
Het idee kreeg ik dankzij een van mijn lievelingsbands My Chemical Romance. Ik was een tijdje geleden al begonnen aan een verhaal dat gebaseerd was op hun tweede album Three Cheers For Sweet Revenge, maar dat werd vrij onmogelijk dus dat heb ik al snel opgegeven. Gelukkig heb ik het niet weggegooid, want het eerste hoofdstuk heb ik hergebruikt voor dit project.
Maar een tijdje geleden kreeg ik een nieuw idee. De band komt aan hun naam dankzij een boek met de titel 'Ecstasy : Three Tales of Chemical Romance' door Irvine Welsh. Dus kreeg ik het idee om 5 kortverhalen te schrijven; 1 rond elk bandlid van de groep. De Ecstasy heb ik vervangen door Revenge, omdat dit een heel belangrijk iets is voor de band zelf. Five tales is voor de hand liggend, 1 voor elk bandlid (Gerard Way, Mikey Way, Frank Iero, Ray Toro en Bob Bryar). Elk hoofdstuk heeft overigens ook de titel van een van hun nummers.
Ik heb écht mijn best gedaan om er geen crappy-fanfic van te maken, maar het is aan jullie om daarover te oordelen; naar mijn idee is het wel vrij goed gelukt.
Dit is een groot deel van het stuk over Gerard Way, de zanger. Hierna komt nog één hoofdstuk en dan is die af.
Commentaar over mijn schrijfstijl, graag

Overigens is het een goed idee om de censuur uit te schakelen in je profiel, dat ontsiert alleen maar de tekst
Gerard Way

HELENA
Met een ruk werd Gerard wakker.
Helena.
Hij keek op zijn wekker: 9u45.
oliebol. Hij had nog maar een kwartier.
Zij was het enige waar hij aan dacht terwijl hij zijn zwarte maatpak met de rode das uit zijn kleerkast haalde.
Helena.
In de badkamer haalde hij vlug een kam door zijn zwarte haren en gooide hij wat water over zijn bleke gezicht. Met tegenzin sprong hij in de auto. Met tegenzin, maar het moest.
Helena.
De banden van de zwarte Ford piepten toen Gerard de parking op reed. Hij stapte uit zijn auto, gooide wat nog overbleef van zijn sigaret op de grond en stampte het uit met zijn voet. Voor de kerk stond een groepje in het zwart gehulde mensen, die Gerard met zijn rode das afkeurend bekeken. “Nog zo’n raar type” zei een oud dametje tegen een nog oudere man, niet malend om het feit dat Gerard haar perfect kon horen. Deze negeerde de afkeurende blikken en haastte zich de kerk in.
Binnen wachtten een stel jonge snotneuzen hem op en een van hen duwde hem een boekje in de handen. Gerard nam plaats op een van de banken en keek rond zich; geen van de aanwezigen scheen hem te hebben opgemerkt.
Des te beter, dacht hij bij zichzelf; hij was er niet rouwig om dat de mensen hem niet scheef bekeken.
Toen pas werd hij het bewust van het dunne boekje dat hij nog steeds in zijn handen had en bekeek het van dichterbij. Het bestond uit vier perkamenten bladzijden en op de voorkant prijkte in zwarte, handgeschreven letters het woord ‘Helena’.
Helena.
Gerards blik dwaalde af naar de pikzwarte doodskist vooraan in de kerk en hij rilde. Het was nog maar een paar dagen geleden dat hij haar voor het laatst in zijn armen had gehouden.
Helemaal in gedachten verzonken merkte Gerard niet dat er een jong meisje naast hem was komen zitten. Pas wanneer ze hem lange tijd had gadegeslagen en ze kuchte, keek hij op. “Oh, eh, hallo?” zei hij onzeker.
“Hoi” zei het meisje. Ze was niet veel ouder dan hijzelf en was net als de rest van de aanwezigen helemaal in het zwart gekleed.
Gerard voelde zich ongemakkelijk en wist niet wat hij moest zeggen. Uiteindelijk was het het meisje die de stilte doorbrak.
