Toen ik vanochtend wakker werd was er niks aan de hand, ik keek opzij en Pieter lag er gewoon. Het voelde vertrouwd en op dat moment had ik niet kunnen denken dat ik binnen anderhalf uur vol zelfmedelijden achter mijn bureau zou zitten.
Ik stond op, ging naar beneden voor een ontbijtje en sprong toen ik uitgegeten was onder de douche. Ik kleedde me aan naar hoe ik me vandaag voelde, vrouwelijk en verzorgd, maar toch lekker makkelijk.
Toen ik de deur open deed om te vertrekken hoorde ik Pieter van boven roepen, "Maaike, wacht!". Ik deed de deur weer dicht, draaide me om en zag Pieter bovenaan de trap staan. "Waar ga je naar toe?" vroeg hij me. "Goedemorgen lieverd, nog niet helemaal wakker? Naar m'n werk, iets wat sommige mensen hebben." zei ik op een cynisch toontje. Werk was altijd een punt van ruzies en discussies bij ons. Pieter leefde als schrijver (zo noemde hij zichzelf de laatste maanden, erg trots op het halve boek dat hij al af had) een erg losbandig leven. Ik daarentegen, met mijn fulltime baan als advocaat, zorgde voor het vaste inkomen in ons huishouden. Vanaf de eerste klas van de middelbare school wist ik dat ik een studie rechten wilde volgen dus mij hoor je niet klagen over mijn werk. Pieter daarentegen, vond dat me maar eens vaker ziek moest melden, parttime moest gaan werken of ergens als vrijwilliger gaan werken. 'Dat is beter voor je geweten en je wordt er vast een gelukkiger mens van', zei hij altijd. Waarop ik weer reageerde dat hij zijn 2 pizza's, die hij bijna elke dag bestelde als ik aan het werk was, dan wel kon vergeten en hij dan om restjes bij de buren kon gaan vragen. Heel geïrriteerd en alsof ik een 4-jarige ben legde hij me dan uit dat hij bij het schrijven van zijn boek voedsel nodig had omdat zijn hersenen anders niet tiptop functioneerde.
Maar oké, terug naar het begin van de dag waar ik hem bovenaan de trap zag staan en hij mij erg nutteloos vroeg wat ik ging doen.
"Ik breng je wel even, 'k ben nu toch al wakker." bood hij aan. "Oké, fijn. Kom je me dan ook halen?" vroeg ik. Op die laatste vraag kreeg ik als antwoord een rood hoofd van Pieter en de woorden, "Misschien blijf ik vandaag wel even hangen op je werk."
Ik, naïef als ik ben, zocht hier verder niks achter en stapte naast Pieter de auto in.
Een kwartiertje later, om kwart over tien, aangekomen op kantoor, liep ik standaard zoals elke ochtend als eerst naar mijn postvak en begroette de receptioniste Lisa. "Morge Maaik!" riep ze vrolijk. "Oja voor ik het vergeet, Thom wil je over een half uurtje spreken, op zijn kantoor." Thom, mijn baas, was een knappe man van 36 die gek genoeg nog altijd vrijgezel was. Nog gekker was dat hij me van het begin van mijn carrière op dit kantoor adoreerde. Arrogant als dit klinkt, het is echt waar. Toen ik laatst moest overwerken had hij met waxinelichtjes zijn naam en een hartje op mijn bureau gelegd. Inderdaad, hij is behoorlijk zelfverzekerd!
"Waar wil hij me over spreken?" vroeg ik Lisa. "Hij had het over een nieuwe, zeer persoonlijke zaak. Verder weet ik niks." antwoordde ze.
