
Citaat:H1.
Roos kijkt in de spiegel. Ze ziet een meisje staan met bruine ogen en donker blond haar met chocolade bruine highlights. En een witte huid. Het meisje in de spiegel kijkt strak terug. Ze is niet alleen in de ruimte. Dat voelt ze. Roos draait zich weg van de spiegel en kijkt om zich heen. Ze is toch echt alleen in de badkamer. Als ze zich weer omdraait en in de spiegel kijkt voelt ze zich toch weer aangestaard. Met een vreemd gevoel gaat ze naar de keuken. Haar moeder staat brood te smeren op het aanrecht.
Roos en haar moeder wonen hier maar net. En vandaag is de eerste schooldag voor Roos op haar nieuwe school. De school is een dansschool. Roos wil later graag danslerares worden dus wou ze graag op deze school.
Roos propt haar ontbijt naar binnen en geeft haar moeder een zoen. Ze pakt haar fiets en fietst naar school. De school is groot, veel groter dan Roos vorige school. Als Roos haar fiets heeft neergezet komt er een meisje naar haar toe. “Nieuw hier?” vraagt ze. Roos kijkt haar aan. Het meisje heeft lang blond haar en grote zilveren ringen in. Ze heeft helder blauwe ogen en ziet er vriendelijk uit. Roos knikt. “Mooi ik ben ook nieuw hier, in welke klas zit je?” “4C” Zegt Roos. “Dat is toevallig!” “Ik ook.” Roos weet niet zo goed wat ze moet zeggen en knikt. “Ik heet Maaike. En jij?” Vraagt het meisje dat blijkbaar Maaike heet. “Ik heet Roos.” “Mooie naam” zegt Maaike. “Weet jij in welk lokaal we moeten wezen?” Vraagt Maaike onzeker. “Volgens mij in lokaal 45.” Zegt Roos twijfelend. “Oké, zullen we dan maar naar binnen gaan?” Vraagt Maaike opgewekt. Roos kijkt op haar horloge. 5 voor half 9. “Ja, laten we dat maar doen. We hebben nog maar 5 minuten om op tijd te komen.” Roos en Maaike lopen naar binnen. De hal is groot en het dak word ondersteund door grote witte pilaren. De vloer is bedekt met zwarte en witte tegels. De tegels vormen een soort groot zwart wit ruitjes patroon. Rechts van de hal is een groot raam met daarvoor een al net zo groot beeld van een man met een hoge hoed. Naast dit beeld staan snoep automaten. Links zijn allemaal deuren en een grote trap. Op de deuren staan nummers. Maaike gaat de nummers af; “6, 7, 8, 9, Hier moeten we niet zijn.” “Volgens mij moeten we naar boven.” Roos kijkt de andere kant op. Daar zijn twee grote dikke deuren met ramen van mat glas er in. “Is het niet daar?” Vraagt ze onzeker. Maaike schudt vastberaden haar hoofd. “Ik denk dat beneden de lokalen 1 tot en met 30 zijn..” Zegt ze. “Als jij het zegt..” Mompelt Roos. Maaike pakt Roos bij haar arm en trekt haar mee naar de grote trap. De trap draait links om naar boven. Roos trekt zich los van Maaike en gaat met haar hand over de eikenhouten leuning. “Weet je wat mij opvalt..” Fluistert Maaike. “Nou?” Vraagt Roos fluisterend. “Ik heb nog geen enkel levend wezen gezien in deze school.” Roos kijkt om zich heen. Er is inderdaad niemand te bekennen. De laatste persoon die Roos vandaag gezien heeft op school was buiten. “Nu je het zegt. Je hebt gelijk.” Fluistert Roos terug. Maaike begint te grijnzen. “Waarom fluisteren we eigenlijk?” Vraagt ze fluisterend. Roos grijnst. “Geen idee, jij begon ermee!” De laatste 3 woorden zij Roos hard op. Er klinkt een ego dat door de hal en langs de trappen weerkaatst. De woorden jij begon ermee veranderen langzaam in ij ego me. Langzaam vervagen de woorden in de lucht. Het is nu nog stiller dan eerst. Roos kijkt Maaike geschrokken aan. “Ik denk dat ik toch liever fluister.” Fluistert Maaike. Roos knikt. Als ze boven zijn kijken ze weer met open mond rond. Het dak is een grote glazen koepel. Het zonlicht schijnt door de koepel heen en verlicht de ruimte. Hier is de vloer van rood tapijt. Het rood is van de zelfde kleur als de rode lopers die je wellis ziet bij een film primaire. Er staan grote eikenhouten tafels in het midden van de hal. Er omheen staan eikenhouten stoelen met rood satijnen kussens. Er hangt een groot schilderij aan de muur van een meisje met blond haar en 2 staartjes in. Ze tilt haar linker been heel hoog op en heeft haar handen in elkaar gevouwen boven haar hoofd. Ze draagt een witte jurk. Haar ogen zijn niet te zien want ze kijkt de andere kant op. Het schilderij heeft een gouden lijst. Maaike mompelt iets onverstaanbaars bij het zien van het schilderij. Ze draait zich om en loopt naar een van de lokalen. “Nummer 45!” Roept ze blij. Weer klinkt er een