“Van waar kende je haar?”
“Wat?” vroeg Gerard, niet beseffend waarover ze het had. “Oh, ehm ... ik was een vriend van haar. Ja, gewoon een vriend.”
Het meisje scheen te merken dat Gerard zich niet op zijn gemak voelde. “Ik ben haar zus. Of was haar zus, zeg maar.” Gerard keek haar met grote ogen aan; om haar zus te zijn, was ze wel erg nuchter.
“Ik ben Emily” voegde ze eraan toe. Weer bekeek Gerard haar vreemd, en deze keer was zij het die zich ongemakkelijk voelde. “ ’t Is maar dat je het weet ...”
Gerard knikte en zei niets. Emily keek hem aan en glimlachte. De gelijkenis met haar zus was treffend, en dat was af te lezen van Gerards gezicht.
“Je mist haar, hè?”
“Huh, wat - ?” vroeg hij verward.
Weer glimlachte ze en Gerard moest even slikken. Het was net alsof het Helena was die naast hem zat en naar hem glimlachte, en niet vooraan in de kerk in de pikzwarte doodskist lag.
“Ik weet wie jij bent. Gerard Way, is het niet?”
Gerard keek het meisje stomverbaasd aan. Hoe kon zij weten wie hij was? Hij graafde in zijn gedachten, maar kon zich haar gezicht niet herinneren. Nee, hij was er honderd procent zeker van dat hij nooit een of ander familielid van Helena had gezien.
“Wat heeft ze je gezegd?” Hoewel het niet zo bedoeld was, voelde Gerard zich aangevallen.
“Hoe bedoel je?” vuurde hij terug.
Emily dacht even na, alsof ze bedacht hoe ze het kon zeggen zonder Gerard te beledigen.
“Ze ... jij was niet de eerste.”
“Niet de eerste? Maar – Helena, ze - ”
“Zei dat ze van je hield?” Emily keek hem vragend aan.
“Ze hield van me ...” fluisterde Gerard.
Emily zweeg even voordat ze weer iets zei. “Ja, dat deed ze wel vaker met mannen zoals jij.”
Gerard begreep er nog steeds niets van. Mannen zoals hij? Wat had hij meer dan andere mannen? Hij was helemaal niet populair en voor zijn geld had ze het zeker niet gedaan.
“Hoe bedoel je, mannen zoals ik?”
“Rijke mannen” zei Emily.
“Rijk? Ik ben helemaal niet rijk!”
Emily bekeek hem ongelovig. “Maar dat pak dat je aanhebt – dat is toch Armani?”
Gerard lachte hardop. De andere aanwezigen keken hem beschuldigend aan en hij ging verder op een fluistertoon. “Oh, dàt. Cadeautje van mijn oma.”
Het leek alsof iemand haar een mep in het gezicht had gegeven, want Emily keek hem geschrokken aan. “Dus jij bent helemaal niet – rijk?”
“Helemaal niet” schudde hij zijn hoofd.
Nog altijd even geschrokken en verward keek Emily hem aan, maar net toen ze haar mond open deed om iets te zeggen, drukte ergens achteraan in de kerk iemand op de play-knop van de installatie en meteen werd de grote kerk gevuld met een trage, zware melodie.
Hij was nooit goed geweest in afscheid nemen.
Voorovergebogen gaf hij haar nog een laatste zoen op haar koude, bloedrode lippen.
“Slaapwel lieverd ... ik hou van je.” Even moest hij slikken, maar voegde er toen fluisterend aan toe “En ik hoop jij ook van mij ...”
Gerard wierp zijn geliefde nog een laatste blik toe en verliet toen de kerk. Iedereen stond al verzameld op het pleintje voor het gebouw, waar een zwarte lijkwagen al klaarstond.