Ik draaide me om, om naar mijn kantoor te lopen en zag toen Pieter de lift uit komen. Ik, in de veronderstelling dat hij was doorgereden na me af te hebben gezet, was behoorlijk verbaasd. Dit deed hij anders nooit. Ja, hij had dan gezegd dat hij misschien even bleef hangen op mijn kantoor vandaag, maar juist omdat hij dit nooit deed nam ik dit niet serieus. Alweer kreeg hij een rode kop en hij stamelde, "Ooh eh, hoi schatje. Moet jij niet al achter je bureau zitten?" "Ja, ik was net onderweg maar toen kwam jij ineens de lift uit en moest ik even stil staan om me af te vragen wat jij hier doet?!" antwoordde ik.
Even had hij een paniekerige blik in zijn ogen. Snel herstelde hij zich en zei met een nep glimlach op zijn gezicht, “Ik kom jou vandaag gezelschap houden, had ik toch gezegd?” “Oja, nee tuurlijk dat was het. Houdt gezelschap houden ook in dat je me gaat helpen met dossiers ordenen?” vroeg ik. “Lieverdje, ik ben een schrijver,” trots keek hij naar Lisa die van achter de balie toekeek, “geen administrateur!” “Uiteraard…” zuchtte ik.
Ik liep door naar mijn kantoor gevolgd door Pieter. “Wat is het hier toch gezellig” zei hij als een soort verplichting. “En wat een waxinelichtjes heb je in die bak! Heb je die speciaal voor hier gekocht?” vroeg hij. “Ik heb ze van iemand gehad. Om het overwerken ’s avonds in het donker gezelliger te maken.” Dit was nog niet eens gelogen ook. Die waxinelichtjes van Thom hadden inderdaad voor meer sfeer gezorgd bedacht ik me.
Pieter plofte neer op de stoel bij het raam en liet zijn blik rondgaan in mijn kantoor. Nadat hij drie rondjes rond mijn kantoor had gemaakt met zijn ogen zag ik dat zijn bleek bleef hangen op de gang die hij kon zien door de glazen deur.
Ik keek waar hij naar keek en zag Roos staan, mijn assistente van 21 die stage liep op mijn kantoor.
“Pieter, je kwijlt. Ze is veel te jong voor je.”grapte ik en ik boog weer over mijn werk. “Jezus Maaike waar slaat dat op! Ik begin echt te denken dat je slecht over me denkt!” antwoordde hij met zwaar geïrriteerde stem die bijna boos leek. Maar weer zag ik dat zijn hoofd een rode kleur kreeg. “Je hebt voor de derde keer vandaag een rood hoofd. En het was een grapje trouwens.” Zei ik met opgetrokken wenkbrauw, verbaasd om zijn reactie.
Op de een of andere manier werd hij heel zenuwachtig om mijn opmerking over zijn rode hoofd en stamelde hij dat hij gister te lang in de zon had gezeten. “Het is november” zei ik droog en boog weer terug over mijn werk.
Tien minuten en7 geneuriede liedjes van Pieter later legde ik mijn pen neer en werk opzij. “Even naar m’n baas over een bepaalde zaak, zo terug.” Zei ik, en liep weg.
Ik klopte op de deur van Thom zijn kantoor en liep gelijk door. Iets waar hij zich altijd aan irriteerde maar toch niks van zei.
“Haa die Maaike! Even stralend en mooi als altijd.” Begroette hij me met een vrolijke lach. “Zeewier masker Thom, doet wonderen geloof me!” antwoordde ik en ging vervolgens tegenover hem zitten. “Vertel, je wilde me spreken.” Hij glimlachte zelfverzekerd. “Klopt. Zijn mijn waxinelichtjes trouwens nog in voorraad of moet ik voor nieuwe zorgen?”
“Ik heb nog een hele bak vol. Vertel was is er aan de hand.” Zei ik, in de hoop dat hij niet weer hele verhalen begon te vertellen over waarom hij die waxinelichtjes toen op die manier had neergelegd.
“Ja, Maaike ik maak me zorgen om je.” “Helemaal nergens voo….” “Laat me uitpraten.” Ging hij verder.
“Je komt zo gespannen over de laatste tijd en bijna al je antwoorden op vragen zijn cynisch.” Weer dat gezeur over m’n cynisme. Ik ben nou eenmaal niet Miss Perfect en altijd aardig. God wanneer dringt dat toch is tot mensen door?!
