“hmmm” kreunde roos “ik ben nog veel te moe.” En ze zette de wekker op tien voor half negen. Zo kan ik nog vijf minuutjes blijven liggen, en ze draaide zich om. Terwijl ze nog van plan was even weg te dommelen, spookte er allerlei gedachtes door haar hoofd: Je moet zo weer naar school, je moet zo weer naar je klas toe, je hebt vandaag weer frans. En zo maalde de gedachtes door haar hoofd. Even later ging de wekker weer: “Nu moet ik er toch echt uit, anders ben ik weer te laat op school… Ze stapte uit bed, deed de kleren aan die ze de vorige avond al zorgvuldig had uitgekozen en ging naar beneden.
“Goedemorgen Roos” zei haar zusje vrolijk. “Hmm…” zei Roos terug. Anne wist dat haar zus nooit zo vrolijk was ’s ochtends en negeerde het maar. Met moeite werkte Roos haar boterham met hagelslag en haar beker melk weg. Kamde haar haar en pakte haar tas. Ik voel me echt niet lekker, dacht ze. Ik wil thuis blijven. Maar ze wist dat ze naar school moest. Hoe moeilijk en eng ze het ook vond. Bij alles rekte ze tijd, zoals gewoonlijk terwijl ze wist dat ze dan weer te laat zou komen op school. Uitstelgedrag noemde ze dat bij het Riagg. Ze weten gewoon niet hoe moeilijk het is om elke keer toch weer naar school te moeten! Ze snappen er niets van! Niemand snapt het…
Langzaam fietste ze naar school en probeerde nergens aan te denken, niet aan wat haar te wachten stond op school. Ah, daar zijn Lisa en Yvette, haar beste vriendinnen uit haar klas. Ze liep snel naar ze toe, terwijl ze naar beneden keek omdat ze de andere mensen niet aan durfde te kijken. “hoi” “heey Roos!” zei Lisa. “hai! Alles goed?” Vroeg Roos. “Ja, met jou?” Roos probeerde zoals gewoonlijk op een ander onderwerp over te gaan. Het gaat helemaal niet goed dacht ze, en ik wil niet tegen ze liegen. En ik kan het ze toch niet vertellen, want ze snappen me toch niet. En er kwam een heel zwaar gevoel op zette. Zo voelde ze zich de laatste tijd steeds vaker. Toen de bel ging, werd ze enorm zenuwachtig en werd het zware gevoel nóg erger. Terwijl haar klasgenoten lachend naar binnen liepen, voelde ze zich steeds slechter en merkte ze dat ze zelfs een beetje begon te trillen. Als eerste les hadden ze wiskunde: gelukkig maar, dan kan ik me daar op concentreren. Iedereen uit de klas zat druk met elkaar te kletsen en de laraar werd boos omdat ze niet stil wilden zijn: “Jullie moeten eens stil zijn! De andere leraren hadden ook al tegen me geklaagd dat dit geen goede plattegrond is, ik denk dat ik jullie toch echt allemaal andere plaatsen geef.” “oliebol!” dacht Roos meteen: “Ik wil echt níet naast Wouter! Als dat gebeurd…” en ze voelde dat ze bijna begon te huilen: Jeetje, je bent toch geen baby meer! Dacht ze bij zichzelf. Straks merkt iemand iets en ze begon snel met de eerste wiskunde som. Maar als snel dwaalde haar gedachte af: “Straks hebben we economie, ik wil naar huis, ik durf echt niet. Ik haat die spreekbeurt, ik haat deze klas en… en… ik haat mezelf. En weer voelde ze haar ogen prikken. Denk aan iets anders, denk aan iets ander, denk aan Flip. Flip was een mooie KWPN ruin, die ze mocht huren van haar ouders, en er verscheen langzaam een glimlach op haar bleke gezicht terwijl ze aan hem dacht: vanmiddag mag ik weer naar hem toe, en ze werd al ietsjes vrolijker, maar toen de lerares haar naam zei, verdween dat gevoel meteen weer. Ze voelde dat ze rood werd omdat iedereen naar haar keek en ze voelde haar hart in haar keel bonken. Als Wouter maar niet weer iets banketstaaf zegt, dacht ze bang. “whahaha ze word weer rood! Hé Lisa, je moet die tomaat plukken die naast je hangt, hij is overrijp!” Lisa keek hem met een vernietigende blik aan, ze kon aan Roos zien dat ze dit altijd vreselijk vond. Ze voelde dat ze nu echt bijna moest huilen, veegde snel de traan weg voordat iemand hem zag en rekende de som snel uit. Toen ze het antwoord had gezegt, zei Lisa: “Je moet je er niets van aantrekken hoor.” Jij hebt makkelijk praten, dacht roos, bij jou worden dit soort dingen nooit gedaan, ik wou dat ik ook zo voor mezelf op kon komen, dat het een keer stopte… En weer maalde er gedachtes in haar hoofd rond, die ze niet wilde hebben maar ze niet stop kon zetten. Ze wachtte tot ze verder moeste werken en vroeg aan de lerares of ze naar het toilet mocht. Toen ze op de gang was, begonnen de tranen al te rollen: Je bent een dom kind, je wordt rood, je bent lelijk, je ziet er niet uit. Allerlei gedachtes spookte door haar hoofd… Toen ze op het toilet zat, hield ze het cht niet meer droog en er rolde dikke tranen over haar wangen. Ze hoorde iemand het toilet in komen en probeerde ze stil mogelijk te zijn, in de hoop dat ze niet werd opgemerkt. Ineens snikte ze heel hard, ze probeerde het nog in te houden, maar dat lukte niet. Oh nee, ik hoop dat ze het niet hoorde. “Hallo?” hoorde ze iemand zeggen. En meteen herkende ze de stem van mevrouw de weg, de vertrouwenspersoon van de school. Er ging een schok door haar heen. Zij wist wel van haar problemen af. Maar ze durfde het toilet niet uit. Toen ze de deur weer hoorde, durfde ze het toilet pas uit. En ze zag dat haar mascara was uitgelopen. Toen de deur weer open ging, zag ze dat mevrouw de weg weer binnen kwam… Ze draaide zich meteen weer om en mompelde een hoi en liep snel door…
wat vinden jullie van mijn verhaal? graag commentaar + TIPS!