Terwjil de kist naar buiten werd gedragen door zes mannen in zwarte maatpakken, kwam Emily weer naar Gerard toe. Zonder haar blik van de kist af te wenden, gaf ze Gerard een papiertje. Hij bekeek het en zag dat er een telefoonnummer op stond geschreven. Voordat hij ook maar iets kon vragen, zei Emily “Mijn telefoonnummer. Als je nog eens over Helena wilt praten, bel je me maar.” En zonder Gerard nog één blik waardig te keuren, verplaatste ze zich met de rest van de troep mensen naar de lijkwagen, die langzaam wegreed.
Gerard, daarentegen, viste zijn autosleutels en een sigaret uit het zakje van zijn pak. Terwijl hij de kerk, begraafplaats en Helena achter zich liet, stak hij een sigaret op. In zijn ene hand had hij nog altijd het papiertje met Emily’s telefoonnummer.
Hij mocht die Emily niet. Het enige waar zij op uit was, was haar zus zwartmaken; even leek het zelfs alsof ze het leuk vond dat haar zus er niet meer was. Nee, het enige waar dat mens op hoopte, was een date met de ex-vriend van haar zus, of gewoon een leuke one-night-stand. En ze hoopte dan nog dat hij haar zou opbellen!
Echt niet, dacht Gerard, Helena hield van mij en er is niets dat zij eraan kan veranderen. Jaloers wicht dat ze is.
Op de mat voor zijn voordeur wachtte de krant van die dag Gerard al op. Met zijn ene hand opende hij de deur, in de andere hield hij de krant. Zijn ogen vlogen over de voorpagina, maar er stond niets interessant in.
In de keuken zette hij het koffieapparaat aan en haalde een kop uit de kast, de krant kreeg een plaatsje op de keukentafel. Nog geen twee minuten later klonk het schelle gepiep van het apparaat door de keuken en Gerard schonk zichzelf een volle kop sterke koffie in. Hij hing zijn vest op aan een van de stoelen en nam daarna zelf plaats aan de tafel. Met zijn kop koffie in de hand bladerde hij de krant door tot hij aan het streeknieuws kwam. Hij nam een paar grote slokken koffie en een warm gevoel verspreidde zich in zijn lichaam.
Koffie is goed.
Er stond niet veel interessants in het streeknieuws; een of ander plaatselijk ijshockeyteam dat was afgemaakt tijdens de halve finale, een oud vrouwtje die het record pancakes bakken had verbroken en nog andere onzin. Maar helemaal onderin rechts stond een klein berichtje dat om een of andere reden Gerards aandacht trok.
- WEDDINGPARTY ALL COLLAPSED IN THE ROOM – VERMOEDELIJKE DOODSOORZAAK BEKEND
New Jersey – Gisterenavond werd bekendgemaakt dat de slachtoffers van de zogenaamde ‘Collapsed weddingparty’ (zie krant eergisteren) vermoedelijk vergiftigd zijn met cyanide. Dit gif zorgt voor een snelle dood, al enkele minuten na het innemen van het product. Er is een onderzoek opgestart naar de dader, maar daarover wordt momenteel nog geen informatie gegeven.
Koude rillingen liepen over Gerard’s rug.
Was Helena niet gestorven aan – nee, dat kan niet.
Onmogelijk.
Laat het los, Gerard.
Maar het nare gevoel liet hem niet los, de hele dag niet. Die avond nam hij een besluit. Hij keek op zijn horloge: tien voor zes. De krantenwinkel was nog tien minuten open. Gerard racete het huis uit, sprong in de auto en reed met gierende banden weg.
Drie minuten later liep hij het kleine krantenwinkeltje binnen.
“Hallo Gerard” glimlachte het oude vrouwtje hem toe van achter haar kassa. “Alles goed?”
“Sorry Annie, ik heb geen tijd voor praatjes. Luister – heb je toevallig nog een krant liggen van eergisteren?”
De vrouw keek hem enigszins verrast aan en dacht even na.
“Ja, ik geloof van wel ... even kijken, hoor ...”
Gerard zag hoe Annie verdween naar de opbergruimte.
“Vanwaar de haast?” klonk haar stem vanuit het kamertje en een paar seconde later kwam ze terug buiten met een krant in haar handen.