“Ik stel voor dat je een weekje, of twee, op vakantie gaat om is lekker tot rust te komen.” Zei hij alsof hij een professioneel therapeut was. “Thom, echt ik voel me prima. Geen gespannen spier in mijn lijf!” Ging ik tegen hem in.
“Ik ben nog niet klaar. Ik heb een vakantie geboekt naar Venetië voor twee personen. Die tweede persoon ben ik uiteraard, aangezien het mijn geld is. We vliegen aanstaande dinsdag om vijf over één ’s middags.” Deelde hij mede alsof mijn antwoord zonder twijfel ‘ja’ zou zijn.
“Thom! Hoe haal je het in je hoofd man? Punt A, ik heb een vriend! Punt B, die rare obsessie van jou op mij is NIET, ik herhaal, NIET wederzijds! En punt C… als je had voorgesteld dat ik m’n beste vriendin of wie dan ook had mogen meenemen dan had ik wellicht uit sympathie jou mee gevraagd en tegen Pieter gezegd dat Lisa mee ging of zo! Maar dit is geen manier om wat dan ook bij mij voor elkaar te krijgen!” Boos stond ik op en stampte weg. “Dag Thom, fijne dag! En vergeet niet waxinelichtjes in het woord Venetië neer te zetten… BIJ EEN ANDER MEISJE!” Riep ik met een kwade stem, in de hoop dat hij het eindelijk zou begrijpen, en gooide zijn deur met een harde knal dicht.
“En, over wat voor ‘zeer persoonlijke zaak’ ging het?” vroeg Lisa nieuwsgierig toen ik langs de balie stampte. “Geen. Ik moet met ‘m naar Venetië om tot rust en ontspanning te komen.” Antwoordde ik op een,ja alweer, cynische toon. Ik had er bijna aan toegevoegd, “En zodat hij 2 weken aan me kan zitten zonder dat ik makkelijk naar huis kan.” Maar ik bedacht op gelukkig op tijd dat niemand iets afwist van zijn liefde voor mij en zijn waxinelichtjes actie.
Ik liep weer verder richting mijn kantoor en zag door de glazen deur dat Pieter opstond van de stoel en richting mijn bureau liep. Ik liep mijn kantoor binnen en schrok me dood van wat ik daar zag! Daar zat Roos op mijn bureau in enkel haar bh en een ongelofelijk kort minirokje. Ze keek Pieter met een verleidelijke blik aan en zei met een zwoele stem: “Maaike zal nog wel even weg zijn aangezien Thom altijd aardig wat tijd van haar vraagt…”
“Je bent mooi, ik heb je gemist. Sorry dat we elkaar nu pas weer kunnen zien, anders zou Maaike misschien wat door krijgen.” Zei Pieter tegen haar.
IK HEB JE GEMIST?! Wat krijgen we nou? Kent hij Roos? Hoe kent hij haar? Op welke manier kent hij haar? Met moeite kan ik me rustig houden.
“Roos, lieverd. Het is niet jou werk om mijn bureau bezet te houden als ik even een paar minuten weg ben. En een bh is op dit kantoor niet de gebruikelijk werkkleding. Als ik hier nu geen hele goede uitleg krijg van wat er aan de hand is kan jij de rest van je stage vergeten Roos en jij Pieter, kan dan jou helft van het bed en het gebruik van mijn huis en geld vergeten.” ......
Zo na 1775 woorden heb ik het ff gehad.
Ben benieuwd hoe jullie vinden dat ik schrijf. Als jullie het een leuk verhaal vinden dan ga ik verder met bedenken en schrijven van een vervolg! Kus Anne.

, doorschrijven maar

Mag mijn muis het raam uit!? Omdat hij vast bleef staat liep mijn hele computer vast en heb ik de 600 woorden die ik al geschreven had van deel III niet op kunnen slaan.