ego en ook deze ego is nog lang te horen. Roos rent naar de deur. Het is een houten deur. Er staat met zwarte krullerige letters lokaal 45 op. Maaike pakt de deurklink en doet die omlaag. De deur gaat krakend open. Als ze het lokaal binnen stappen worden ze verblind door een vel wit licht. Roos knippert met haar ogen. Het licht gaat omlaag en ze ziet een gerimpeld en lachend gezicht. Maaike heeft haar handen voor haar ogen gedaan en kijkt nu door haar vingers naar de man die voor ze staat. Langzaam word het lokaal zichtbaar. Het lokaal is al helemaal vol. De man steekt zijn hand uit. “Ik ben Albert Bonkstra.” “Ik ben jullie mentor voor dit jaar.” “Maar noem mij maar meneer Bonkstra of dokter Bonkstra.” Hij knipoogt. Hij kijkt Roos aan. “En hoe heet jij?” Vraagt hij vriendelijk. “Roos.” Ze kijkt de man aan. Hij heeft grijsgroene ogen en grijze haren. Boven op zijn hoofd is hij kaal. Nu schud meneer Bonkstra de hand van Maaike. “En hoe mag jij heten?” Vraagt hij aan Maaike. “Maaike.” Zegt Maaike lichtelijk verbijstert. Meneer Bonkstra glimlacht. Zo ga maar zitten. Hij wijst op 2 legen stoelen rechts achterin het lokaal. Roos en Maaike lopen snel naar de hoek en gaan zitten. “We hadden het net over het rooster.” Zegt meneer Bonkstra. Roos en Maaike pakken snel hun agenda`s erbij. Roos kijkt het lokaal rond. Links van het lokaal zitten grote ramen die grote licht stralen het lokaal in laten vallen. De ramen zijn stoffig en in de hoeken zitten spinnenwebben. Voor in het lokaal hangt een groot schoolbord. Op het schoolbord staat met krullerig handschrift Albert Bonkstra geschreven. Het lokaal wordt verlicht door stoffige Tl-buizen. De tafels en stoelen zijn van hout en zien er oud en versleten uit. Achter in het lokaal hangt een grote poster. Op de poster staat een ballerina met blond haar en een roze pakje. De ballerina kijkt naar de grond waardoor je haar gezicht niet kan zien. De poster is erg beschadigd en de tekst is vrijwel onleesbaar. Naast de poster hangt een grote en oude landkaart. Op het bureau van meneer Bonkstra licht een grote stapel wit papier. Meneer Bonkstra is druk bezig met het rooster op het bord te schrijven. De leerlingen schrijven alles zo snel mogelijk over. Roos kijkt nu naar het meisje wat voor haar zit. Ze heeft oranje krullend, kort haar. Ze draagt een paars shirtje en een blauwe spijkerbroek met daaronder sportschoenen. Roos buigt zich wat opzij en kan dan nog net de naam op haar schrift lezen. Annemerieke Bakkers. Ze ziet hoe Maaike het rooster in haar agenda schrijft en besluit dat ook maar te doen.
Als de bel gaat propt Roos snel haar agenda in haar tas en staat op. De klas stroomt het lokaal uit. Roos wacht bij de deur op Maaike. “Ga maar vast ik moet nog even wat vragen.” Zegt Maaike. Roos kijkt haar vragend aan maar Maaike negeert dit en loopt naar Meneer Bonkstra. Roos doet de deur maar dicht en ziet tot haar opluchting dat Annemerieke Bakkers er ook nog staat. “Hoi” Zegt Roos. Annemerieke kijkt haar onderzoekend aan. “Hoi” Zegt ze achterdochtig. “Nieuw hier?” Vraagt ze. Roos knikt. “Oké.” Zegt Annemerieke. Roos kijkt haar aan. “En wat vind je van de school?” Vraagt Annemerieke. Roos kijkt om zich heen. “Groot.” Zegt ze grijnzend.
H2.
Roos fietst blij naar huis. De eerste schooldas was super. Als ze thuis komt gooit ze haar rugtas in de hoek van de woonkamer en rent ze naar boven, naar haar kamer. Ze hebben de eerste dag gelijk al huiswerk gekregen. Roos kijkt in haar agenda. Economie vraag een tot en met vijftien en wiskunde vraag een tot en met twintig. Roos zucht. Dat zijn alletwee vakken die ze niet leuk vind. Ze pakt haar Economie boek en slaat hem open. Na een half uur is ze klaar. Roos kijkt op haar horloge. Half 8 alweer. Ze staat op en wilt haar kamer uit gaan. Als ze de deur van haar kamer bijna dicht heeft gedaan hoort ze wat vallen in haar kamer. Roos doet meteen de deur weer open. Ze kijkt de kamer in om te zien wat er gevallen is. Naast haar bed licht haar nachtlampje op de grond. Het lampje is helemaal kappot. Roos kijkt de kamer weer in. Er is niets te zien waardoor het lampje gevallen kan zijn. Rosos ruimt het lampje op en doet de deur achter zich dicht. Ze luistert nog even aan de deur maar ze hoort niets.
Dat was het. Als jullie het goed vinden komt er wel een vervolg
. 
ik had het niet echt bijgehouden maar zat net te kijken. Ik ga het wel even veranderen. 