“Oh, gewoon ... een vriend had er eentje nodig en - ”
“Ik mag het niet weten, dus” zei Annie verontwaardigd. Gerard probeerde zich nog uit de situatie te redden, maar Annie snoerde hem de mond. “Laat maar, het zijn jouw zaken. Je hebt geluk, dit is de laatste.”
Gerard haalde opgelucht adem; hij wist niet wat hij anders had moeten zeggen. “Hoeveel moet ik je?”
“Niets. Deze is van het huis” knipoogde Annie.
Gerard glimlachte. “Bedankt Annie. Tot de volgende.”
Hij stapte weer in zijn auto en begon meteen de krant te doorbladeren. Pas op de vijftiende bladzijde vond hij wat hij zocht. Maar wat hij daar zag, deed zijn hart bijna stilstaan.
Onder de titel ‘Huwelijksaankondigingen’ stond in grote, trotse zwarte letters:
Helena Greene en Jack Dawson
13 oktober
THE GHOST OF YOU
De zwarte Ford kwam tot stilstand tegenover een groot wit huis. Gerard keek op zijn horloge, 10u55.
Is dit het?, vroeg hij zich af terwijl hij uitstapte en het portier op slot deed. Hij liep de straat over, het tuinpad op en keek op het naamplaatje naast de bel of hij wel aan het juiste adres was. Greene – Stevens las het. Twijfelend belde hij aan. Hij hoopte maar dat er niemand anders thuis was, hij had geen zin in nare vragen.
Er klonken voetstappen in de gang, het slot klikte en de deur ging open. Emily, nog altijd evenveel op haar zus lijkend, stond in de deuropening.
“Ik ben blij dat je gekomen bent”, zei ze en omhelsde hem. Normaal zou hij zich hebben verzet, maar in het huis zijn waar Helena was opgegroeid had hem van streek gemaakt en hij liet Emily begaan.
Ze leidde hem uit de gang, de woonkamer in. Dit was helemaal niet wat hij had verwacht van een kamer in het huis waar Helena was opgegroeid: de zwarte lederen zetels stonden in fel contrast met de kraakwitte muren en aan de muren hingen verschillende duur uitziende schilderijen. Het zag er allemaal zo netjes uit ... was dit echt het huis van Helena’s familie? Hij was er voorheen nooit geweest en Helena had ook nooit iets over haar familie verteld, maar Gerard kon nu wel aannemen dat ze het behoorlijk breed hadden. Maar waarom was zij dan anders dan haar familie?
“Ga maar zitten”, zei Emily, gebarend naar een van de zetels. “Er is niemand thuis, papa is op zakenreis en mama is gaan werken. Wil je iets drinken?”
“Gewoon koffie”, antwoordde hij. Koffie was goed, het zou hem beter helpen nadenken.
Emily verdween even in de keuken en kwam een paar minuten later terug met twee koppen dampende koffie.
“Ik ben blij dat je me hebt gebeld, Gerard”, zei ze terwijl ze met een lepeltje melk door haar koffie roerde. “Ik hoopte maar dat je me geen slet vond die het ex-vriendje van haar zus wilt binnenhalen. Want dat is niet zo.”
Gerard voelde het bloed naar zijn hoofd stijgen. “Hoezo dan? Want je moet toegeven dat het wel zo overkomt als je je nummer geeft aan iemand die je nog nooit eerder hebt ontmoet.”
Emily zuchtte. “Ja, dat bedacht ik achteraf ook. Maar toch hoopte ik dat je zou bellen. En dat heb je gedaan.” Ze glimlachte.
“Maar waarom?”
Ze leek even te aarzelen. “Ik ... ik vond dat ik je iets moest vertellen.”
Gerards maag kromp in elkaar. Hij had een vermoeden dat dit iets te maken had met het krantenartikel. “Over Helena?”
“Ja, Gerard, over Helena.”
Ze stond op en gebaarde Gerard dat hij haar moest volgen. Ze liep de gang door en de trap op. Gedwee volgde Gerard haar, zich afvragend waar ze hem naartoe zou brengen en of hij het eigenlijk wel wou weten.
