstijf helemaal en ik zak langzaam in. Het geschreeuw word steeds erger en ik lijk er geen woorden in te herkennen. Van binnen ben ik helemaal versteend en ik heb nog steeds mijn blik tot mijn moeder gericht. Ik zie nog steeds haar spierwitte gezicht. Ik hoor niets meer, helemaal niets meer. Elleke’s mond zie ik nog steeds bewegen maar, toch hoor ik niets. Het liefste wil ik mijn moeder in mijn armen nemen. Maar, ik kan het niet, ik kan niet meer bewegen. De tranen rollen over mijn moeders wangen en ik zie Elleke met een rood hoofd tegen mijn moeder tekeer gaan. Het enige wat ik kan is stil toekijken. Na ongeveer tien minuten zie ik eindelijk de mond van Elleke dichtklappen. Het leek wel een eeuwigheid te duren. Mijn moeder zit daar stil op de bank met rode ogen en nog altijd die bleke huid. Elleke is weg gegaan. Er begint weer beweging te komen. Ik kruip zachtjes naar mijn moeder toe. Ze slaat zachtjes een arm om me heen. Ik fluister zachtjes tegen haar en vraag wat er aan de hand is. Waarop ze heel zachtjes zegt; “lieverd, ik ga je iets heel vervelends vertellen...”
Tips en commentaar welkom.

Als genoeg mensen een vervolg willen dan komt er een vervolg.