
Laat het maar even weten

Shanna16 schreef:
De Etaletha-serie: deel 1
Het meisje uit de Bayou
Proloog
Het zonlicht schitterde tussen de bomen door en weerspiegelde in het water, dat zachtjes rimpelde door de zwoele wind. Vogels floten vrolijk op deze vroege zomerochtend, die beloofde erg benauwd te worden. De natuur was in dit seizoen op haar mooist, groen en volop in de bloei. Faila liep op blote voeten door het zachte mos, dat veerde onder haar aanraking. Haar handen ondersteunden haar onderrug, die het gewicht van haar buik droegen. De dorpelingen hadden haar hoofdschuddend nagekeken toen ze die ochtend in haar houten kano was weggevaren, zo hoogzwanger als ze was. Genietend van het weer en de omgeving dwaalde ze rond, wetend waar ze zat in deze ongerepte natuur. Alleen haar moeder en zij wisten de weg in de moerassen van de Bayou, de dorpelingen waren te angstig voor de bovennatuurlijke wezens die zich hier verscholen. Enkele mensen die de gok wel gewaagd hadden, waren verdwenen en nooit meer teruggekeerd. Faila keek tussen de bladeren van een eeuwenoude treurwilg naar de lucht. Wat ze zag, beviel haar niet. Geruisloos keerde ze om en stapte in haar kano. Het gladde hout was versleten, maar deed zijn werk nog goed. Faila’s gedachten waren leeg terwijl ze terug voer naar het houten hutje waar ze samen met haar moeder woonde. Ze bestudeerde de natuur en de veranderingen in het weer. Alles voelde zo anders vandaag, maar het zag er volkomen normaal uit. Toch wist Faila wat er ging komen. De dertiende maand begon. Nergens ter wereld was deze dertiende maand bekend, behalve hier. De dertiende maand was er eens in de dertien jaar en vandaag brak het weer aan. Elke dertiende maand begon met een zware storm. Faila kneep haar ogen samen om het naderende noodweer te zoeken, maar de lucht was nog net zo ongerept en korenblauw als altijd. Ze legde haar slanke hand op haar dikke buik en hardop praatte tegen haar ongeboren kind. “Rustig maar meisje, straks ben je bij me. Je zult het hier vast prachtig vinden… de natuur is zo mooi. Dikke bomen met laaghangende takken, moerassen vol sluippaden, uitgestrekte vlaktes vol met hoog gras. Vannacht is het zover, weet je?” Faila wist het. Ze voelde het. Haar moeder had de dertiende maand al vaker meegemaakt en haar er alles over vertelt. Het enige dat ze voor haar dochter verzwegen had, was dat er tijdens het noodweer waarmee de dertiende maand begon, altijd een kind geboren werd. Maar haar moeder hoefde niks te zeggen, ze had het zelf ontdekt. Het was alsof het kind tegen haar praatte, maar zonder woorden. Faila wist ook dat zij de volgende ochtend niet zou halen, maar ze vreesde de dood niet. Het hoorde allemaal bij de dertiende maand en haar kind zou speciaal zijn. Voor haar voelde het als een eer. Kinderen die op de eerste dag van de dertiende maand geboren werden hadden gaves. Samen vormden zij een bondgenootschap dat de strijd tegen de zwarte machten aanging. Het was echter een zware taak om deze kinderen bij elkaar te krijgen. Alleen in de Bayou wisten de mensen hiervan. En zolang niemand er wat van wist, zou geen enkel kind merken dat ze een gave bezaten.