Op de bovenverdieping wachtte ze hem op aan een van de vier deuren die zich in de gang bevonden. Deze was kaal en zwartgeverfd, in tegenstelling tot de andere deuren, die een warmbruine kleur hadden. Gerard had een vermoeden waartoe die deur toegang gaf.
Emily legde haar hand op de klink, zwaaide de deur open en Gerards vermoeden werd bevestigd: hij stond in de deuropening van Helena’s slaapkamer.
De muren waren in het bloedrood geverfd, op het bed dat links in de hoek stond, lag een even bloedrood dekbed en een groot, zwart kussen en de grote kleerkast die rechts tegen de muur stond, was zwart. Aan de muur boven de zwarte schrijftafel die naast het bed stond, hingen foto’s: Helena met vriendinnen, Helena met vrienden, Helena met diezelfde onbekende man ... maar geen enkele foto van Helena met Gerard, hoewel deze er honderd procent zeker van was dat er wel degelijk foto’s waren gemaakt van hun twee samen.
Toen Gerard dichter bij de bureau ging staan en de foto’s van kortbij bestudeerde, zag hij dat er op bijna alle foto’s van Helena en de onbekende man hartjes waren getekend. Gerard voelde het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Hij voelde hoe Emily naast hem kwam staan en haar hand op zijn schouder legde.
“Is dat Jack?” vroeg hij met een trillende stem.
“Ja”, zuchtte Emily, “ze waren nog maar pas getrouwd.”
Ze liep naar de grote zwarte kleerkast en zwaaide de deuren open. Gerard draaide zich om en keek recht op een wit trouwkleed.
“Dus toch ...”, fluisterde hij, meer tegen zichzelf dan tegen Emily.
“Wat – je bedoelt toch niet – jij wìst hiervan?” vroeg ze verbaasd.
“Nee, nouja ... tot gisteren. Wat wil je daarmee zeggen?” antwoordde hij boos. Het klonk net alsof ze hém ervan beschuldigde dat Helena met Jack was getrouwd.
“Niks! Sorry, ik bedoelde het niet zo ...” Emily sloot de deuren van de kast en kwam weer naar Gerard staan. Ze bekeek de foto’s even maar draaide haar hoofd snel weg. “Verdomme, ik heb altijd gezegd dat die vent niet deugde, maar ze wou maar niet luisteren. Verdomd eigenwijs, dat was ze.”
“Ja ...” Gerard voelde zich misselijk worden en besefte plotseling hoe erg hij Helena miste. Hij dacht aan haar lange, zwarte haren, haar bleke huid, haar rode lippen ... het was alsof hij nu pas besefte dat hij haar nooit meer zou zien.
“Is alles wel goed met je?” vroeg Emily bezorgd toen ze Gerard naar zijn buik zag grijpen.
“Ja hoor ... het is gewoon - ”
“Och, doe niet zo stom” zei ze en kordaat nam ze zijn hand vast en leidde hem voorzichtig de kamer uit. “We zullen even op mijn kamer gaan zitten, dat lijkt me beter.”
De deur van Emily’s slaapkamer was tegenover die van Helena. Toen ze de deur opendeed, knipperde Gerard met zijn ogen. Er kon geen groter verschil zijn met de kamer van haar zus: deze muren hadden een feloranje kleur en overal lagen gekleurde fotokaders, oude kinderknuffels en andere prulletjes. De twee grote kasten waren wit met oranje handvaten en op het bed lag een wit dekbed met felgroene en -roze kronkels en twee bijpassende hoofdkussens.
“Let maar niet op de rommel”, zei ze terwijl ze Gerard naar haar bed bracht en hem daar liet neerzitten. Bezorgd legde ze haar hand tegen zijn voorhoofd. “Lieve hemel, je gloeit helemaal!” Snel liep ze naar de wastafel in de hoek van de kamer, waar ze een washandje natmaakte. “Hier, dit moet helpen. Buikpijn?” vroeg ze terwijl ze het washandje tegen zijn voorhoofd hield.
“Nee, het gaat wel weer. Bedankt”, zei hij en hij nam met zijn rechterhand het washandje over. Met zijn andere hand klopte hij naast hem op bed. Emily ging zitten en keek hem bezorgd aan.
“Ben je zeker dat het wel gaat?”
Gerard knikte en draaide zich naar haar toe. “Waarom vertel je me dit allemaal?”
De vraag leek onverwacht te komen, want Emily keek hem nietbegrijpend aan.
“Alles – Helena, Jack, hun huwelijk, waarom?”
Het duurde even voordat Emily antwoordde. Toen ze weer begon te spreken, was het met een trillende stem.
“Toen ik twaalf jaar was, werd ik op een nacht wakker. Mijn hele kamer baadde in een helder wit licht. Ik begreep er niets van, maar toen ik me omdraaide, zag ik dat er een geest naast me stond.”
Emily zweeg weer even en Gerard keek haar met grote ogen aan. Hij snapte niet waar ze naartoe wilde, en betwijfelde sterk of dit verhaal wel waar was.
“Het ... het was een jongetje, net zo oud als mij – twaalf jaar. Hij vertelde me dat hij me geen pijn wilde doen. Dat hij hier vroeger had gewoond en dat hij hier door zijn vader was neergeschoten. Ik was doodsbang ...” Haar mondhoeken trokken naar beneden en Gerard zag hoe ze tegen de tranen vocht. Hij legde zijn hand op haar hand en keek haar in de ogen. “En toen?”
“Ik heb hem nooit meer gezien ... ik durfde het aan niemand te vertellen, maar ik ben erover beginnen lezen. Zo werden andere dingen die ik ooit had gezien of meegemaakt verklaard – witte lichtbollen die ik plots zag en die meteen weer verdwenen bijvoorbeeld. Ik was zo bang dat ik weer een geest zou zien ... maar het gebeurde niet meer opnieuw. Tot eergisterennacht.”
Ze had zich overgegeven aan haar tranen en huilde nu. Snikkend ging ze verder.
“Het was hetzelfde als de vorige keer ... ik werd wakker door een fel wit licht en besefte meteen dat dat waar ik zo bang voor was, weer gebeurde. Maar dit keer was het geen jongetje. Het was Helena.”
Gerards mond viel open van verbazing. “Helena? Maar – hoe – wat ?”
“Ze zei me dat ik niet bang hoefde te zijn, dat ik gewoon naar haar moest luisteren. Ze vertelde me alles: hoe Jack alle uitgenodigden en haarzelf had vergiftigd door cyanide in het eten te mengen en – ” Ze stopte abrupt met spreken.
“En wat?” drong Gerard aan. Zijn nieuwsgierigheid was nu groot en hij wou alles weten.
“Ze ... ze vroeg me of ik je wilde opzoeken en je de liefde wou geven die zij jou nooit heeft kunnen geven ...” De tranen stroomden nu over haar wangen. “Ze wou echt van je houden Gerard, maar ze kon gewoon niet. Ze was zo bezorgd om je, wou weten of alles wel goed met je was ...”
Ze probeerde zijn blik op te vangen, maar Gerard sloeg zijn ogen neer. Hij voelde zich dom. Dom omdat hij zo naïef was geweest, omdat hij helemaal nooit ook maar iets had gemerkt over de relatie van Helena en Jack.
Ze waren verdomme getrouwd!
“En ik heb ja gezegd.”
Hij keek op en zag dat Emily niet meer huilde. Ze keek hem aan met een oprechte, liefdevolle blik. Gerard bracht zijn hoofd dichterbij dat van Emily en hun lippen verenigden zich in een hartstochtelijke zoen.
“Ik zal die klootzak vinden. Ik zal hem vinden en hem kapotmaken net zoals hij mij heeft kapotgemaakt.”
Woedend stond Gerard op en liep de kamer uit. Emily bleef op bed zitten en keek hem door de deuropening na.
“Doe voorzichtig, wil je?” fluisterde ze hem na, terwijl ze de voordeur hoorde dichtslaan.
En die klootzak vinden had Gerard meteen gedaan.



